Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

(Na-)Isoleren zorgt voor meer jobs en economische groei

Gerelateerde onderwerpen :

, ,
(Na-)Isoleren zorgt voor meer jobs en economische groei

Georges Timmermans (l.) en CIR-ondervoorzitter Bruno Verbeke van Recticel (r.) brachten hulde aan Roger De Block (m.) voor diens decennialange inzet voor thermische normen van isolatiematerialen.

Energie-efficiëntie speelt een steeds grotere en essentiëlere rol bij de uitvoering van de energie- en klimaatambities tegen 2020, 2030 en 2050. CIR (Conseil d’Isolation asbl - Isolatie Raad vzw) dringt er dan ook op aan dat gebouwen veel energiezuiniger worden. (Na-)Isoleren vormt hierbij de topprioriteit en zorgt voor meer jobs en een nieuwe economische groei. Dat beseften CIR-voorzitter Georges Timmermans en de dertig deelnemers aan de recente jaarlijkse CIR-lunch en -infomeeting in het Château de Namur in Namen.

COZEB-studie

Tijdens de eerste uiteenzetting vroeg prof. dr. ir.-arch. Jean-Marie Hauglustaine van de faculteit Wetenschappen, departement Wetenschappen en Milieubeheer aan de universiteit van Luik (ULg), zich af of bijna-energieneutrale gebouwen (Nearly Zero Energy Buildings of NZEB) kostenoptimaal zijn. De gastspreker studeerde in 1979 af als burgerlijk ingenieur-architect en in 2001 als Doctor in de Toegepaste Wetenschappen. In 2006 richtte hij het Laboratorium LAP&T (Laboratoire d’Architecture: Performances & Techniques) op. In 2009 werd hij professor aan de ULg (faculteit Wetenschappen) en hield hij de onderzoekseenheid EnergySuD (Energy and Sustainable Development) boven de doopvont, die efficiënte keuzes op milieuvlak adviseert aan bouwpartners van duurzame gebouwen, eerst voor nieuwe bouwprojecten en recenter ook voor bestaande gebouwen.

De methodologieën respecteren de diversiteit aan criteria en partners in bouwprojecten. Selectiecriteria zijn de kostprijs van de bouw- en/of transformatiewerken, de globale kostprijs inclusief de interesten bij een eventuele lening en de kostprijs van het energieverbruik tijdens de ganse duur van de bezetting. Hierbij wordt getracht om de beperkingen van elk project, zoals stedenbouwkundige beperkingen en wettelijke verplichtingen, maar in eerste instantie het budget van de bouwheer te respecteren. Dankzij deze constante bezorgdheid krijgt het project alle kansen om tot een goed einde gebracht te worden en erg reproduceerbaar te zijn.

De uitbreiding van deze bezorgdheid voor de energieprestatie tot de milieuprestatie leidt tot een proactieve aanpak die nuttig is voor de doeltreffende ontwikkeling van elk project. Deze milieuprestatie bundelt immers een aantal prestaties van het gerealiseerde of nog te realiseren gebouw, die het antwoord van het project op de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling meer in detail formuleert: EnergySuD heeft aandacht voor de milieuprestatie van nieuwe en bestaande en zowel residentiële en tertiaire als erfgoedgebouwen.

Bij zijn onderzoeksactiviteiten profiteert EnergySuD van zowat dertig jaar universitaire ervaring met het energie-aspect van gebouwen en van de deelname aan onderzoeksprojecten in verschillende contexten op regionaal, federaal en Europees niveau.

Prof. dr. ir. Jean-Marie Hauglustaine legt de nadruk op energie-efficiëntie om de energieconsumptie en de CO2-uitstoot te verminderen. Als we de vraag niet verminderen, worden de objectieven immers onhaalbaar.

Een goede kennis van de simulatie-instrumenten is hierbij belangrijk. EnergySuD neemt sinds de start in 2004 deel aan de actie ‘Construire avec l’Energie’. Het is lid van de commissie van deskundigen die in het Waalse Gewest werd samengesteld om de door Vlaanderen voorgestelde epb-methode in 2005 te evalueren. Vandaag is EnergySuD belast met de missies van ‘epb-facilitator’ en ‘facilitator epb-certificering’ voor vakmensen (architecten, studiebureaus). De COZEB-studie (Cost-optimal energy performance levels for Wallonia) werd met de jaren verbeterd. De besluiten moeten scherpzinnig worden geïnterpreteerd vanuit ‘micro’- (individueel project) als ‘macro’-standpunt (referentiegebouw).

Jean-Marie Hauglustaine stelt vast dat hernieuwbare energiebronnen in 2014 13,81% vertegenwoordigden van de wereldconsumptie van primaire energie, tegenover 13,46% in 2012. Hierin nam biomassa 10,2% voor haar rekening, hydro-energie 2,4% en hernieuwbare energie 1,3%. Hij ziet drie middelen om de energieconsumptie en de CO2-uitstoot te verminderen: energie-efficiëntie, een beroep doen op biobrandstoffen en hernieuwbare en kernenergie en de opvang en opslag van CO2. Het eerste middel is volgens hem heel belangrijk; als we de vraag niet verminderen, worden de objectieven immers onhaalbaar.

De spreker gaat uit van enkele hypotheses. “In 2010 bedroeg het verbruik van het Waalse woningenpark 340 kWh/m2. Elk jaar worden er 1% nieuwe gebouwen opgetrokken. Het verbruik van deze nieuwe gebouwen bedroeg 170 kWh/m² tot 2012 en vervolgens 130; het moet tot 0 dalen tegen 2021 (zero-emissie). Elk jaar wordt 0,3% van de bestaande gebouwen gesloopt. Op het vlak van bestaande woongebouwen zien we geen enkele verbetering, bij verbeterde bestaande woongebouwen daalt het verbruik met 3,1% per jaar. In 2030 zal het Waalse woningenpark 114% van dat in 2010 innemen en een gemiddeld verbruik van 320 kWh/m² voor nieuwe NZEB’s (Nearly Zero Energy Buildings; lage-energie- of bijna-energieneutrale woongebouwen) en van 170 kWh/m² voor verbeterde bestaande woongebouwen laten optekenen”, licht hij toe.

Bij de epb-eisen voor nieuwe gebouwen in het Waalse Gewest op 1 januari 2017 waren de criteria het karakteristieke jaarlijkse verbruik van primaire energie (PER-eenheden) waarbij Espec (de jaarlijkse consumptie aan primaire energie Eprim gedeeld door de verwarmde vloeroppervlakte Ach) minder dan 115 kWh/m² per jaar moet bedragen, en het primaire energieverbruik van de PEN-eenheden (niet-residentieel) waarbij Ew (het jaarlijkse primaire energieverbruik Eprim gedeeld door het jaarlijkse referentieverbruik aan primaire energie Eprim,ref,w) x 100 gelijk aan of kleiner dan 65 of 90 moet zijn volgens de functie van de PEN-eenheid.

Jean-Marie Hauglustaine overloopt ook de epb-eisen in het Waalse Gewest voor te renoveren gebouwen op 1 januari 2017 en voor nieuwe gebouwen op 1 januari 2021 (NZEB). “Het kader van de studie Cost optimum Fase 1 is de tweede richtlijn (na die van 2002) 2010/31/UE inzake de energieprestatie van gebouwen. Het betreft een methodologisch vergelijkend berekeningskader van de optimale niveaus in functie van de kostprijs van de minimumeisen inzake de energieprestatie van gebouwen en gebouwelementen. We moeten nagaan of de huidige vastgelegde (of geprojecteerde) eisen inzake energieprestatie niet meer dan 15% lager liggen dan de prestatiedrempel overeenkomstig de optimale globale kost. Er zijn twee berekeningsmethodes: een financiële berekening (inclusief btw, belastingen, subsidies en premies of belastingaftrekken) en een macro-economische berekening (zonder btw, belastingen en subsidies, maar inclusief de kost van de broeikasgasuitstoot). Er zijn twee actualiseringsniveaus en drie scenario’s m.b.t. de evolutie van de energiekost”, legt de professor uit.

De methodologie evalueert de globale kost, bestaande uit de kost van initiële investeringen (subsidies en premies; financiële berekening), de jaarlijkse kosten (functioneringskosten (energie-, uitbatings- en onderhoudskosten) en vervangingskosten), de (eventuele) verwijderingskosten en de kosten voor de uitstoot van broeikasgassen (macro-economische berekening)). De prijs per ton CO2 per jaar zal stijgen van 20 € tot in 2015 over 35 € tussen 2026 en 2030 naar 50 € na 2030.

Wat de kost van de initiële investeringen betreft worden de kostencategorieën in grote mate geassocieerd met specifieke bouwelementen en gebeurt de afbraak van gebouwen in een coherente reeks van afzonderlijke bouwelementen (het dak wordt per laag gesloopt (isolatie, bekleding, dakstructuur, afdichting, …) en een verwarmingsketel wordt per element ontmanteld). We moeten rekening houden met een reeks kosten afkomstig van verschillende bronnen en met de gemiddelde prijzen op de markt in 2012 (sindsdien geactualiseerd door COZEB1).

“Referentiegebouwen zijn individuele woningen (eengezinswoningen), appartementsgebouwen en cohousing (residentieel), kantorencomplexen (niet-residentieel, kantoor- en dienstengebouwen) en andere categorieën van niet-residentiële gebouwen dan kantorencomplexen waarvoor specifieke energieprestatie-eisen bestaan (niet-residentieel, onderwijsgebouwen). Er zijn maatregelen, groepen en varianten voor bestaande gebouwen (eisen m.b.t. de U-waarde van wanden, de renovatie van wanden en de verbetering van hun energieprestatie, en één enkel bouwelement of een combinatie van verschillende bouwelementen) en voor nieuwe gebouwen (eisen m.b.t. het Espec-peil (kWh/m² per jaar) en het Ew-peil, een energie-efficiënte bouwschil, performante systemen en een gedeelte productie van hernieuwbare energie”, meldt prof. Hauglustaine.

Het vervolg van Cost optimum Fase 1 (COZEB1bis) omvat een uitbreiding van het staal aan referentiegebouwen en is uitsluitend gewijd aan renovatie. Zo heeft een viergevelwoning van 157 m² die vóór 1945 werd gebouwd een specifiek basisverbruik Espec base van 615 kWh/m²; oude gebouwen bieden interessante verbeteringsmogelijkheden. Een viergevelwoning van 177 m² die tussen 1985 en 1995 werd opgetrokken (K-peil 70), heeft een Espec base van 315 kWh/m². Een rijhuis van 110 m² gebouwd tussen 1996 en 2008 (K55) heeft een Espec base van 185 kWh/m², een ingesloten groot kantoor van 5.725 m² gebouwd vóór 1945 heeft een
Espec base van 338 kWh/m², een kleuter- of lagere school van 1.127 m² gebouwd vóór 1945 en vergroot in 1994 heeft een Espec base van 518 kWh/m².

Cost optimum Fase 2 van COZEB, die nog altijd loopt, omvat de actualisering en controle van fase 1 met nieuwe epb-eisen die van toepassing zijn sinds 1 januari 2017. Men is wat verder gegaan in de bevestiging van de tussenkomsten, varianten, prijzen, … door vakmensen in de bouwsector, heeft nieuwe combinaties en varianten toegevoegd en heeft een informaticatool ontwikkeld die de DGO4 (Direction Générale Opérationnelle de l’Aménagement du territoire, du Logement, du Patrimoine et de l’Énergie) in staat stelt om zelf de evolutie van COZEB voort te zetten. Prof. Hauglustaine concludeert dat zeer goed isoleren zichzelf meestal ruimschoots terugverdient met de uitgespaarde energiekosten over een periode van dertig jaar.

Georges Timmermans brengt ook een speciale hulde aan Roger De Block, doctor in de Chemie en op nationaal en internationaal niveau in de Saint-Gobain Groep actief inzake standaardisatie en normalisatie (ISO, CEN en NBN; vooral thermische normen van isolatiematerialen die door het WTCB en Butgb benut worden; technische onderbouwing van ATG’s en STS’en van isolatiesystemen). “Roger De Block spande zich gedurende meer dan 45 jaar in voor thermische normen. Hij is al sinds de jaren ’80 van vorige eeuw actief in de isolatiesector en was O&O-fabrieksdirecteur in de productielocatie van Saint-Gobain Isover in het Nederlandse Etten-Leur”, looft de CIR-directeur.

Systeemdenken

Ir. Benny De Blaere, algemeen directeur van de BCCA (Belgian Construction Certification Association) en sinds vorig jaar voorzitter van de UEAtc (Union Européenne pour l’Agrément Technique dans la Construction), belicht ‘het toenemende belang van systeemdenken’. “De mensheid (beseft dat ze) wordt geconfronteerd met een gloednieuwe grote uitdaging: standhouden van generatie op generatie. We botsen op kwantitatieve beperkingen waarmee we vroeger geen rekening moesten houden. Het probleem is nieuwe limieten te vinden en vast te stellen dat ongebreidelde groei en consumptie geen evidente oplossingen meer zijn, al heeft men dat nog niet goed begrepen. De aarde wordt overgeëxploiteerd, waarbij we al een aantal diersoorten hebben uitgeroeid, en de evolutie gaat erg en zelfs te snel. Is de apocalyps nabij of niet? We kunnen het aantal aardbewoners maximaal nog verdubbelen. De mens bezit de gave om de natuur te begrijpen en te beïnvloeden. We hebben het al voor een groot stuk verknoeid, maar kunnen we alles nog rechttrekken en onszelf redden en hoe? Vandaag trachten we op korte termijn te remediëren. We kunnen wel de goeie richting aangeven en generatie op generatie bijsturen”, stelt hij.

“Ongebreidelde groei en consumptie zijn geen opties meer“, beseft Benny De Blaere, algemeen directeur van de BCCA.

We moeten volgens hem vooreerst onze situatie begrijpen, onze limieten aanvaarden en onze fouten erkennen en niet alles afkeuren uit het verleden, maar hieruit leren. We moeten de natuur en fundamentele waarden waarnemen, begrijpen en respecteren, en de fenomenen kwantificeren (maar helaas kunnen we vandaag niet inschatten hoeveel energie we morgen nodig zullen hebben). We moeten ook de evolutie vertragen, moeten evolueren in de beheersing van de vooruitgang van generatie op generatie en mogen het verleden niet vergeten, maar moeten durven veranderen. Kortom, we moeten de vooruitgang beheersen. Zo zouden we minder het vliegtuig kunnen nemen; er vliegen immers 50.000 jets in de wereld rond en vliegtuigen zorgen voor 3% van de consumptie van fossiele brandstoffen. Bovendien moeten we op tijd de fakkel doorgeven aan de jongeren, de economie ten dienste stellen van de mensheid en niet omgekeerd, en een goeie relatie opbouwen met de mensen die na ons komen zonder alles al voor hen te regelen. De mens moet bouwen om zijn leef- en werkomgeving te beschermen en te verbeteren, om te bewegen, om te presteren en om te schitteren.

“We zullen altijd blijven bouwen en daarvoor moeten we een goed evenwicht vinden. Bouwen zal een passie blijven, maar met respect voor de natuur en met beheersing van de kwantiteit en de kwaliteit. Het bouwvolume is altijd ongeveer constant gebleven en bouwen is ook niet zo conjunctuurgevoelig als men zegt”, meent Benny De Blaere. Hij wijst tevens op het belang van de duurzaamheid en de levensduur van een goed doordachte constructie die lang kan meegaan en merkt op dat precieze methodes (het epb-systeem, de manier om maximaal energie te besparen in huis, …) nog voor verbetering vatbaar zijn.

De geschiedenis van de bouw toont een evolutie naar een steeds betere kennis en beheersing. Bouwheren bouwen met bekende materialen. De architectuur en de afwerking worden geleidelijk steeds meer verfijnd, er duiken meer risico’s en innovaties op, en de kenmerken van de materialen en de wiskundige dimensionering worden steeds beter beheerst. We evolueren naar lichtere, duurzamere en performantere constructies, geprefabiceerde en gesystematiseerde gebouwen, digitale simulaties (BIM) en automatisering en robotisering. De bouw zal echter steeds creatief blijven op architecturaal en technisch niveau en de bouwpartners moeten altijd hun verantwoordelijkheid opnemen. De menselijke tussenkomst blijft essentieel.

“Men kan perfect systeembouw toepassen, maar dat gebeurt niet. De mens laat zich immers niet opsluiten in systemen. De beheersing van de eigenschappen van materialen, producten en systemen is cruciaal. We moeten ook in alle omstandigheden streven naar technische betrouwbaarheid en een lange levensduur bij de integratie in het gebouw en respect hebben voor de essentiële risico’s inzake veiligheid en gezondheid. Holistische beoordelingen zoals een epb-systeem zijn nuttig om een algemene appreciatie te geven, maar ook reële technische performantie is nodig. Daarnaast zijn certificatie en technische goedkeuring van belang om dat verhaal te kaderen”, beklemtoont de BCCA-directeur.

Hij hecht ook veel belang aan de bescherming van de interne leefomgeving, waarbij moet gezorgd worden voor een betrouwbaar en stabiel binnenklimaat en dito luchtkwaliteit. Hierbij spelen het concept van het gebouw en de oriëntatie van de gevels een belangrijke rol. Een goede isolatie van de bouwschil is het belangrijkste element om vooruitgang te boeken. Andere aandachtspunten zijn de controle van de ventilatie, een doeltreffende verwarming en koeling en een hernieuwbare energieproductie. Isolatie is de meest cruciale factor, op voorwaarde dat ze een duurzaam karakter heeft. Ze verzekert en vormt de basis van het passiefkarakter van een gebouw.

“Een kwalitatieve isolatie is belangrijk voor de gezondheidsrisico’s, de thermische prestatie (die onder controle moet zijn), de levensduur bij gebruik (de levensduur van isolatie is onlosmakelijk verbonden met de levensduur van de bouwschil) en het duurzame karakter (cradle-to-cradle)”, poneert de algemene directeur van de BCCA.

Hij houdt een pleidooi voor lokale normalisatie. “Het Europese systeem is een generiek systeem met de klemtoon op het vrije verkeer van producten en diensten. De bouwwetgeving is nationaal of regionaal. De bouw is echter lokaal vanuit cultureel oogpunt en de specificaties voor het gebruik en de controlemechanismen zijn lokaal”, stipt Benny De Blaere aan. Hij wijst op het belang en de doeltreffendheid van een lokale consensus voor de realisatie van een level playing field en de beheersing van de loyale concurrentie en de bescherming van de consument. “Een goede relatie tussen het te volgen beleid, de reglementering en de lokale normalisatie (NBN, STS) is noodzakelijk. De bestaande wetgeving wordt vervangen door referentie-instrumenten. Het WTCB, UBAtc, Benor, STS (Technische Specificaties) en de federaties spelen een rol m.b.t. CIR, typebestekken, het subsidiebeleid en de specifieke wetgeving en Construction Quality”, poneert hij.

We moeten dit alles volgens hem verenigen in een centraal concept van kwaliteitskaders met publieke kwaliteitsbewaking. Dit moet zich uiten in proactieve processen (competentie en technische info), de aanleg van een dossier per gebouw (bouwpas) met registratieplicht, controles aan de hand van steekproeven, beschikbare informatie voor de overheid en gebruikers inclusief statistieken, en monitoring en continue verbetering.

Voorrang aan isolatie

Pieter Van Laere, die sinds 2007 bij Isover werkt waar hij sedert 2011 Sustainable Development Manager is, fungeert sinds 2016 als CIR-voorzitter. Deze Master in Biologie, Milieurecht (UGent) en General Management (Vlerick) bezit veel expertise in de levenscyclusanalyse (lca) en de milieu-impact van bouwen. Als CIR-voorzitter helpt hij samen met CIR-ondervoorzitter Bruno Verbeke (Recticel Insulation) en CIR-directeur Georges Timmermans de CIR-ambities, ‘meer en beter (na-)isoleren van alle gebouwen’, realiseren.

Pieter Van Laere stipt aan dat CIR, opgericht in 1997, reeds twintig jaar het aanspreekpunt bij uitstek vormt voor alle isolatieaspecten inzake energiezuinig en duurzaam bouwen en verbouwen. “CIR volgt vooreerst van nabij de uitvoering van de federale en gewestelijke rege-ringsprogramma’s tijdens deze legislatuur 2014-2019 en lobbyt voor een grootschalige verbetering van de energiezuinigheid van het bestaande gebouwenpark. Halfweg deze legislatuur moeten we blijven herhalen dat na-isoleren daarbij de eerste prioriteit moet zijn. Isoleren zorgt mee voor het  aanzwengelen van de (ver)bouwsector als motor van de economie”, beklemtoont hij.

CIR-voorzitter Pieter Van Laere bestempelt zijn organisatie als een dynamische partner bij de verdere uitrol van het Vlaamse Renovatiepact richting 2050.

CIR blijft ook een dynamische stakeholder voor de drie gewestelijke energie-administraties. Zo verleent de koepelorganisatie van de Belgische isolatiesector haar medewerking aan de consultaties van de stakeholders van het EPB-consortium om de epb-berekeningsmethodes te optimaliseren en de bezorgdheden van de isolatiesector hierbij in overweging te nemen. 

“CIR steunt het streven van de Isolatiecommissie bij het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN) naar een steeds grotere harmonisering van de reglementeringen voor de energieprestatie van gebouwen in de drie gewesten overeenkomstig de normtechnische basis van het vernieuwde EPBD-normenpakket (Energy Performance of Buildings Directive; de Europese richtlijn inzake de energieprestatie van gebouwen) ten gevolge van de EPBD-Recast van 2010. Het moet de ambitie zijn om overal in België voor eenzelfde gebouw, zowel nieuwbouw als renovatie, eenzelfde energieprestatie te verlenen. CIR pleit ervoor dat de berekeningsmethode voor het niveau S, de nieuwe indicator voor de energiedoeltreffendheid van de bouwschil, die op dit ogenblik in Vlaanderen wordt geëvalueerd voor de residentiële sector, vastgelegd wordt in een Belgische norm en dat men nagaat of een uitbreiding naar de niet-residentiële sector uitvoerbaar is”, meldt de CIR-voorzitter.         

 

Hij deelt tevens mee dat CIR actief blijft in diverse WTCB-commissies en de -BUtgb-werkzaamheden van nabij opvolgt. De toepassing van de STS 71-1 ‘Na-isolatie van spouwmuren’ en zijn vooropgestelde herziening evenals de finalisering van de STS 71-2 ‘Buitenisolatie’ vormen belangrijke actiepunten. Om tot correcte uitvoeringsrichtlijnen van alle na-isolatietechnieken van de bouwschil te komen is ook complementair een uitwerking van een STS ‘Binneniso-latie’ en een STS ‘Vloerisolatie’ aangewezen. CIR vraagt dat elke kwaliteitsaanpak van materialen, de gebruiksgeschiktheid evenals de specifieke vakkennis van de uitvoerder ‘kostengunstig’ worden opgezet zodat die garantiebasis voor een grootschalig na-isolatiepremiebeleid niet nodeloos ingewikkeld en te duur wordt.

“De achttiende Isolatiedag op 26 september in Antwerpen bij ie-net vzw, de Vlaamse ingenieursvereniging, zal zich buigen over de isolatie- en energieprestatie van overheidsgebouwen. CIR blijft ook voorstander van evaluatie-instrumenten voor milieu- en duurzaamheids-prestaties van bouwproducten en gebouwen als die technisch objectief en correct zijn en dus zonder subjectieve voorkeur voor bepaalde materialen en technieken. De Isolatie Raad is blij met de start van de federale EPD-gegevensbank (Energy Performance Directive, een Europese energiebesparingsrichtlijn) in uitvoering van het kb dat een analyse van de levenscyclus oplegt op het ogenblik dat een producent een milieuboodschap wil communiceren op de verpakkingen van zijn producten. Dit betekent een belangrijke stap vooruit om een level playing field te bereiken inzake de communicatie van milieuprestaties van bouw- en isolatiematerialen en in een later stadium ook op het niveau van het gebouw”, poneert Pieter Van Laere.

“De Conseil d’Isolation – Isolatie Raad tracht sinds 1997 als koepel-organisatie van de Belgische isolatiesector het gebruik van isolatiematerialen in gebouwen te verhogen en zo bij te dragen tot een duurzame samenleving met oog voor het milieu en energie-efficiëntie”, verklaart CIR-directeur Georges Timmermans.

Hij bestempelt CIR als een dynamische partner bij de verdere uitrol van het Vlaamse Renovatiepact richting 2050. “We hebben actief meegewerkt aan de COZEB-studie gelinkt aan de Waalse ‘PEB feuille de route 2014-2020’. De concretisering van het vernieuwde EPB 2017-opzet in Brussel geniet eveneens onze aandacht. CIR blijft voorstander om het K-peil als globale isolatieprestatie van de bouwschil te blijven honoreren en voor bijna-nulenergie(ver)nieuwbouw het K20-peil met een doorgedreven bouwschilisolatie als norm te stellen. De raad pleit ervoor om bij de energetische renovatie van gebouwen altijd eerst de bouwschilaspecten centraal te stellen. Het maximaal na-isoleren van alle bouwschilde-len moet de eerste prioriteit zijn, zowel voor stedenbouwvergunnings-plichtige (ver)nieuwbouw als voor een gewone en grondige stapsgewijze renovatie. Alleen zo maken de ambitieuze energie- en klimaatplannen om tegen 2050 tot een gebouwenpark te komen met 90% minder CO2eq-uitstoot een kans”, beseft de CIR-voorzitter.

RenoFase

De Isolatie Raad steunt actief diverse onderzoeksinitiatieven gelinkt aan energiebesparing in gebouwen zoals RenoFase en het dit jaar gestarte TETRA-project KMO-Reno: ‘Renovatiegids kmo-gebouwen’, waarbij de thermische upgrading van de bouwschil van kmo-gebouwen centraal staat.

“CIR wil dat het Marshallplan 4.0 met de energie-efficiëntie van gebouwen als prioritaire maatregel in het kader van ‘Energie & Economie Circulaire’ er alles aan doet opdat de renovatie in het Waalse Gewest het succes van het initiatief Ecopack gebaseerd op aanmoedigende energiepremies zal verlengen. Tegelijk is de ‘Stratégie de Rénovation’, die begin mei in Namen werd voorgesteld, ambitieus: tegen 2050 voor alle woningen gemiddeld een niveau label EPB A en de energieneutraliteit van het tertiaire gebouwenpark”, verklaart Pieter Van Laere.

Hoewel de zesde staatshervorming de REG-bevoegdheid bij de regio’s legt, wenst CIR dat de federale regering betrokken partij blijft. De isolatiesector herkent zich in een benadering waarbij strikte (isolatie-)eisen worden opgelegd om een financiële bijdrage te bekomen.

“CIR dringt erop aan dat bij elk premiebeleid de principes van de Trias Energetica nauwgezet blijven gevolgd worden, waarbij het optimaal isoleren van de bouwschil de eerste prioriteit blijft. Een ambitieus gewestelijk isolatiepremiebeleid voor dak-, muur- en vloerisolatie blijft noodzakelijk bij het uittekenen van een verstrengingspad op lange termijn voor het isolatie- en energieprestatiepeil van gebouwen. CIR vraagt dat extra financiële middelen worden verzameld om met gepaste energiebesparende ingrepen een versnelde bouwschilrenovatie van het bestaande gebouwenpark te helpen realiseren. De Isolatie Raad is klaar voor een toekomst met nog veel beter geïsoleerde gebouwen en steunt iedere actie die dit objectief helpt halen. De isolatiesector blijft groeien, met meer isolatie in steeds grotere diktes. Slim isoleren met innovaties en vooral een verbeterde toepassing van bekende isolatie-oplossingen met zeer hoge thermische weerstand liggen daarbij aan de basis. CIR rekent op een actieve betrokkenheid en verdere uitbreiding van zijn achterban en een dynamische en onderbouwde stakeholdersbetrokkenheid om het prioritaire belang van isoleren te blijven verzekeren en om te zetten in extra isolatiebusiness”, besluit Pieter Van Laere.

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

Vochtproblemen vragen om nuchter onderzoek

Vochtproblemen vragen om nuchter onderzoek

Weinig problemen in woningen zijn zo hardnekkig en geldverslindend als vochtproblemen. Definitief afrekenen met vochtoverlast en -schade is het doel van bouwpatholoog en docent Bouwfysica Eddy Cruysberghs. In de opleiding ‘Vochtbeheersing[…]

02/12/2018 |
Wetenschappers ontwikkelen slimme muur

Video

Wetenschappers ontwikkelen slimme muur

3D-betonprinter maakt brug

3D-betonprinter maakt brug

Sloop- en heropbouw­korting overal in Vlaanderen

Sloop- en heropbouw­korting overal in Vlaanderen

Meer artikels