Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Na-isolatie van een hellend dak

Na-isolatie van een hellend dak

De renovatie van een hellend dak kan zich beperken tot na-isolatie, maar kan evenzeer het vervangen van de dakbedekking en zelfs het vernieuwen van het daktimmerwerk inhouden. Bij na-isolatie mag men de ventilatie van de ruimtes onder het dak niet uit het oog verliezen. Belangrijk is een goede aansluiting tussen het lucht- en dampscherm van het dak met dat van de gemene muren en van de dwarsmuren (binnenbepleistering).

Het onderdak speelt een belangrijke rol in de dakopbouw omdat het bijdraagt tot de winddichtheid van het dakcomplex en luchtstromingen door en onder de isolatielaag verhindert. Het vermijdt tevens occasionele waterinfiltraties die de isolatie en de binnenafwerking kunnen bevochtigen. Bovendien zorgt het ervoor dat de isolatie niet bevochtigd wordt door condensatie aan de binnenzijde van de dakbedekking of door smeltende stuifsneeuw die de wind tussen de pannen blaast. Het is dus ten zeerste aan te raden een onderdak te plaatsen.

Dak zonder onderdak

Isolatie in het dak kan de temperatuurcycli (vorst/dooi) in de dakbedekking versterken. Dat kan resulteren in beschadigingen (bv. barsten), vooral als het om oude of hergebruikte dakpannen gaat die minder vorstbestendig zijn dan nieuwe pannen. Het kan dan ook noodzakelijk zijn om de dakbedekking te vervangen, wat het plaatsen van een onderdak mogelijk maakt.

Indien het niet mogelijk is om de dakbedekking te vervangen, is het aan te raden om een onderdak in te werken tussen of onder de kepers. De isolatie en de binnenafwerking worden zo beschermd tegen het buitenklimaat (water, stuifsneeuw, wind, stof '). Het zal echter zeer moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om het water dat zich op dit onderdak verzamelt, af te voeren.

Een andere moeilijkheid is wanneer de bovenzijde van het dakschild aan de zolderruimte grenst en de onderzijde in contact staat met (bewoonde) kamers. In dat geval kan men het (nieuwe) onderdak niet van de nok tot aan de voet van het dakschild doortrekken zonder de binnenafwerking in de kamers te verwijderen.

Het plaatsen van een onderdak is tevens aangewezen als het dak geïsoleerd wordt met stijve isolatieplaten onder het daktimmerwerk, zelfs indien de platen bekleed zijn met een speciale afwerkingslaag. Het is immers quasi onmogelijk om de voegen tussen de isolatieplaten aan de kant van de dakbedekking voldoende neerslag- en winddicht te maken om de panelen dezelfde functie te laten vervullen als het onderdak, en dit met voldoende garanties op langere termijn.

Een dak met een onderdak geniet dus altijd de voorkeur, zelfs als het onderdak tussen of onder de kepers aangebracht wordt. In dat geval moet men de opdrachtgever erop wijzen dat het een voorlopige oplossing is die beperkingen heeft. Als de dakbedekking in een later stadium vernieuwd wordt, moet men dus zeker een echt onderdak plaatsen, langs de buitenzijde van het bestaande dak of door een bijkomende isolatielaag bovenop het daktimmerwerk.

Dak met onderdak

Wanneer er tussen de dakbedekking en het timmerwerk al een onderdakfolie aanwezig is, kan men in veel gevallen niet meer achterhalen uit welk product het onderdak opgebouwd is en welke dampdiffusieweerstand het heeft. Bij een relatief dampdichte onderdakfolie (bv. microgeperforeerde folie) kan de isolatie aan de binnenzijde van het dak vochtproblemen veroorzaken en kan het daktimmerwerk gaan rotten omdat de dakconstructie ingesloten zit tussen twee dampremmende lagen. In dat geval is het aan te raden om het dak langs de buitenzijde te isoleren en aan de binnenzijde een bijkomende isolatielaag aan te brengen waarvan de warmteweerstand maximaal twee vijfde bedraagt van de warmteweerstand van die aan de buitenzijde. Het onderdak kan ook vervangen worden door een nieuw, meer dampopen onderdak dat beter beschermt tegen vochtproblemen.

Als isoleren langs de buitenzijde onmogelijk is, moet men aan de binnenzijde van het dak een isolatielaag met een voldoende performant dampscherm aanbrengen. Dit wil zeggen dat de dampdiffusieweerstand van het dampscherm minstens zes maal hoger moet liggen dan de dampdiffusieweerstand van het bestaande onderdak in de meest ongunstige situatie.

Een ander risico is het zogenaamde 'tent­effect', dit is de kans op waterdoorslag als het onderdak in contact komt met een ander materiaal, zoals bv. de isolatie. In dat geval is het aan te raden om een smalle spouw van 1 tot 2 cm te laten tussen de isolatie en het onderdak, en die niet actief te verluchten om de impact van eventuele luchtstromingen op de isolatie te minimaliseren.

Dak met isolatie

Als de isolatie tussen de kepers geplaatst wordt (bv. spijkerflensdekens in minerale wol) en aan de binnenzijde voorzien is van een afwerkingslaag, is het aan te raden om de nieuwe isolatie niet rechtstreeks op deze afwerkingslaag te plaatsen. Die laag vervult wellicht de functie van dampscherm en mag idealiter niet ingesloten worden tussen twee isolatielagen (behalve als de dampdiffusieweerstand van de nieuwe isolatielaag maximaal twee vijfde bedraagt van die van de eerste laag, wat meestal onvoldoende zal blijken om de beoogde U-waarde te bereiken). In een dergelijke situatie moet men de werking van het oude dampscherm beperken door inkepingen aan te brengen op het membraan en tevens de nieuwe isolatie tegen de oude aanbrengen (zonder dat er een luchtspouw overblijft tussen de twee lagen) met aan de binnenzijde een performant lucht- en dampscherm ('d ' 5 m).

Vochtproblemen

Aan de buitenzijde van hellende daken kunnen er plaatselijk zones voorkomen met een (zeer) hoge dampdichtheid aan de dakbedekking of van het onderdak.

Dat kan het geval zijn:

in een dakkapel met plat dak;

aan een dakkapel waarvan de randen bekleed zijn met zink;

op een dakdeel met flauwe hellingsgraad dat bedekt wordt met een afdichtingsmembraan of met een metalen dakbedekking;

aan de killen van een dakkapel die bekleed zijn met een waterdichte afdekking;

aan het zijdelingse snijpunt tussen twee dakschilden (kilgoot).

Hoewel deze zones gelijkaardig van samenstelling zijn als die van platte daken (dampdichte laag aan de buitenzijde) en in principe van een specifieke isolatie voorzien zijn, worden ze momenteel op dezelfde manier geïsoleerd als de lopende delen van het dakschild.

Voor de delen van een hellend dak met een dampdichte laag aan de buitenzijde moeten de principes voor de isolatie van een warm plat dak nageleefd worden. Dat betekent dat er een efficiënt dampscherm geplaatst moet worden zonder onderbrekingen op een doorlopende ondergrond. Bij renovaties kan dit dampscherm de bestaande afdichting zijn met een nieuwe isolatielaag er bovenop, die zich dan eveneens aan de buitenzijde van het daktimmerwerk bevindt. Deze isolatielaag moet ook onderbroken aangesloten worden op de isolatie in het dakvlak, om te vermijden dat er zich koudebruggen vormen. Bij renovatiewerken is de continuïteit van de lucht- en dampdichte laag zeer moeilijk te garanderen. Het kan wel door het geheel van thermische isolatie en lucht- en dampscherm aan de binnenzijde van het dak aan te brengen, zelfs al blijkt deze ingreep vanuit hygrothermisch standpunt vaak delicater te zijn.

Indien het om kleine zones gaat, mag men hetzelfde isolatiemateriaal gebruiken als voor het dakvlak, op voorwaarde dat het binnenklimaat niet te vochtig is en de voegen van het lucht- en dampscherm aan de warme zijde van de isolatie goed afgedicht zijn. Deze laatste voorwaarde is in de praktijk niet altijd gemakkelijk uitvoerbaar, vooral als het daktimmerwerk complex is. Als deze relatief dampdichte laag het volledige oppervlak van het dak beslaat en zich aan de buitenzijde van de (toekomstige) isolatie bevindt (bv. een relatief dampdichte onderdakfolie die al eerder geplaatst werd), is het aangewezen om deze laag te vervangen door een dampopen onderdak.

Wanneer deze werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden (bv. omdat er onvoldoende budget is om ook de dakbedekking te vervangen en men enkel isolatie aan de binnenzijde voorziet), moet er aan de binnenzijde een lucht- en dampscherm aangebracht worden waarvan de prestaties bepaald worden door een hygrothermische studie, in functie van het binnenklimaat van het gebouw

In bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als men de binnenafwerking wil behouden) kan men ervoor kiezen om een niet-geïsoleerd dak langs de buitenzijde te isoleren, waarbij het isolatiemateriaal tussen de kepers of de spantbenen aangebracht wordt. In dat geval moet er aan de buitenzijde van het dak een luchtscherm geplaatst worden (in 'golven') tussen en bovenop de elementen van het daktimmerwerk. Deze folie moet een zo laag mogelijke dampdiffusieweerstand hebben. De aansluitingen aan dakrand en aan de dakvoet zullen de grootste moeilijkheden opleveren.

Bron: hoofdstuk 6 'Renovatiewerken' van de Technische Voorlichting nr. 251 'Thermische isolatie van hellende daken'. Deze TV kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). Ze is ook uitgegeven in brochurevorm, te koop bij de dienst Publicaties van het WTCB tegen de geldende tarieven (02/529 81 00 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Bouwsector vraagt soepeler coronamaatregelen

Bouwsector vraagt soepeler coronamaatregelen

De verplichte coronamaatregelen die momenteel van toepassing zijn in de bouwsector zijn gedateerd, stelt Bouwunie. De sectorvereniging vraagt om de strenge regels nog vóór het bouwverlof te evalueren en aan te passen zodat er vanaf[…]

15/06/2021 | Corona
Vier consortia dingen mee naar bouw gevangenis Vresse-sur-Semois

Vier consortia dingen mee naar bouw gevangenis Vresse-sur-Semois

Bouwbedrijven kunnen arbeiders flexibeler inschakelen

Bouwbedrijven kunnen arbeiders flexibeler inschakelen

Schetsontwerp fase 2 Park Brialmont in Antwerpen goedgekeurd

Schetsontwerp fase 2 Park Brialmont in Antwerpen goedgekeurd