Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Samen bouwen aan de toekomst - Pps in Vlaanderen

Samen bouwen aan de toekomst - Pps in Vlaanderen

Naar aanleiding van 15 jaar publiek-private samenwerking (pps) in Vlaanderen hebben de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) en Belfius het initiatief genomen om samen met het Vlaams Kenniscentrum PPS en de Vereniging Voor Steden en Gemeenten (VVSG) pps en stadsvernieuwing in de spotlights te zetten. Zo organiseren VCB en Belfius op 25 februari een groot stadvernieuwingscongres. Opzet van de studiedag is samen met (lokale) overheden en de private sector dieper in te gaan op stadsvernieuwing en pps.

Elke deelnemer aan deze studiedag ontvangt het boek 'Samen bouwen aan de toekomst ' PPS in Vlaanderen'. Het boek begint met een historische inleiding en een blik op de verschillende definities van pps. Vervolgens wordt pps gepositioneerd ten opzichte van de klassieke overheidsopdracht en worden verschillende vormen van pps- uiteengezet. Er wordt ook dieper ingegaan op de ESR-matige benadering en de verschillende soorten van pps. Vervolgens wordt aan de hand van 20 projectfiches aangetoond dat pps in Vlaanderen de fase van het experimenteren is ontgroeid. Naast tien samenvattende vuistregels om een geslaagde pps te realiseren, geven Jan Leroy (VVSG), Steven Van Garsse (Kenniscentrum PPS) en Marc Dillen (VCB) bevindingen over pps in Vlaanderen.

Wanneer men terugblikt op 15 jaar publiek-private samenwerking in Vlaanderen, welke verdiensten en knelpunten springen het meest in het oog'

Steven Van Garsse: 'Wanneer men terugblikt op de afgelopen 15 jaar kan men vaststellen dat er veel initiatieven inzake pps in gang gezet werden, waarvan we nu de positieve resultaten zien. We stellen anderzijds ook vast dat hoewel Vlaanderen destijds zeer ambitieus begonnen is aan pps, projecten soms toch moeilijker op gang kwamen en langer duurden dan men oorspronkelijk gehoopt had. De belangrijkste verdienste is dat er via pps grootschalige stadsvernieuwingsprojecten en infrastructuurprojecten gerealiseerd werden, die waarschijnlijk in de praktijk niet haalbaar geweest zouden zijn moesten zij opgevat zijn als een klassieke aanbesteding.'

Jan Leroy: 'Een ander belangrijk en positief element is de zogenaamde 'democratisering van pps': steeds meer partijen zijn vertrouwd met het begrip pps, terwijl dit 15 jaar geleden zeker niet het geval was. Door deze democratisering, beschouwen we publiek-private samenwerking nu als een alternatieve mogelijkheid om grootschalige projecten te realiseren. De keerzijde van de medaille is evenwel de permanente dreiging die uit deze democratisering voortvloeit: maar al te vaak wordt publieke-private samenwerking beschouwd als 'de' oplossing voor elk project, wat zeker niet het geval is. Pps is immers meer dan louter debudgettering of louter een manier om grootschalige projecten op korte termijn te realiseren. Men heeft vroeger aan pps een aantal voordelen toegekend, die intussen wel weer gerelativeerd moesten worden.'

Al te vaak wordt publieke-private samenwerking beschouwd als 'de' oplossing voor elk project. Marc Dillen: “Wat de democratisering van pps betreft, kunnen we ook stellen dat pps niet enkel een voorrecht is voor grote steden. We merken dat ook kleinere steden en gemeenten op succesvolle wijze gebruik maken van pps. Dit laatste uit zich ook visueel: onze steden en gemeenten zijn er beter van geworden. Stadsbuurten die via pps zijn gerealiseerd, hebben de leefbaarheid in steden voor een groot deel verbeterd. Belangrijk is dat voor elk project steeds gezocht wordt naar de meerwaarde die men met het project wil realiseren. Pas indien blijkt dat de beoogde meerwaarde via pps bereikt kan worden, kan een project op deze manier gerealiseerd worden. Deze beoogde meerwaarde is de essentie van een goed stadsvernieuwingsproject, maar ook van een goed dbfm-project.'

Europa heeft tegenwoordig via Eurostat een belangrijke zeg in de manier waarop overheden pps-projecten budgettair verwerken. Hoe zien jullie de ESR-regelgeving in de komende jaren evolueren'

Van Garsse: 'Indien de nadruk blijft bij het behalen van een meerwaarde van een project en niet louter op de begrotingstechnische redenen waarvan men in het verleden vaak ten onrechte gebruik maakte, zal er op dat punt geen probleem zijn. De toenemende complexiteit van bouwprojecten toont eveneens aan dat het gebruik van pps vaak nodig is. Wanneer men bijvoorbeeld kijkt naar de bouw van openbare zwembaden, dan merken we dat er op de private markt vaak oplossingen voorhanden zijn waardoor de complexe projecten op een betere manier gerealiseerd kunnen worden. Bij de realisatie van projecten wordt er nu trouwens veel meer op lange termijn gedacht, waardoor veel meer rekening gehouden wordt met het onderhoud en duurzaamheid van gebouwen, of nog, de levenscyclus van gebouwen. Het zijn deze factoren die net aantonen dat sommige projecten gemakkelijker en beter realiseerbaar zijn via pps dan via de klassieke aanbesteding.'

Leroy: 'In het kader van de ESR-regelgeving is het ook belangrijk om in rekenschap te nemen hoe Europa (via Eurostat) in de toekomst zal omgaan met de budgettaire beoordeling van klassieke overheidsinvesteringen. Men kan zich immers de vraag stellen of het überhaupt klopt dat de klassieke overheidsinvesteringen meteen in één jaar voor het volle bedrag opgenomen moeten worden in de boekhouding, terwijl dit voor pps-projecten net niet (altijd) moet. Indien Europa accepteert dat klassieke investeringen eveneens boekhoudkundig gespreid mogen worden over verschillende jaren, dan verdwijnt het zogenaamde debudgetteringsvoordeel van pps-projecten, en kan men zich inderdaad volledig richten op de te realiseren inhoudelijke meerwaarden van het project. We merken op het niveau van de lokale overheden intussen wel een zeker kantelmoment: terwijl banken meteen na de financiële crisis van 2008-2009 niet gemakkelijk meer leenden op lange termijn, valt het nu op dat banken opnieuw geneigd zijn te lenen op lange termijn. De druk op lokale overheden is in die zin in ieder geval wat versoepeld.'

Een belangrijk aandachtspunt bij stadsontwikkelingsprojecten is dat er gestreefd moet worden naar een beperkt aantal betrokkenen. Van Garsse: “Het plan Juncker (Europese investeringsplan) wil niet alleen de private investeringen aanzwengelen, maar ook de investeringen van overheden. Dit zal echter helemaal niet evident zijn, tenzij men een aantal versoepelingen aanbrengt aan de wijze waarop deze investeringen boekhoudkundig verwerkt worden.'

Eén van de vaststellingen is dat bij gebiedsontwikkelingen het initiatief vooral ligt bij de lokale overheden. Wat vinden jullie van deze tendens'

Leroy: 'Men mag het belang van de Vlaamse en federale publieke initiatieven bij gebiedsontwikkeling zeker niet onderschatten. Zo merken we bijvoorbeeld dat de NMBS eveneens aan gebiedsontwikkelingen doet. Dit laatste is vooral zichtbaar in stationsbuurten. De NMBS profileert zich hier trouwens niet als louter mobiliteitsactor, maar vaak ook als ontwikkelaar.'

Dillen: 'Dit laatste is trouwens de grote meerwaarde van gebiedsontwikkeling: alle partijen trekken in zulke projecten tegelijk aan hetzelfde zeel: woonbehoeften worden afgetoetst op mobiliteitseisen enz. De grote meerwaarde in gebiedsontwikkeling is ongetwijfeld de verweving van verschillende functies, de zogenaamde 'multi-layer-aanpak'. Dit geeft lokale overheden de mogelijkheid om op een gezonde en doordachte manier te verdichten en de stad toch leefbaar te houden. Gebiedsontwikkeling is als het ware een unieke manier om verschillende functies zowel inhoudelijk als ruimtelijk en financieel op elkaar af te stemmen.'

Wanneer we gebiedsontwikkeling in zijn globaliteit bekijken, wat is volgens jullie dan het grootste knelpunt'

Dillen: 'De essentie van een goede gebiedsontwikkeling is komen tot een consensus tussen de verschillende betrokken actoren. Men mag niet vergeten dat Vlaanderen voor een heuse bevolkingsgroei staat. Het is dan ook de plicht van de overheid om betaalbare woningen in een leefbare omgeving te realiseren. De trekkersrol van een stadsvernieuwingsproject mag daarbij zeker niet onderschat worden: de trekker is de spilfiguur van het ganse project. Hij moet alle andere partijen op de juiste lijn krijgen.'

Leroy: 'Een belangrijk aandachtspunt bij stadsontwikkelingsprojecten is dat er gestreefd moet worden naar een beperkt aantal betrokkenen. Concreet wil dit zeggen dat elke publieke actor in een stadsproject moet kunnen spreken met één stem. Op lokaal niveau zal dit vaak geen probleem opleveren, maar wanneer ook de Vlaamse overheid bij een stadsvernieuwingsproject betrokken wordt, moet zij ook met één stem spreken. Op dit moment merken we dat de afstemming op Vlaams niveau niet altijd even vlot verloopt. Vaak zijn de verschillende Vlaamse administraties het onderling niet eens met elkaar, wat voor vertraging en frustraties kan zorgen.'

Wanneer we 15 jaar publiek-private samenwerking in Vlaanderen analyseren, merken we dat het stedenbeleid een grote rol gespeeld heeft en nog steeds speelt. Wat is voor jullie de belangrijkste rol van het stedenbeleid geweest in pps-projecten'

Van Garsse: 'Wanneer men kijkt naar wat bv. het Stadsvernieuwingsfonds gerealiseerd heeft de voorbije jaren, merken we dat men via dit subsidiekanaal ingezet heeft op een aantal essentiële criteria in pps, waardoor private investeringen aangetrokken of zelfs verplicht werden. Dit heeft ertoe geleid dat er een aantal succesvolle projecten gerealiseerd konden worden. In dat opzicht is het spijtig dat het Stadsvernieuwingsfonds beperkt is gebleven tot de centrumsteden en regionale steden. Zo merk je vandaag in kleinere gemeenten dat zij ook nood hebben aan gelijkaardige stimulansen om hun lokale projecten te realiseren. Het fonds heeft er trouwens ook toe geleid dat er een enorme expertise is gegenereerd in de grote steden. Ook hier merk je een duidelijk verschil met kleinere gemeenten: de expertise is daar veel minder aanwezig. Wanneer men de gerealiseerde stadsprojecten bekijkt die gefinancierd werden via het Stadsvernieuwingsfonds, merken we dat dit één voor één kwalitatief hoogstaande projecten zijn waar mobiliteit, sociale huisvesting, woonzorg en dergelijke optimaal op elkaar zijn afgestemd. Doet men dezelfde analyse van projecten in kleinere gemeenten die geen aanspraak hadden op het Stadsvernieuwingsfonds, dan merkt men dat kleinere projecten terugvallen in klassieke verkavelingen, wat een spijtige zaak is.'

Dillen: 'Het Stadsvernieuwingsfonds heeft in de grote steden een dubbele rol gespeeld: zo subsidieerde het fonds niet enkel de realisatie van het project via de projectsubsidie, maar steunde het ook de studiefase van projecten via de conceptsubsidie. De conceptsubsidie heeft in het verleden ook zijn meerwaarde bewezen, in die zin dat private investeringen pas echt worden aangetrokken wanneer er voldoende zekerheid is over de haalbaarheid van een project. Door een conceptsubsidie toe te kennen aan projecten kunnen overheden tijdens de studiefase die studies doen om die haalbaarheid net te optimaliseren.'

Leroy: 'De meerwaarde van het Stadsvernieuwingsfonds in de voorbije 15 jaar is duidelijk gebleken. Het nadeel is inderdaad dat niet elke gemeente hiervan kon profiteren, waardoor de potentiële meerwaarde van kleinere stadsvernieuwingsprojecten veel moeilijker behaald kunnen worden.'

Een analyse van de stadsverdichtingsprojecten in Vlaanderen toont een discrepantie aan in kennis tussen de grotere steden en de kleinere gemeenten. Hoe kunnen we in de toekomst toe zorgen dat de kennis inzake pps ook tot in kleine gemeenten geraakt'

Leroy: 'Het is waar dat er duidelijke verschillen zijn tussen gemeenten. Hoewel deze verschillen vaak overeenkomen met de grootte van de gemeenten (en dus met het aantal inwoners), stellen we ook vast dat dit zeker niet de enige reden is. Er bestaan wel degelijk voorbeeldprojecten die gerealiseerd werden in kleinere gemeenten, waarbij de kwaliteit van het project minstens van die aard is als projecten in grote steden. Kenmerkend voor kleinere gemeenten is echter wel dat zij slechts eens om de twintig of dertig jaar geconfronteerd worden met de bouw van een woonzorgcentrum of een openbaar zwembad. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat kleinere lokale besturen, net omdat ze er zo weinig mee geconfronteerd worden, beschikken over de expertise om dit soort van project te realiseren. Het komt er op aan om te onderzoeken in welk mate er intergemeentelijk gewerkt kan worden aan het delen van opgedane kennis en expertise, zodat ook kleinere gemeenten dit soort projecten ook succesvol kunnen realiseren.'

In stadsontwikkelingsprojecten ligt de regie in handen van het lokale bestuur. Hoe kan voorkomen worden dat deze lokale besturen te voluntaristisch optreden'

Leroy: 'Bewustmaking en opleidingen zijn essentieel. Zo wordt kennis en expertise verspreid. Ook de rol van de Vlaamse administratie mag hier zeker niet onderschat worden.'

Dillen: 'Financiële steun zoals het Stadsvernieuwingsfonds is eveneens een heel belangrijk middel. De financiële steun werkt immers als belangrijke en zeker niet te onderschatten hefboom. In het kader hiervan hebben we vanuit de VCB een studie gedaan over de impact van het Stadsvernieuwingsfonds op private investeringen. Uit deze studie blijkt dat elke euro investeringsfonds tien euro private financiering genereert. De impact van subsidiëring van stadsvernieuwingsprojecten is dus enorm.'

Wanneer we de huidige pps-projecten bekijken, merken we dat pps tegenwoordig steeds vaker gebruikt wordt om een publiek programma te realiseren. Pps wordt met andere woorden niet meer louter gebruikt om een ruimtelijk samenhangend project te realiseren, maar ook om een flankerend programma te financieren. Is dit een goede evolutie'

Van Garsse: 'De kruisbestuiving van zowel een publiek als een privaat programma is zeker geen negatieve zaak, integendeel! Het is net door de kruisbestuiving van deze verschillende programma's dat er gezocht wordt naar de juiste ruimtelijke inplanting van beide programma's binnen een financieel sluitend verhaal.'

Dillen: 'In de bouwsector is er tegenwoordig de tendens om bouwprojecten steeds meer vanuit de omgeving te concipiëren. Dit houdt in dat er gebiedsgericht gedacht wordt bij de inplanting van zowel het publieke programma als het private programma en de openbare ruimte, wat een grote meerwaarde betekent voor de stad of gemeente waar het project wordt gerealiseerd.'

Het gebeurt ook steeds meer dat private initiatieven genomen worden om een publiek programma zoals de realisatie van sociale woningen te bouwen. Is dit een positieve tendens'

Dillen: 'De realisatie van een publiek programma via vrijwillige private initiatieven is een heel positieve tendens. Een typevoorbeeld van zulke initiatieven vindt men vooral in de sociale woningbouw: in tegenstelling tot vroeger, waar de ontwikkelaar de verplichting werd opgelegd om een aandeel sociale woningen te realiseren, zijn er nu manieren om sociale woningen via een vrijwillig privaat initiatief te realiseren, zoals de 'cbo-formule' (constructieve benadering overheidsopdrachten). Bij de cbo-formule wordt de private partner uitgenodigd om zowel een grond ter beschikking te stellen als de bouw van de sociale woningen op zich te nemen in een geïntegreerd project. Dit initiatief is dan ook heel aantrekkelijk voor ontwikkelaars die vrijwillig kunnen opteren om hier al dan niet aan deel te nemen. De cbo-formule wordt in de praktijk vooral gebruikt voor de realisatie van sociale woningen, maar kan ook gebruikt worden voor andere publieke programma's zoals de bouw van scholen, kinderopvang,' Het grote voordeel van een dergelijke vrijwillige cbo-formule is dan ook dat sociale woningen gemengd kunnen worden met allerlei andere functies.'

Leroy: 'De realisatie van een publiek programma op privaat initiatief is een heel interessant denkspoor, alleen moeten we als overheid steeds waarborgen dat het algemeen belang wordt gediend en de regiefunctie steeds bij het lokale bestuur of een andere overheid blijft.'

Wat kan pps betekenen voor de ontwikkeling van complexe private ontwikkelingen'

Dillen: 'Vooral in brownfieldontwikkeling speelt pps een zeer belangrijke rol, in eerste instantie omwille van de ruimtelijke ordening. Indien een lokale overheid zich kan vinden in de ruimtelijke inplanting van een programma op een brownfield, kan ze waar nodig een bestemmingswijziging goedkeuren opdat het project gerealiseerd kan worden. Daarnaast speelt de financiering ook een grote rol: indien de Ovam de sanering van brown- of blackfields op zich moet nemen, neemt dit een ontzettend grote hap uit hun budget en zijn ze jaren bezig met de sanering. Indien de sanering daarentegen een onderdeel vormt van een te ontwikkelen stadsproject kan de private partner de sanering meenemen in de ganse ontwikkeling, waardoor het complete verhaal inclusief de sanering een rendabel verhaal wordt.'

Van Garsse: 'In de ontwikkeling van brownfields en blackfields kunnen lokale overheden een belangrijke rol spelen voor private ontwikkelingen. Men denkt hierbij vooral aan de faciliterende rol die een lokale overheid inneemt, maar zeker ook een reflecterende rol. Vanuit haar reflecterende rol kan de lokale overheid onderzoeken of laten onderzoeken of de geplande ontwikkeling nog ruimte biedt voor andere programma's. De wisselwerking tussen het private initiatief en de faciliterende en reflecterende rol van de lokale overheid kan dan ook in vele gevallen heel vruchtbaar zijn.'

De grote meerwaarde in gebiedsontwikkeling is ongetwijfeld de verweving van verschillende functies. Wat is de bijdrage die jullie vanuit jullie organisatie (en achterban) wensen mee te geven inzake pps naar de volgende 15 jaar toe'

Dillen: 'Om pps de volgende jaren te blijven stimuleren, zal de Vlaamse overheid voor blijvende stimulansen en hefbomen moeten zorgen. Het Stadsvernieuwingsfonds, of minstens de budgetten en de knowhow die hierover in de Vlaamse administratie werd opgebouwd, moet hiervoor ter beschikking blijven van lokale overheden en moet in de mate van het mogelijke uitgebreid worden naar kleinere steden en gemeenten.'

Leroy: 'Ook de stimulering van de studiefase is essentieel: door volop in te zetten op de studiefase leert men 'out of the box' te denken, in plaats van de traditionele pistes te blijven volgen. Ook het uitwisselen van best practices tussen gemeenten moet gestimuleerd worden.'

Van Garsse: 'De beschikbaarheid van financiële middelen is eveneens een belangrijk element. Hoewel de middelen via allerhande subsidies beschikbaar zijn, kan het interessant zijn om deze subsidies zo te herschikken dat ze nog meer als hefboom kunnen functioneren. Belangrijk is met andere woorden dat we zo creatief mogelijk blijven omgaan met de budgettaire middelen en de beperkte ruimte in Vlaanderen.'

Het programma en de link naar de inschrijving kan je vinden op de website van de Vlaamse Confederatie Bouw.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

  De gemeente Middelkerke gunde op 9 september het ontwerp en de bouw van het nieuwe casinogebouw aan Bouwteam Nautilus. Samen met de heraanleg van het Epernayplein worden de kosten van de bouw van het casinoproject begroot op 41 miljoen[…]

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen