Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Expertiseverslag

Nationale Bank pleit voor forsere overheidsinvesteringen

Nationale Bank pleit voor forsere overheidsinvesteringen

“We moeten op het vlak van openbare investeringen creatief zijn en grotere ambities koesteren”, opperde Jan Smets.

De Belgische bouw beleeft op economisch vlak hoogdagen, maar moet uitkijken voor ‘bottle necks’ en de tendens naar protectionisme. De consistent stijgende vastgoedprijzen zijn matig overgewaardeerd en klimmen sterker voor huizen dan voor appartementen en villa’s. En onze veel te lage overheidsinvesteringen moeten dringend worden aangezwengeld.  Dat verklaarde gastspreker Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank, bij de traditionele voorstelling van het jaarverslag van de Confederatie Bouw in de Brusselse Concert Noble.

Paul Depreter, voorzitter van de Confederatie Bouw, stelde verheugd vast dat de bouw in 2018  een aanzienlijk deel van de economische groei voor zijn rekening neemt. De verwachte groei van het bruto binnenlands product (bbp) schommelt immers rond de 1,5% terwijl de groei in de bouw wellicht 3,7% zal bedragen. Eveneens dit jaar blijven de investeringen van gezinnen in de woningbouw belangrijk, vertragen de bedrijfsinvesteringen vooral in de nieuwbouw en scheren de overheidsinvesteringen hoge toppen aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen. “Voor 2019 verwachten we een groeivertraging in de bouw van 1%. De bouw van nieuwe woningen zal naar verwachting krimpen als gevolg van de stijging in 2018, maar deze inkrimping zou gecompenseerd moeten worden door een herstel in de nieuwe niet-residentiële bouw en door de burgerlijke bouwkunde”, analyseerde hij.

In de toekomst blijft de woningmarkt volgens hem ondersteund worden door de invulling van de behoeften inzake zowel de uitbreiding van het woningpark als de verandering naar nieuwe woon- en leefvormen. Men zal steeds meer spreken van collectieve woonvormen en over de verandering van het woningpark om het conform de vereisten inzake energie-efficiëntie te maken. Het is één van de roepingen van de bouw om het woningaanbod af te stemmen op de vraag, waarbij de sector helpt om de vastgoedmarkt in overeenstemming te brengen met zijn evenwichtspunt. Zowel het prudentiële als het fiscale beleid moeten voortaan hun rol spelen in deze zoektocht naar dit evenwichtspunt”, opperde Paul Depreter.

Anderzijds draagt de bouwsector na jaren van banenverlies opnieuw bij tot het scheppen van banen en dat zou eveneens de volgende jaren het geval zijn, meldde de voorzitter van de Confederatie Bouw. “In dit opzicht vindt de bouw net als andere sectoren vandaag moeilijk personeel en kan hij de vacatures moeilijk invullen. Volgens de fod Economie waren er in het eerste trimester van dit jaar meer dan 11.000 vacatures. Onze ondernemingen zullen echter net zoals in het verleden zoeken om de cijfers aan te passen aan hun behoeften door opleidingsprogramma’s te intensiveren, ook in ondernemingen. Zoals opgemerkt door de Nationale Bank komen we tot een bijna structurele werkloosheid. Een doeltreffender activeringsbeleid zou bijgevolg de prioriteit van alle regeringen moeten zijn”, suggereerde hij.

De Confederatie Bouw wil samen met de politieke wereld het arbeidsveiligheidsniveau van de Belgische bouw tegen 2020 tot op het niveau hijsen van de best presterende Europese landen op dit vlak, sprak Paul Depreter een ambitieuze doelstelling uit.

Te veel arbeidsongevallen

Het tweede punt waarvoor hij aandacht vroeg, was het thema van het jaarverslag 2017-‘18: de  veiligheid. “Het aantal arbeidsongevallen in de bouw blijft helaas nog te hoog, ondanks een constante daling sinds verschillende jaren. Met 55 ongevallen per miljoen gepresteerde uren in de bouw tegenover gemiddeld 35 in de andere sectoren presenteert onze sector een duidelijk hogere verliesratio dan het gemiddelde van de andere activiteitsectoren in België. In 2016 registreerden we 15.000 arbeidsongevallen in onze sector, waarvan bijna 55% resulteerden in een tijdelijke arbeidsongeschiktheid, meer dan 14% van deze ongevallen een blijvende invaliditeit tot gevolg hadden en 15 een dodelijke afloop kenden. Dit is maatschappelijk onaanvaardbaar. Uit een analyse van de statistieken van Eurostat, die enkel ongevallen met een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier dagen in rekening brengen, blijkt de Belgische bouwsector inzake veiligheid op het werk zich aan de onderkant van het Europese gemiddelde te bevinden, ver na de vier landen met de minste arbeidsongevallen in de bouw: Zweden, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. De frequentiegraad van ongevallen in onze sector daalt zoals gezegd al wel enkele jaren en de kloof met deze top vier wordt kleiner. Als we echter niet snel actie ondernemen, zal het nog een tijd duren vooraleer wij deze top zullen bereiken. Het voorbeeld van de succesvolle landen toont in ieder geval aan dat het mogelijk is om beter te doen”, besefte Paul Depreter.

“Een ander belangrijk rapport in de Europese context, dat het resultaat is van onze onderzoeken bij Belgische en buitenlandse bouwondernemingen, is dat de betrokkenheid van bouwheren bij de veiligheid sterker is in landen die  de beste prestaties leveren inzake veiligheid in de bouw. Geconfronteerd met deze situatie heeft de Confederatie Bouw beslist om zich voluit in te zetten voor meer veiligheid op bouwwerven en heeft ze daarvan één van haar grote prioriteiten van haar actieprogramma tegen 2020 gemaakt. Twee prioritaire acties moeten gelijktijdig worden uitgevoerd. De eerste is de ontwikkeling van het veiligheidsbesef en de veiligheidscultuur in onze ondernemingen en op bouwwerven. Er is vandaag een “breuk” tussen ondernemingen die aan verantwoorde preventie doen en bedrijven die veiligheid niet of onvoldoende hebben geïntegreerd in hun dagelijks beheer. De grote communicatiecampagne die we zullen lanceren na de vakantie en in het kader waarvan diverse acties zullen opgezet worden, zal gericht zijn op de sensibilisering van ondernemingen voor een veiligheidscultuur”, stelde de voorzitter van de Confederatie Bouw in het vooruitzicht.

De tweede actie van de Confederatie Bouw bestaat erin om een echt partnerschap inzake preventie te creëren met haar belangrijkste partners: architecten, studiebureaus en opdrachtgevers. Dat de betrokkenheid van opdrachtgevers bij de veiligheid belangrijk is in sterk presterende landen inzake veiligheid is normaal, want eigenaars kunnen met bestekken maatregelen, verplichtingen of gedrag opleggen die de veiligheid op bouwwerven kunnen verhogen. Ze kunnen werken aan selectiecriteria, preventiemaatregelen, het buiten de concurrentie plaatsen van de veiligheid, controle, enz.”, meende Paul Depreter.

De Confederatie Bouw wil tegen 2020 de Belgische bouw op het niveau brengen van de best presterende Europese landen inzake arbeidsveiligheid. Ze moet deze ambitieuze doelstelling en enorme uitdaging aangaan samen met de steun van de politieke wereld, die niet onverschillig kan blijven voor onze arbeidsongevallen.

Nationale Bank

Paul Depreter mocht tevens Jan Smets, sinds maart 2015 gouverneur van de Nationale Bank, op deze jaarlijkse afspraak verwelkomen. “We kennen allemaal de essentiële rol van de instelling waarvan hij voorzitter is voor het prudentiële toezicht op de financiële sector en als economisch adviseur van de regering. We zijn in deze tijden, die balanceren tussen economische gezondheid en onzekerheid, benieuwd naar zijn analyses en zijn aanbevelingen aan de economische besluitvormers. Deze licentiaat in de Economische Wetenschappen startte zijn loopbaan in mei 1973 als stagiair bij de Nationale Bank van België, die hij intussen ruim 45 jaar dient, en was van 1991 tot 1995 tevens kabinetschef van de opeenvolgende premiers Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene. Jan Smets is ook lid van de raad van bestuur en de algemene raad van de Europese Centrale Bank en is een fervente supporter van AA Gent”, leidde de eerste spreker zijn gastspreker in.

Jan Smets had het achtereenvolgens over de bouwnijverheid, de residentiële vastgoedmarkt en overheidsinvesteringen. Vooreerst bekeek hij of er sprake is van een cyclische opleving en of de bouwsector het beter doet dan de globale economie. De conjunctuurcurve in de ruwbouw scheert dit jaar inderdaad hogere toppen dan die van de ganse economie. Zowel de residentiële als de niet-residentiële sector stellen het beter. De activiteit is nog altijd groter in Vlaanderen dan in Wallonië, hoewel ze in  dit laatste gewest dit jaar sterk klom. De toegevoegde waarde en de werkgelegenheid in de bouw blijven stijgen.

“Het vertrouwen kalft af, mede door het bij momenten slechte weer en stakingen, maar de binnenlandse investeringen zijn in 2016 en 2017 nog wel telkens met 5% toegenomen. Er zijn twee risico’s voor de voortzetting van deze trend: we zien stilaan in de economie een aantal ‘bottle necks’ die wijzen op structurele tekortkomingen en die gaandeweg de groei zouden kunnen hinderen; en als groter risico de globale trend naar protectionisme. De toegevoegde waarde van de bouw in de werkgelegenheid is belangrijk. Dat heeft zich slechts deels sinds 2012-’13 vertaald in een stijging van de werkgelegenheid. Deze laatste kreeg een tik in 2014-’15, hoewel die vertekend was door de detachering”, signaleerde Jan Smets.

De prijzen op de residentiële vastgoedmarkt vertonen een hoge volatiliteit en divergentie tussen de Europese landen. Ze zijn hoger dan het Europese gemiddelde in België, Frankrijk, Finland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Ierland en Oostenrijk, maar lager in Italië, Nederland, Griekenland, Duitsland en Portugal. In een aantal landen stegen de prijzen geleidelijk, zelfs met een stabilisering; in de perifere landen Spanje, Griekenland en Ierland daalden ze een tijd lang; en in Duitsland stabiliseerden ze vóór de crisis en hebben ze zich vervolgens hersteld. In België vond geen echte correctie plaats; de huizenprijzen daalden er slechts in twee korte periodes: in 1980-‘83 ( nominaal - 2,7%) en in 2009 (nominaal - 0,3%), met tevens een licht dipje in 2016 (reëel - 0,5%). De regionale vastgoedprijzen zijn relatief parallel gestegen, in tegenstelling tot de prijzen voor de verschillende soorten woningen: die klommen het hoogst voor huizen en het minst voor villa’s, met appartementen daar tussenin.

De vastgoedprijzen zijn de jongste decennia geklommen, zelfs met stijgende consumptieprijzen; de woningprijzen zijn zelfs verdertienvoudigd sinds 1973. In een recente periode evolueert de prijsstijging consistent. Volgens de Nationale Bank is er sprake van een zeer matige overwaardering. Het residu wijst op deze overwaardering: eind jaren ’70 en begin jaren ’80 van vorige eeuw bedroeg dit 20%, vervolgens is het gedaald en vandaag bedraagt het een matige 6 tot 7%. Dat is een vaststelling op basis van de zeer lage rente en de goeie inkomenswinst. Als de rente zou stijgen, zou zich een correctie op de prijzen kunnen voordoen. In januari 2015 werd bovendien de woonbonus in Vlaanderen fors verminderd.

De recente stijging van het aantal woningen (naar zowat 465 per duizend gezinnen in België en circa 478 per duizend inwoners in Vlaanderen) kan bijgedragen hebben tot een matiging van de toename van de vastgoedprijzen. De jaarlijkse groei van het hypothecaire krediet blijft nochtans hoog in België: dit laatste ligt bij ons een pak hoger dan in de eurozone. Het geleende bedrag is gestegen van zowat 59.000 € in 1996 naar pakweg 158.000 € begin 2018, terwijl het aantal hypothecaire leningen in die periode toenam van ongeveer 5.900 naar circa 11.700. We zien een trendmatige opbouw van de schuldgraad van de gezinnen, in tegenstelling tot de ontwikkelingen in het eurogebied: de schuld/bbp-ratio steeg in België van 42% bbp in 1999 naar 60% bbp in 2017, waarvan 51% hypothecaire kredieten en 9% overige schulden, terwijl die in het vierde kwartaal van 2017 in het eurogebied 58% bedroeg.

Systemische risico’s

Jan Smets wees ook op de macroprudentiële maatregel voor blootstellingen van banken aan risico’s in de residentiële vastgoedmarkt. De NBB-analyses tonen een opbouw van systemische risico’s aan in de residentiële vastgoedmarkt. We zien een gestage prijsstijging, zonder eigenlijke correctie (al blijft de overwaardering matig), en een toegenomen schuldgraad van de Belgische gezinnen met duidelijke ‘pockets of risk’. Een deel van de hypothecaire kredietverlening gebeurt tegen (te) soepele kredietcontroles en de banken hebben slechts kleine kapitaalbuffers voor de risico’s in de hypothecaire kredietportefeuille. De nieuwe, meer gerichte macroprudentiële maatregel, die de bestaande maatregel ingevoerd in 2013 vervangt, heeft twee componenten: de eerste is een lineaire verhoging van de risicogewichten met vijf procentpunt voor hypothecaire kredieten voor residentieel vastgoed in België (voorgaande maatregel), de tweede een bijkomende verhoging van het gemiddelde risicogewicht van de hypothecaire portefeuille met 33% van het gemeten (microprudentiële) risicogewicht. Dat is alleen van toepassing op Belgische IRB (internal ratings-based)-banken en is bekrachtigd door de koning. De verwachte vereiste kapitaalbuffer voor de sector bedraagt 1,5 miljard €,  waarvan 900 miljoen € voor de eerste component en 600 miljoen € voor de tweede component.

“De schuld wordt steeds groter zonder dat daar liquiditeiten tegenover staan. We vragen alle banken om een kapitaalbuffer aan te leggen om een brutale val te vermijden”, meldde de gouverneur van de Nationale Bank.

Tot slot stelde hij vast dat de overheidsinvesteringen de jongste decennia een zeer matige groei hebben vertoond: ze zijn in de jaren ’70 en ’80 van vorige eeuw gestegen, maar zijn sindsdien gedaald en kenden vervolgens een heel matige groei die de inflatie nauwelijks oversteeg. Ze liggen een pak lager dan het bbp en de primaire uitgaven. De Belgische overheidsinvesteringen compenseren amper de waardevermindering van de infrastructuur. Ze stabiliseerden sinds medio jaren ’80 en de jaren ’90 van de vorige eeuw en sindsdien heeft de overheid niet meer netto geïnvesteerd in infrastructuur. Het niveau van de netto voorraad van vaste activa van de publieke sector wordt weerspiegeld in de kwaliteit van de infrastructuur en dat niveau is behoorlijk afgenomen, in tegenstelling tot in onze buurlanden en zeker in Nederland. Onze overheidsinvesteringen behoren overigens tot de laagste van Europa.

Jan Smets lijstte enkele mogelijke oplossingen op om de openbare investeringen te stimuleren: een ‘Expenditure shift’ om meer te investeren en tegelijk de lopende uitgaven te verminderen, publiek-private samenwerkingsverbanden (pps) in het kader van de recente verduidelijking van hun statistische behandeling door Eurostat (directoraat-generaal van de Europese Unie belast met het opmaken van statistieken), en een eventuele aanpassing van het Stabiliteits- en Groeipact (preventief luik) met een gunstige aanpassing voor investeringen bij het bepalen van de langetermijndoelstelling (mto) en een vervanging van bruto kapitaaluitgaven door afschrijvingen bij de berekening van het in aanmerking genomen overheidssaldo van de openbare besturen.

Nie neute!

“We moeten creatief zijn en grotere ambities koesteren. Tot vóór een paar jaar waren de regels voor pps-constructies ook niet erg duidelijk. Het Stabiliteits- en Groeipact moet ons land helpen om een marge voor investeringen te vinden. Dankzij een supplementaire groei in de infrastructuur zouden we onze economische groei zo kunnen versterken dat die investeringen zichzelf terugverdienen en de efficiëntie stimuleren. Kortom, we moeten structureel voortwerken en voortdoen onder het motto van de Gentse voetbalclub waarvoor ik supporter: Nie Neute, nie pleuje!”, besloot de gouverneur van de Nationale Bank.

 

 

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

UD Woonlabo Hasselt wint internationale ontwerpprijs

UD Woonlabo Hasselt wint internationale ontwerpprijs

De Hasseltse modelwoning UD Woonlabo ontving op 27 juni de Universal Design Expert Award 2018 van het befaamde Institut für Universal Design uit München. Het Woonlabo is volledig ingericht volgens de principes van Universal Design.[…]

Aanwervingsproblemen geraken niet onder controle

Aanwervingsproblemen geraken niet onder controle

Project ‘De Zigeuner’ levert Limburgs ‘Beste Bouwteam’

Project ‘De Zigeuner’ levert Limburgs ‘Beste Bouwteam’

Logistieke wereld klaagt over mobiliteitsproblemen en chauffeurstekort

Logistieke wereld klaagt over mobiliteitsproblemen en chauffeurstekort

Meer artikels