Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

'Nog steeds geen heropleving van de gemeentelijke investeringen'

'Nog steeds geen heropleving van de gemeentelijke investeringen'

Alle Belgische lokale besturen (gemeentes, OCMW's, politiezones, provincies, ') zullen dit jaar samen zowat 6 miljard ' investeren in wegen, scholen, kantoren, sportinfrastructuur, enz. De Vlaamse lokale besturen hebben zowat 3,75 miljard ' aan investeringen in hun begroting staan. Dat blijkt uit een studie van de Belfius Bank. Daaruit blijkt ook dat Vlaamse gemeentebesturen dit jaar meer willen investeren dan wat ze in 2014 voorzien hadden in hun meerjarenbegroting.

Belfius Bank heeft, in het kader van zijn traditionele studie over de financiën van de lokale besturen, andermaal de recentste ontwikkelingen van de lokale financiën (budgetten 2015) voor de drie gewesten van het land belicht. Behalve de gemeenten neemt deze studie ook de provincies, de OCMW's, autonome gemeentebedrijven en de politiezones op, wat een meer volledig beeld van de lokale sector oplevert.

Alle lokale besturen zijn in 2015 goed voor een totaal budget van 32,1 miljard '. De exploitatie-uitgaven bedragen 26,1 miljard ', terwijl de investeringsuitgaven 6 miljard ' belopen. 'Dat is misschien niet de grote stap vooruit waar o.m. de aannemers op hopen. We zitten zeker nog niet aan het gemiddelde investeringsniveau van de jongste vijf jaren. Maar die 6 miljard tonen dat er toch een goede dynamiek is, terwijl steeds meer besturen een gezonde financiële toestand kennen', zegt Dirk Gyselinck, lid van het directiecomité van Belfius. In Vlaanderen zijn er behalve de gemeenten, OCMW's en politiezones nog 158 autonome lokale overheidsbedrijven die in de statistieken zijn opgenomen (d.i. 82%) en die samen een budget van 1 miljard ' aan uitgaven hebben.

Het geraamde volume aan investeringen in de Belgische lokale begrotingen neemt af met 5,7%, terwijl de exploitatie-uitgaven zeer matig stijgen (1%), zodat de totale uitgaven lichtjes teruglopen (0,4%) ten opzichte van 2014. Gemeenten nemen in België gemiddeld 77% van de totale investeringen van lokale besturen voor hun rekening.

Er zijn enkele trends die zich globaal aftekenen voor alle lokale besturen van het land. De heel geringe stijging van de personeels- en werkingsuitgaven (die door de zwakke inflatie nog in de hand wordt gewerkt) vloeit voort uit het streven van de lokale besturen om de exploitatie-uitgaven strikt onder controle te houden en het budgettair evenwicht te vrijwaren. De financiële lasten gaan, o.m. dankzij de historisch lage rente, structureel in dalende lijn. De overdrachtuitgaven daarentegen, die vooral bepaald worden door de kosten voor sociale bijstand (OCMW's) en veiligheid (brandweer, politie), blijven fors toenemen (+ 4%, dus sterker dan de overige uitgavencategorieën). Door de geleidelijke toepassing van de pensioenhervorming voor het statutair personeel (stijging van de bijdragevoeten) blijven de personeelsuitgaven onder druk staan. De jongste twee jaar is het aantal werknemers in de administratie van de lokale besturen (vooral in Vlaanderen) gedaald (zij het in beperkte mate tot nog toe), wat een breuk met het verleden betekent. De lokale besturen zien hun belastingontvangsten verminderen. Zowel de opbrengst van de aanvullende belasting op de personenbelasting als het rendement van de specifiek lokale taksen gaan lichtjes achteruit. Ook de aanslagvoeten bleven zeer stabiel.

Woonzorgcentra

De Belgische OCMW's zullen volgens de begrotingen dit jaar samen 7,1 miljard ' uitgeven. Daarvan gaat 12% naar investeringen, vooral in ouderenzorg (woonzorgcentra of wzc's). De gemeenten moeten dit jaar 1,7 miljard bijpassen bij de OCMW's. Belfius verwacht dat de uitgaven van de Belgische OCMW's de komende jaren nog zullen oplopen. Het aantal begunstigden zal toenemen (in Vlaanderen met ongeveer 5%, in Wallonië en Brussel met meer dan 10%), o.m. door het beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkering. Ook de investeringen zullen nog stijgen: door de vergrijzing moet de opvangcapaciteit nog opgedreven worden en de bestaande wzc's moeten aangepast worden aan nieuwe normen.

Het geraamde investeringsvolume op Belgisch niveau stagneert (-5,7%) bij zowat alle bestuurscategorieën (in het bijzonder bij de OCMW's en de politiezones), maar met een andere intensie per gewest: in Vlaanderen raamt men meer dan oorspronkelijk voorzien op het meerjarenplan, er is een krimp in Brussel tegenover een opleving in Wallonië na twee jaar van forse daling. Dat de geraamde investeringen in Vlaanderen dit jaar hoger liggen dan wat in de meerjarenbegroting stond, heeft mogelijk te maken met het feit dat er vorig jaar een pak investeringen niet gerealiseerd konden worden. Er werd toen een investeringspiek begroot die men in een eerste bestuursjaar niet zou verwachten.

De budgetsaldi (zowel voor het eigen dienstjaar als het algemeen totaal) ondergingen geen relevante wijzigingen. In Wallonië en Brussel (waar de lokale besturen nog volgens de traditionele boekhouding werken) liggen de saldi eigen dienstjaar dicht bij het evenwicht, terwijl de saldi algemeen totaal grotere overschotten vertonen (respectievelijk 376 en 70 miljoen ').

Het evenwicht voor de Vlaamse lokale besturen, die sinds 2014 allemaal het nieuwe boekhoudkader (bbc) toepassen, met uitzondering van de politiezones, wordt gemeten door de autofinancieringsmarge. Die marge geeft de financiële capaciteit van de lokale besturen weer om hun periodieke leninguitgaven (interest + aflossing) te dekken. Een extra marge kan dienen om nieuwe investeringen te financieren. Net als in 2014 is de autofinancieringsmarge ook in 2015 positief voor twee op drie gemeenten, ze bedraagt 152 miljoen '. De OCMW's noteren een marge van 12 miljoen '. Het begrotingssaldo van de politiezones voor het eigen dienstjaar krimpt in 2015 maar blijft positief (18,9 miljoen '), zo ook het algemeen totaal (12,8 miljoen ').

In de huidige economische context en rekening houdend met de regeringsmaatregelen om het systeem van de werkloosheidsuitkeringen (uitsluiting van langdurig werklozen en degressiviteit van de uitkeringen) te hervormen, blijven de uitgaven voor sociale bijstand door de OCMW's fors toenemen (in 2015 wordt voor het leefloon een stijging van ongeveer +15% verwacht in Wallonië en Brussel en +4,8% in Vlaanderen). De stijging van deze kosten heeft een impact op de gemeenten die bij wet verplicht zijn via de gemeentelijke dotatie het exploitatietekort van het OCMW te dekken.

De gemeentelijke dotatie blijft dus sneller toenemen dan de totale uitgaven, vooral in de grote steden van het land, die sterker met de gevolgen van de verarming van de bevolking worden geconfronteerd.

De investeringen die in de budgetten 2015 van de lokale besturen werden ingeschreven, belopen in totaal 6 miljard ', tegen 6,4 miljard ' in 2014, wat resulteert in een daling van 5,7%. Deze terugval treft alle categorieën van lokale besturen en komt het scherpst tot uiting bij de politiezones (-7,6%) en vooral bij de OCMW's (-15,4%). Voor de gemeenten, die meer dan 75% van de investeringen van de lokale besturen voor hun rekening nemen, is de daling het minst uitgesproken (-4,2%).

Wallonië investeert

De dynamiek van de gemeentelijke investeringsprojecten verschilt evenwel volgens het gewest. Voor Vlaanderen moet de daling van 10,6% ten opzichte van 2014 worden genuanceerd. Het was het eerste meerjarenplan 2014-2019 dat werd opgesteld in het kader van de beheers- en beleidscyclus (bbc). Het geconcentreerde volume van de geplande investeringen in 2014 werd hierin vermoedelijk overgewaardeerd. Het huidige budgetbedrag voor 2015 ligt trouwens hoger dan oorspronkelijk voorzien voor dit jaar in het meerjarenplan 2014-2019. In het Brusselse gewest dalen de investeringen van de gemeenten (-4,4%), maar - anders dan voor de twee andere gewesten - vertoonden de investeringsprojecten in het begin van de nieuwe gemeentelijke bestuursperiode geen terugval. In Wallonië daarentegen nemen de investeringsprojecten van de gemeenten met 9,5% toe, maar die opleving komt er na twee opeenvolgende dalingen van meer dan 15%.

Het structurele evenwichtscriterium van de autofinancieringsmarge gaat na in hoeverre de exploitatie-ontvangsten duurzaam de uitgaven voor leningen dekken (interest en aflossingen). Alle gemeenten voorzien dat ze na afloop van het meerjarenplan, zoals verplicht, in evenwicht zullen zijn, met een autofinancieringsmarge van nul of meer. Meer dan twee derde van de gemeenten heeft in 2015 al voldoende financieel draagvlak en beantwoordt dus aan dit evenwichtscriterium, andere gemeenten nemen hiervoor meer tijd. In 2015 verdubbelt de autofinancieringsmarge ten opzichte van wat voorzien was in het oorspronkelijke meerjarenplan 2014-2019. Het extra financieel draagvlak van 152 miljoen ' kan worden besteed aan investeringen. Slechts 92 gemeenten hebben in het budget 2015 een negatieve autofinancieringsmarge, d.i. 20 minder dan eerst werd gedacht.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Miljoenenproject transformeert CO2 tot groene waterstof

Miljoenenproject transformeert CO2 tot groene waterstof

Tien private en publieke partners hebben zich verenigd in het North-C-Methanol project. Samen zullen ze de CO2-emissie jaarlijks met 140.000 ton verminderen en 44.000 ton groene methanol aanmaken voor de lokale chemische en duurzame[…]

26/10/2020 | GentInnovatie
Oudenaarde bouwt nieuwe woonwijk

Oudenaarde bouwt nieuwe woonwijk

Vandenbussche krijgt Best managed Company Award

Vandenbussche krijgt Best managed Company Award

Eerste infrastructuurwerf met ethische code

Eerste infrastructuurwerf met ethische code