Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Rondzendbrief Schauvliege maakt bouwsector opnieuw ongerust

Rondzendbrief Schauvliege maakt bouwsector opnieuw ongerust

“Eigenlijk is minister Schauvliege de betonstop nu al aan het uitvoeren”, vindt Vlaams parlementslid Lydia Peeters.

Amper twee maanden na de lancering van de omstreden en inmiddels alweer afgevoerde ‘boskaart’, zaait een nieuwe rondzendbrief van Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) opnieuw onrust in de bouwsector.

In de nota wordt heel Vlaanderen ingedeeld in ‘bebouwd’ of ‘niet-bebouwd gebied’ waardoor nieuwe richtlijnen ontstaan voor het toekennen van bouwvergunningen. Zowel Voka als de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) zijn zeer bezorgd en vragen spoedig overleg met de minister. Volgens de Confederatie Bouw kan in sommige gemeenten de helft van de bouwgronden onbebouwbaar worden. Doordat het moeilijker wordt een vergunning te krijgen, vreest de bouwsector ook dat mensen de waarde van hun bouwgrond sterk zullen zien dalen. Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) spreekt van een ‘boskaart bis’.

De rondzendbrief RO 2017/01 betreffende ‘een gedifferentieerd ruimtelijk transformatiebeleid in de bebouwde en onbebouwde gebieden’ werd op 7 juli gepubliceerd op de website van Ruimte Vlaanderen. Net zoals in mei het geval was bij de voorstelling van de kaart met de ‘Meest Kwetsbare Waardevolle Bossen’, kortweg de Vlaamse boskaart genoemd, zorgt deze rondzendbrief opnieuw voor onrust bij bedrijven en eigenaars. De verhitte discussies die ontstonden zodra de Vlaamse boskaart van het Agentschap voor Natuur en Bos online was gezet en de duizenden reacties van bezorgde burgers, die hun bouwgrond gedegradeerd zagen tot een quasi waardeloos stuk bosgrond, liggen nog vers in het geheugen. De boskaart van Schauvliege werd na een paar dagen commotie door minister-president Geert Bourgeois (N-VA) persoonlijk in de prullenmand gegooid ‘omdat ze rechtsonzekerheid en onrust creëerde’. Het aangekondigde openbaar onderzoek werd na drie dagen stopgezet.

“Door Vlaanderen in te delen in bebouwde en onbebouwde gebieden introduceert  Schauvliege twee nieuwe ruimtelijke begrippen waaraan drastische maatregelen gekoppeld zijn. Dit zorgt voor grote onrust bij bedrijven en eigenaars. Rechtszekerheid, eigendomsrechten, werkgelegenheid en betaalbaar wonen mogen in geen geval in het gedrang komen als gevolg van deze rondzendbrief. De bebouwde gebieden vallen samen met de stedelijke gebieden, geselecteerde kernen en overige woonconcentraties en de bedrijventerreinen. Al de rest wordt beschouwd als onbebouwd gebied. Aan de hand van deze rondzendbrief worden dus nieuwe gebieden gedefinieerd zonder rekening te houden met de huidige bestemming conform bestaande gewestplannen”, meent de VCB.

Studie

De nieuwe rondzendbrief van het kabinet-Schauvliege koppelt specifieke maatregelen en voorwaarden aan de indeling in ‘bebouwde’ en ‘onbebouwde’ gebieden. Aan de hand daarvan zullen vergunningsaanvragen moeten worden beoordeeld. “Zo zal bv. slechts een vergunning worden verleend voor projecten in onbebouwde gebieden nadat een behoefte- en voorzieningenstudie wordt uitgevoerd waaruit de ruimtelijke haalbaarheid van het plan of project moet blijken. Bovendien moet de vergunningaanvrager aantonen dat het te realiseren gebouw of project niet op een andere locatie gebouwd kan worden. Wie wil bouwen in een zogezegd ‘onbebouwd gebied’, moet nu eerst met een studie bewijzen dat elders geen plaats is. De eigenaars zullen die studie bovendien zelf moeten betalen terwijl de kans reëel is dat nadien de bouwvergunning wordt geweigerd”, reageren Voka en VCB.

Beide organisaties stellen zich bovendien vragen bij de legaliteit van de rondzendbrief. Omdat die veel verder gaat dan het louter interpreteren van bestaande wetgeving vermoedt de VCB dat de nota zeer waarschijnlijk de wettigheidstoets bij de Raad van State niet zal kunnen doorstaan.

Ook de realisatie van bedrijven en industrieterreinen in onbebouwde gebieden wordt veel moeilijker of zelfs onmogelijk gemaakt. Percelen die bestemd zijn voor wonen, industrie of recreatie kunnen immers in een ‘onbebouwd gebied’ liggen, zelfs als er al gebouwen staan. In de brief staat letterlijk: ‘geïsoleerde,  versnipperde  of  uitwaaierende  bebouwingsvormen  die geen  compact  en samenhangend geheel uitmaken, verhinderen niet dat het gebied waarin deze gelegen zijn als onbebouwd gedefinieerd wordt’.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vraagt eveneens meer informatie. Voor de gemeenten moet het duidelijk zijn wat precies het onderscheid is tussen bebouwd en onbebouwd gebied, en wanneer dan juist een behoeftestudie afgeleverd moet worden. “Gemeenten moeten zich bij het uitreiken van bouwvergunningen nu al houden aan de rondzendbrief. Wie dus wil bouwen in zogenaamd ‘onbebouwd gebied’ moet nu eerst een studie uitvoeren die aantoont dat er voor je gebouw geen plaats meer is in een dorp of een woonkern in de buurt, en dit ongeacht de geldende bestemmingsvoorschriften, zo lezen we in de rondzendbrief”, zegt volksvertegenwoordiger Lydia Peeters.

“Een rondzendbrief betekent dat je uitleg of interpretatie geeft aan een wet of decreet. Schauvliege gaat echter veel verder dan dat en geeft interpretatie aan iets dat geen decretale basis heeft. Ze komt eigenlijk met een nieuwe regeling over de bestemming van gronden. Die tweedeling ‘bebouwd’ en ‘onbebouwd gebied’ staat niet in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Schauvliege zet de bestemmingen woongebied, woonuitbreidingsgebied en industriegebied - die gronden in België gekregen hebben door de gewestplannen uit de jaren ‘70 van vorige eeuw - helemaal op de helling. Eigenaars hebben hierdoor geen rechtszekerheid meer. Als je grond in ‘onbebouwd gebied’ ligt, dan wordt het veel moeilijker die te ontwikkelen en dus daalt de waarde in de praktijk”, verklaart prof. dr. Stijn Verbist van de faculteit Rechten aan de UHasselt.

Betonstop

“Eigenlijk is Schauvliege de betonstop die vanaf 2040 niet meer toelaat open ruimte te bebouwen,  nu al aan het uitvoeren. Een eerste stap was de omstreden boskaart die recent veel stof deed opwaaien, dit is de tweede. Bij de boskaart is ook pas iedereen wakker geschoten zodra eigenaars op een website per perceel konden bekijken waar ze aan toe waren. Die oefening zouden ze voor deze rondzendbrief ook moeten maken. Wie nu een stuk grond heeft, zou meteen moeten kunnen zien of dat nu in een ‘bebouwd’ of een ‘onbebouwd gebied’ ligt, want dat is nu allesbehalve duidelijk”, aldus Lydia Peeters.

Vlaams minister Joke Schauvliege spreekt van ‘bangmakerij’ en stelt dat niemands bouwgrond wordt afgepakt en dat eigenaars nog altijd een huis mogen bouwen in onbebouwde ruimtes. Volgens de minister wordt geen rem gezet op bijkomende woon- en werkontwikkelingen. De rondzendbrief wil volgens de minister wel bijkomende ontwikkelingen sturen in de richting van de gebieden waar voldoende voorzieningen zijn en een multimodale bereikbaarheid aanwezig is. De motivering wordt volgens het departement Omgeving niet gevraagd als het gaat om hergebruik van bestaande woon- en werkfuncties.

Onnodige angst

Schauvliege zelf vindt de rondzendbrief niet verwarrend, maar wil wel samenzitten met de betrokken verenigingen en toelichting geven bij de juiste interpretatie van de nota. De minister lijkt echter niet van plan de rondzendbrief in te trekken of bij te sturen. Volgens haar wordt onnodig angst gezaaid. “Enkel wie extra natuur- of landbouwgebied aansnijdt voor woningen of een bedrijf moet vooraf aantonen dat er behoefte is aan die woningen of dat bedrijf en dat ze niet elders kunnen worden gerealiseerd”, stelt de minister.

Wie een huis op zijn bouwgrond wil neerzetten, zou dus geen behoeftestudie moeten voorleggen, zelfs niet als die bouwgrond in onbebouwd gebied ligt. De verwarring en onrust die deze nieuwe rondzendbrief in de bouwsector en bij eigenaars van bouwgronden veroorzaakte, is alleszins niet weggenomen en vraagt om duidelijke communicatie en een  heldere  juridische uitleg die door alle rechtsspecialisten wordt gedragen.

“Overschakelen naar een ruimtelijke-ordeningsbeleid waarbij verdichting van wonen en werken hoog in het vaandel gedragen wordt, zal in ieder geval veel tijd in beslag nemen. Een gezonde en comfortabele verdichting vergt zeer veel voorbereidingstijd en studiewerk. Beleidsbeslissingen die deze verwevenheid willen stimuleren, kunnen dan ook enkel tot stand komen mits een voorafgaande grondige analyse van de effectieve netto voorraad aan ruimte voor wonen, werken en mobiliteit, en een meer realistische inschatting van de bestaande toekomstige behoeften. Zeker wat de behoefte aan ruimte voor werk betreft, ontbreekt dit soort behoeftestudie op dit ogenblik volledig. Enkel op die manier kan een monitoring gebeuren van de vooruitgang die zal worden gemaakt in verdichting, met respect voor de open ruimte”, besluit de VCB.

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Lokale besturen krijgen meer geld

Lokale besturen krijgen meer geld

De Vlaamse regering houdt niet alleen vast aan de groei van het Gemeentefonds met 3,5% per jaar, het nieuwe regeerakkoord voorziet ook in extra middelen voor de pensioenen en voor de financiering van open ruimte. Volgens de Vereniging van[…]

Vlaamse ministers leggen eed af

Vlaamse ministers leggen eed af

Federale overheid lanceert Aviation Portal

Federale overheid lanceert Aviation Portal

UBO-registratieprocedure is veel te complex

UBO-registratieprocedure is veel te complex

Meer artikels