Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Uw prijs verantwoorden met offertes onderaannemers'

Gerelateerde onderwerpen :

Uw prijs verantwoorden met offertes onderaannemers'

Beslist een overheid een opdracht te plaatsen bij aanbesteding, dan moet die opdracht gegund worden aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende. De aanbestedende overheid moet de ingediende offertes in ieder geval aan een prijsonderzoek onderwerpen.

Een overheid stelde vast dat de eenheidsprijzen van één van de inschrijvers voor een drietal posten sterk afweek van de gemiddelde eenheidsprijzen en dat het ging om posten die een belangrijk aandeel in de totale inschrijvingsprijs vertegenwoordigden. In dat licht werd besloten om een prijsverantwoording te vragen.

De inschrijver beantwoordde die vraag, maar volgens de aanbestedende overheid te weinig gedetailleerd. De verantwoording werd dan ook niet aanvaard en de offerte werd geweerd. Ten onrechte meende de inschrijver en hij stapte naar de Raad van State.

Een van de argumenten was dat voor één van de drie posten voorheen in andere opdrachten voor diezelfde overheid een vergelijkbare prijs werd voorgesteld, zonder dat daar toen opmerkingen over gemaakt werden. Dat volstaat echter niet om erop te mogen vertrouwen dat de overheid daar bij een nieuwe opdracht toch niet over kan vallen. Het komt er m.a.w. op aan om in een dergelijk geval concreet een verklaring te kunnen geven voor de schijnbaar abnormaal lage prijs.

Achteraf bleek dat de totale inschrijvingsprijzen van de gepasseerde en de gekozen inschrijver nauwelijks verschilden. De gepasseerde inschrijver mocht daar echter geen argument in zijn voordeel uit puren, zo oordeelde de Raad van State. Zelfs als de totaalprijs niet fel afwijkt van de door andere inschrijvers ingediende totaalprijzen mag de overheid het abnormale karakter van bepaalde eenheidsprijzen in vraag stellen. Komt daar geen afdoende verklaring voor, dan heeft de overheid een goede reden om de offerte te weren.

Tijdens de procedure voor de Raad van State verduidelijkte de gepasseerde inschrijver via zijn advocaat uitvoerig hoe de lage eenheidsprijzen perfect als 'normaal' konden worden verklaard: de nabijheid van één van de uitbatingszetels van de firma; de bijzondere samenstelling van de ploegen, e.d.

Dat bracht echter weinig zoden aan de dijk: heel die argumentatie stond immers niet met zoveel woorden en even duidelijk en in detail in de eerder aan de aanbestedende overheid overgemaakte prijsverantwoording en dat is wat telt.

Het komt er m.a.w. op aan om in de prijsverantwoording zelf voldoende duidelijk en concreet te maken tot welk prijsvoordeel bepaalde feiten of elementen aanleiding geven. Van een inschrijver mag verwacht worden dat hij in de prijsverantwoording gedetailleerd te werk gaat. Indien het lage karakter van een bepaalde eenheidsprijs bv. te maken heeft met de bijzondere samenstelling van een team, dan volstaat het niet om enkel het aantal teamleden in de verantwoording op te nemen.

Voorts had de gepasseerde inschrijver in zijn prijsverantwoording voor twee geviseerde posten telkens twee offertes van onderaannemers bijgevoegd en verklaarde zo dat hij telkens de meest voordelige offerte had ingecalculeerd. Dat bleek onvoldoende: een inschrijver kan zich ter verantwoording van zijn prijs niet beperken tot een verwijzing naar de prijs van een onderaannemer vermeerderd met een marge. Als een eenheidsprijs als 'abnormaal' in vraag wordt gesteld, moet hij ook de door zijn onderaannemer gehanteerde prijs verantwoorden. Aangezien dat niet gebeurd was, mocht de overheid de prijsverantwoording een 'onvoldoende' geven, zonder daar bij de beoordeling van de verantwoording verder in detail op in te gaan.

Daar waar de gepasseerde inschrijver verwezen had naar zijn uitgebreide ervaring, werd opgemerkt dat dit op zich onvoldoende is. Dat is immers te algemeen gesteld en als geen documentatie wordt bijgevoegd of m.a.w. geen of nauwelijks concrete gegevens om die stelling te staven, dan hoeft een overheid daar geen rekening mee te houden.

Logischerwijze zal een onderneming alleen inschrijven op overheidsopdrachten die binnen het maatschappelijk doel van de onderneming en haar technische bekwaamheid vallen. Of dat het geval is, wordt echter al beoordeeld in de selectiefase, zo merkte de Raad van State op. Het kan niet dienen om de onregelmatigverklaring van de offerte wegens niet afdoende verantwoorde 'abnormale prijzen' af te wenden (arrest van 16 september 2014).

Beoordelingsmethode gewijzigd tijdens gunningsprocedure'

Een inschrijver die naast een opdracht greep bekritiseerde de beslissing om de werken aan een concurrent te gunnen met de stelling dat de overheid haar beoordelingsmethode tijdens de gunningsprocedure zou hebben gewijzigd, wat ' indien dit effectief het geval is - onaanvaardbaar is.

De Raad van State merkt vooreerst op dat een aanbestedende overheid niet verplicht is om haar beoordelingsmethode vooraf te preciseren of bekend te maken.

In dit geval bleek het bestek echter wel een beoordelingsmethode voor te schrijven, maar bij het gunningscriterium in kwestie niet te specifiëren welke gegevens precies met die methode zouden beoordeeld worden. Uiteindelijk bleek de overheid dit te hebben gedaan aan de hand van 134 in het technisch gedeelte van het bestek vermelde eisen. De Raad van State oordeelde dat de inschrijver ten onrechte voorhield dat de beoordelingsmethode was gewijzigd, enkel bleek de methode een ander voorwerp te hebben gehad dan dat de inschrijver in kwestie verwacht had (arrest van 25 september 2014).

Twee overheden als opdrachtgever, eentje beslist om offerte te weren...

Een inschrijver meende dat zijn offerte foutief onregelmatig verklaard was en dus ten onrechte geweerd werd. Die beslissing werd immers genomen door één overheid, terwijl de openbare aanbesteding was uitgeschreven door twee overheden.

Het op die opdracht van toepassing zijnde artikel 19 van de wet van 24 december 1993 voorziet dat de gezamenlijke uitvoering van werken, levering of diensten voor rekening van verschillende aanbestedende overheden kan worden samengevoegd in één enkele opdracht.

Het is daarbij echter niet vereist dat de betrokken overheden aan de inschrijvers kenbaar maken dat het om een samengevoegde opdracht gaat. Het volstond dus dat in het bestek één van de overheden uitdrukkelijk als aanbestedende overheid was aangewezen en de overheden onderling hieromtrent een overeenkomst hadden bereikt om die ene overheid alleen over de onregelmatigverklaring van de ingediende offerte en over de gunning aan een andere inschrijver te laten beslissen (arrest van 25 september 2014).

Opgemerkt kan worden dat de huidige regelgeving rond samengevoegde opdrachten op een aantal punten gewijzigd en versoepeld is. De principes van het hierboven besproken arrest blijven evenwel gelden voor de nieuwe wetgeving terzake.

Correcte prijsverantwoording van eenheidsprijzen én totaalprijs'

De offerte van een inschrijver werd onregelmatig verklaard wegens abnormale prijzen, zowel wat bepaalde posten en eenheidsprijzen betrof, als wat de totaalprijs betrof. De betrokken inschrijver meende dat dit ten onrechte gebeurd was en verwees daarvoor naar de ingediende prijsverantwoording.

Die prijsverantwoording werd echter zwaar op de korrel genomen. Wat de totaalprijs betrof, werd vooreerst vastgesteld dat de vier aangehaalde elementen geen prijsverantwoording vormden nu ze nietszeggend, vaag, algemeen en/of inhoudsloos waren.

De inschrijver betoogde daarop nog dat zijn prijsverantwoording van de als 'abnormaal laag' in vraag gestelde eenheidsprijzen voor een hele reeks posten, meteen ook het normaal karakter van de totaalprijs verantwoordde. Die visie werd echter niet gevolgd. Als er om een prijsverantwoording van de totaalprijs gevraagd wordt, dan volstaat het niet om aan de hand van een soort prijscalculatie in detail de verschillende kostprijselementen en hun impact op de totaalprijs in kaart te brengen. Om van een verantwoording te kunnen spreken, moeten immers feitelijke elementen aangereikt worden die heel concreet verklaren waarom de ' als abnormaal laag in vraag gestelde ' totaalprijs wel degelijk realistisch is en een goede uitvoering van de werken niet onmogelijk maakt. Een verdere uitsplitsing van de in de offerte gehanteerde eenheidsprijzen volstaat daarvoor niet.

Een 'correcte' verantwoording kan bv. verband houden met:

de doelmatigheid van het bouw- of productieproces of van de dienstverlening;

het bijzondere karakter van de gekozen technische oplossing(en) of uitzonderlijke omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de opdracht;

de originaliteit van de aangeboden werken, producten of diensten;

een specifieke financiering of subsidiëring waarop de inschrijver kan rekenen, e.d. (arrest van 25 september 2014).

In de mate dat een prijsverantwoording gevraagd wordt voor bepaalde eenheidsprijzen, moet een inschrijver uiteraard zo'n verantwoording geven voor de in vraag gestelde eenheidsprijzen. Wordt daarnaast ook de totaalprijs als 'abnormaal' in vraag gesteld, dan gaat een inschrijver er het best niet vanuit dat ' in zoverre hij de lage eenheidsprijzen kan verklaren ' daaruit automatisch voortvloeit dat ook de lage totaalprijs verklaard is.

Veiligheidshalve worden ook met betrekking tot die totaalprijs alle of minstens de belangrijkste factoren op een rij gezet die de lage totaalprijs verklaren. Veelal zal die verantwoording van de totaalprijs geheel of grotendeels overlappen met de verantwoording van bepaalde 'lage' eenheidsprijzen, maar beter dat dan achteraf de offerte onregelmatig verklaard te zien wegens een onvoldoende verantwoorde totaalprijs bij gebrek aan concrete motivering.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij levering stortklaar beton

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij levering stortklaar beton

De wetgever maakt komaf met het welles-nietes-spelletje m.b.t. het laten leveren van stortklaar beton. Vanaf 1 april gelden hiervoor altijd de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid, meldt Bouwunie. Voortaan valt elke levering van[…]

05/04/2019 | Ondernemingen
Nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen

Nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen

Bouwunie, Nelectra en Unizo naar Grondwettelijk Hof tegen bijkluswet

Bouwunie, Nelectra en Unizo naar Grondwettelijk Hof tegen bijkluswet

Bevraging inschrijver voortaan verplicht

Bevraging inschrijver voortaan verplicht

Meer artikels