Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Najaarscongres Bouwunie leert aannemers aanvallen en verdedigen

Najaarscongres Bouwunie leert aannemers aanvallen en verdedigen

“We verwachten o.m. veel van 3D-printing en van robots die repeterend en gevaarlijk werk van bouwvakkers overnemen”, belichtte Jan Desmyter (l.), adjunct-directeur Onderzoek en Innovatie bij het WTCB, tegenover Maarten Vangramberen (r.) enkele innovaties die de toekomst van de bouw zullen bepalen.

“Investeer in innovatie en talent, profileer jezelf en ken je marktprijs”

In het eerste deel van ons verslag van het recente Bouwunie-najaarscongres bespraken we vorige week al de kwalen van de aannemer en focusten we reeds op twee aanvals- en verdedigingstechnieken: maak van ondernemen een ploegsport en specialiseer en onderscheid je als speler. Dit artikel kan je hier lezen. In dit tweede en ook het derde deel zoomen we voort in op de overige vier technieken: innoveer je spel, investeer in talent, het spel is belangrijker dan de bal en ken je marktprijs.

 

Niet alleen in het schrijnwerkersatelier, maar ook in andere domeinen van de bouw gaat innovatie razendsnel. Daarom liet Maarten Vangramberen Jan Desmyter, hoofd van het departement Geotechniek, Structuren en Duurzame Ontwikkeling en adjunct-directeur Onderzoek en Innovatie bij het WTCB, aan het woord. 

Jan Desmyter maakte een onderscheid tussen drie soorten innovaties: de incrementele innovatie, de doorbraakinnovatie en de radicale, disruptieve innovatie. “Bij de kleine incrementele innovatie blijf je in je vertrouwde omgeving, markt en technologie; je verbetert ze, maakt er varianten op en reduceert kosten. De meeste innovaties zijn incrementeel. Bij de doorbraakinnovatie ga je een stap verder: je zet een technologie in die je nog niet goed kent of gaat naar een markt die je nog niet bedient. Je doorbreekt als het ware grenzen”, stelde hij.

Met de radicale, disruptieve innovaties ten slotte betreden we nieuwe markten of technologieën. Ze komen niet zo vaak voor, maar brengen echte veranderingen teweeg en hebben veelal een grote maatschappelijke en economische impact.

“Je moet ervoor zorgen dat je zichtbaar bent op het web. 40% van onze kleine kmo’s heeft echter zelfs geen broodnodige website”, betreurde Stijn Vander Plaetse van Telenet for Business (tweede van l.).

De adjunct-directeur Onderzoek en Innovatie bij het WTCB gaf een voorbeeld van incrementele innovaties in de wereld van beton. “Beton is voor een leek een simpel materiaal met water, zand, cement en granulaten, maar toch o zo complex. Het is vandaag ook helemaal anders dan vroeger, o.m. dankzij het gebruik van hulpstoffen en toevoegsels. Vroeger bestelde je gewoon beton, nu heb je hoge- en ultrahogesterktebeton, zelfverdichtend beton, vezelversterkt beton, zelfreinigend beton, ... Dit complexe materiaal wordt immers continu en stapsgewijze verbeterd en geoptimaliseerd. Momenteel wordt bv. veel geïnvesteerd in onderzoek naar zelfhelend beton. In de Oosterweel is ook een proefproject hierrond voorzien”, lichtte hij toe.

Ook bij andere bouwmaterialen komen dergelijke incrementele innovaties veelvuldig voor. Momenteel is er bv. veel aandacht voor de circulaire economie. Men wil immers steeds meer van een lineaire naar een circulaire economie evolueren en richt zich op een kringloop van materialen en niet meer alleen op recyclage en hergebruik. “Het Cradle To Cradle Products Innovation Institute certificeert innovaties die bijdragen tot circulariteit door ze te bekronen met medailles. Daar kapen de bouwproducten vele medailles weg, veelal met incrementele innovaties, m.a.w. verbeteringen aan bestaande producten. Op het vlak van metselwerk zie je bv. twee innovaties met een zilveren medaille: de Porotherm-bakstenen van Wienerberger en de ClickBrick van een Nederlandse producent. De naam van die laatste beschrijft de innovatie: het is een gegroefde gevelbaksteen die i.p.v. met mortel of lijm in een bevestigingssysteem wordt geklikt”, legde Jan Desmyter uit.

Ook in de houtskeletbouw vind je incrementele innovaties gericht op verbetering. “Vandaag focus ik even op de verbeteringen gericht op de akoestische prestaties. De jongste jaren werd gewerkt aan een innovatieve totaaloplossing om houtskeletbouw niet alleen voor eengezinswoningen, maar ook voor rijwoningen, appartementsbouw, hotels, scholen, enz. te kunnen toepassen. Naast andere aspecten zoals brand vormde de akoestiek hiervoor een bijzondere uitdaging. Voor woningscheidende wanden en vloeren werden daarom innovatieve concepten uitgewerkt. De zogenaamde “bunkerfloor” (van 38 cm dik) haalt bv. een luchtgeluids- en een contactgeluidsisolatie die overeenkomt met een 50 cm dikke betonconstructie. Ook de gevelsystemen werden drastisch verbeterd en het totaalconcept werd op diverse plaatsen reeds met groot succes toegepast, o.a. in een 8.000 m² grote appartementsconstructie in Doornik waar de akoestische prestaties uitzonderlijk bleken”, verklaarde de spreker.

In tegenstelling tot houtskeletbouw kennen CLT (Cross Laminated Timber)-panelen, panelen van kruiselings verlijmd hout, een sterk flankerende akoestische geluidstransmissie. De rol van de bouwknoop mag daarbij niet onderschat worden. Belangrijke transmissiewegen komen daarin immers samen. Voorheen moest met voorzetwanden gewerkt worden, maar dankzij een nieuw systeem van het WTCB, waarvoor ook een octrooi werd aangevraagd, kan men het nu ook zonder voorzetwanden oplossen. Het systeem levert ruimtewinst op, presteert akoestisch goed en wordt dan ook nu reeds toegepast. Het is een voorbeeld van een doorgedreven verbetering van een bestaand systeem”, signaleerde Jan Desmyter.

Gevelgroen

De vraag naar meer groen in de stad leidt ook tot nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt in een VIS-traject (Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband) kennis ontwikkeld en verspreid over de toepassing van groene gevels. Gevelgroen is een ruim begrip dat zowel grondgebonden groene wanden en gevels als Living Wall Systems (gevelgebonden systemen) omvat. Duidelijk is dat ze bijdragen tot het groene uitzicht van de stad. Ze zijn aangenaam om zien, maar er hangen ook enkele bouwkundige uitdagingen aan vast; denk maar aan het onderhoud. Positief is in elk geval dat ze het uitzicht van een gebouw of stad van somber en grijs naar levendig en groen kunnen veranderen. Ze helpen ook het hitte-eilandeffect in steden te temperen doordat ze verhinderen dat de achterliggende constructie opwarmt.

“Innovatie hoeft echter niet altijd productinnovatie te zijn. Uiteraard is er een continue vooruitgang in de lamptechnologie, en een bedrijf kan daarop dan ook focussen: hoe verbeter ik de lamp? Dat die vooruitgang een impact kan hebben op bedrijven en werkgelegenheid is nog maar net aangetoond bij Philips in Turnhout. De ontslagen daar worden immers mede veroorzaakt door het feit dat hun lampen minder verkocht worden en vervangen worden door led-lampen die elders geproduceerd worden. Maar je kan ook innoveren door te mikken op een nieuw businessmodel: door i.p.v. lampen en armaturen licht te verkopen. Thomas Rau heeft dit met Circular Lighting of Licht als een Dienst verstandig op de markt gezet, overigens in nauwe samenwerking met ditzelfde Philips in het kader van een opdracht voor de luchthaven van Schiphol. Relevant om weten is echter dat een Belgische kmo al veel langer dan Rau en Philips licht en led als dienst verkoopt, en dat is iets minder bekend”, deelde het WTCB-departementshoofd mee.

Lean bouwen gaat dan weer over procesinnovatie en optimalisatie. De focus ligt er op het creëren van waarde voor de klant in alle bedrijfsprocessen, en dit door te mikken op het elimineren van verspillingen en op het schrappen van alles wat niet nodig is en wat dus niet bijdraagt tot een meerwaarde voor de klant. Belangrijk is dat alle partijen, in de bouw de medewerkers en de onderaannemers, geresponsabiliseerd worden. Bij Lean bouwen is er dan ook heel wat aandacht voor overleg. Men streeft naar continue verbetering en een lerende organisatie en er worden technieken gebruikt zoals samen probleemoplossend denken en werken op kleinere schaal i.p.v. te streven naar schaalvoordelen.

“Ook leveranciers en fabrikanten leveren vele inspanningen op het vlak van innovatie. Tal van innovaties zijn tevens te danken aan nieuwe bouwmaterialen, bouwtechnieken en bouwmethodes”, wist Mieke Bonnarens, energieconsulente van Bouwunie.
 

“Een techniek die ook binnen procesinnovatie gecatalogeerd kan worden, is die van Track & Trace. De jongste jaren is die sterk opgerukt, mede omdat ze vrij makkelijk in bedrijven geïmplementeerd kan worden en er ook verschillende aanbieders zijn. Met Track & Trace kan je een spoor volgen, zowel van voertuigen als materieel of mensen. Met deze data kan je vervolgens aan de slag gaan om het proces te verbeteren. Ook technologie-aanbieders spelen in op de zoektocht naar procesinnovatie. Producenten brengen bv. RFID-labels en RFID-lezers op de markt waarmee je makkelijker hulpmiddelen, machines en apparatuur op verschillende bouwplaatsen kan traceren en opvolgen. Het langtijdig zoeken naar apparatuur, veelal een probleem op bouwplaatsen, wordt voorkomen en dat kan veel tijd- en efficiëntiewinst opleveren”, verduidelijkte Jan Desmyter.

Bij een bouwproces zijn vaak vele partijen betrokken die zich op verschillende plaatsen bevinden. De software die het hele proces van ontwerp tot en met oplevering ondersteunt, moet daarom mobiel en collaboratief zijn. BIM biedt een platform voor samenwerking en het delen van informatie in alle fasen in de levenscyclus van een bouwwerk.

“BIM-modellen kunnen uiteraard zeer complex zijn met een overvloed aan informatie. Die is uiterst interessant voor specialisten, maar het grootste deel van deze informatie is niet nuttig voor de vakman met een specifieke technische discipline. Die heeft een Easy BIM nodig, een eenvoudig model dat toelaat dat niet alleen specialisten of experts er mee werken, maar alle relevante bouwpartners en dus ook kleinere bedrijven. Je kan die Easy BIM best vergelijken met een iPhone. Hoewel de iPhone-technologie bijzonder hightech en complex is, is het gebruik ervan zeer eenvoudig. Hetzelfde wil men dus bereiken met de Easy BIM-ontwikkeling. Het is één van de doelstellingen van het Technisch Comité BIM & ICT en de cluster BIM om daartoe bij te dragen”, stipte Jan Desmyter aan.

IoT

Het Internet of Things (IoT) groeit pijlsnel. Naar verwachting zijn in 2020 wereldwijd meer dan 50 miljard apparaten aangesloten op het internet. De thuisomgeving zal daar sterk door beïnvloed worden. Computers, tablets, smartphones, maar ook tal van andere apparaten zoals wasmachines en de verwarming zullen geconnecteerd zijn. Via een slimme thermostaat en de smartphone zal men altijd en overal kunnen zien hoe warm het thuis is. Men zal zelfs de verwarming vanop afstand kunnen aan- of uitzetten. Van hieruit kan je nu al je appartement aan zee op de juiste temperatuur voor straks brengen, allemaal via je smartphone. Het is evident dat deze technologie voor smart buildings ontzettend veel mogelijk maakt. Ook op het niveau van de stad heeft die slimme technologie impact. In Antwerpen loopt bv. momenteel een groot Smart City-proefproject, en ze zijn niet de enigen die op dat vlak ambities hebben.

Rond drones beweegt er momenteel veel, en men verwacht dat de bouw hier sterk zal op inzetten. Drones worden in de bouw momenteel vooral ingezet voor inspectie. Zo kan je op plekken gaan kijken die moeilijk toegankelijk zijn. Je kunt er echter ook bouwwerven mee opvolgen. Tijdens renovaties en restauratiewerken bieden ze een meerwaarde voor meet- en scanningtechnieken en steeds meer wordt er ook aan gedacht om drones in te zetten als een hulpmiddel voor transport.

In het kader van de digitalisering moeten we het zeker ook even hebben over Virtual Reality- of VR-toepassingen. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om een klant te laten aanvoelen hoe de werkelijkheid van zijn ontwerp, bv. van een keuken of een interieur, zal aanvoelen. Het is virtueel en niet echt, maar het geeft een beeld van wat het zal worden.

Voor het bouwbedrijf zelf zijn de toepassingen van Augmented Reality (AR) misschien nog relevanter. Hier blijft het uitgangspunt de werkelijkheid, maar je voegt er informatie aan toe, bv. vanuit het BIM-model. Tijdens de bouwfase kan je zo bouwvakkers vanop afstand visuele instructies geven. Je kan met AR ook laten zien hoe kabels en leidingen lopen in een muur of onder de grond. Je kan ook tonen waar ze wat moeten uitvoeren.

“Smart glasses worden al toegepast in de bakkerijwereld of in de industrie. Een speciaal voor de bouw ontwikkelde “smart helmet” combineert AR, het visualiseren van data bovenop de werkelijkheid, met veiligheid en is dus duidelijk gericht op deze sector. Datavisualisatie biedt heel wat mogelijkheden voor ondersteuning op de bouwplaats. Er kunnen concrete instructies gegeven worden, bv. wat de uitvoering of de veiligheid betreft”, poneerde de adjunct-directeur Onderzoek en Innovatie bij het WTCB.

Ook van de nieuwe techniek van 3D-printing kan veel verwacht worden. In andere sectoren bestaan hiervan al toepassingen met heel diverse materiaalsoorten. Maar er is duidelijk ook een potentieel in de bouw en de betonsector. Ontwerpen die voordien te moeilijk of te duur waren, worden met deze techniek immers uitvoerbaar. We zien dan ook vele onderzoeksinitiatieven op dit vlak, ook in eigen land. Er zijn echter ook al realisaties. In Madrid staat een geprinte voetgangersbrug. China staat wellicht het verst: men print er al villa’s en appartementsgebouwen 3D in een fabriek en assembleert ze “on site”. Momenteel wordt ook gewerkt aan mobiele betonprinters, zodat je op locatie kan printen en zo de bouwtijd en de bouwkost verlagen. Als men hierin slaagt en dit een doorbraak kent, kan men wellicht spreken over disruptie.

Robots kunnen in de toekomst zowel repeterend als gevaarlijk werk van mensen in de bouw overnemen. De robot-metselaar SAM, een semiautomatische metselrobot ontwikkeld in de USA, is hiervan een eerste voorbeeld: hij metselt tot 2.000 stenen per dag, maar doet dit niet alleen; ook de metselaar komt nog tussenbeide. De nieuwe machine van Fastbrick Robotics, een Australisch bedrijf, is nog indrukwekkender: hij zou tot 1.000 stenen per uur leggen en daarmee zou volgens de producent het bakstenen gedeelte van een huis in drie dagen gerealiseerd worden. Fastbrick Robotics plant met deze ontwikkeling de bouw van 50.000 woningen in Saoedi-Arabië en zou daarover afspraken hebben vastgelegd. Ook in andere toepassingen zoals het plaatsen van schrijn- en glaswerk of het leggen van tegels ziet men ontwikkelingen rond robots.

Cobots

“Cobots staan voor 'collaborative robots': robots die met mensen kunnen samenwerken. Momenteel staat deze technologie nog niet zo  ver in de bouw, maar je ziet onmiddellijk voordelen aangezien ze de bouwvakker kunnen ondersteunen in zijn werkzaamheden, bv. bij het dragen of tillen van grote lasten. Hierin zit duidelijk ook potentieel; de scheepsbouw maakt daar al gebruik van, bv. in de vorm van exoskeletons”, gaf Jan Desmyter mee.

Innovatie in de bouw is volgens hem dus duidelijk geen loos begrip en kent vele varianten. Zijn doel was niet volledigheid na te streven, maar aan te tonen dat daadwerkelijk geïnnoveerd wordt in de bouw en dat ook de congresgangers daar een steentje kunnen toe bijdragen.

Hoe is het gesteld met de digitalisering bij kmo’s en meer specifiek bouwkmo’s? Bouwbedrijven geven zichzelf immers slechts een score van 6 op 10. 78% is geremd om meer te digitaliseren en amper 51% ziet mogelijkheden voor zijn bedrijf in digitale toepassingen. Tijdens een panelgesprek met Jan Desmyter, Stijn Vander Plaetse, ‎Vice President Product & Marketing bij ‎Telenet for Business, en Mieke Bonnarens, energieconsulente van Bouwunie, werd bekeken hoe je als bouwbedrijf op de trein van de innovatie kunt springen.

Digitalisering is ongetwijfeld één van de meest concrete ingrijpende evoluties bij ondernemers. “Negen op de tien gaat op zoek naar informatie op het web. Meer dan zeven op de tien beslissingen worden genomen op basis van advies van anderen (“peer recommendation”). Belangrijke vragen zijn: wat zal er veranderen en wat kunnen we doen op het vlak van communicatie, wat zijn de nieuwe toepassingen (radicale innovatie) en hoe is het gesteld met de zichtbaarheid op het web? Via WhatsApp communiceren met je medewerkers en projectpartners kost niks. Telefooncentrales kunnen in de cloud gegooid worden en gesprekken kunnen steeds doorgeschakeld worden. En de veranderende wetgeving inzake voordelen van alle aard kan ook een invloed hebben op het ter beschikking stellen van gsm’s, die eveneens kunnen gebruikt worden voor de digitalisering.

Wat het tweede luik (toepassingen) betreft, kan je eenvoudig beginnen en zijn vele dingen bovendien gratis. Ik verwijs hierbij naar Microsoft Office 365; er bestaat een dropbox of een centrale opslag in de cloud die we in ons dagelijks leven kunnen gebruiken. Zeer vele bedrijven hebben ook nog altijd geen ERP- (Enterprise Resource Planning) of CRM-toepassingen (Customer Relationship Management), hoewel het slechts een paar tientallen euro’s per maand kost om partners te betrekken. En wat het derde luik (“web presence”) aangaat, moet je ervoor zorgen dat je zichtbaar bent op het web; 40% van onze kleine kmo’s heeft echter zelfs geen broodnodige website. Je moet ook zichtbaar zijn op sociale netwerken; dat kost niks, maar vormt een gigantische vitrine voor de buitenwereld. Telenet Business heeft de campagne “De digitale versnelling” gelanceerd en we zijn al bij meer dan duizend bedrijven, zowel klanten als niet-klanten, langs geweest om advies te geven”, verklaarde Stijn Vander Plaetse.

“Innoveren moet want als je niet op het juiste moment ingrijpt, dreig je als bedrijf na een opgaande een negatieve curve mee te maken. Transformeren vraagt echter een inspanning. Lees in dit verband het boek ‘The Day After Tomorrow’ van Peter Hinssen; we moeten immers denken aan de waarden van overmorgen”, raadde Jan Desmyter aan.

“Ook leveranciers en fabrikanten leveren vele inspanningen op het vlak van innovatie. Zo zijn de woningen van vandaag helemaal anders dan die van twintig jaar geleden en zijn bv. condensatieketels een standaardproduct geworden”, benadrukte Mieke Bonnarens. Ze bevestigde dat innovatie niet altijd in handen ligt van het bouwbedrijf; tal van innovaties zijn immers te danken aan nieuwe bouwmaterialen, bouwtechnieken en bouwmethodes. Als voorbeelden haalde ze Wienerberger en de Healthbox van Renson aan.

Tot slot overliep ze de tips voor bouwbedrijven om hun spel te innoveren en de trein van de innovatie niet te missen. “Volg voldoende trainingen en voorzie hiervoor enkele uren per maand. Denk niet in tradities en wees nieuwsgierig. Innoveer niet alleen op de bouwwerf, maar innoveer ook je interne organisatie en aanpak en investeer hierin. Innoveer niet alleen, maar betrek ook je medewerkers hierbij. Pas innovatieve technieken en producten toe, betrek je opdrachtgevers en roep de hulp in van je leveranciers en de raad van het WTCB. Maak een nieuwe toepassing op één van je bouwwerven; maak een mock-up, een voorbeeld van hoe het moet waar iedere arbeider op de bouwwerf naar kan komen kijken. Zoek steun bij de Vlaamse overheid en VLAIO (Kmo-portefeuille, innovatieprojecten). En betrek specialisten zoals Telenet (“De digitale versnelling”) bij de trein van de digitalisatie”, suggereerde ze net vóór de rust.

Matthias Franchoo van Springbok Coaching warmde het publiek op voor de tweede helft met een aantal conditieoefeningen op muziek. Zo vond iedereen de adem om drie aanvalstechnieken te leren, te beginnen met als eerste ‘Investeer in talent’.

“Hierbij willen we het hebben over jullie belangrijkste kapitaal: jullie medewerkers. Voor de zelfstandigen zonder personeel is hun grootste kapitaal misschien wel hun partner. Daar staan we vandaag te weinig bij stil”, sprak Maarten Vangramberen de zaal toe.

Neymar

Hij noteerde dat de ganse operatie om de Braziliaanse sterspeler Neymar (da Silva Santos Júnior), ex-Santos en -Barcelona, naar Paris Saint-Germain te halen meer dan 500 miljoen € heeft gekost. Daar staat echter tegenover dat het voetbal de jongste tijd sterk aan maatschappelijk belang gewonnen heeft en dat een dergelijke topspeler een gigantische marktwaarde heeft die zich vertaalt in zeer lucratieve commercializing en merchandising.

“Je kan nog zoveel talent hebben, maar training is superbelangrijk”, wist Maarten Vangramberen. Franky Van der Elst merkte op dat de Belgische jeugdopleiding er in elk geval sinds een aantal jaren met rasse schreden op vooruitgegaan is, maar dat inzake infrastructuur nog heel wat valt in te halen.

Francis Lauwers van het bouwbedrijf BOUD uit Willebroek, gespecialiseerd in uitdagende verbouwingen, bestaat al dertig jaar en tracht een jong bedrijf te blijven. “We nodigen de klassen van technische scholen in Mechelen uit op de bouwwerf. We geven ook de kans om fouten te maken en tonen op onze Facebookpagina waaraan onze medewerkers hebben meegeholpen. Zo trachten we medewerkers aan te trekken en te motiveren”, lichtte hij toe.

Talentscout David Engelen van Accent Construct vroeg de aanwezigen hoe zij met hun medewerkers omgaan en ging in de zaal op zoek naar de werkgever die de meeste inspanningen doet voor zijn medewerkers. Talent is immers moeilijker dan ooit te vinden en het vinden en houden is een uitdaging. Om te ontdekken wie investeert in talent legde hij de congresgangers achtereenvolgens volgende vragen voor: wie heeft één of meer medewerkers in de bouw, wie heeft regelmatig een babbel met hen over hoe ze functioneren in het bedrijf, wie van jullie kan nog goede medewerkers in de bouw gebruiken, wie probeert contacten te onderhouden met scholen om goede afgestudeerden aan te trekken, wie heeft een uitgestippeld opleidingstraject of plannen voor zijn medewerkers, wie beloont zijn eigen medewerkers voor het aanbrengen van nieuw talent, wie stelt een peter of meter aan voor iedere startende medewerker, wie voorziet verschillende teambuildingactiviteiten op jaarbasis en wie is aanwezig op jobbeurzen? Twee kandidaten antwoordden positief op alle vragen, zodat een schiftingsvraag (Voor hoeveel bouwvakkers zorgde Accent Construct een job sinds haar ontstaan? 27.646) de winnaar moest aanduiden. Hij ontving een overnachting voor twee personen in het Rode Duivels-hotel.

Volgende week brengen we u het derde en laatste verslag van dit Bouwunie-congres

 

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Familiebedrijf doet een bijzondere betonbelofte

Familiebedrijf doet een bijzondere betonbelofte

Het familiebedrijf Jos Eederkens uit Oudsbergen breekt met de ellenlange algemene voorwaarden en garantieuitsluitingen. Na 40 jaar doen zaakvoerders Ethel en Christel Eerdekens een bijzondere betonbelofte, wat erop neerkomt dat ze tien keiharde[…]

Moederbedrijf Toi Toi en Dixi overgenomen

Moederbedrijf Toi Toi en Dixi overgenomen

Moyersoen, online veilingspecialist in bouwmaterialen, rollend materieel en meer!

Publireportage

Moyersoen, online veilingspecialist in bouwmaterialen, rollend materieel en meer!

Aantal faillissementen fors gestegen

Aantal faillissementen fors gestegen

Meer artikels