Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Stationsplein Brugge krijgt facelift

Stationsplein Brugge krijgt facelift

© PDC

Duurzame infrastructuur voor Brugse bussen en taxi’s

Het uitgestrekte plein dat het Brugse station scheidt van de binnenstad kreeg een opmerkelijke facelift. Uit de wedstrijd die De Lijn organiseerde voor de herinrichting van het Stationsplein kwam het consortium Technum-URA als winnaar uit de bus. De circulatieruimte voor bussen en taxi’s werd aanzienlijk uitgebreid en de bijbehorende openbare infrastructuur werd volledig gemoderniseerd.

Om het drukke bus- en taxiverkeer op een veiligere en reizigersvriendelijke manier te laten verlopen, was de voorziene ruimte aan het Stationsplein ontoereikend geworden. Uit de wedstrijd die De Lijn organiseerde voor de heraanleg van dit plein werd het ontwerp van het consortium Technum-URA, respectievelijk het studiebureau van Tractebel en een Brussels studie- en ontwerpbureau, gekozen. De firma Stadsbader uit Harelbeke was hoofdaannemer van dit project, waarmee een kostenplaatje van ongeveer de 4 miljoen € gemoeid is.

Pieter Moors (m.), projectleider bij Stadsbader, met (l.) collega Filip Sleeckx, werfleider Infrastructuur, en (r.) Wouter Agsteribbe, werfleider bouw, voor de nieuwe Lijnwinkel in opbouw. (foto PDC)

Stadsbussen vs. streekbussen

In overleg met de stad Brugge en De Lijn werd een nieuw verkeerscirculatieplan voor het plein uitgewerkt, waarbij eenrichtingsverkeer werd vooropgesteld: bussen rijden in één richting het plein op en weer af, taxi’s doen dit in de andere richting. Bovendien wordt de circulatie van de stadsbussen en de streekbussen op het plein zelf voortaan gesplitst. De vervoersmaatschappij was betrokken bij de studie van de verharding van de wegenis, de berekening van de verkeersafwikkeling, de mobiliteitsaspecten en de keuze van de openbare verlichting. Voor De Lijn waren de onderhoudsvriendelijkheid en de duurzaamheid van de nieuwe pleininrichting prioritair.

Werfzone meteen volledig vrij

Tijdens de bouwvakantie van 2016 werd gestart met het installeren van een tijdelijke Lijnwinkel, een tijdelijke zoenzone en tijdelijke stopplaatsen voor de bussen en de taxi’s. Na de zomer gingen de werkzaamheden echt van start. “Vanaf dag één kon de werfzone volledig worden vrijgemaakt, wat een pluspunt was voor de vlotte uitvoering en opeenvolging van de werkzaamheden. Door de zeer druk bezochte omgeving en de vele bedrijven die als onderaannemer betrokken waren bij dit project was dit geen evidentie”, aldus Pieter Moors, projectleider bij Stadsbader nv.

Druppelvormige configuratie

Een deel van de aan de Brugse ring aanpalende parkomgeving en van een bijhorende lage scheidingsmuur werden verwijderd om een grotere pleinoppervlakte en een vlottere verkeerscirculatie mogelijk te maken. De geasfalteerde kasseiverharding op het plein werd, net als al het straatmeubilair, uitgebroken en afgevoerd. Vervolgens werden de grondwerken aangevat. Een grondlaag van 40 cm werd afgevoerd. Na de profileringswerken werd een magere betonfundering – 20 cm dik – gelegd. Daarna volgde een ‘sandwichlaag’ uit asfalt, daarbovenop werd een 20 cm dikke laag ongewapend beton aangebracht.

“Het storten van het beton was geen sinecure. Door de druppelvormige configuratie van het plein waren de aanvoermogelijkheden zeer beperkt”, aldus Pieter Moors. “Er werd bewust gekozen voor een volledige betonverharding. Oorspronkelijk werd het uitwassen van beton overwogen. In het nieuwe pleinconcept waren echter geen boordstenen of greppels voor afwatering voorzien. Men wou vermijden dat de bussen nog over dwarsende voegen in het wegdek zouden moeten rijden. Kiezen voor betonverharding is ook een duurzame keuze. De permanente passage van de bussen en de opeenvolging van de te nemen korte bochten zorgen sowieso al voor belasting van het wegdek.”

Schuilhuizen en paviljoenen

Voor de stadsbussen van De Lijn werden tien schuilhuizen (twee per perron) ingericht op de centraal gelegen busperrons. Deze werden integraal geprefabriceerd in de ateliers van de firma Verhofsté uit Zele. Na het aanbrengen van een kathodische bescherming werden deze constructies meerlaags gelakt: een brandwerende laag en een antigrafittilaag werden gevolgd door een witte poedercoating. Vervolgens werd elk schuilhuis integraal naar de bouwplaats getransporteerd. Als stopplaatsen voor de streekbussen werd gekozen voor een concept met ‘paviljoenen’. Verspreid langs de contouren van het verruimde plein werden vier stalen constructies gebouwd. Deze hebben grotere afmetingen dan de schuilhuizen en een minder rechtlijnig design. De losse stukken werden vervaardigd bij dezelfde metaalconstructeur. Het staal werd op dezelfde manier behandeld, maar kreeg een lichtgroene kleur aangemeten. Eens op de werf werden de stukken tot complete ‘design’ stalen constructies geassembleerd.

Drempelloze busperrons

De bestaande boordstenen rondom het plein werden uitgebroken en vervangen door busperronbanden. Deze laatste zorgen ervoor dat wie moeilijk te been is toch vlot de bus kan nemen, en geen opstapprobleem meer heeft. Met het oog op een vlottere blindengeleiding werden de busperrons uitgerust met ribbel- en noppentegels. Nieuw voor de reizigers van De Lijn zijn ook de ‘real time’-borden op de busperrons die eventuele aanpassingen van de vertrekuren van de bussen – door verlate treinen – synchroon zullen weergeven.

Taxiwand

Symmetrisch met de vijf busperrons met schuilhuizen is er de 26 m lange taxiwand in metalen plaatmateriaal – eveneens door voornoemde firma vervaardigd. Het heraangelegde plein omvat weinig straatmeubilair. Zo werd in de schuilhuizen en de paviljoenen geen meubilair in de vorm van zitbanken voorzien, wel werden telkens dunne metalen platen horizontaal in de bestaande stalen constructies geïntegreerd. Met het oog op vandalismebestendigheid werden alle onderdelen stevig verankerd in de stalen constructies.

Lijnwinkel en personeelsruimte

In dezelfde lijn als de paviljoenen voor de streekbussen zijn nog twee extra paviljoenen – in de vorm van kleine gebouwen – op het Stationsplein ondergebracht. Het ene huisvest de nieuwe Lijnwinkel, waar reizigers terecht kunnen met vragen, het andere een personeelsruimte voor de buschauffeurs. Wegens de visibiliteit werden beide paviljoenen vrij dicht bij het stationsgebouw ingeplant. Het betreft twee vrij brede, maar ondiepe gebouwen – elk met een oppervlakte van 65 m². Deze betonconstructies zijn bekleed met gevelpanelen en worden overkapt door een stalen structuur. Links of rechts ervan – naargelang het paviljoen – loopt de overkapping verder door.

Deze constructies worden ondersteund door pijlers uit gegalvaniseerd en gelakt staal.  Beide paviljoenen herbergen zeer veel technieken en bekabeling (elektriciteitsleidingen, voedingen, glasvezel- en coax-bekabeling….) maar worden afzonderlijk gevoed. Zo omvat het paviljoen voor de chauffeurs van De Lijn behalve een keuken en sanitaire functies (toilet, douche) ook onder meer een technisch lokaal voor sturingen en bekabeling en een wand met lockers.

Heraanleg ’t Zand

“Onze werfbezetting varieerde sterk in de loop van het project. Voor de afbraakwerken - die een tweetal weken in beslag namen - werden zes personen ingeschakeld, voor de wegeniswerken ging het om een twaalftal personen, en voor de montage- en betonneringswerken waren er tot 40 medewerkers op de bouwplaats aan de slag”, aldus Pieter Moors. “De grootschalige infrastructuurwerken voor de herinrichting van het nabijgelegen stadsplein ‘t Zand zorgden voor extra druk op de ketel. De meest ingrijpende werkzaamheden aan het Stationsplein moesten achter de rug zijn vooraleer het andere project kon worden aangevat. Er moest namelijk doorlopend voldoende ruimte/capaciteit beschikbaar zijn om de bussen en de taxi’s op een veilige en reizigersvriendelijke manier te laten stationeren.”

Na de beëindiging  van de werken en de voorlopige oplevering zullen de onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd door diensten van De Lijn. Na drie jaar volgt de definitieve oplevering.

Wegenis- en bouwgerelateerde projecten

De overnames van de aannemingsbedrijven Deckx en Van Maercke hebben voor een verdere diversificatie van de activiteiten bij Stadsbader gezorgd. “Terwijl de firma vroeger over het ganse land vooral als wegenbouwer bekend stond, komen er nu steeds meer gecombineerde projecten – wegenis- en bouwgerelateerd – op onze weg. Zoals bij dit project in Brugge het geval is”, aldus Pieter Moors. “Maar we blijven sterk in wegeninfrastructuurwerken, ik denk onder meer aan de werkzaamheden rond de nieuwe verkeerswisselaar op de E40 in Aalter. Ook in onder meer retailprojecten zijn we tegenwoordig uitdrukkelijk aanwezig, zoals het nieuwe distributiecentrum voor Lidl Belgium dat in opbouw is in Gullegem. – PDC

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

AMB brengt bouwmaterialen over het water naar Antwerpen

AMB brengt bouwmaterialen over het water naar Antwerpen

Antwerpen start met een pilootproject stedelijke logistiek via dee binnenvaart aan het Asiadok. De tijdelijke maatschappij Antwerpen Mobiele Bouwlogistiek (AMB) zal daar een jaar lang als test een terrein uitbaten om palletten met bouwmaterialen[…]

7,7 miljoen € voor nieuwe wegen en riolering in Leuven

7,7 miljoen € voor nieuwe wegen en riolering in Leuven

Besix bouwt meer dan 1 km lange kaaimuur in haven van Zeebrugge

Besix bouwt meer dan 1 km lange kaaimuur in haven van Zeebrugge

TINC investeert in Nederlands windpark

TINC investeert in Nederlands windpark

Meer artikels