Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Welke bouwplaatsgerelateerde belastingen in aanmerking nemen'

Welke bouwplaatsgerelateerde belastingen in aanmerking nemen'

Een dimensioneringsberekening wordt voornamelijk uitgevoerd om na te gaan of de uiteindelijke constructie in staat is om alle belastingen te dragen waaraan ze tijdens haar gebruik onderworpen zal worden. Bij het optrekken van de constructie of het transport van de geprefabriceerde elementen kunnen tijdelijk ook meer kritieke situaties de kop opsteken.

Tijdens de werken op de bouwplaats kunnen er zich specifieke overbelastingen voordoen. Het is de verantwoordelijkheid van zowel het studiebureau als de aannemer om daarmee tijdens alle werkfasen rekening te houden.

Enkele klassieke voorbeelden van potentieel gevaarlijke situaties zijn: grote geprefabriceerde balken manipuleren, brugonderdelen plaatsen met de stoottechniek of vers beton storten op geprofileerde staalplaten. De beperkte doorbuiging van dergelijke platen tijdens de werken bepaalt vaak de maximale overspanning van de vloer en het aantal te installeren schoren.

Dit artikel wil de studiebureaus en de aannemers middelen aanreiken om hun projecten veilig en economisch te doen verlopen. Daarvoor belicht het inzonderheid enkele regels uit de norm NBN EN 1991-1-6 (+ ANB) in verband met de bouwplaatsgerelateerde (personeel, gereedschap, opslag van materialen, bekistingen, kranen ...) en de klimatologische belastingen (wind, sneeuw, temperatuur ...).

Terugkeerperiode

De maximale waarde voor de klimatologische belastingen wordt algemeen vastgelegd op een terugkeerperiode van 50 jaar. Dit betekent dat de constructie in staat moet zijn om weerstand te bieden aan een storm met een zodanige intensiteit dat hij gemiddeld slechts eenmaal om de halve eeuw voorkomt. Voor bepaalde tijdelijke bouwplaatsfasen is het niettemin mogelijk om deze periode in te korten. Bijgaande tabel geeft de in aanmerking te nemen terugkeerperiode in functie van de duur van de bouwplaatsfase, evenals de eruit voortvloeiende vermindering van de maximale windbelasting.

Voor bouwplaatsfasen van maximum drie maanden kan er voor het bepalen van de belastingen bovendien rekening gehouden worden met een aantal seizoensgebonden en kortstondigere klimatologische en meteorologische schommelingen. Zo hangen het zwellen van rivieren en de windkracht sterk af van de periode van het jaar.

Een constructie is doorgaans bestand tegen een storm die gemiddeld maar eenmaal om de 50 jaar voorkomt.

Zo zou een in juni opgetrokken constructie waarvan de windverbanden pas na een week geïnstalleerd worden in staat moeten zijn om weerstand te bieden aan windbelastingen met een terugkeerperiode van vijf jaar (28% reductie), verminderd met een seizoensfactor van 0,69 (NBN EN 1991-1-4 + ANB). Deze constructie zou met andere woorden ongeveer 50% van de uiteindelijke windbelasting moeten kunnen opnemen, zelfs zonder dat de windverbanden geplaatst zijn.

Een bijzondere situatie die vaak voor problemen zorgt, is het uitvoeren van puntgevels uit metselwerk. Hun windweerstand is immers uiterst beperkt, waardoor ze niet zelden bezwijken tijdens de werken op de bouwplaats (zie afbeelding). Puntgevels uit metselwerk moeten dus altijd voorzien worden van een doeltreffend windverband, zelfs voor situaties van zeer korte duur.

Tijdelijke belastingen

Tijdens de werken op de bouwplaats kunnen een aantal belastingen optreden die zich niet meer zullen voordoen tijdens de verdere levensduur van het gebouw. De norm NBN EN 1991- 1-6 (+ ANB) onderscheidt verschillende bouwplaatsgerelateerde belastingen, waaronder het personeel, de opslag van materialen en de uitrustingen.

Deze belastingen moeten voor elk project afzonderlijk bepaald worden. De norm schrijft wel een verdeelde belasting voor van 1 kN/m² (100 kg/m²) voor het personeel en het handgereedschap, en een minimale belasting van 0,5 kN/ m² (50 kg/m²) voor de uitrustingen. Voor bruggen legt de norm een verdeelde belasting van 0,2 kN/m² (20 kg/m²) en een puntbelasting van 100 kN (10 t/m²) op.

Storten van beton

Volgens de norm moet de primaire structuur (bekisting, breedplaten, geprofileerde staalplaten ...) lokaal 10% van het totale gewicht van het verse beton kunnen dragen. Vermits deze belasting in het ontwerp niet altijd naar behoren in rekening gebracht wordt, verdient het aanbeveling om het beton zo snel en gelijkmatig mogelijk te verdelen.

Men moet er eveneens op toezien dat er geen materialen op de 'blote' staalplaten gestapeld worden. Anders kunnen er onomkeerbare vervormingen of lokale instortingen optreden.

Bron: het artikel 'De in aanmerking te nemen bouwplaatsgerelateerde belastingen' van ir. Gauthier Zarmati, projectleider bij het laboratorium Structuren, en ir. Benoit Parmentier, hoofd van de afdeling Structuren van het WTCB, in WTCB-Contact 2015/3. Er mag alleen verwezen worden naar het artikel zelf, te vinden op www.wtcb.be, doorklikken op WTCB-Contact onderaan op de homepage.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Thomas & Piron neemt BAM Galère en BAM Lux over

Thomas & Piron neemt BAM Galère en BAM Lux over

De Waalse groep Thomas & Piron neemt de bedrijven BAM Galère en BAM Lux over van de Nederlandse groep BAM. De Nederlandse groep BAM heeft in ons land ook nog het bedrijf Interbuild. De transactie, waarvan het bedrag niet wordt[…]

Burgers investeren in Scholen van Vlaanderen

Burgers investeren in Scholen van Vlaanderen

Aanleg omleidingsweg Anzegem stap dichterbij

Aanleg omleidingsweg Anzegem stap dichterbij

Ontwerp Leiebrug tussen Wevelgem en Lauwe is klaar

Ontwerp Leiebrug tussen Wevelgem en Lauwe is klaar