Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Wegenbouwsector wil meer continuïteit en minder openstaande vacatures

Gerelateerde onderwerpen :

Wegenbouwsector wil meer continuïteit en minder openstaande vacatures

Het banket werd o.m. bijgewoond door (vanaf l.) Eli Desmedt (BFAW), Luk Geeroms (nv Wege­bo - Colas Belgium), Waals minister van Lokale Besturen Valérie De Bue, Herman Dekempeneer (HFW Dekempeneer) en Didier Block (BFAW). (foto’s Thierry Dauwe)

© Thierry DAUWE

BFAW-Brabant wuift voorzitter Herman Dekempeneer uit

Continuïteit in de aanbestedingen leidt tot stabiele prijzen, kwalitatieve wegenwerken en een vitaler economisch klimaat. De sector slaagt er echter moeilijk in om zijn vacatures in te vullen.

Dat verklaarde Luk Geeroms, de nieuwe voorzitter van BFAW (Belgische Federatie van Aannemers van Wegenwerken) Afdeling Brabant, tijdens het jaarlijkse banket van zijn federatie op vrijdagavond 10 november in de Ferme de la Hagoulle in het Waals-Brabantse Houtain-le-Val (Genappe). Herman Dekempeneer werd er tevens uitvoerig uitgewuifd als (voormalige) voorzitter.

Luk Geeroms stelt de voorbije maanden een verhoogde activiteit in de wegenbouwsector en een concentratie van wegenopdrachten vast, zoals gebruikelijk in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Hij brengt echter nuances aan. “De opleving van de opdrachten geeft onze bedrijven zeker zuurstof na de jongste slechte jaren, maar ze is ditmaal lang niet zo uitgesproken als bij de vorige periodes vóór de verkiezingen. Het gemiddelde prijsniveau heeft zich zeker nog niet volledig hersteld. Niet alleen voldoende werk, maar ook een regelmatige spreiding ervan is overigens belangrijk en dit blijft een oud zeer”, merkt hij op.



De verplichte meerjarenplanning van de gemeenten in Vlaanderen heeft volgens hem niet geleid tot een meer gelijkmatige spreiding over de afgelopen bestuursperiode. In Wallonië investeerden de gemeenten tijdens de laatste vier maanden van 2016 zelfs meer dan in de 44 voorgaande maanden: eind 2016 investeerden ze gemiddeld 50 miljoen € per maand tegenover gemiddeld minder dan 5 miljoen € per maand tijdens de voorgaande jaren.

“Die onregelmatigheid en deze cyclus in investeringen is nefast voor iedereen: voor de studiebureaus, die eerst te weinig werk hebben en vervolgens in een dringende noodsituatie moeten werken ten koste van de kwaliteit van het geleverde werk; voor de administratie, die plots een enorm volume aan dossiers moet behandelen; voor het personeel in bedrijven, dat eerst economisch werkloos werd gezet en vervolgens ontslagen, met een belangrijk verlies aan knowhow in ons beroep tot gevolg, waarna bedrijven vandaag snel opnieuw personeel moeten vinden, aanwerven en opleiden; voor de leveranciers van materieel en materialen; voor de gemeenten, die de prijzen ineens opnieuw zien stijgen na een periode van recessie; en tot slot voor de gewesten, want het is wetenschappelijk bewezen dat onregelmatige openbare investeringen weinig effect hebben op de vitaliteit van de economie. Om al deze redenen is het belangrijk dat u als minister alles in het werk stelt om deze cyclus van gemeentelijke investeringen te doorbreken of in te korten. Alleen voldoende continuïteit brengt immers rust op de aanbestedingsmarkt. Dit leidt tot stabiele prijzen op een economisch aanvaardbaar niveau en zorgt ervoor dat het gevraagde kwaliteitsniveau gegarandeerd kan worden”, benadrukt hij.

De nieuwe voorzitter van de BFAW-Brabant wijst erop dat de zware inzakking van de wegenbouw tussen 2012, het vorige verkiezingsjaar, en 2015 het volume gemeentelijke wegenwerken met 35% deed dalen. De ontslagen uit het verleden hebben het beroep bovendien een slecht imago bezorgd op het gebied van tewerkstelling, waardoor het aantal jongeren die een bouwopleiding volgden en volgen sterk is afgenomen.

Luk Geeroms roept alle collega-aannemers op om zich niet te laten verleiden tot een opbod in aanwervingen en om geen personeel bij collega’s te trachten weg te kopen. Dit is niet alleen deloyaal, maar wreekt zich ook vroeg of laat voor de werkgever en de werknemer in kwestie. Aannemers moeten in de eerste plaats naar de toekomst kijken en mensen opleiden.

“Text Box: Hoe de gemeentelijke werkzaamheden na de verkiezingen volgend jaar zullen evolueren, is ook voor hem andermaal koffiedik kijken.Op het niveau van het Vlaamse Gewest vallen de vroegere middelen voor gevaarlijke punten (de FFEU-kredieten) stilaan weg. Daarnaast zullen de beschikbaarheidsvergoedingen van pps-projecten het reguliere budget steeds meer belasten. Om de netto capaciteit voor wegeninvesteringen te behouden is het daarom absoluut noodzakelijk dat de beloofde schijf van 100 miljoen €, komende van de opbrengsten van de kilometerheffing, aan de wegensector wordt toegewezen”, stelt hij.

Langetermijnvisie

Hoe de gemeentelijke werkzaamheden na de verkiezingen volgend jaar zullen evolueren, is ook voor hem andermaal koffiedik kijken. “We durven erop rekenen dat de inzichten van de burgervaders zich moderniseren en dat er stilaan een langetermijnvisie met een uitvlakking van de investeringscycli komt. Ook de rioleringsopdrachten van de rioolbeheerders zijn immers dikwijls gekoppeld aan en dus afhankelijk van het aandeel van de gemeenten”, weet de Brabantse BFAW-voorzitter.

Eenmaal de vertragingen door de omgevingsvergunning zijn weggewerkt, zal Aquafin volgens hem de komende jaren zijn gelijkblijvende jaarlijkse aanbestedingsvolume realiseren. En wellicht zullen de volgende jaren grote projecten zoals de Oosterweel, de werkzaamheden aan de Brusselse ring en het meerjareninvesteringsprogramma voor Brusselse tunnels helpen om de infrastructuurmarkt te stabiliseren. Deze uitgaven worden immers buiten de jaarbegrotingen gehouden. Luk Geeroms pleit voor een evenwichtige en regelmatige marktsituatie waar bij een voldoende en gediversifieerd aanbod aan werk zowel kleinere als grotere wegenbouwbedrijven hun deel van de koek kunnen krijgen.

“In Wallonië treedt het fameuze “décret impétrant” (nutsdecreet), gestemd in 2009 ten gevolge van de ramp in Gellingen, op 1 april 2018 eindelijk in werking. Hierdoor verwachten we een sterkere toepassing door de ontwerpers van de code van goede praktijk ter voorkoming van schade aan ondergrondse installaties: het document A-5 van Qualiroutes”, weet Luk Geeroms.

Dit decreet maakt echter geen einde aan de inspanningen die Wallonië nog moet leveren inzake ondergrondse kabels en buizen. Er moet nog een echte interactieve kaart van deze netwerken worden opgesteld, die in Vlaanderen al bestaat. De Waalse politiek moet opnieuw een dynamiek creëren om in 2018 over een gelijkaardige tool voor ontwerpers en ondernemingen te kunnen beschikken.

“We blijven optimistisch en gemotiveerd tegenover de twee uitdagingen voor onze sector: voldoende gekwalificeerde vakmensen vinden, vormen en behouden in onze sector en inzake technologieën de steeds toenemende digitalisering in onze ondernemingen toepassen”, stelt de nieuwe voorzitter van de BFAW-Brabant. Hij bedankt tevens de opdrachtgevers met wie zijn sector overlegt en de technische partners en verwante organisaties voor hun hechte en positieve samenwerking.

Eli Desmedt, federaal secretaris van BFAW, drukt op vraag van de raad van bestuur van de Afdeling Brabantse Wegenbouwers zijn waardering uit voor het engagement en voorzitterschap van Herman Dekempeneer van deze federatie gedurende meer dan twintig jaar. “Al die jaren was u ook de grote bezieler van dit jaarlijkse feest. Als voorzitter is door uw toedoen deze unitaire Brabantse vereniging voortgezet en was dit feest telkens opnieuw een gelegenheid om de partners uit de drie gewesten samen te brengen. Hierbij werd weleens over het ‘Banket van Herman’ gesproken. Dat u dat ook zo heeft doorgezet, daarachter zie ik de aannemer met bovendien een groot engagement voor de beroepsorganisatie, en ook de sterke mens die het belangrijk vindt om collega’s en partners op informele gelegenheden te ontmoeten”, looft hij.

Rekenmachine

In 1975 stichtte Herman samen met Ferdinand en Wilfried de familiale onderneming Dekempeneer HFW, die doorgroeide tot een veelzijdig wegenbouwbedrijf en een begrip in de ruime Brusselse regio. “Jullie sterkte als broers was dat jullie heel complementair waren. Uzelf rekende de aanbestedingen uit en volgde de werven, Wilfried deed meer de uitvoering en Ferdinand behartigde de breekactiviteiten; kortom, eenieder had zijn specialisatie. ‘s Avonds werden de dossiers behandeld en ging de rekenmachine met rol de auto in om nog laat voort te werken tot de vrouw zei dat ze er de vlam ging aan steken”, gniffelt hij.

Uit een navraag bij opdrachtgevers en administraties waarvoor Herman Dekempeneer vroeger gewerkt heeft, onthoudt Eli Desmedt dat die “een voorloper was van het overleg” zoals dat vandaag gestructureerd bestaat tussen aannemers via de federatie en de overheid in werkgroepen. “Door in projecten en op bouwwerven aan te geven dat iets niet kon uitgevoerd worden zoals het in het bestek stond, stelde u toen al sommige voorschriften van het bestek of het ontwerp in vraag. In die tijd was het nog eenzijdig “het bestek is het bestek” en blijkbaar reageerde u daar al op met heel veel visie en argumentatie vanuit de praktijk, maar steeds diplomatisch en nooit agressief. Zo heeft u in een dossier eens gepleit voor een bijkomende parking voor handelaars en werd het ontwerp uiteindelijk aangepast”, herinnert de federaal secretaris van BFAW zich.

Voor Herman moest het allemaal vooruitgaan en dienden eventuele problemen opgelost te worden. “Aannemers waarderen de grote collegialiteit van deze correcte concurrent. Het was dan ook een geschenk uit de hemel dat wij jarenlang konden rekenen op die gedrevenheid en diezelfde inzet als mandataris in onze federatie en als vertegenwoordiger van de wegenbouwers in de nationale en Vlaamse Confederatie Bouw en in verwante organisaties zoals het OCW, Copro en de Borgstellingskas. In uw eigen, gekende stijl hebt u in uw speeches de vorige jaren op dit podium het wel en wee van onze sector en van ons beroep verwoord. Maar elk jaar opnieuw moest worden opgenomen dat “we fier moeten zijn op het werk dat we maken”. Met evenveel fierheid willen wij u bedanken en eren voor uw lange voorzitterschap en u uit naam van de afdeling Brabant een cadeaubon van een wijnhandel aanbieden”, besluit hij.

De Waalse minister van Lokale Besturen, Huisvesting, Steden en Sportinfrastructuur Valérie De Bue stipt aan dat ze een budget van meer dan 2 miljard € mag beheren op een totaalbudget van iets meer dan 13,5 miljard € in 2018. Daarvan is een gedeelte bestemd voor de bouwsector, vooral voor wegenwerken. Door haar bevoegdheid voor het stedenbeleid beschikt ze over een jaarlijks budget van ongeveer 9 miljoen € voor stadsrenovatie.

Renovatie van zwembaden

“Inzake sportinfrastructuur wordt in 2018 meer dan 30 miljoen € geïnvesteerd in klassieke infrastructuurprogramma’s terwijl 110 miljoen € extra zeer binnenkort zal worden besteed aan de renovatie van Waalse zwembaden en de bouw van nieuwe infrastructuur. De huisvestingssector alleen vertegenwoordigt een budget van meer dan 340 miljoen €. Deze drie sectoren hebben essentieel betrekking op bouwwerkzaamheden, maar ook omgevingswerken, parkings, gemeenschapsvoorzieningen en openbare ruimtes. Het belangrijkste domein voor aannemers van wegenwerken waarvoor ik bevoegd ben, is uiteraard dat van de gesubsidieerde werkzaamheden waarvoor een bedrag van 46,5 miljoen  wordt toegewezen aan het Regionaal Fonds voor gemeentelijke investeringen. Het decreet van 6 februari 2014 voor de oprichting van dit Fonds voorziet een trekkingsrecht voor de aanleg van bepaalde gemeentelijke infrastructuur. Zo stelt het de 253 Waalse gemeenten in staat om te investeren en vooral de wegen te verbeteren, inclusief de riolering die wordt gefinancierd door de SPGE (Société Publique de Gestion de l’Eau)”, stelt ze.

Dit trekkingsrecht wordt georganiseerd voor de duur van een gemeentelijke ambtstermijn. Het jaarlijkse gewestelijke bedrag, vastgelegd bij decreet, voor de periode 2013-2016 bedraagt 45 miljoen €. Het gemeentelijke deel moet minstens gelijk zijn aan de gewestelijke dotatie, waardoor het subsidiepercentage tot 50% wordt verhoogd.

“Dit subsidiepercentage van 50% is minder dan voordien en het decreet voorziet anderszins een gesloten envelop. Dit betekent misschien een rem voor bepaalde gemeenten en we zullen die hypothese moeten onderzoeken. De gewestelijke en gemeentelijke financieringen laten dus toe om minstens 540 miljoen € te investeren tijdens een legislatuur terwijl de huidige wetgeving twee programmeringsperiodes voorziet voor de verdeling van dit bedrag: de eerste op vier jaar en de tweede op twee jaar”, licht de minister toe.

De eerste programmering 2013-2016 is eind 2016 beëindigd en de regionale administratie heeft hiervan een eerste evaluatie gemaakt. Dit evaluatierapport kon onlangs worden gepresenteerd aan de werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de stakeholders waaronder de bouwsector en de UVCW (Union des Villes et Communes de Wallonie). De definitieve versie van de tekst met de opmerkingen van de vermelde werkgroep zal worden voorgesteld aan het parlement.

Text Box: De gemeenten moeten de investeringen plannen tijdens de duur van een legislatuur.“De eerste bevindingen die bij de lezing van deze analyse naar voor kwamen, tonen aan dat de projecten voor de programmering 2013-2016 te laat werden geïntroduceerd. Meer dan 50% van de dossiers werden zo het jongste jaar door de gemeenten overgedragen aan de SPW (Service Public de Wallonie) en hebben vooral geleid tot werkoverlast bij de verschillende actoren, problemen om de projecten in 2017 uit te voeren en uiteindelijk een prijsverhoging. Ik besef ten volle dat deze slechte verdeling van dossiers indertijd moeilijk te beheren valt  voor studiebureaus, de bouwsector en de administraties. Anderszins beseffen we dat de huidige procedure zeker voor de Waalse administratie te ingewikkeld is om uit te voeren en dat we ze moeten trachten te vereenvoudigen. Deze eerste programmering van vier jaar zal echter toegelaten hebben om investeringen voor een budget van meer dan 460 miljoen € te concretiseren met een Waals budget van 180 miljoen. Dit bedrag zal voor 90% gebruikt geweest zijn voor investeringen m.b.t. werken aan gemeentewegen”, deelt Valérie De Bue mee.

Aanbevelingen

Bij de lezing van de bevindingen van deze evaluatie kunnen volgens haar in deze fase reeds aanbevelingen worden gedaan om de aanwending van deze belangrijke bedragen in de toekomst te optimaliseren. “De gemeenten moeten de investeringen plannen tijdens de duur van een legislatuur. Ze moeten vanaf het begin van de legislatuur alle projecten kunnen voorzien die moeten gerealiseerd worden gedurende zes jaar en ze vervolgens prioriteit kunnen geven in functie van de noden, de moeilijkheden, de uitvoeringsmogelijkheden, de kansen en de beperkingen. Het is ook noodzakelijk om de projecten beter in de tijd te verdelen. Het Waalse Gewest zal de gemeenten moeten aansporen om de verschillende stadia van deze investeringen te programmeren: de uitwerking van studies, de toewijzingen en de uitvoering van bouwplaatsen. Het is van kapitaal belang om een betere planning van de gerealiseerde werkzaamheden toe te staan in het huidige kader. Daarnaast moet het Waalse Gewest de gemeentelijke administraties uitnodigen om een programmering uit te werken met een maximaal gebruik van de envelop: het investeringsplan moet de 150% van de toegewezen envelop zo dicht mogelijk benaderen om de onvervulde budgetten te beperken. En tot slot wil ik met het oog op de doeltreffendheid vanzelfsprekend de huidige procedure vereenvoudigen, vooral voor de herverdeling van dit onvervulde deel, evenals voor de afsluiting en de controle van subsidies”, signaleert de Waalse minister.

Ze deelt mee dat dit onvervulde budget op de programmering 2013-2016 dit jaar zal worden herverdeeld onder de gemeenten die 100% van hun dossiers konden voltooien, volgens de modaliteiten voorzien door het decreet. Dit vertegenwoordigt 9% van de envelop van het PIC (Plan d’Investissement Communal) 2013-2016 of een beetje meer dan 16 miljoen € die de envelop 2017-2018 zal vervolledigen, en die het gewestelijke budget zo op 109 miljoen € zal brengen voor deze periode.

“Er is dus al een hervormingsproject voorzien om de tekortkomingen van het bestaande systeem te verhelpen. Op basis van het evaluatierapport in 2017 en rekening houdend met de opmerkingen van alle stakeholders zal in 2018 met een wijziging van het decreet van 6 februari 2014 worden gestart, zodat de nieuwe teksten vanaf 2019 kunnen worden uitgevoerd. In het kader van dit hervormingsproject houd ik eraan om alle belanghebbenden te betrekken opdat het decreet vanaf de nieuwe programmering kan beantwoorden aan iedereens verwachtingen”, oppert minister De Bue.

Deze gesubsidieerde investeringen hebben volgens haar een belangrijke impact op de Waalse economie. Ze belangen immers niet alleen de ondernemingen aan, maar ook de leveranciers en de studie- en controlebureaus.

“De bouwwereld vormt een grote familie waar openbare mandatarissen, technici, ondernemers, studiebureaus en ambtenaren elk met hun expertise en competentie moeten bijdragen tot de concretisering van kwalitatieve projecten voor alle burgers. De faciliteiten moeten beantwoorden aan de verwachtingen en behoeften van alle gebruikers van de openbare ruimte en de ontwikkeling van tal van functies in steden en dorpen mogelijk maken. De realisatie van kwalitatieve infrastructuur is belangrijk om het bestaande patrimonium te onderhouden, onze leefomgeving te behouden en vooral de bewoners en gebruikers een aangenaam en veilig levenskader aan te bieden. Het is dan ook onze politieke verantwoordelijkheid om de middelen die ons worden gegeven zo efficiënt mogelijk aan te wenden”, besluit de minister.
 

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

FEBE bekroont duurzaamheid, functionaliteit en esthetiek

FEBE bekroont duurzaamheid, functionaliteit en esthetiek

Vorige week vond de zevende editie van de uitreiking van de FEBE Elements Awards plaats in de Versluys Arena in Oostende. Meer dan 200 gasten woonden de uitreiking van de Awards van de Federatie van de Betonindustrie bij, in aanwezigheid van[…]

‘Er moet meer geknuffeld worden op de bouwwerf’

‘Er moet meer geknuffeld worden op de bouwwerf’

Bouwunie eert 15 bedrijven tijdens Dag van de Ondernemer

Bouwunie eert 15 bedrijven tijdens Dag van de Ondernemer

Confederatie Bouw Limburg publiceert boek over Lean bouwen

Confederatie Bouw Limburg publiceert boek over Lean bouwen

Meer artikels