Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Steden en gemeenten hebben budget onder controle

Gerelateerde onderwerpen :

Steden en gemeenten hebben budget onder controle

Het budget van de meeste steden en gemeenten is dit jaar financieel in evenwicht en de exploitatie-uitgaven worden onder controle gehouden. Voor de Vlaamse lokale besturen stijgen die globaal genomen met slechts 0,9%. De investeringen komen weer op gang. Op basis van de budgetten 2016 verwacht ongeveer 80% van de gemeenten dit jaar af te sluiten met een positieve autofinancieringsmarge (afm). Vorig jaar was dat slechts 64%. De autofinancieringsmarge geeft aan welke budgettaire ruimte er is nadat de gewone werkingsmiddelen worden verminderd met de leningslasten. Met deze buffer kunnen gemeenten extra investeringen doen of eventuele schokken opvangen. Dat staat in de jongste studie van Belfius over de lokale financiën.

Met deze traditionele studie over de financiën van de lokale besturen heeft Belfius Bank opnieuw de schijnwerpers gericht op de meest recente ontwikkelingen (de begrotingen van 2016) in de drie gewesten van het land. Om een volledig beeld van de lokale besturen te geven, slaat deze studie niet alleen op de gemeenten, maar ook op de provincies, de OCMW's, de politiezones en voor het eerst ook op de hulpverleningszones. Die laatste werden opgericht in het kader van de hervorming van de brandweerdiensten en zijn allemaal volledig operationeel sinds 2016. Ongeveer 40% van de investeringen van de openbare sector gebeurt door dit lokale bestuursniveau, dat dus een belangrijke motor is van de Belgische economie.

Budget

In 2016 presenteren de lokale besturen samen een budget van 33,9 miljard € of 3.029 € per inwoner. De begroting behoudt een positief saldo: voor de Waalse gemeenten een saldo van 321 miljoen ' voor het algemene totaal, voor de Brusselse gemeenten een overschot van 106 miljoen ' en 276 miljoen € aan autofinancieringsmarge voor de Vlaamse gemeenten. Aan de kant van de uitgaven blijven de exploitatie-uitgaven onder controle, met enkele lichte verschillen tussen de gewesten. Het gaat in totaal om 27,4 miljard € en dit budget omvat onder meer de grote personeelsuitgaven en het pensioenvraagstuk.

De personeelsuitgaven vormen de belangrijkste factor die ertoe bijdraagt om het budget van de steden en gemeenten onder controle te houden. Deze uitgaven stijgen zeer beperkt. De personeelsinkrimping doet zich vooral voor in Vlaanderen (- 4,5%) en in iets minder sterke mate in Wallonië (- 0,6%). De Brusselse lokale besturen laten daarentegen een stijging van het personeelsbestand optekenen met 2,5%, hoofdzakelijk als gevolg van de forse demografische aangroei, de grotere vraag naar sociale bijstand (OCMW's) en de invulling van het kader in de politiezones.

Belfius geeft wel aan dat de lokale besturen geconfronteerd blijven met enkele grote uitdagingen: de vergrijzing, de toenemende kosten voor sociale bijstand en veiligheid en de blijvende inspanningen die de Belgische overheden moeten leveren voor het budgettaire stabiliteitspact. Ook zal de federale taxshift een flinke hap nemen uit de ontvangsten die gemeenten halen uit de aanvullende personenbelasting. Belfius verwacht dat deze minderontvangsten voor de gemeenten slechts beperkt zullen worden gecompenseerd door de extra werkgelegenheid die daarmee wordt gecreëerd.

Evenwicht

Wat de ontvangsten betreft wordt een bescheiden toename vastgesteld. De exploitatie-ontvangsten bedragen 28,6 miljard ', waarin de toelagen en subsidies van andere bestuursniveaus zwaar doorwegen (51%). De fiscaliteit van gemeenten en provincies weegt door met 10 miljard ' en de belastingvoeten werden nauwelijks aangepast. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de lokale besturen er met een waaier aan maatregelen maar met behoud van de ambitie om te investeren, in geslaagd zijn om een begroting in evenwicht voor te leggen.

De exploitatie-uitgaven komen uit op 27,4 miljard € (of 81%), terwijl de investeringsuitgaven becijferd worden op 6,6 miljard € (19%). In tegenstelling tot de voorbije jaren is het volume van de investeringsprojecten, dat in bepaalde regio's historisch laag lag, nationaal toegenomen met 8,7%. Bij de lokale besturen nemen de gemeenten 61% van de totale uitgaven voor hun rekening, tegenover 21% voor de OCMW's, 9% voor de politiezones, 6% voor de provincies en 2% voor de hulpverleningszones. Wat de investeringen betreft, is het overwicht van de gemeenten nog meer uitgesproken, aangezien zij op zich verantwoordelijk zijn voor 78% van de investeringsuitgaven van de lokale sector. Op regionaal vlak vertegenwoordigen de Vlaamse lokale besturen 53% van totale lokale uitgaven, tegenover 34% voor Wallonië en 14% voor het Brusselse Gewest.

Investeringen

Net zoals in vele Europese landen zijn de lokale besturen de belangrijkste investeerders in de overheidssector. Volgens cijfers van de nationale rekeningen vertegenwoordigen de investeringen van de lokale sector bijna 40% van de bruto-investeringen in vaste activa van de overheid. In vergelijking met de exploitatie-uitgaven schommelen de investeringsuitgaven veel sterker van jaar tot jaar. Naast een cyclisch effect dat te maken heeft met de gemeentelijke bestuursperiode zijn de investeringsprojecten van de lokale besturen zeer gevoelig voor het economische klimaat, de demografische evolutie en de beschikbare budgettaire marge. Enige nuance is hier op haar plaats: de evolutie van de geplande investeringsramingen in het budget kent een relatief lage realisatiegraad (tussen 50 en 60%).

De dynamiek van de gemeentelijke investeringsprojecten verschilt naargelang de regio. De investeringsuitgaven voorzien in het budget van 2016 bedragen globaal genomen 6,6 miljard € (+ 8,7%), met onderling een groot verschil in groeiritme tussen de gewesten. Die groei wordt hoofdzakelijk gedragen door de gemeenten (+ 10,5%) die op zich al meer dan 75% vertegenwoordigen van het investeringsvolume van alle lokale besturen samen. Hierin zijn de cijfers van autonome gemeente- en provinciebedrijven niet meegerekend en die nemen steeds meer lokale investeringen voor hun rekening.

In Vlaanderen blijven de investeringsramingen in 2016 op hetzelfde niveau van 3,5 miljard € als in 2015. Die evolutie moet worden genuanceerd binnen het kader van het meerjarenplan 2014-2019 dat voor het eerst werd opgesteld in het kader van de beleids-en beheerscyclus (bbc). De investeringspiek die het meerjarenplan 2014-2019 aanvankelijk voorzag, bleek om allerlei redenen een overraming te zijn. Hij wees eerder op de intentie van de lokale sector om tijdens die bestuursperiode een zeker volume aan investeringsplannen op de beleidsagenda te zetten.

Het budget 2016 bevestigt dat het investeringsvolume over de resterende jaren van de bestuursperiode wordt gespreid. Vooral in Wallonië zijn de investeringsprojecten van de gemeenten volgens het budget 2016 vrij spectaculair gestegen (+ 25%). Daar werd al een eerste opleving van 9,5% vastgesteld in 2015, maar die toename volgde eigenlijk na twee opeenvolgende dalingen van meer dan 15% in 2013 en 2014. Wat we nu zien, is dan ook eerder een terugkeer naar een normale situatie dan een echte piek in de investeringsprojecten.

 

In Vlaanderen blijven de investeringsramingen op hetzelfde niveau van 2015.

 

In het Brusselse Gewest stellen we eveneens een toename vast van de gemeentelijke investeringen (+ 7%) en vooral bij de OCMW's (+ 30%). Die evolutie ligt in het verlengde van de reeds geleverde investeringsinspanning, die, in tegenstelling tot voor de andere twee regio's niet was afgenomen in het begin van de gemeentelijke bestuursperiode. Gelet op de uitzonderlijk forse demografische ontwikkeling van de voorbije jaren hebben de lokale besturen met de steun van het Gewest het hoofd moeten bieden aan een dringende vraag naar openbare infrastructuur.

 

Autofinancieringsmarge

Het structurele evenwichtscriterium van de autofinancieringsmarge (afm) gaat na in hoeverre de exploitatieontvangsten duurzaam de uitgaven voor leningen dekken (interest en aflossingen). Alle gemeenten voorzien dat ze na afloop van het meerjarenplan, zoals verplicht, in evenwicht zullen zijn, met een afm van nul of meer.

Meer dan vier gemeenten op vijf hebben in 2016 hiervoor al voldoende financieel draagvlak en beantwoorden dus aan dit evenwichtscriterium.

In 2016 verdubbelt de autofinancieringsmarge ten opzichte van wat voorzien was. Dit extra financiële draagvlak van 276 miljoen ' kan worden besteed aan investeringen.

De marge vormt zo een financiële buffer die in 2016 nog toeneemt door een hogere raming van belastingontvangsten. Voor OCMW's geldt nog een extra voorwaarde: de som van de autofinancieringsmarge over de jaren van het meerjarenplan moet minstens nul of positief zijn. In 2016 geven twee OCMW's op drie een positieve afm te zien. De totale marge is kleiner dan voor de gemeenten en bedraagt 2,5 miljoen €.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Lokale besturen krijgen meer geld

Lokale besturen krijgen meer geld

De Vlaamse regering houdt niet alleen vast aan de groei van het Gemeentefonds met 3,5% per jaar, het nieuwe regeerakkoord voorziet ook in extra middelen voor de pensioenen en voor de financiering van open ruimte. Volgens de Vereniging van[…]

Vlaamse ministers leggen eed af

Vlaamse ministers leggen eed af

Overheid investeert in dronebeheerder Unifly

Overheid investeert in dronebeheerder Unifly

Sloop- en heropbouwkorting vlotter aanvragen

Sloop- en heropbouwkorting vlotter aanvragen

Meer artikels