Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Milieu-impact van bouwmaterialen inzichtelijk en becijferbaar dankzij EPD's

Milieu-impact van bouwmaterialen inzichtelijk en becijferbaar dankzij EPD's

De milieu-impact van gebouwen door de invloed van bouwmaterialen krijgt steeds meer aandacht van zowel overheden als bouwheren. Deze problematiek moet benaderd worden vanuit een levenscyclusanalyse (LCA), waarbij de impact wordt berekend van bij de ontginning van de grondstoffen tot en met wat gebeurt aan het eind van het 'leven' van het materiaal.

De jongste jaren wordt dit vraagstuk dan ook op een meer uniforme en wetenschappelijke manier benaderd. Zo is er een Europese norm die bepaalt hoe de levenscyclusanalyse van een bouwproduct moet uitgevoerd worden en welke indicatoren daarbij dienen bepaald te worden. Het resultaat is een Environmental Product Declaration of EPD. De gegevens in zo'n milieuproductverklaring kunnen dan gebruikt worden voor de berekening van de milieu-impact van de gebruikte of voorziene bouwmaterialen op gebouwniveau.

In België zijn organisaties bij koninklijk besluit verplicht om een EPD op te maken wanneer ze milieuclaims opnemen in hun communicatie. Ons omringende landen als Nederland en Duitsland hanteren rekenschema's die producten bevoordelen waarvoor een EPD in een nationale database is opgenomen.

De EPD biedt materiaalproducenten verschillende voordelen. Zo krijgen ze een volledig en objectief zicht op de milieu-impact van hun producten. De praktijk leert bovendien dat het uitvoeren van een levenscyclusanalyse een uitstekend instrument is om de productie te optimaliseren. Het is voor materiaalproducenten dan ook van het allergrootste belang om te beschikken over een EPD van hun producten.

Wat is een Environmental Product Declaration'

Een EPD is de uitkomst van een levenscyclusanalyse, waarbij men milieu-indicatoren bepaalt voor een product over de ganse levenscyclus (ontginning, verwerking, plaatsing, gebruik, end-of-life).

De indicatoren die berekend moeten worden en de manier waarop ze berekend moeten worden, zijn vastgelegd in de Europese norm EN 15804. Het gaat om indicatoren als 'invloed op klimaatopwarming', 'verzuring van de atmosfeer', 'effect op de ozonlaag', enz. De norm hanteert zes van deze zogenaamde CEN-indicatoren.

Het is nationale overheden toegestaan om extra indicatoren toe te voegen. In de rekenmethodes die in België ontwikkeld worden, zullen extra indicatoren worden gevraagd - de zogenaamde CEN+ indicatoren. Maar ook andere lidstaten kunnen extra indicatoren opnemen of andere informatie verplicht maken.

De Europese norm omschrijft ook de fasen van de levenscyclus, ruwweg opgedeeld in:

Cradle-to-gate (A1-3): Ontginning, transport naar fabriek en verwerking;

Implementation (A4-5): transport naar de bouwwerf en verwerking;

Use (B);

End-of-life (C) ;

Terugverdieneffecten (D): bv. recyclage.

Vanaf de implementatiefase moet gewerkt worden met scenario's (waarin bv. de gemiddelde transportafstand tot de bouwwerf is bepaald), de zogenaamde Product Category Rules of PCR's. In België zal in de beginfase enkel de berekening cradle-to-gate verplicht zijn.

België en de EPD's

In de ons omringende landen werden al databases van EPD's opgezet. Deze data worden gebruikt voor het berekenen van de milieu-impact op gebouwniveau. In Nederland is de berekening van de milieu-impact op gebouwniveau verplicht. Indien er geen EPD beschikbaar is van de gebruikte bouwproducten worden generieke data gebruikt, maar wordt de milieu-impact verhoogd met 30%. Voorlopig dient enkel de berekening gemaakt te worden en is er nog geen resultaatsverplichting.

De databank wordt publiek toegankelijk.

In Duitsland maakt de berekening van de milieu-impact deel uit van een algemeen duurzaamheidsevaluatiesysteem DGNB, dat verplicht wordt toegepast voor openbare gebouwen. Ook hier gelden toeslagen voor het gebruik van generieke data.

In België is de federale overheid bevoegd voor productgebonden materies en de gewesten voor grondgebonden materies, zoals de bebouwde omgeving. De federale regering heeft een koninklijk besluit uitgevaardigd, dat bepaalt dat alle milieuboodschappen voor bouwmaterialen onderbouwd dienen te worden met een EPD. Deze EPD's moeten opgenomen worden in een nationale database. Het opmaken van deze database is een taak voor de fod Volksgezondheid, departement Leefmilieu. Momenteel is enkel de fase cradle-to-gate verplicht. De product category rules worden op dit moment uitgewerkt.

Terwijl de federale overheid bevoegd is voor de productinformatie, zijn het de gewesten die bevoegd zijn voor regelgeving over gebouwen. De Vlaamse overheid, en meer bepaald de OVAM, heeft het initiatief genomen om samen met de andere gewesten een rekenmethode op punt te stellen voor de bepaling van de milieueffecten op gebouwelement- en gebouwniveau. De betaversie zou in het najaar van 2015 ter beschikking moeten zijn.

Overal in Europa wordt gewerkt aan normen rond de milieu-impact van gebouwen. Uiteraard zal dit ook gevolgen hebben voor de bouwmarkt op het hele continent. Door de specifieke indicatoren per land, bovenop de Europese norm, wordt het belangrijk dat de Europese landen komen tot wederzijdse compatibiliteit.

Hoe zal een Belgisch EPD-systeem in de praktijk werken'

Fabrikanten die een milieuboodschap willen aanbrengen op hun product(en) moeten, zoals eerder aangegeven, eerst een levenscyclusanalyse (LCA) laten uitvoeren en die registreren in een nationale databank. Ook fabrikanten die producten zonder milieuboodschap op de markt brengen, kunnen gebruik maken van de databank om hun LCA te declareren. De databank wordt publiek toegankelijk. Dat betekent dat ook architecten, overheden of consumenten (een gedeelte van) de gegevens in de databank kunnen raadplegen. In principe geldt dit systeem al vanaf 1 januari 2015 voor nieuwe bouwproducten en vanaf 1 januari 2016 voor alle bouwproducten.

Met het registreren van de milieuproductverklaring garandeert de fabrikant dat het bouwproduct en de milieuboodschap overeenkomen met de opgegeven informatie en dat de milieuproductverklaring representatief is voor het op de markt aangeboden product. Inspecteurs van de fod Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu zijn bevoegd voor de controle.

Indien het bouwproduct of de milieuboodschap niet overeenstemt met de milieuproductverklaring moet de fabrikant de nodige corrigerende maatregelen nemen om de milieuproductverklaring conform te maken en de milieuboodschap aan te passen of te verwijderen. Bij overtredingen zijn boetes mogelijk. Onlangs werd de database nog uitgetest door de federale overheid. De ambitie was om ze vóór de bouwvakantie beschikbaar te hebben.

Hoe ver staan we in België'

De evaluatie van de milieu-impact van bouwproducten gebeurt het best op niveau van het gebouw of gebouwelement. Een materiaal kan bijvoorbeeld een lagere milieu-impact hebben dan een ander; maar wanneer er meer van nodig is, wordt dat voordeel teniet gedaan. Dat bleek o.a. uit de federale LCA-tim studie, waarin de milieu-impact van verschillende isolatiematerialen met elkaar vergeleken werd. Daarom werkt de federale overheidsdienst (fod) Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu ook samen met de gewesten. Ze ontwikkelen een rekenmodule om de milieu-impact van bouwproducten op gebouwniveau te berekenen voor bijvoorbeeld architecten en overheden.

Hiervoor zullen de gewesten op termijn de federale databank gebruiken met de specifieke milieudata gebaseerd op de LCA. Er is dan ook regelmatig overleg tussen de verschillende overheden, maar ook met fabrikanten en andere belanghebbenden.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Miljoenenproject transformeert CO2 tot groene waterstof

Miljoenenproject transformeert CO2 tot groene waterstof

Tien private en publieke partners hebben zich verenigd in het North-C-Methanol project. Samen zullen ze de CO2-emissie jaarlijks met 140.000 ton verminderen en 44.000 ton groene methanol aanmaken voor de lokale chemische en duurzame[…]

26/10/2020 | GentInnovatie
Oudenaarde bouwt nieuwe woonwijk

Oudenaarde bouwt nieuwe woonwijk

Vandenbussche krijgt Best managed Company Award

Vandenbussche krijgt Best managed Company Award

Eerste infrastructuurwerf met ethische code

Eerste infrastructuurwerf met ethische code