Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Politiek zoekt mee antwoorden op grote uitdagingen bouwsector

Gerelateerde onderwerpen :

,
Politiek zoekt mee antwoorden op grote uitdagingen bouwsector

“Iedereen zal moeten kunnen meebetalen om bv. gebouwen te isoleren. Een klimaatbeleid zal sociaal zijn of niet zijn”, benadrukt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

De bouw is een sector die voor oplossingen zorgt en die zich proactief en constructief inzet voor een betere samenleving. Omdat hij echter niet alles alleen kan doen, heeft hij in tal van beleidsdomeinen nood aan een krachtdadig beleid met concrete maatregelen. Dat was de onderliggende boodschap tijdens het vijftiende BouwForum dat de Confederatie Bouw onder het motto ‘(Investeren in de bouw is) kiezen voor de toekomst’ op donderdag 21 februari organiseerde in Auditorium 2000 van Brussels Expo. Deze toekomst bestaat volgens haar o.m. uit energie-efficiënte woningen en een circulaire (bouw)economie.

“We moeten niet alleen kiezen tussen politieke partijen, maar vooral tussen samenlevingsmodellen. De bouw is een grote werkgever met 280.000 werknemers en zelfstandigen. Hij is beter dan om het even welke andere sector in staat om activiteit in werkgelegenheid en dus in welvaart om te zetten. De bouw wordt vaak de industrie van de oplossing ten dienste van een maatschappijproject genoemd. Welke maatschappij willen wij ten dienste van het klimaat, de mobiliteit, de huisvesting, de school, de werkgelegenheid? De eerste twee thema’s van dit BouwForum, huisvesting en mobiliteit, zijn nauw gelinkt aan het klimaat. Een cynicus zou misschien zeggen: voor elke liter verbrande stookolie vloeit bijna 14 eurocent belasting naar de staatskas en voor elke liter benzine bijna 85 eurocent; waarom dan iets doen? Jongeren beweren: De overheid en de economie moeten stoppen met op korte termijn te denken. Het gaat om onze toekomst; maak snel keuzes en werk samen”, signaleert Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

Onze gebouwen behoren tot de oudste in de Europese Unie en zorgen voor 40% van de CO2-uitstoot. Ze verbruiken 70% meer energie dan het Europese gemiddelde. 80% van onze woningen is gebouwd vóór 1985 en is niet-energiezuinig. Het volstaat volgens Robert de Mûelenaere niet om een klimaatwet aan te nemen; iedereen zal moeten kunnen meebetalen om bv. gebouwen te isoleren. Een klimaatbeleid zal sociaal zijn of niet zijn. Ook hier lanceert de bouwwereld voorstellen.

Ook voor de mobiliteit zal voor samenwerking naar de bouwsector gekeken worden. Zo is het openbaar-vervoeraanbod nog steeds pover en vormt de ontwikkeling ervan een absolute prioriteit. De gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw vraagt ook aandacht voor multimodale mobiliteitsplannen en merkt op dat een aantal kunstwerken die in de jaren ’60 en ’70 van vorige eeuw werden gebouwd het einde van hun levenscyclus hebben bereikt. Daarnaast vormden ook de zoektocht naar gekwalificeerde arbeidskrachten en de arbeidsveiligheid gespreksonderwerpen tijdens dit BouwForum.

Sloop en heropbouw

Omdat dit BouwForum grotendeels in het teken stond van de federale, regionale en Europese verkiezingen van 26 mei hadden moderatoren Wim De Vilder (VRT) en Martin Buxant (LN 24, ex-L’Echo en Bel RTL) tien partijkopstukken uitgenodigd. Hun eerste vraag aan hen was: moet het tarief van 6% voor sloop en heropbouw in 32 stedelijke gebieden worden uitgebreid tot gans het land? En moet deze maatregel ook gelden voor de verkoop door projectontwikkelaars van woningen die na sloop worden gebouwd?

Matthias Diependaele (N-VA) vindt alvast van wel. “We moeten heel sterk inzetten op nieuwbouw en vernieuwbouw, maar moeten van de EU wel de toelating krijgen voor die btw-verlaging. In Vlaanderen bestaat daarvoor volgens mij zeker een meerderheid”, meent hij.

David Clarinval (MR) is eveneens voorstander en heeft dit bovendien al jaren geleden voorgesteld. “We moeten de bouw een duw geven en hebben hierover al gediscussieerd in de commissie Financiën”, signaleert hij.

Jean-Marc Nollet (Ecolo) meent dat de fiscale verlagingen georiënteerd moeten worden naar gebouwen met hoge energienormen en pleit voor een alliantie tussen de politiek en de bouw. Gwendolyn Rutten (Open VLD) noemt deze maatregel goed voor de economie, de bouw, de mensen en het klimaat. “Een studie van de KU Leuven heeft zopas uitgewezen dat de huidige maatregel een enorm succes is. Vandaag ligt een voorstel op tafel om de btw-regeling aan te passen. We moeten een voortrekkersrol spelen. Bij gewone nieuwbouw zouden bovendien energievriendelijke maatregelen zoals de installatie van zonnepanelen aan 6% btw moeten kunnen belast worden. Dit moet ook kunnen voor projectontwikkelaars als ze woningen binnen een bepaalde periode doorverkopen”, stelt ze voor.

Maxime Prévot (cdH) is te vinden voor een conformisering op energetisch vlak binnen een termijn van tien jaar bij de verkoop van een woning. “Een termijn van vijf jaar is te kort want daarvoor is dan nog geen budget bij gezinnen. Binnen die eerste vijf jaar zouden ze wel kunnen toegang krijgen tot een serie premies”, suggereert hij.

Paul Depreter, voorzitter van de Confederatie Bouw, wil ons land tegen volgend jaar in de topgroep van meest arbeidsveilige EU-landen loodsen.   

Olivier Maingain (Défi) noemt de uitbreiding van het 6%-tarief een economische noodzaak en spreekt van een energie-investeringsrapport. John Crombez (sp.a) van zijn kant nuanceert dat de studie van de KU Leuven ook vermeldt dat de maatregel minder goed zou werken als ze zou veralgemeend worden. “We willen voor een stuk af van de kosten die gepaard gaan met wonen. Ten tweede willen we komaf maken met de registratierechten bij de aankoop van een eerste woning zodat kinderen zonder inbreng van hun ouders een woonst kunnen kopen. Ik denk ook aan een aantal andere maatregelen zoals de bouw van sociale woningen”, poneert hij.

Groene tijden, gouden tijden?

Beide presentatoren vroegen vervolgens wat de politici dachten over het voorstel om mensen te stimuleren om dichter bij hun werk te wonen en hen te laten kiezen tussen een wagen- en een woonbudget met dezelfde fiscale voordelen. “In het memorandum is veel voluntarisme om een link te leggen tussen het klimaat en de bouw. Groene tijden kunnen immers gouden tijden vormen voor de bouw. Wij pleiten voor een mobiliteitskrediet en -budget voor werknemers, want dan promoot je die vrijheid. Je ruilt het fiscale voordeel in voor een netto voordeel. Op termijn willen we dat budget afstandsonafhankelijk maken en evolueren van domme naar slimme belastingen”, signaleert Kristof Calvo (Groen).

Tinne Rombouts (CD&V) stelt extra fiscale gunstmaatregelen voor in dit mobiliteitsbudget als mensen verhuizen naar bv. tot maximum 5 km van hun werk, waarbij deze verhuis dus zou mee geïntegreerd worden in het mobiliteitsbudget. Ook Frédéric Daerden (PS) is van oordeel dat de verplaatsingen tussen woonst en werk moeten worden ingeperkt. “We moeten de arbeidsorganisatie herbekijken en we dienen werknemers aan te sporen om te verhuizen en te renoveren, maar we mogen beide niet mengen. Wij zijn ook voorstander van minder vervuilende mobiele alternatieven”, poneert hij.

Files en slechte wegen

Mobiliteit en (de op vele plekken erbarmelijke weg)infrastructuur vormden het tweede gespreksthema. Files veroorzaken immers enorm veel tijdverlies en een gigantische kost. De VCB vindt een multimodaal infrastructuurbeleid in de drie gewesten met de bijhorende budgetten noodzakelijk. Onze overheden investeren echter vandaag slechts gemiddeld 0,6% van het bbp in transportinfrastructuurwerken; dit aandeel moet minstens naar 1% stijgen om het Europese gemiddelde te halen. Daarnaast pleit de VCB voor een optrekking van alle overheidsinvesteringen, ook in gebouwen, van 2,3 naar 3% (het EU-gemiddelde) op korte termijn en naar een investeringsnorm van 5% in de drie gewesten op lange termijn. In Frankrijk en Nederland bedraagt dit aandeel bv. 3,4%.

Maxime Prévot wil investeren in het spoorvervoer, ook van goederen, als alternatief voor de weg en wil het wagenpark vergroenen. We moeten volgens hem ook de arbeidstijd flexibiliseren en bv. beperken tot vier (langere) werkdagen i.p.v. vijf en dus niet tot vier even lange werkdagen als vandaag met behoud van loon zoals de PS predikt.

“Mobiliteit verdient veel meer aandacht in de strijd voor competitiviteit. Ik pleit voor het optrekken van publieke investeringen, voor een verruiming van de slimme kilometerheffing die een lastenverlaging met 4,5% met zich kan brengen en voor deelmobiliteit waarbij het milieu en de bouw elkaar kunnen ontmoeten. In Vlaanderen hebben we meer parkeerplaatsen dan inwoners. We moeten de switch maken van het hebben van een auto naar het beschikken over mobiliteit”, stelt Kristof Calvo voor. Frédéric Daerden wil milieuvriendelijkere transportmogelijkheden versterken, de NMBS verbeteren, werken aan trams in de regio’s en aan deelmobiliteit, de verbindingen tussen de transportmiddelen vergemakkelijken en iets doen aan de organisatie van de werktijd (telewerk).

David Clarinval van zijn kant vindt dat we eerst de sociale bijdragen op arbeid moeten aanpakken, waarin we kampioen zijn, en wil het budget voor salariswagens op vrijwillige basis afschaffen. “De NMBS heeft veel meer geïnvesteerd dan vroeger, o.a. in stations. Ik pleit ook voor een betere coördinatie van de werkzaamheden”, stelt hij.

Wim De Vilder (vooraan m.) en Martin Buxant (vooraan l.)  modereerden een politiek panel met (achteraan vanaf l.) Tinne Rombouts, Jean-Marc Nollet, Matthias Diependaele, David Clarinval, John Crombez, Maxime Prévot, Kristof Calvo, Olivier Maingain, Gwendolyn Rutten en Frédéric Daerden.

Matthias Diependaele geeft toe dat we een probleem hebben met onze infrastructuur, want “bakstenen betogen niet”. “De Vlaamse regering heeft de investeringen in infrastructuur met een derde verhoogd. Er zijn enkele grote projecten zoals de Oosterweel met pakweg 3,5 miljard € aan investeringen en de ring rond Brussel, waar ongeveer de helft van alle file-uren in Vlaanderen worden verspild. Daarnaast moet de kilometerheffing slim zijn en mag de bouw daarvan niet het slachtoffer worden. Sommige voertuigen in de files rijden overigens niet naar het werk en kunnen daar beter op een ander moment zijn”, oppert hij.

Gwendolyn Rutten wil, mede gezien de grote werkloosheid in Wallonië en Brussel, er in dit kader op inzetten om mensen aan de slag te krijgen. Volgens wetenschappelijk onderzoek kunnen we bovendien de files oplossen als we 10% van de wagens uit deze files halen. Hierbij zullen we met technologie en sturing van verkeersstromen moeten werken. Steden moeten samenwerken en mogen de problemen niet verschuiven van de ene stad naar de andere of naar de buurgemeenten.

“We wensen in België minstens evenveel te investeren als in de EU, maar hierbij moet de prioriteit naar het openbaar vervoer en fietsautostrades gaan. We hebben ook een cultuurverandering nodig: als de alternatieven zouden bestaan, wie gebruikt ze dan? Dit is ook een culturele vraag”, meent Jean-Marc Nollet.

John Crombez stelt vast dat ons investeringsniveau al 37 jaar zakt. “Ook daar moeten we met de EU spreken want die fnuikt investeringen, wat onaanvaardbaar is. Voor productieve investeringen moet meer ruimte gemaakt worden”, beklemtoont hij.

Maxime Prévot merkt op dat in vijf jaar 3 miljard € op het openbaar vervoer is bespaard. “Ik betreur de 10 miljard € per jaar verlies op de bedrijfsbalans, de gezondheidsuitgaven en de kosten om die investeringen in te halen. We moeten met langetermijnoplossingen komen en ons energienet uitrusten om onze wagens en vrachtwagens veel sneller te kunnen laden”, oordeelt hij.

Olivier Maingain breekt een lans voor een hogesnelheidstrein voor goederen. Tinne Rombouts wil de investeringsnorm omhoog tot minimum 3% voor alle overheden, zodat dit voor economische groei en werkgelegenheid kan zorgen. “In ons eigen gebouwenpatrimonium bv. is veel werk”, beseft ze.

Te veel vacatures

Het derde thema focuste op de arbeidsmarkt. “16.500 vacatures in de bouw, dat is te veel. Onze bedrijven schreeuwen om geschoold personeel. Om dit te verhelpen heeft de Confederatie Bouw Brussel met partners initiatieven genomen (ConstruCity), maar ze werkt ook aan een eigen kwalitatief opleidingscentrum voor de bouw om jongeren op te leiden naar knelpuntberoepen. Daarnaast moet ook iets veranderen aan het onderwijs: duaal leren en werken naar Zwitsers model is voor de bouwberoepen het enige alternatief om vakbekwaamheid te verwerven”, oppert Jean-Christophe Vanderhaegen, algemeen directeur van de Confederatie Bouw Brussel – Vlaams-Brabant. 80% van de jongeren in een alternerende opleiding heeft binnen de zes maanden een job en 25% start binnen de vijf jaar een eigen onderneming.

“Acht op de tien knelpuntberoepen zijn gesitueerd in de bouw en de afwerking. Het tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten zet een rem op de productiviteit van ondernemingen”, signaleert Martin Buxant. Wim De Vilder merkt op dat het decennia geleden is dat de bouw nog op zoek was naar zoveel nieuwe arbeidskrachten. Hij vraagt de panelleden met welke concrete maatregelen ze ervoor willen zorgen dat de bouw arbeidskrachten op alle niveaus vindt.

Matthias Diependaele vindt dat we moeten werken aan de aantrekkelijkheid van de sectoren; de bouw torst immers nog steeds een slecht imago (van hard en zwaar werk) en de pluspunten worden onderbelicht. Hij verwijst tevens naar het tienpuntenplan van Vlaams minister Muyters in 2016-’17. De bouw beseft bovendien dat hij niet meer zonder economische migratie kan; één derde van de arbeidskrachten komt reeds van elders. Daarnaast moeten we inzetten op duaal leren zonder dit als een absolute prioriteit te beschouwen en hebben we ook nog altijd industriële ingenieurs nodig.

David Clarinval is zich eveneens bewust van het tekort aan geschoold en gemotiveerd personeel. De Jobs Deal omvat een aantal maatregelen gefocust op knelpuntberoepen. John Crombez is voorstander van een bouwschool vanaf 16 jaar om een stiel te leren. Samen met de VDAB kan opleiding gegeven worden terwijl de cursisten al aan het werk zijn. We moeten ook meer kennisberoepen voorzien voor kleine ondernemingen en eventueel via werkgeversverenigingen werken. “Als je economische migratie toelaat en het wordt sociale dumping, geen vele bedrijven echter kapot. Je moet werken aan een level playing field waarboven iedereen kan leven”, bezweert hij.

Kristof Calvo wil meer modulair werken, meer aandacht besteden aan levenslang leren (31% in Denemarken, 7% bij ons), blijven werken op de loonkosten en werkgevers steunen om hun vacaturebeleid nog te verstevigen. De rode draad is voor hem de nood aan meer samenwerking i.p.v. versnippering en naast elkaar te werken. “De komende vijf jaar moeten voor onze partij de vijf jaar van de samenwerking worden. We pleiten voor één federale minister van Klimaat en voor één federaal investeringsplan onder leiding van de premier”, poneert hij.

Tinne Rombouts meent dat de uitrol van het duaal leren moet voortgezet worden en ook interessant kan zijn voor het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. Jean-Marc Nollet oordeelt dat alternerend leren jongeren een zin kan doen vinden in hun leerparcours en ook nuttig kan zijn in het hoger onderwijs, inclusief voor ingenieurs. Frédéric Daerden is zeer te vinden voor het contact van jongeren met hun job. De arbeidsvoorwaarden in de bouw zijn ook anders dan vroeger. Hij staat achter levenslang leren en het leren van nieuwe technieken, maar dat kost bedrijven wel geld.

“In Vlaanderen zijn we begonnen met duaal leren, maar we moeten hier echt een tand bijsteken. Mijn thuisstad Aarschot is een scholenstad met een bloeiend bedrijventerrein, maar beide polen spreken nog niet met elkaar. De politiek kan mensen samenbrengen. We moeten nog wel wat afleren om te veel regeltjes op te leggen zodat we een win-win-situatie realiseren voor leerlingen, bedrijven en de samenleving. We moeten er ook voor zorgen dat het loont om te werken en dat het verschil tussen werken en niet werken vergroot met een extra netto lastenverlaging voor wie werkt en een beperking van de werkloosheid in de tijd”, suggereert Gwendolyn Rutten.

Maxime Prévot van zijn kant schiet kordaat het PS-voorstel van de 32-urige werkweek af omdat er nu al zovele knelpuntberoepen zijn. Daarnaast wil hij het Waalse FOREM hervormen volgens de behoeften.

56 arbeidsongevallen per dag

Paul Depreter wil ons land in de top vijf hijsen van landen met het minste aantal arbeidsongevallen in de bouw. In 2017 betreurde onze bouwsector immers dagelijks 56 arbeidsongevallen met tijdelijke of definitieve werkonbekwaamheid tot gevolg en twaalf dodelijke arbeidsongevallen per jaar. “In het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland en Zweden, landen met een vergelijkbaar welvaartspeil, lopen arbeiders tweemaal minder risico op een arbeidsongeval. Op menselijk en maatschappelijk vlak is onze situatie onaanvaardbaar, op economisch vlak betekent dit een enorme kost voor onze bedrijven en onze sociale zekerheid en het schaadt ons imago op een moment waarop we een tekort aan mensen hebben en onze sector aantrekkelijk moet zijn. “Safety performance leads business performance”; cijfers hebben wetenschappelijk aangetoond dat bedrijven die in veiligheid investeren het goed doen. Daarom heb ik tijdens het vorige BouwForum de ambitieuze doelstelling geformuleerd dat onze sector in 2020 even goede veiligheidsprestaties moet kunnen neerzetten als de voornoemde vier EU-landen. Dit kan enkel als wij aannemers ons engageren om van veiligheid een topprioriteit te maken; daarom starten we nu onze campagne ‘Safety My Priority’ met de slogan ‘Veilig bouwen. Eerst denken, dan doen’. Ik reken op al mijn collega’s-aannemers opdat ze veiligheid in hun bedrijfscultuur integreren, want alleen zo kunnen we ons doel bereiken”, meldt de voorzitter van de Confederatie Bouw, die als eerste het veiligheidscharter tekent.

Zijn de politici bereid om veiligheid een prominente plaats te geven in bestekken van overheidsaanbestedingen en willen ze een vak ‘veiligheid’ ingepast zien in elke bouwrichting in het middelbaar en het hoger onderwijs? David Clarinval merkt op dat werknemers zien dat men bezorgd is om hun veiligheid en dat dit rendabel is. “De veiligheidscoördinator heeft ook al heel wat verantwoordelijkheid van de aanbestedende instanties weggenomen”, voegt Olivier Maingain hieraan toe.

Ook Gwendolyn Rutten wil in de bestekken een belangrijkere plaats voor veiligheid toebedeeld zien; ze stelt zelfs voor om samen typevoorschriften af te spreken. Kristof Calvo beschouwt deze ‘sense of urgency’ als de enige manier om vooruitgang te boeken.

“In de komende tijd wordt gewerkt aan de eindtermen van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Hierbij moeten we een gezonde veiligheidscultuur creëren, maar ik huiver van extra regeltjes die de situatie op het terrein bemoeilijken en die niet altijd tot veiligere situaties leiden”, benadrukt Matthias Diependaele.

Maxime Prévot merkt op dat niemand tegen meer veiligheid kan zijn, maar dat de wijziging van bestekken hiertoe niet het juiste middel vormt. “Dat zal niet altijd verstandig toegepast worden. Laten we daarom het wettelijke kader veranderen”, stelt hij voor.

Tinne Rombouts meent dat veiligheid een prioriteit moet vormen in de mentaliteit en aan bod moet komen in het lessenpakket. Veiligheid moet verplicht geïntegreerd worden in elke bouwrichting of stage.

Tot slot zet Paul Depreter de belangrijkste boodschappen van dit BouwForum op een rijtje. “80% van ons woningpark is verouderd en niet energie-efficiënt. Deze 5,5 miljoen woningen zijn goed voor 20% van alle uitstoot van broeikasgassen. Gezien de voorspelde lage groei tijdens het komende decennium en dus de beperkte stijging van de inkomsten voor de overheid en van de koopkracht voor de consument zullen we innovatief moeten zijn en gedurfde keuzes moeten maken om de klimaatdoelstellingen te halen. Hiertoe moet jaarlijks 2,5% van ons woningpark een energetische upgrade krijgen, tegenover 0,6% vandaag. De bouw wil ernstige klimaatinspanningen leveren en de politiek wil ons daarbij steunen”, merkt hij.

Daarnaast besteedt ons land slechts 2,3% van zijn bbp aan openbare investeringen; een hogere investeringsnorm is dus nodig. Het investeringspact dat de federale regering in september heeft voorgesteld, vormt een ideale aftrap voor een investeringsbeleid. We moeten immers investeren in onze wegen, onze gebouwen, onze scholen, ons openbaar vervoer en andere infrastructuur.

”We moeten tevens het duaal leren herwaarderen; alternerende opleidingen verdienen een serieuze duw in de rug. En tot slot moeten we het aantal arbeidsongevallen drastisch doen dalen en tegen 2020 deel uitmaken van de topgroep van best presterende EU-landen op dit vlak. We hebben een primaire verantwoordelijkheid, maar kunnen het tij niet alleen keren. Onze overheden moeten onze partner in veiligheid worden door van veiligheid een belangrijk criterium te maken in elke overheidsaanbesteding en door veiligheid als verplicht vak op te nemen in elke bouwopleiding”, besluit hij.
 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Architecten trekken op studiereis naar Carrara

Architecten trekken op studiereis naar Carrara

Een twintigtal architecten en interieurarchitecten uit heel Europa trokken van zondag 2 tot woensdag 5 juni op studiereis naar de Noord-Italiaanse stad Carrara, die geldt als het epicentrum van de marmerindustrie. Net daarin schuilt echter een[…]

Hack Utilities zoekt oplossingen voor wateruitdagingen

Hack Utilities zoekt oplossingen voor wateruitdagingen

Congres ‘De gezonde en veerkrachtige stad’

Congres ‘De gezonde en veerkrachtige stad’

Publica Awards zetten unieke projecten in de kijker

Publica Awards zetten unieke projecten in de kijker

Meer artikels