Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Nieuwe regels voor luchtdichtheidstesten in gebouwen

Nieuwe regels voor luchtdichtheidstesten in gebouwen

De recent gepubliceerde Eengemaakte Technische Specificaties STS-P 71-3 zijn van belang voor de manier waarop de luchtdichtheidstesten voorgeschreven en uitgevoerd moeten worden, en ook voor de personen die deze proeven mogen uitvoeren. Van zodra er een contractuele verplichting bestaat om de voorschriften uit de STS-P 71-3 en de bijlage 6 ervan na te leven, mag het afleveren van de proefverslagen ' vergezeld van hun conformiteitsverklaring ' enkel nog gebeuren door een erkende opmeter. In het Vlaamse Gewest is deze eis inmiddels van kracht voor elke nieuwe proef die sinds 1 januari 2015 in de context van de epb uitgevoerd wordt. Ook in de gewesten waar in de regelgeving niet specifiek naar deze STS verwezen wordt, of waar deze regelgeving niet van toepassing is, staat het de voorschrijvers vrij om te refereren aan de STS-P 71-3 en bijlage 6.

De uitvoering van luchtdichtheidstesten komt aan bod in verschillende referentiedocumenten, waaronder de norm NBN EN 13829. De gewestelijke epb-regelgevingen voor nieuwbouw vullen deze norm aan met een aantal bijkomende specificaties. Daaraan moet absoluut voldaan worden indien men proefresultaten wil gebruiken om de minder gunstige ontstenteniswaarde uit de epb te vervangen. Eind 2014 heeft de fod Economie de STS-P 71-3 'Luchtdichtheid van gebouwen ' luchtdichtheidstest' gepubliceerd, die de bestaande documentatie vervolledigen en enkele belangrijke nieuwigheden invoeren, zoals de erkenning van de opmeters. Dit artikel gaat dieper in op deze nieuwe regels en de praktische gevolgen ervan.

Steeds meer testen

Overeenkomstig deze STS en bijlage 6 moet sinds 1 januari 2015 elke nieuwe proef in het Vlaamse Gewest uitgevoerd worden door een erkende opmeter om in de context van de epb-regelgeving te mogen worden gebruikt. De regelgeving kan de naleving van deze STS verplichten, maar het staat elke voorschrijver vrij om aan dit document te refereren.

De jongste jaren is het aantal luchtdichtheidstesten in gebouwen sterk gestegen door de verhoogde aandacht voor de energieprestaties. De kostprijs voor dit type proef in een woning bedraagt gemiddeld enkele honderden euro's. Hoewel de uitvoering ervan niet opgelegd wordt door de epb-regelgeving, blijkt uit het grote aantal uiteindelijke epb-aangiftes waarin resultaten van dergelijke luchtdichtheidstesten opgenomen zijn dat de belangstelling voor dit onderwerp in stijgende lijn gaat. In 2014 ging het om meer dan 8.000 van de ingediende verklaringen in het Vlaamse Gewest (bijna 60% daarvan heeft betrekking op recentere woningen, d.w.z. dat de bouwvergunning afgeleverd werd in 2012) en om bijna een derde van de aangiftes in het Waalse Gewest (alle aanvraagjaren van de bouwvergunning samen).

De uitvoering van luchtdichtheidstesten wordt uiteengezet in de norm NBN EN 13829. Daarnaast hebben de gewesten, in het kader van de epb-regelgeving, nog een aantal bijkomende specificaties opgesteld die de proefnorm voort uitwerken en vervolledigen. Indien deze regels nageleefd worden, kan men voor het valoriseren van de gemeten prestaties teruggrijpen naar de proefresultaten, die doorgaans een stuk gunstiger zijn dan de waarde bij ontstentenis. Sinds de invoering van de epb-regelgeving werden al verschillende versies van deze specificaties opgesteld. Na de publicatie van de STS-P 71-3 werden de bijkomende specificaties uit de epb-regelgeving dan ook enigszins aangepast om in overeenstemming te zijn met deze STS en ernaar te verwijzen.

Luchtdichtheidstest

De STS-P 71-3 is niet uitsluitend bestemd voor de opmeter, aangezien niet alleen zijn rol, maar ook die van de klant die een pressurisatieproef aanvraagt, erin aan bod komt en wat van hen beiden verwacht wordt. De STS beschrijven met name de verschillende stappen in de uitvoering van een 'typetest', waarnaar verwezen wordt in de epb-regelgevingen. Voor zover er geen regelgeving is die de naleving van de STS oplegt, is het aan de klant om dit op te dragen en indien nodig te verwijzen naar het kwaliteitskader dat beschreven wordt in de informatieve bijlage 6. Na afloop van de test is de klant verantwoordelijk voor het gebruik van de informatie uit het proefverslag, bijvoorbeeld in het kader van de epb-regelgeving.

In eerste instantie moet de opmeter bepaalde informatie ontvangen van de aanvrager om de test te kunnen uitvoeren (luik 1). De STS vermelden de eisen met betrekking tot de materialen die gebruikt worden tijdens de test (luik 2), de wijze waarop het gebouw voorbereid moet worden (luik 3), de luchtdichtheidsmeting zelf (luik 4), de opsporing van de luchtlekken (luik 5), het gebruik van de rekentools (luik 6) en de inhoud van het proefverslag (luik 7). De STS worden bovendien aangevuld met een aantal bijlagen, onder andere een informatieve (bijlage 6) die de eisen voor het opstellen van een kwaliteitskader voor de luchtdichtheidstesten bevat.

Bijlage 6 beschrijft een kwaliteitskader dat impliceert dat de bekwaamheid van de opmeter erkend moet worden. Intussen zijn er al meer dan 160 erkend. De lijst met erkende opmeters is opgenomen in de TECH-COM-databank, die geraadpleegd kan worden via de WTCB-website. Naast de eisen die behoren tot het luik 'bekwaamheid van de opmeter' krijgt de opmeter noch in de STS noch in de regelgevingen bijkomende eisen opgelegd. De opmeter kan dus zowel een algemene aannemer als de voorschrijver zijn, als hij maar voldoet aan de voorwaarden die de STS opleggen.

Wanneer van toepassing'

Het is juridisch verplicht om de Eengemaakte Technische Specificaties (STS) na te leven als een rechtsgeldig voorschrift ernaar verwijst. Zo kunnen de bijkomende specificaties van de regionale epb-regelgevingen verplichten de STS-P 71-3 na te leven. Dat is bijvoorbeeld het geval in het Vlaamse Gewest. Voor de werken die niet onder deze regelgeving vallen (bv. renovatiewerken), kan het naleven van de STS-P 71-3 ook voorgeschreven worden door een speciaal lastenboek. Gezien het informatieve karakter van bijlage 6 volstaat een verplichting tot naleven van de STS niet om de test ook verplicht te laten uitvoeren door een erkende opmeter. Men moet hiervoor speciaal verwijzen naar bijlage 6.

Het proefverslag moet expliciet vermelden dat de test gerealiseerd werd conform de STS-P 71-3. Als deze test binnen het kwaliteitskader van bijlage 6 valt, moet de meting uitgevoerd worden door een erkende opmeter. Na afloop van de test moet de organisator van het kwaliteitskader een conformiteitsverklaring opstellen, laten ondertekenen door de opmeter en toevoegen aan het proefverslag.

Taken van aanvrager en opmeter

De opmeter moet over de informatie beschikken die hem in staat stelt om de luchtdichtheidstest te plannen, na te gaan welke regels hij moet respecteren in functie van het vooropgestelde doel en de test uit te voeren in overeenstemming met deze regels. De STS verduidelijken zowel de rol van de klant als van de opmeter.

De klant die de test aanvraagt, moet met name:

het doel van de test bepalen (bv. het gebruik in de context van de epb-regelgevingen of het opsporen van luchtlekken tijdens de werkzaamheden om ze te kunnen corrigeren). Afhankelijk van het vooropgestelde doel kunnen de regels die van toepassing zijn bij het uitvoeren van de test verschillen;

de oppervlakte van de te meten zone bepalen, in het bijzonder als het gaat om gebouwen met verschillende wooneenheden;

het moment bepalen waarop de test uitgevoerd moet worden. De afwerkingsgraad van het gebouw is hierbij bepalend;

de opmeter bijkomende informatie verschaffen, zodat die de test kan voorbereiden en het rapport kan opstellen. Het gaat bijvoorbeeld om praktische informatie, zoals de plannen van het gebouw of het type technische installaties, maar ook om kwantitatieve indicaties met betrekking tot de volumetrie van de te testen zone.

Het is de taak van de opmeter om ervoor te zorgen dat hij de nodige informatie krijgt. Bijlage 3 van de STS bevat een volledig overzicht van de informatie die de klant moet meedelen als hij de test aanvraagt. Bij de uitvoering van de test moet de opmeter de regels in acht nemen die van toepassing zijn op het beschouwde geval. Na afloop bezorgt hij de klant een rapport en, indien van toepassing, een verklaring van conformiteit met de STS.

Bij de uitvoering van de 'typetest' die beschreven wordt in de STS, zijn er ook enkele optionele stappen of stappen die niet tot het normale takenpakket van de opmeter behoren (al kan hij hierover wel andere afspraken maken met de klant), namelijk:

grote gebouwen voorbereiden op de meting (geteste zone ' 4.000 m²). Deze taak wordt meestal overgelaten aan een derde partij. De opmeter moet echter wel controleren of de voorbereiding in overeenstemming is met de geldende regels, maar hij wordt niet geacht de eventuele non-conformiteiten te corrigeren indien de voorbereiding uitgevoerd werd door een andere partij;

de luchtlekken opsporen. Het wordt sterk aangeraden om deze optionele stap niet over te slaan. De klant en de opmeter moeten onderling afspraken maken over de uitvoering ervan;

de oorzaak van eventuele luchtlekken nagaan en deze gebreken verhelpen.

Vooraleer de luchtdichtheidsmeting kan plaatsvinden, moet het gebouw voorbereid worden. De informatie over de manier waarop dit moet gebeuren, is van essentieel belang voor de opmeter. Ook de ontwerper en de aannemers zijn ermee gebaat om op de hoogte te zijn van de voorbereidingswijze, aangezien ze aan de hand daarvan kunnen bepalen welke openingen afgedicht of gesloten moeten worden en welke in de oorspronkelijke staat behouden moeten blijven.

Op die manier weten ze ook welke openingen verantwoordelijk zijn voor eventuele luchtlekken tijdens de proef. De voorbereiding bestaat uit het uitschakelen van bepaalde technische uitrustingen (verwarmingsinstallaties, ventilatiesystemen, '), het openen van binnendeuren, het sluiten of afdichten van openingen die bewust aangebracht werden in de gebouwschil van de te meten zone (deuren en ramen, mechanische-ventilatieopeningen, ventilatieroosters, brandwerende kleppen, wachtopeningen, ').

Lekdebiet

Tijdens een pressurisatieproef bepaalt de opmeter het lekdebiet bij een drukverschil van 50 Pa. De meting moet zowel bij boven- als bij onderdruk gebeuren. De STS bevatten echter bepaalde voorwaarden en correcties, waardoor een proef waarbij slechts één van beide meetwijzen geldige resultaten opleverde, toch als conform de STS beschouwd kan worden. De waarden die de prestaties van de geteste zone uitdrukken, zijn in het algemeen het belangrijkst voor de klant.

Voor het berekenen van deze waarden moet men beschikken over het lekdebiet bij een drukverschil van 50 Pa en over bijkomende informatie over de geometrie van de gemeten zone (oppervlakte of volume). Deze informatie wordt bepaald op basis van specifieke meetconventies. Tenzij anders overeengekomen, is de opmeter niet verantwoordelijk voor het bepalen van deze oppervlakten of volumes. Het proefverslag moet het testoppervlak of het binnenvolume vermelden en aangeven waar deze informatie vandaan komt. Het vermelden van de waarden die berekend worden aan de hand van het lekdebiet bij 50 Pa, is vrijblijvend.

Indien de test uitgevoerd wordt in een groot gebouw ontstaat er een specifieke problematiek (bv. speciaal materiaal om grotere debieten te meten, wind en temperatuurverschillen die mogelijk een grotere invloed uitoefenen). De STS geven een aantal specificaties bij de meting zelf en bij de geldigheidsvoorwaarden van de proeven. De STS lichten eveneens de inhoud van het testrapport toe (bijlage 4). Het rapport moet foto's bevatten met daarop de geïnstalleerde proefopstelling. Opdat het gebouw herkenbaar zou zijn, moeten de foto's zowel binnen als buiten genomen worden. Het rapport moet ook de elementen vermelden waarmee de conformiteit van de test met de STS beoordeeld kan worden.

Bron: het WTCB-dossier 'Nieuwe regels voor luchtdichtheidstesten in gebouwen' van ir. Xavier Loncour, afdelingshoofd, en ir. Clarisse Mees, projectleider bij de afdeling Energie, en ir. Christophe Delmotte, hoofd van het laboratorium Prestatiemetingen Technische Installaties van het WTCB. Het dossier werd opgesteld in het kader van het project 'Luchtdicht Bouwen van A tot Z', met de steun van het Agentschap Ondernemen. Er mag alleen verwezen worden naar het dossier zelf (nr. 2015/2.16), te vinden op www.wtcb.be, doorklikken naar publicaties en WTCB-dossiers.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Vorsselmans bouwt nieuwe productiehal en kantoren

Vorsselmans bouwt nieuwe productiehal en kantoren

Het familiebedrijf Vorsselmans uit Loenhout, gespecialiseerd in de productie en montage van aluminium ramen, gevels en zonnepanelen, zette de symbolische eerste spadesteek voor de bouw van een nieuwe, geautomatiseerde productiehal met een[…]

120 bouwpromotoren en architecten op petanquetornooi van Renson

120 bouwpromotoren en architecten op petanquetornooi van Renson

Inspirerende openhuizendag over toekomstgericht bouwen

Inspirerende openhuizendag over toekomstgericht bouwen

Van de Kreeke en Habenu-van de Kreeke vieren samen 155 jaar bouwervaring

Van de Kreeke en Habenu-van de Kreeke vieren samen 155 jaar bouwervaring