Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Veel meten, maar nog te weinig gericht weten

Gerelateerde onderwerpen :

Veel meten, maar nog te weinig gericht weten

Afgaande op de informatie van de producenten is elk bouwmateriaal wel milieuvriendelijk onder een bepaald aspect. Milieugroeperingen pogen het kaf van het koren te scheiden door zelf lijsten op te maken van ecologische bouwproducten, maar ook daar worden die producten dan bekeken door een specifieke bril. Brengt de wetenschap uitsluitsel' Levenscyclusanalyse (LCA) is een berekeningsmethode om de milieu-impact van een product 'van de wieg tot het graf' in cijfers uit te drukken. En op die wetenschappelijke basis wil de overheid nu dat bouwmaterialenproducenten voortaan hun milieuboodschappen funderen. Zien we met deze milieuproductverklaringen of EPD's eindelijk het licht' Of is het wachten op de uitkomst van het nieuwe Europese 'ecological footprints'-initiatief' Meer dan honderd deelnemers aan de studiedag 'Milieuverantwoord bouwmateriaal' van Vibe op 12 december 2014 kwamen hun kennis op gebied van milieuverklaringen bijspijkeren.

Het kb van 22 mei 2014 'tot vaststelling van de minimumeisen voor het aanbrengen van milieuboodschappen op bouwproducten' wil inderdaad orde op zaken in de milieuclaims van bouwmateriaalproducenten en hun marketingdiensten. Dat een product een 'lage koolstofvoetafdruk' heeft, zegt niets over de duurzaamheid van zijn grondstofwinning en ook een '100% natuur'-product heeft een milieu-impact. Hoe duurzaam moet een product zijn dat zich 'duurzaam' noemt' Dieter De Lathauwer (Fod Leefmilieu) had aan enkele voorbeelden genoeg om zijn punt te maken. Vanaf januari moeten dergelijke kreten van de productverpakking zijn verdwenen. Milieuclaims moeten conform NBN EN ISO14021 verwoord worden en producenten moeten de LCA-resultaten van hun product communiceren in een EPD volgens NBN EN15804. Die LCA-resultaten moeten onafhankelijk gecontroleerd zijn en doorgespeeld worden naar de federale databank die ze publiek ter beschikking houdt. De overheid kiest voor LCA omdat dit instrument vele milieu-impactcategorieën bestrijkt over de gehele levenscyclus van het product. Daardoor wordt vermeden dat sommige fases (zoals transport) buiten beschouwing worden gelaten ('burden shift'). De Belgische overheid heeft overigens meer milieu-impactcategorieën opgenomen dan de Europese norm voorschrijft.

Maar EPD's zijn niet bedoeld om producten op zich te beoordelen of om ze onderling te vergelijken. EPD's leveren data aan om de milieu-impact van bouwdelen of gebouwen te berekenen volgens dezelfde uitgangspunten. EPD's zijn een werkinstrument voor professionals. Uit het LCA-tim-onderzoeksproject van de fod Leefmilieu over isolatie in buitenmuren vorig jaar (zie Bouwkroniek nr. 18, p. 49-50) blijkt hoe complex de beoordeling kan zijn. Niet alleen komen grote verschillen voor tussen isolatieproducten van hetzelfde type naargelang de fabrikant. Ook de manier waarop een isolatieproduct wordt ingebouwd in de constructie kan een weerslag hebben op de milieu-impact en dus kan een isolatieproduct maar beoordeeld worden in de wandopbouw.

Federale databank gebruiksvriendelijk in maart. Momenteel test de overheid de federale databank intern en het is de bedoeling dat de web-applicatie beschikbaar komt op 1 maart. De databank staat ook open voor buitenlandse EPD's. In onze buurlanden worden eveneens zulke databanken opgezet. Elk land heeft echter zo zijn eigen regels voor de opstelling van een EPD, waardoor EPD's vooralsnog niet vergelijkbaar zijn. Ze hanteren niet precies dezelfde milieu-impactcategorieën, ze bestrijken de levenscyclus niet altijd in zijn geheel (bv.: cradle to gate ) of hun rekenregels zijn niet dezelfde.

Ovam

Vanuit Ovam wordt een initiatief ontwikkeld dat diepgaandere oplossingen kan brengen dan op het end-of-pipe niveau waar de instelling eigenlijk op de grenzen van haar werking is gestoten. Er is meer te bereiken door de materiaalkeuze van fabrikanten en verbruikers te sturen. Daarbij gaat het dan om zaken als grondstofwinning en -verwerking en hoe de materialen in gesloten kringloop te brengen.

Om bouwheren en voorschrijvers op dit vlak een richtsnoer te geven wil Ovam de milieu-impact van gebouw(element)en modelleren. Roos Servaes deed de ins en outs van dit op de LCA-methodologie gebaseerde MMG-model (Milieugerelateerde Materiaalimpact van Gebouw­elementen) uit de doeken. Ook hierbij valt op dat veel meer milieu-indicatoren worden meegenomen dan in de Europese standaard (EN15804).

Ovam acht voor de Belgische situatie 11 indicatoren belangrijk en die komen onvoldoende aan bod in de CEN-indicatoren. Uiteindelijk wordt gerekend met een totaal van 18 individuele scores. Deze scores worden zoveel mogelijk gemonetariseerd (hun milieukost wordt uitgedrukt in euro) om tot een eengetalsscore te kunnen komen. Het langetermijnperspectief zou zijn dat de overheid met een M-peil voor gebouwen de maximaal toegelaten milieu-impact kan opleggen.

Het instrument moet nog verder verfijnd worden. Zo gebruikt Ovam momenteel generieke LCA-data, maar naarmate via de federale EPD-databank specifieke data beschikbaar komen, zal dit bij Ovam leiden tot preciezere scores. Van dit rekentool voor experten moet een gebruiksvriendelijke webtooltoepassing gemaakt worden. Die moet de architecten inzicht bieden in de milieu-impact van een gebouw en hen wijzen op de levenscyclusfasen van een materiaal die de grootste milieu-impact hebben. Dat moet hen aanzetten tot een bewustere materiaalkeuze. Bij de producenten van bouwmaterialen moet dit uiteindelijk leiden tot een meer milieugerichte productontwikkeling.

Eco Platform

Ondanks de Europese normen terzake bestaat nogal wat divergentie in opvattingen over de uitvoering van LCA's en opstelling van EPD's. Hierin langs officiële weg harmonisatie brengen is een traag proces. Daarnaast heeft de markt al verschillende beoordelingssystemen voor groen bouwen gegenereerd, maar die zijn op hun beurt regionaal of nationaal gekleurd. Daarom is vanuit de organisaties die EPD's kunnen afleveren (Program Operators) samen met de industrie het initiatief Eco Platform opgestart met de bedoeling te komen tot de opstelling van gelijkwaardige geverifieerde EPD's van hoge kwaliteit, die internationaal aanvaard worden.

Na een E-peil en een K-peil ook een M-peil' Els Van de Moortel (Vibe) gaf de stand van zaken van de werkzaamheden weer. Vertrokken is van de EN15084 om hierover tot een gemeenschappelijke interpretatie te komen. Er is tot nog toe internationaal overeenstemming over het aanvaarden van mekaars kern-EPD's. Die zijn beperkt tot de productiefase en handelen niet over transport, gebruiks- en afvalfase. Op het vlak van verificatie staat men al verder. Hier is de uniformisering met de publicatie van een Guidance paper een feit. Maar niet alle Program Operators hebben al een accreditatie om de verificatie te kunnen uitvoeren. Er is dus nog een eindweegs te gaan.

PEF

Ook de Europese Commissie is niet gelukkig met de wildgroei van milieulabels en milieubeoordelingssystemen, divergerende EPD's en databases. Met haar 'Environmental footprint'-initiatief, dat ook gedragen wordt door de verschillende directoraten, wil zij de markt van milieuverantwoorde producten tot eenheid te brengen door duidelijke, onderling vergelijkbare informatie over de milieuprestaties van producten en sectoren van de wieg tot het graf ter beschikking te stellen. Er zijn al regels opgesteld voor het ontwikkelen van 'ecologische voetafdrukken' (PEF) voor specifieke productgroepen, met regels voor benchmarking en performantieniveaus om onderlinge vergelijking mogelijk te maken. Dat gebeurt in het kader van pilootstudies voor 27 productgroepen, waaronder 5 bouwgerelateerde: thermische isolatie, metalen dakbedekking, leidingen voor sanitair water, fotovoltaïsche panelen en verven. Wereldwijd zijn hierbij 777 bedrijven en organisaties betrokken.

Anders dan de in EN15084 vastgelegde regels voor EPD's, wordt voor PEF's verplicht uitgegaan van een 'van wieg tot graf'-benadering. Er zijn nog andere verschillen zoals het aantal milieu-impactcategorieën (7 tg. 14). Maar Carolin Spirinckx (Vito) stelt dat op basis van de voorlopige analyse van een aantal bestaande EPD's opgesteld in overeenstemming met de EN15804, het niet zo moeilijk moet zijn om de twee methodes af te stemmen op elkaar. De driejarige pilootfase waarmee de Commissie rekent, biedt de kans om samen te werken. Er werd reeds een informele werkgroep samengesteld van een aantal belangrijke actoren (CEN, CPE, vertegenwoordigers van de 5 bouwgerelateerde pilootprojecten) die de uitlijning van de twee methodes zal voorbereiden op basis van de lessen die geleerd werden uit de testprojecten.

Labels

In zijn slotwoord boog Peter Thoelen (Vibe) de thematiek om in de richting van de verbruiker. Het lijkt hem onwaarschijnlijk dat ooit een eenvormige beoordelingsmethode waarin iedereen zich kan vinden, uit de bus zal komen. Daarom vindt hij het realistischer zich blijvend op de hoogte te houden van de resultaten van de verschillende methodes en deze te vergelijken. Hij wil zeker de milieulabels niet afschrijven, omdat zij de consument op productniveau ecologisch houvast bieden en specifieke milieuprestaties zichtbaar maken. Labels vormen voor de bedrijven ook nog het enige overblijvende onderscheidingsmiddel. - PD

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Waregem schenkt CO2-meters aan scholen

Waregem schenkt CO2-meters aan scholen

De stad Waregem schenkt elk van z’n scholen twee CO2-meters. Zo kunnen leerkrachten en leerlingen de binnenluchtkwaliteit in de klassen goed volgen en weten ze wanneer er meer geventileerd moet worden. Het stadsbestuur koos voor deze actie[…]

17/09/2020 | MilieuScholen
Tweede projectoproep Proeftuinen Droogte

Tweede projectoproep Proeftuinen Droogte

De Watergroep investeert in slimme watervoorziening

De Watergroep investeert in slimme watervoorziening

Deme Offshore plaatst 94 windturbines in Nederland

Deme Offshore plaatst 94 windturbines in Nederland

Meer artikels