Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Wie schrijft, die blijft

Gerelateerde onderwerpen :

In het overheidsopdrachtenrecht kan de opdrachtnemer in bepaalde gevallen een termijnverlenging, een herziening van de opdracht of een schadevergoeding aanvragen. Hiertoe moet hij wel een aantal formaliteiten vervullen, en dit binnen bepaalde vervaltermijnen. Hij moet de feiten, waarop hij zijn vordering steunt, duidelijk bekend maken en een concrete becijfering van zijn eisen indienen. Deze formaliteiten worden omschreven in de artikelen 52 en 53 van het kb van 14 januari 2013 betreffende de algemene uitvoeringsregels voor overheidsopdrachten (hierna AUR).

Enkele preciseringen

Artikel 52, eerste en tweede lid AUR bepaalt dat de opdrachtnemer de aanbestedende overheid moet inlichten, en dit op straffe van verval, ten spoedigste en schriftelijk wanneer hij eender welke feiten of omstandigheden vaststelt, die al dan niet onder de toepassing van de artikelen 54 en 56 vallen, die het normale verloop van de opdracht verstoren en waarvan de eventuele nadelige gevolgen voor hem reden zou kunnen zijn om een verzoek of een klacht in te dienen. Hij doet hierbij bondig de invloed kennen die deze feiten of omstandigheden hebben of zouden kunnen hebben op het verloop en de kostprijs van de opdracht. Voormelde verplichtingen gelden ongeacht of de aanbestedende overheid op de hoogte is van de feiten of omstandigheden.

Zijn niet ontvankelijk, de klachten en verzoeken die steunen op feiten of omstandigheden die door de opdrachtnemer niet te gepasten tijde aan de aanbestedende overheid werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen (artikel 52, eerste en tweede lid AUR).

Deze bepaling is in verschillende opzichten strenger dan de tekst van de vorige reglementering. In het eerste lid is de precisering aangebracht dat deze bekendmaking verplicht is, zelfs indien de aanbestedende overheid op de hoogte is van de feiten of omstandigheden. Het is immers ook en vooral van belang ' aldus het verslag aan de koning - dat de aanbestedende overheid wordt ingelicht over de mogelijke invloed van deze feiten en omstandigheden op het verloop en de kostprijs van de opdracht. Nochtans bestond er onder de vorige reglementering een ruime rechtspraak, volgens dewelke er geen sprake is van rechtsverval indien het bestuur op de hoogte was van de moeilijkheden en zelf aan de oorsprong ervan ligt of indien zij expliciet het bestaan ervan heeft erkend.

De aangifteplicht geldt thans ook voor eender welke feiten of omstandigheden, die 'al dan niet' onder de toepassing van de artikelen 54 en 56 AUR vallen en die het normale verloop van de opdracht verstoren. Met de artikelen 54 en 56 worden in hoofdzaak die feiten en omstandigheden bedoeld die ofwel te wijten zijn aan de aanbestedende overheid zelf, ofwel hun oorsprong vinden in externe onvoorziene omstandigheden.

De huidige bepalingen lijken een strengere houding aan te nemen met betrekking tot de schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid.

De termen “al dan niet” vormen een verruiming van de toepassing van de formaliteiten die moeten nageleefd worden door de opdrachtnemer. De aangifte zou voortaan ook van toepassing zijn op feiten en omstandigheden, die aanleiding geven tot verzoeken voor een termijnverlenging, herziening of schadevergoeding, die door de opdrachtnemer worden ingediend op basis van andere artikelen van de algemene uitvoeringsregels dan de genoemde artikelen 54 en 56 AUR. Zo bv. in het geval van een verzoek tot kwijtschelding van boetes, zoals geregeld door art. 50 § 2 AUR (A. Delvaux, Réclamations et requêtes (art. 52, 53 en 73 RGE), T. Aann., 1/2015, 8-48).

Bevelen van de overheid

Wat de schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid betreft, met inbegrip van die bedoeld in artikel 80, § 1 (wijzigingen van de opdracht), is de opdrachtnemer enkel verplicht de aanbestedende overheid in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen (art. 52, derde lid AUR). Het verslag aan de koning preciseert dat een bekendmaking, zoals voorgeschreven in artikel 52, lid 1 AUR, dan overbodig is. De opdrachtnemer moet enkel de invloed laten kennen die de bedoelde feiten en omstandigheden hebben op het verloop en/of de kostprijs van de opdracht.

Maar het vierde lid van hetzelfde artikel 52 voegt daar onmiddellijk aan toe dat in elk geval ook deze inlichtingen ' op straffe van niet-ontvankelijkheid - moeten worden bekendgemaakt binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer ze normaal had moeten kennen (art. 52, vierde lid AUR).

Deze laatste bepaling tracht blijkbaar een einde te stellen aan de rechtspraak van het Hof van Cassatie, volgens dewelke de vervaltermijn van dertig kalenderdagen alleen moest nageleefd worden voor de melding van de 'feiten en omstandigheden', die aan de aannemer een vertraging of een nadeel zouden veroorzaken, en niet voor de beschrijving van de invloed die deze feiten zouden hebben op de goede gang en op de kosten van de aanneming, inlichting die enkel 'ten spoedigste' moest bekendgemaakt worden.

De huidige bepalingen lijken een strengere houding aan te nemen met betrekking tot de schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid. Daar wat het vroegere artikel 16 § 3, derde lid A.A.V. (bijlage kb 26 september 1996) nog stelde dat de bepalingen inzake de feitenaangifte 'niet toepasselijk zijn op de bevelen van de aanbestedende overheid, zelfs indien deze slechts in het dagboek der werken werden ingeschreven,'', is deze uitdrukkelijke passus verdwenen in de huidige tekst. De informatie met betrekking tot de bevelen van de aanbestedende overheid, inclusief bevelen tot wijziging van de opdracht, moet voortaan ook binnen de dertig kalenderdagen worden bekendgemaakt, zoals blijkt uit artikel 52, vierde lid AUR.

Termijnen

Artikel 52, vierde lid AUR stelt inderdaad dat bedoelde klachten of verzoeken in elk geval niet ontvankelijk zijn wanneer de ingeroepen feiten of omstandigheden, met inbegrip van de in het derde lid bedoelde informatie (dit is de invloed van de schriftelijke bevelen van de overheid), niet schriftelijk werden bekendgemaakt binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer ze normaal had moeten kennen.

Omgekeerd, indien de aanbestedende overheid een klacht of verzoek wil indienen wegens een tekortkoming van de opdrachtnemer, dan zijn deze klachten en verzoeken eveneens niet ontvankelijk wanneer de ingeroepen feiten en omstandigheden niet schriftelijk werden bekendgemaakt binnen dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan, ofwel na de datum waarop de aanbestedende overheid ze normaal had moeten kennen (art. 60, derde lid AUR).

Het spreekt vanzelf dat de bovenvermelde feitenaangifte bij voorkeur met een aangetekend schrijven moet gedaan worden, al wordt dit niet uitdrukkelijk in de tekst bepaald. De termijn van dertig kalenderdagen is echter voorgeschreven 'op straffe van verval', hetgeen beduidt dat de termijn van zeer strikte toepassing is en niet kan worden verlengd of geschorst.

Het is van het grootste belang deze formaliteiten zorgvuldig na te leven en niet te kijken op een schijven min of meer.

Het is dan ook van het grootste belang dat de aannemer het bewijs kan leveren dat hij de bedoelde feiten en omstandigheden binnen de voorgeschreven termijn heeft gesignaleerd. Dit kan uiteraard het best door een aangetekend schrijven. Weliswaar zijn faxberichten of e-mails niet ipso facto uitgesloten, alleen zal ' in geval van betwisting - de datum en de bewijskracht ervan overgelaten worden aan de rechter. En die kan in geval van twijfel de rechtsgeldigheid ervan verwerpen. Met het gevolg dat de aannemer geen geldige aanvraag heeft ingediend en achter het net vist.

Het is dus van het grootste belang deze formaliteiten zorgvuldig na te leven en niet te kijken op een schijven min of meer. Dit schrijven moet voldoende de feiten aangeven waarop de klacht is gebaseerd en moet bovendien omstandig de invloed beschrijven die de feiten hebben op het verloop van de opdracht, meer bepaald op de kostprijs, de kwaliteit van de uitgevoerde werken en/of de uitvoeringstermijn. Ook voor wijzigingen en schriftelijke bevelen van de aanbestedende overheid is het aangewezen dat de aannemer de aanbestedende overheid schriftelijk wijst op de gevolgen ervan op de lopende opdracht (meerkosten, termijnverlenging, ' ).

Niet alleen voor de kennisgeving van de feiten en omstandigheden waarop men zich beroept, zijn termijnen voorgeschreven. Ook voor het indienen van de vraag tot herziening van de opdracht zelf, een schadevergoeding of een termijnverlenging zijn bepaalde termijnen voorgeschreven. Behoudens andersluidende bepaling in het koninklijk besluit en onverminderd de bepalingen van artikel 52 worden de klachten en verzoeken van de opdrachtnemer, op straffe van verval, behoorlijk gerechtvaardigd en becijferd schriftelijk ingediend binnen onderstaande termijnen:

1. vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;

2. uiterlijk negentig dagen volgend op de datum van de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de opdracht om een andere vorm van herziening van de opdracht dan die vermeld in 1 of schadevergoeding te verkrijgen;

3. uiterlijk negentig dagen na het verstrijken van de waarborgperiode om een andere vorm van herziening van de opdracht dan die vermeld in 1 of schadevergoeding te verkrijgen, wanneer de klachten of verzoeken hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode (art. 53AUR).

Deze termijnen moeten ook op straffe van verval worden nageleefd. Een verwittigd man is er twee waard.

WILLY ABBELOOS

Meer over deze materie lees je in Kroniek Overheidsopdrachten (auteur Willy Abbeloos), een uitgave van Bouwkroniek/EBP, 2014, deel I en II, (295 ', inclusief 6% btw ' exclusief 15 ' verzendkosten) te bestellen via consult@ebp.be.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Gemeente niet langer ‘primus inter partes’ inzake wegen

Gemeente niet langer ‘primus inter partes’ inzake wegen

De zaak van de wegen, of de beslissing van de gemeenteraad omtrent de aanleg of wijziging van het gemeentelijke wegennet, is een klassiek delicaat en heikel punt bij private projectontwikkeling. Niet alleen is dit een belangrijk aspect in de[…]

06/11/2019 | VVSGWetgeving
Overheidsopdrachten, kmo’s en aanbestedende diensten: ruis op de lijn

Overheidsopdrachten, kmo’s en aanbestedende diensten: ruis op de lijn

Aantal aangiftes voor klusjes in de bouw is beperkt

Aantal aangiftes voor klusjes in de bouw is beperkt

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij levering stortklaar beton

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij levering stortklaar beton

Meer artikels