Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Nieuwe Technische Voorlichting over vochtproblemen in gebouwen

Nieuwe Technische Voorlichting over vochtproblemen in gebouwen

De Technische Voorlichting nr. 252 'Vocht in gebouwen' vervangt de TV nr. 210 en bespreekt de nieuwste ontwikkelingen inzake het behandelen van vochtproblemen in gebouwen. Ze heeft bijzondere aandacht voor het blokkeren van stijgend vocht door het injecteren van vochtwerende producten. Zo kaart ze de keuze van de producten aan, die de jongste jaren complexer werd doordat de commerciële producten evolueerden naar innoverende, milieuvriendelijkere samenstellingen. Ze stelt tevens een evaluatieprocedure voor die het WTCB recent voor deze producten heeft ontwikkeld. Ze is een handig hulpmiddel bij de productkeuze en fungeert nu al als basis voor het verkrijgen van een technische goedkeuring bij de Belgische Unie voor de Technische Goedkeuring in de Bouw (BUtgb).

De aanwezigheid van vocht gaat vaak gepaard met de aanwezigheid van oplosbare zouten in gebouwen. Dit verschijnsel veroorzaakt verschillende vormen van beschadiging en problemen die niet enkel de duurzaamheid en het uitzicht van de materialen aantasten, maar tevens een invloed hebben op het comfort en de gezondheid van de bewoners. De inleiding van de TV geeft een onvolledig overzicht van de verschillende schadebeelden die kunnen voortvloeien uit de aanwezigheid van vocht en oplosbare zouten in gebouwen. Een diepgaande diagnose moet de oorzaken identificeren en bepalen welke maatregelen er genomen moeten worden.

Stijgend vocht

Meer dan één derde van de woningen in België dateert van voor 1945. Gebouwen uit metselwerk hadden toen meestal nog geen luchtspouw en geen drainerend waterkerend membraan aan de muurvoet (die vonden pas na de Tweede Wereldoorlog algemeen ingang). Ondanks zijn dikte is oud massief metselwerk weinig thermisch isolerend en gevoelig voor infiltraties van slagregen. Bovendien kampt het vaak met stijgend grondvocht, dat belangrijke concentraties aan oplosbare zouten bevat die voor een brede waaier aan beschadigingen zorgen. In vele gevallen zal dus een interventie tegen stijgend vocht noodzakelijk zijn.

Gebouwen die niet voorzien zijn van een waterkerend membraan zijn echter niet stelselmatig onderhevig aan stijgend vocht. Bovendien kunnen de vastgestelde symptomen andere vochtoorzaken hebben en meestal zelfs een combinatie van oorzaken. In oude gebouwen is de uitdaging dan ook om de aanwezigheid van stijgend vocht op te sporen en de nood aan een behandeling te bepalen, en tevens om andere vochtoorzaken te detecteren en ze gelijktijdig te behandelen.

Ook in recentere gebouwen kan een behandeling tegen stijgend vocht noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld als er geen waterkerend membraan geplaatst werd, als het membraan beschadigd is, als er fouten gemaakt werden bij de plaatsing of in het ontwerp, of als er aanaardingen of aanpassingen uitgevoerd worden tot boven het niveau van het membraan zonder aangepaste bescherming. De uitdaging bestaat er dan in te bepalen welk gebrek of welke ingreep aan de basis van het stijgend vocht ligt, zonder andere mogelijke vochtoorzaken uit het oog te verliezen.

Energetische renovatie

Wanneer men aanpassings-, renovatie- of onderhoudswerken uitvoert om het comfort en de energetische prestaties te verbeteren, staan de thermische verbeteringen en de vochtbestrijding voorop. Beide doelstellingen zijn nauw met elkaar verbonden: het vochtprobleem behandelen is immers een noodzakelijke voorwaarde om aanvaardbare thermische eigenschappen te behalen en te behouden.

Bovendien kunnen alle ingrepen die bedoeld zijn om de thermische prestaties van een gebouw te verbeteren een aanzienlijke invloed hebben op het hygrothermische evenwicht van het gebouw, zoals bijvoorbeeld:

thermische isolatie van wanden die blootgesteld zijn aan capillaire vochtstijgingen (stijgend vocht): isolatie tegen de wand plaatsen vermindert de verdampings- en drogingsmogelijkheden van het metselwerk aan de kant van de isolatie. Als stijgend vocht niet vooraf behandeld wordt, kan het vochtgehalte in het metselwerk toenemen en kan het fenomeen zich uitbreiden. Bij bevochtiging van de isolatie zelf kunnen de isolerende eigenschappen van het materiaal sterk verminderen;

isolatie van buitenmuren aan de binnenzijde: thermische isolatie aan de binnenzijde van een gevel doet de temperatuur van de gevelmaterialen sterk dalen. Ze drogen bijgevolg trager na bevochtiging (bv. door slagregen) en zijn hierdoor gevoeliger voor vorstschade;

plaatsen van nieuwe luchtdichte ramen met dubbele beglazing: de luchtdichte afwerking van de ramen heeft een niet te verwaarlozen invloed op de natuurlijke verluchting van het gebouw. Als er geen aangepast ventilatiesysteem aanwezig is, kunnen luchtdichte ramen oppervlaktecondensatie doen ontstaan of ze verplaatsen van de ramen naar andere oppervlakken, meer bepaald naar de binnenbepleistering, waar schimmelvorming kan plaatsvinden.

De uitdaging bestaat er dus in om ieder gebouw in zijn globaliteit te behandelen, zowel op het vlak van vocht en ventilatie als op thermisch vlak. Op die manier kan men de invloed van de interventies op voorhand inschatten en de maatregelen nemen die nodig zijn om ongewenste neveneffecten te vermijden.

Vanwege de tijd die nodig is om het metselwerk te laten drogen, moeten alle behandelingen tegen vochtproblemen uitgevoerd worden bij aanvang van de renovatiewerken. Als dat niet het geval is, kunnen de duurzaamheid en de prestaties van andere verbeteringswerken (bv. met betrekking tot de afwerking of de thermische isolatie) in het gedrang komen door de migratie van residueel vocht en de kristallisatie van zouten. Zouten zijn immers een belangrijke oorzaak van beschadiging, niet alleen vóór, maar ook na de ingrepen tegen vocht. Als er zouten aanwezig zijn, moeten er voor de start van de afwerking meestal bijkomende ingrepen uitgevoerd worden, zoals de aangetaste bepleistering verwijderen of speciale beschermingen plaatsen.

Prijsofferte

Voor alle interventies die betrekking hebben op vochtproblemen in een gebouw moet de aannemer in zijn offerte duidelijk vermelden welke werkzaamheden en analysen er al dan niet in de prijs inbegrepen zijn. Dat kan onder meer van toepassing zijn op de volgende elementen:

diagnose van de vochtoorzaken en evaluatie van de nood aan een interventie. Voor grote of complexe werven (bv. beschermde gebouwen) wordt de diagnose uitgevoerd door de ontwerper, voor kleinere werven vaak door de aannemer zelf. Als er twijfel bestaat over de oorzaak van het vochtprobleem, kan de aannemer steeds een beroep doen op het WTCB;

keuze van de interventietechnieken en uitwerken van een interventieplan. Voor grote of complexe werven (bv. beschermde gebouwen) is het meestal de ontwerper die deze taak uitvoert, voor kleinere werven vaak de aannemer zelf. Bij twijfel over de aan te wenden technieken kan de aannemer steeds een beroep doen op het WTCB;

voorbereiden van het metselwerk vóór de interventie (verwijderen van leidingen en voorzetwanden, afkappen van de afwerking ...);

uitvoeren van de gekozen interventietechniek;

(voorlopige) herstelling van het metselwerk. De nieuwe afwerkingen worden pas aangebracht na een voldoende lange droogtijd of na een adequate beschermende behandeling;

controle van de droging van het metselwerk na een voldoende lange droogtijd. De opdrachtgever en de aannemer moeten al vóór aanvang van de werken afspraken maken over het tijdstip van de controles, de persoon die de controles uitvoert en de gehanteerde evaluatieprocedures;

eventuele bijkomende interventies voor het behandelen van residuele zouten;

herstellen van de afwerkingen.

In zijn offerte moet de aannemer expliciet vermelden of de geplande werken uitsluitend bedoeld zijn om het probleem van stijgend vocht op te lossen of om het geheel van vochtoorzaken in een gebouw aan te pakken.

Bron: hoofdstuk 1 van de Technische Voorlichting nr. 252 'Vocht in gebouwen ' Bijzonderheden van opstijgend vocht' (december 2014, 65 pag.). Deze TV kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). Ze is ook uitgegeven in brochurevorm en te bestellen bij de dienst Publicaties van het WTCB (02 529 81 00, fax 02 529 81 10 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Tips & Tricks

Tips & Tricks

In een deze reeks, exclusief voor Bouwkroniek, geven we praktische en haalbare tips om de slaagkansen van je offertes gevoelig te verhogen.

23/10/2020 |
Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Nieuwe methode om verf te testen

Nieuwe methode om verf te testen