Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Werkplekleren verhoogt het enthousiasme van jongeren voor de bouw

Gerelateerde onderwerpen :

Werkplekleren verhoogt het enthousiasme van jongeren voor de bouw

“Vele bouwbedrijven blijven op zoek naar geschikte arbeidskrachten, maar steeds minder jongeren kiezen voor het technisch en beroepsonderwijs”, merken (vanaf l.) gedelegeerd bestuurder Davy Maesen en voorzitter Leon Peters van Bouwunie Limburg, Monique Hens (regiomanager Limburg van Constructiv) en Roger Evens (accountmanager voor de bouwsector bij de VDAB Limburg).

Negentig leerlingen en een tiental leerkrachten uit twee scholen, TISM Bree en Mosa-RT Maaseik, namen tijdens de tweede helft van april op de terreinen van Peters Leon Dakwerken in Maaseik deel aan zeven bouwworkshops van respectievelijk Spit Paslode (nagelapparatuur e.d.), Knauf Insulation (isolatie), Monier (dakpannen), Siga (luchtdichting), Firestone EPDM (dakbedekking van distributeur CPE), De Boer (bitumineuze dakbedekking) en het interimkantoor Construct.

Negen vijfdejaars van Bree en elf leerlingen van Maaseik waren een ganse week ter plekke, de anderen kwamen enkel op vrijdag 20 april langs. Ook het personeel van Peters Leon Dakwerken zelf sloot aan bij deze sessies.

De lesgevers worden afgevaardigd door de deelnemende firma’s zelf. “We hebben heel goede contacten met leveranciers. Ik kan scholen dan ook gerust met hen in contact brengen, want dit gebeurt nog te weinig”, suggereert Leon Peters.

Leon Peters, wiens bedrijf recent nog een terrein bijkocht, noemt werkplekleren heel positief. Zo trachtten de deelnemers tijdens deze week van werkplekleren de realiteit te evenaren door een heel dak te bouwen dat vervolgens werd afgebroken. “Verleden jaar hebben we een carport gemaakt op locatie. Tijdens de eerste editie in 2014 hebben we met de school samengezeten en een cursus opgesteld. De leerlingen hebben alles uitgetekend en het vereiste materiaal besteld”, herinnert hij zich.

De school van Bree maakte een garage die naar de klant gaat. Een stagiair tekende tijdens zijn stage alles uit; de uitwerking gebeurde door de vijfdejaars. De school kwam de daaropvolgende vrijdag alles weer demonteren.

Sam Hellings, voor het eerste jaar aangesteld als mentor namens Peters Leon Dakwerken, heeft bij de leerlingen heel positieve reacties opgevangen. “Ze leren veel meer bij dan tijdens de theorielessen en gebruiken hier hun handen. We hebben hier ook al een vrouwelijke stagiaire gehad en dan merk je wel dat dames fijnere handen hebben. De aanwezige leerlingen halen een degelijk niveau en zijn redelijk snel met het aangeleerde weg. Misschien moeten we leerlingen echter nog wel in een vroeger stadium bij dit soort initiatieven betrekken”, suggereert hij.

“De leerlingen leren hier veel meer bij dan tijdens de theorielessen en gebruiken hun handen”, signaleert Sam Hellings, voor het eerste jaar als mentor aan de slag voor Peters Leon Dakwerken.
 

“De ganse klas kan meedoen en iedereen krijgt ook de details mee. Hier kunnen we ook snel zien in wie een meubelmaker met aandacht voor fijn werk of een dakwerker schuilt. Intussen hebben we trouwens al vijf medewerkers in dienst via het werkplekleren”, oppert Leon Peters.

Vele vacatures

Tal van bouwbedrijven zoeken immers degelijke vakmensen en technisch geschoolde medewerkers, maar toch kiezen steeds minder jongeren voor het technisch en het beroepsonderwijs. Bouwvakkers en -technici behoren tot de Limburgse top drie van beroepsgroepen met de meeste ontvangen vacatures. Van april 2017 tot en met maart 2018 ging het om 2.756 vacatures, een stijging met 16,9% tegenover de periode van april 2016 tot maart 2017.

Ook de krapte op de arbeidsmarkt is gestegen. In 2017 bedroeg de spanningsindicator voor de sector bouw 7,3 tegenover nog 11,2 in 2016. Deze spanningsindicator meet de krapte op de arbeidsmarkt; hij geeft de verhouding weer tussen het aantal werkzoekenden en het aantal beschikbare vacatures. Als deze verhouding groot is, worden jobs vlotter ingevuld. Het vinden van geschikt personeel is dan ook een actueel probleem voor vele Limburgse bouwbedrijven.

 

De bouw biedt vele jobs aan en werken in de bouw biedt heel wat voordelen tegenover andere sectoren: je kan achteraf bekijken wat je gedaan hebt en vaak nog jaren later fier zeggen dat je “hieraan hebt meegewerkt”; je vangt een mooi nettoloon, zowat 1.700 € per maand voor een jonge, startende bouwvakker; je krijgt heel wat bijkomende vergoedingen en extra voordelen zoals een hospitalisatieverzekering, een vergoeding als je niet kan werken omwille van slecht weer en vele mogelijkheden om bijkomende opleidingen te volgen; de bouw is team- en ploegwerk; en je hebt recht op 32 vakantiedagen, terwijl het wettelijke minimum in vele bedrijven en sectoren slechts 20 vakantiedagen bedraagt.

“Jongeren actief warm maken voor een job in de bouw is dus één van de grote uitdagingen voor de toekomst”, oppert Davy Maesen, gedelegeerd bestuurder van Bouwunie Limburg. De kwaliteit en het succes van het bouwonderwijs spelen hierin een erg belangrijke rol. Constructiv levert als sectorfonds op dat vlak al heel wat inspanningen door o.a. VCA-examens en opleidingen aan te bieden aan leerlingen en leerkrachten. Tijdens de afgelopen drie schooljaren namen in Limburg gemiddeld 380 leerlingen deel aan zo’n VCA-examen. Vanaf het schooljaar 2017-‘18 kan elke leerling in de derde graad van alle bouwafdelingen bovendien eenmaal gratis deelnemen aan dit examen.

“Kwalitatief bouwonderwijs garandeert echter niet dat jongeren effectief doorstromen naar de sector. Hen tijdens de opleiding werkervaring laten opdoen is absoluut nodig. Jongeren die “leren op de werkplek” komen met een pak ervaring en dus sterker op de arbeidsmarkt. Daaraan heeft de bouwsector echt nood”, weet Davy Maesen.

Werkplekleren biedt tal van voordelen en schept een win-winsituatie. Deze vorm van leren creëert een aantal voordelen voor elke betrokken partij. Zo kan de lerende vakmanschap en een grondige professionele expertise ontwikkelen. Via werkplekleren bouwt hij of zij aan noodzakelijke vaardigheden en competenties om te kunnen meedraaien in een werkomgeving. Hierbij kunnen ook competenties ontwikkeld worden die in een schoolsituatie doorgaans weinig aan bod komen zoals sociale competenties, de mogelijkheid om flexibel te reageren op verandering en proactiviteit. De overgang van leren naar werken wordt tevens vergemakkelijkt. In een realistische arbeidssituatie kunnen leerlingen meer voeling krijgen met een beroep en de verwachtingen van werkgevers. Via hun opgedane ervaring en een goede reflectie hierop kunnen lerenden ook voorkeuren ontdekken inzake bedrijfscultuur, organisatie, de aard van werk, enz. Hun zelfvertrouwen en motivatie groeien ook door de verrijking van het leerproces. Voor vele leerlingen sluit deze vorm van leren beter aan bij hun leerstijl. De invulling van het werkplekleren gebeurt op basis van het leertraject van de lerende, zijn of haar leernoden en leerstijl en de mogelijkheden van het bedrijf dat een werkplek aanbiedt. 

Skill gaps

Ook de betrokken onderneming profiteert van werkplekleren, dat o.m. een positieve impact heeft op de instroom van gekwalificeerde werknemers. “Skill gaps” worden verkleind door training op maat. Daarnaast heeft werkplekleren een positief effect op de rekrutering en het behoud van werkkrachten en op de ontwikkeling van werknemers die reeds in dienst zijn. Doordat zij mentor worden van een lerende kunnen ze hun sociale vaardigheden voort ontwikkelen. 

De maatschappij wint ook veel bij een goed systeem van werkplekleren. De toename aan vaardige arbeidskrachten sluit immers beter aan bij de noden van de arbeidsmarkt en zo kan werkplekleren bijdragen tot het wegwerken van knelpuntberoepen. Een positieve werkervaring kan ervoor zorgen dat leerlingen aan het eind van het traject worden aangenomen en zo instromen in organisaties. Daarnaast blijken landen waar leerstages goed ingeburgerd zijn er beter in te slagen hun jongerenwerkloosheidgraad laag te houden, enerzijds omdat jongeren vaak aan het einde van hun duaal traject worden aangenomen door het bedrijf waar ze al werkend leerden en anderzijds doordat de ongekwalificeerde uitstroom daalt en jongeren sneller werk vinden met hun kwalificatie. Het kan tevens sociale inclusie versterken en gelijke kansen creëren. 

Uit een sectorstudie in 2016 van Bouwunie bij algemene en ruwbouwaannemers blijkt dat 59% van de aannemers ervaring heeft met één of andere vorm van werkplekleren (leren op de werkplek in combinatie met leren op de schoolbank). Bij 76% heeft één of meer leerlingen uit het voltijdse bouw- of houtonderwijs stage gelopen in het bedrijf, meestal tot grote tevredenheid want 52% heeft die leerling na de stage ook in dienst genomen. Bij 28% van de aannemers die ervaring heeft met werkplekleren gaat het om een leercontract of leertijd via Syntra. Ook hier resulteerde dat bij 53% van de bedrijven in een arbeidsovereenkomst.

Bij 71% van de bedrijven die een jongere in het kader van een stage of leertijd in dienst nam, is die nog steeds in dienst of is hij of zij toch een aantal jaren in dienst gebleven. Bij 16% was dit slechts voor een korte periode. Diegenen die het bedrijf verlieten, deden dat dikwijls om een eigen bedrijf te starten. Werkplekleren is een goede formule volgens de aannemerswereld. De overgrote meerderheid van de bedrijven zegt tevreden te zijn over de contacten met scholen en Syntra (85%) en over de (goed meevallende) administratie die dit met zich brengt (92%).

Volgens Leon Peters, voorzitter van Bouwunie Limburg, is werkplekleren de toekomst. “Het moet het sterke merk worden dat jongeren de best mogelijke ontplooiingskansen biedt dankzij de combinatie van een sterke algemene vorming in de klas en levensecht leren op de werkvloer. Zo plaatsen we hen met beide voeten stevig op de arbeidsmarkt en in het leven”, meent hij.

Ook de leerlingen die in april hebben deelgenomen aan het werkplekleren bij Peters Leon Dakwerken ervaren dit zo. “Ik heb tijdens deze week van werkplekleren veel meer geleerd dan in theorie al die weken. Ook onze mentor Sam in dit bedrijf heeft ons goed begeleid en uitleg gegeven bij de verschillende werkzaamheden. Er is overigens een belangrijke rol weggelegd voor de mentor in het bedrijf als je als werkgever aan werkplekleren wil doen”, oppert Gianno, leerling van het zevende jaar Bijzondere Schrijnwerktechnieken aan Mosa-RT.

Zijn medeleerling Djarno heeft naar eigen zeggen tijdens de week bij Peters Leon Dakwerken een volledig inzicht gekregen in het beroep van timmer- en dakwerken. “Het is een zeer gevarieerd beroep met veel afwisseling in taken. Het voordeel van werkplekleren is dat je veel sneller leert in de praktijk en daardoor ook beter wordt geprikkeld”, vindt hij.

Actieve promotie

Davy Maesen belooft vanuit Bouwunie Limburg het werkplekleren actief te promoten bij bouwbedrijven zodat ook zij zich hiervoor voluit engageren. Het initiatief bij Leon Peters Dakwerken verdient dan ook zeker navolging.

Luc Evens, directeur van TISM Bree, benadrukt dat zijn school  reeds jaren gelooft in de meerwaarde van werkplekleren en hier volledig op inzet omdat het een meerwaarde kan betekenen voor de leerling, de school en het bedrijf. “We kunnen algemene of generieke competenties ontwikkelen in de school, zo breed mogelijk, en daar bovenop specifieke competenties ontwikkelen in het bedrijf of de werkplek. Op die werkplek vragen wij ook de aanwezigheid van de leerkracht zodat hij de beginsituatie van de leerlingen kan bepalen en het uit te voeren leerproces helpt vormgeven om de doelstellingen te kunnen realiseren. In de praktijk evolueren een aantal specifieke doelstellingen heel snel en heeft de school nood aan ondersteuning. Doordat de leerkracht op de werkplek aanwezig is, kan hij bijsturen en realiseren we een groot en effectief leerrendement voor de lerende, m.n. de leerling en de leraar. T.o.v. een traditionele stage, die veelal een officieus karakter heeft, kan je niet hetzelfde rendement halen. Een ‘gewone’ blokstage is in de nijverheidsrichtingen zeer gedifferentieerd, houtbewerking kan zeer breed zijn en daar kan je geen specifieke te realiseren doelstellingen aan koppelen. Dat willen we zo houden; de leerling kan achteraf zelf  kiezen om voort te specialiseren in een richting waarvoor hij het meeste talent heeft. Zowel de leerling als het bedrijf zijn beter af met generiek opgeleide professionals; specifieke opleidingen zijn in een snel evoluerende omgeving vlug achterhaald. Algemene doelstellingen kan je realiseren via een traditionele stage; via werkplekleren ga je vooraf bepaalde doelstellingen realiseren met een groep leerlingen en die hebben daardoor een specifiek karakter”, oordeelt hij.

 

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

Schrijnwerkers gezocht!

Schrijnwerkers gezocht!

Twee op de vijf schrijnwerkers zoeken nieuwe werkkrachten. Maar die zijn bijna onmogelijk te vinden. Dat blijkt uit de recentste sectorstudie van Bouwunie Schrijnwerkers & Interieurbouwers. Voor de rest gaat het zeer goed met de sector. De[…]

04/11/2018 | VakopleidingBouwunie
Jaarlijks minstens 400 starters in de bouw met onvoldoende kennis

Jaarlijks minstens 400 starters in de bouw met onvoldoende kennis

Bouw kampt met gebrek aan ingenieurs

Bouw kampt met gebrek aan ingenieurs

Bouw kampt met gebrek aan ingenieurs

Bouw kampt met gebrek aan ingenieurs

Meer artikels