Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Renoveren van vensters met dubbel glas

Renoveren van vensters met dubbel glas

Een goede luchtdichtheid en een goede thermische isolatie kunnen het warmteverlies door de vensters beperken en bijgevolg hun energieprestaties en het comfort van de bewoners verhogen. Naargelang men de luchtdichtheid dan wel de thermische isolatie wil verbeteren, moet men respectievelijk het raamkader of de beglazing aanpassen. Dit artikel handelt over het renoveren van vensters met dubbele beglazing die van vóór 2000 dateren. Het vervangen van enkele beglazing en het plaatsen van dubbele vensters komen hier dus niet aan bod (zie daarvoor het WTCB-Dossier 2012/3.8 op www.wtcb.be).

Inzake thermische isolatie van de vensters in nieuwe gebouwen of renovaties met een stedenbouwkundige vergunning moeten de volgende prestaties behaald worden: Uw,max = 1,5 W/m².K in Vlaanderen en 1,8 W/m².K in Wallonië en Brussel. Voor de beglazing geldt een waarde van Ug,max = 1,1 W/m².K. Indien het venster volledig vervangen of gedeeltelijk gerenoveerd wordt, moet men dus bij voorkeur deze prestaties nastreven.

De bestaande vensters vervangen door nieuwe met performante beglazing (hoogrendementsbeglazing) of met hoge energieprestaties (zie de WTCB-Dossiers 2014/2.7 en 2015/4.5) is, louter energetisch gezien, de doeltreffendste oplossing. Ze maakt duurzame prestaties mogelijk, die bovendien aangepast kunnen worden aan de behoeften van de opdrachtgever.

Er bestaan ook oplossingen waarbij het bestaande venster niet vervangen hoeft te worden indien dat niet absoluut noodzakelijk of aangewezen is, bijvoorbeeld omwille van de prijs, hinder door de werken, moeilijkheden bij het vervangen van vensters van beschermde gebouwen '

Alvorens met het renoveren van het venster te beginnen, moeten de profielen geëvalueerd worden. Het raamkader kan immers niet altijd behouden blijven, bijvoorbeeld omdat het niet meer in goede staat verkeert of niet aangepast is aan het beoogde gebruik of de beoogde prestaties.

Bij vensters met enkel glas is het vaak niet mogelijk om met het bestaande raamkader energetisch gunstige prestaties te behalen. Ook is het vaak moeilijk om te voldoen aan alle aanbevelingen met betrekking tot de ontwatering van de glassponning van een dubbele beglazing.

Bovendien is het risico op concentratie van condensatie op niet-isolerende raamkaders zeer reëel. Het vervangen van enkele beglazing is dus slechts een tijdelijke oplossing. Vaak is het aangewezen om het venster volledig te vervangen.

Bij de energetische renovatie van een gebouw mag het aspect ventilatie niet over het hoofd gezien worden om vochtproblemen te vermijden en het comfort van de bewoners te verzekeren. Om goede energieprestaties op gebouwniveau te verkrijgen, volstaat het meestal niet om alleen de vensters te vervangen, maar moet dit gecombineerd worden met de isolatie van de gevel in de toekomst.

Alternatieven

De meest gebruikte oplossingen waarbij het niet noodzakelijk is om het venster volledig te vervangen, zijn:

de luchtdichtheid verbeteren van het bestaande venster (zie WTCB-Dossier 2012/3.8), van grote naast elkaar gelegen schijnwerkelementen en van de aansluiting van het schrijnwerk met de ruwbouw;

de prestaties van de beglazing verbeteren: vervangen van de bestaande beglazing door een performante dubbele ' of zelfs drievoudige ' beglazing, voor zover het profiel en het hang- en sluitwerk van het raamkader daarvoor sterk genoeg zijn. Het is belangrijk te melden dat er dubbele beglazing met een Ug-waarde van 0,8 W/m².K bestaat. Wegens de geringe profieldikte is dit de ideale oplossing voor renovaties, te meer daar deze beglazing minder weegt dan een drievoudige beglazing;

een folie op de beglazing aanbrengen die bepaalde prestaties verbetert (zonwering, veiligheid, uv-bescherming ') maar de visuele transmissie vermindert. Deze folies verhogen echter het risico op thermische breuk en hebben een relatief kleine invloed op de Ug-waarde van de beglazing, indien het om folies gaat waarmee de zoninstraling geregeld kan worden (zie de WTCB-Dossiers 2014/2.6 en 2012/4.9).

Bestaand schrijnwerk

Om de bestaande beglazing te vervangen moet men rekening houden met verschillende criteria inzake het schrijnwerk. Het volstaat om houten schrijnwerk manueel te ponsen met een priem van 3 mm² om de kwaliteit ervan te beoordelen, op voorwaarde dat de priem niet in het materiaal indrukt. Het schrijnwerk moet op verschillende plaatsen gecontroleerd worden, zowel op de buiten- en binnenkanten als op het centrale gedeelte (sponningbodem). Het is immers goed mogelijk dat een oppervlakkige onderhoudslaag bepaalde onvolkomenheden verbergt.

Bij staal- of aluminiumschrijnwerk kan corrosie de metalen wanden verzwakken. De ponsproef is ook hier van toepassing. Indien het metaalschrijnwerk thermisch niet onderbroken is, moeten bij de renovatie de raamkaders vervangen worden (uit energetische overwegingen). Bij kunststofschrijnwerk kunnen verzwakte buitenwanden van het schrijnwerk de duurzaamheid van de raamkaders sterk negatief beïnvloeden. Het is mogelijk om de verzwakking na te gaan aan de hand van een energieschok van 0,5 Nm (d.i. een hard lichaam van 500 g dat van op een hoogte van 10 cm valt). Indien de profielen niet voldoen aan de kwaliteitscriteria van de materialen moeten ze vervangen worden. Bij houten schrijnwerk is gedeeltelijk vervangen een mogelijkheid.

Om de voegen te kunnen aandrukken, moeten de profielen rechtlijnig zijn en de vleugels en het vaste kader haaks op elkaar staan. Afwijkingen op de diagonaal tot 12 mm die bij de initiële diagnose vastgesteld worden, kunnen gemakkelijk gecorrigeerd worden door de beglazing opnieuw op te spannen. Indien het om grotere afwijkingen gaat, moeten de verbindingen aangepakt worden. Met profielen die onder invloed van torsie, buiging of kromming vervormd zijn, is het moeilijk om een goede dichtheid te behalen. Een ingreep is in dat geval noodzakelijk, bij voorkeur de raamkaders vervangen.

Bij de energetische renovatie van een gebouw mag het aspect ventilatie niet over het hoofd gezien worden.

De renovatie van het schrijnwerk kan het gewicht van de beglazing verhogen en dus ook de belasting aan de verbindingen. In dat geval moet men die verbindingen nauwkeurig nakijken en indien nodig verstevigen (pen, winkelhaak, schroefbout '). De dichtheid van de verbindingen wordt gecontroleerd met een diktemaat van minder dan 0,2 mm (zie afbeelding). Bij metaalschrijnwerk moeten de verbindingen na de mechanische versteviging bijkomend afgedicht worden. Bij kunststofschrijnwerk moet het raamkader vervangen worden indien de verbindingen scheurtjes vertonen.

Bij de initiële analyse moet men ook nagaan of de ophang- en sluitpunten en andere hang- en sluitwerkelementen niet aangetast of geoxideerd zijn, en ook of ze nog steeds stevig bevestigd zijn. Aan de hand van deze analyse moet men eveneens bepalen of het aantal hang- en sluitwerkpunten volstaat om de voegen aan te drukken en bijgevolg het element de gewenste dichtheid te bezorgen. Bij schuiframen controleert men niet alleen de kwaliteit en de continuïteit van de voegen, maar ook de schuimvoegen van het centrale deel.

De initiële diagnose moet tevens gericht zijn op de aansluiting en de bevestiging van het raamkader. De bevestigingsankers of andere bevestigingsmiddelen moeten de continuïteit van de mechanische prestaties garanderen en mogen in geen geval beschadigd zijn. Als een visuele controle niet mogelijk is, spitst de analyse zich toe op de bevestiging van het vaste kader. Een (manuele) kracht van 400 N op de vaste profielen toont aan hoe onbuigzaam de bevestigingen zijn. Wat de aansluitingsvoegen betreft, de kitten verliezen snel hun elastisch herstelvermogen. Het is noodzakelijk om ze regelmatig te onderhouden en te vervangen.

Continuïteit van de isolatie

De continuïteit van de isolatie en de luchtdichtheid met de ruwbouw is van primordiaal belang. Indien in eerste instantie alleen de renovatie van het buitenschrijnwerk voorzien is, moet men rekening houden met toekomstige interventies (buiten-, binnen- en spouwmuurisolatie '). De plaats van het schrijnwerk en de afmetingen van de profielen moeten waarschijnlijk aangepast worden.

Als in de toekomst een buitenisolatie aangebracht wordt, moet men die omplooien tegen het raamkader. Het vaste kader van de schijnwerkelementen moet dan wel rekening houden met deze bijkomende neg. In de praktijk betekent dit dat er minstens 2 cm extra vrij moet blijven naast het vaste kader aan de latei en de zijkanten.

Aan de dorpel zorgt een voordorpel of een bijkomend profiel ervoor dat die makkelijker aangepast kan worden zonder de continuïteit van de toekomstige isolatie onder de dorpel aan te tasten.

Indien er in de toekomst een binnenisolatie uitgevoerd wordt, kan het openen van de vleugels de isolatiedikte van de dagkanten beperken. Bij het renoveren van het schrijnwerk moet men daarmee rekening houden. Met een bovenprofiel of klossen kan de isolatie voldoende dik op de dagkant aangebracht worden, zodat men epb-aanvaarde bouwknopen krijgt.

Bron: het artikel 'Renovatie van bestaande vensters' van ir. Vincent Detremmerie en ir. Benoît Michaux van de afdeling Gebouwschil en Schrijnwerk van het WTCB in WTCB-Contact 2016-1. Er mag alleen verwezen worden naar het artikel zelf, te vinden op www.wtcb.be, doorklikken op WTCB-Contact onderaan op de homepage.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

  De gemeente Middelkerke gunde op 9 september het ontwerp en de bouw van het nieuwe casinogebouw aan Bouwteam Nautilus. Samen met de heraanleg van het Epernayplein worden de kosten van de bouw van het casinoproject begroot op 41 miljoen[…]

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen