Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Marianne Thyssen krijgt Gouden Baksteen

Gerelateerde onderwerpen :

Marianne Thyssen krijgt Gouden Baksteen

Bouwunie heeft op vrijdagavond 6 februari haar achttiende Gouden Baksteen uitgereikt aan Marianne Thyssen. In haar toespraak wees de EU-commissaris op de oprichting van een Europees platform tegen zwartwerk en beloofde ze te ijveren voor een tijdige en kwalitatieve omzetting van de handhavingsrichtlijn.

Bijna 400 genodigden woonden in de Gentse Eskimofabriek dit jaarlijkse evenement bij, dat aan elkaar werd gepraat door Piet De Langhe en op smaak werd gebracht door een poppenspeler, een acteur en de Belgische ImprovisatieLiga. De BIL (Ghislaine, Lode, Tanguy, Robert en Raymond) organiseerde een met hilarische sketches gelardeerde Grote Bingoshow, waarvan de winnaar beloond werd met niks minder dan de Gouden Inbus.

'We hebben het toepassingsgebied van onze prijs verruimd. Voordien bekroonde de Gouden Baksteen een persoon of organisatie voor wat ze in het verleden hadden gepresteerd, nu kijken we ook naar wat ze in de toekomst voor ons en onze sector kunnen betekenen. In die zin sluit deze prijs aan bij een eerstesteenlegging, die mikt op een hoopvol beleid', meldt Hilde Masschelein, gedelegeerd bestuurder van Bouwunie. Met Marianne Thyssen bekroont haar organisatie dit jaar een goede bekende in eigen huis, vermits de EU-commissaris eertijds haar sporen heeft verdiend bij Unizo.

'2014 was zeker geen onbewogen jaar. Tijdens de verkiezingen van 25 mei heeft de kiezer duidelijk gekozen voor verandering. Hij koos voor structurele maatregelen, een verlaging van de loonlasten, het wegwerken van de loonhandicap tegenover onze buurlanden en concurrentiekracht voor de binnenlandse productie die moet leiden tot economische groei om jobs te creëren en de sociale zekerheid veilig te stellen. Deze groei moet toelaten om de particuliere bestedingen en de openbare en bedrijfsinvesteringen te stimuleren. Het is nu aan de regering om daadkracht te tonen', stelt Filip Verkest.

Hij noemt de eerste cijfers van 2015 hoopgevend. 'Volgens Febiac lokte het 'kleine' autosalon een recordaantal bezoekers en zit de verkoop van auto's in de lift. Volgens Graydon is het aantal faillissementen in Vlaanderen in januari gevoelig gedaald tegenover vorig jaar, vooral ook in de bouwsector. Er waren lichtpuntjes, maar deze sprankeltjes van hoop zijn nog onvoldoende om de conjunctuurcurve opnieuw naar boven te duwen. Dit optimisme vertaalt zich ook nog niet in de bouwbarometer die de studiedienst van Bouwunie op kwartaalbasis bijhoudt. Ook deze curve blijft hangen. Eind 2014 daalde deze index zelfs tot 95,3 punten. Een stevige concurrentie veroorzaakt door een dalend werkvolume voor kmo-bouwbedrijven leidde tot een zeer scherpe prijszetting die de rendabiliteit van bouwondernemingen bedreigt', verklaart de Bouwunie-voorzitter.

Hij ziet een vreemde evolutie in de Belgische bouwwereld: terwijl tot 2010 een perfecte correlatie merkbaar was tussen het activiteitsvolume en de tewerkstelling, stijgt sindsdien het werkvolume constant terwijl het aantal arbeiders spectaculair daalt. Zo zouden sinds 2002 in Vlaanderen 9.000 werkplaatsen verloren zijn gegaan, en niet omdat het rendement van onze bouwvakarbeiders wonderbaarlijk is gestegen.

Een permanente oplossing zal sowieso vanuit Europa moeten komen. “Onze sector is volop in evolutie. Buitenlandse arbeidskrachten hebben een deel van de markt ingepalmd, vandaag nog meestal in het kader van een onderaanneming maar ook steeds meer als hoofdaannemer. Zo ondervinden Belgische aannemers op grote projecten stevige concurrentie van buitenlandse bedrijven, die in eerste instantie in onderaanneming werkten maar nu rechtstreeks aan aanbestedingen deelnemen. Dit zet druk op het prijsniveau en de rendabiliteit van onze ondernemingen. De loonkost van deze bedrijven is, volgens de mate waarin ze creatief omspringen met het toepassen van loonsvoorwaarden en sociale wetgeving, een beetje tot heel veel lager in vergelijking met die van Belgische bouwvakkers. In afwachting van een sociale harmonisering in Europa zullen we een oplossing moeten vinden om ons deel van de koek te kunnen behouden', beseft Filip Verkest.

Bij de overheid heerst ook een tendens om nieuwe opdrachten samen te brengen in clusters, waardoor die niet meer toegankelijk zijn voor bouwkmo's. Het pps-project voor 'Scholen van Morgen' heeft hierin een pioniersrol gespeeld, maar ook in de zorgsector worden verschillende projecten samengevoegd tot een groter geheel. Te grote aanbestedingen en onrealistische eisen houden kmo's weg van een belangrijk deel van de overheidsmarkt. In het beste geval kunnen ze in een onderaannemersrol een deel van de werkzaamheden uitvoeren, dan nog vaak in concurrentie met buitenlandse bedrijven.

In diverse enquêtes vermelden Bouwunie-leden de deloyale concurrentie als grootste bedreiging. 'Vele politici hebben de meest diverse maatregelen aangekondigd, maar strikt genomen is op de bouwplaats weinig veranderd. Het probleem lijkt zelfs nog toe te nemen. Staatssecretaris Crombez heeft met veel goede moed, goede ideeën en een grote vastberadenheid geprobeerd om het probleem aan te pakken, maar de uitwerking ervan werd wel eens gefnuikt door Europa en uiteindelijk heeft hij zijn werk niet kunnen afmaken. Staatssecretaris Tommelein, vandaag bevoegd voor de sociale fraudebestrijding, heeft intussen het actieplan sociale dumping van de federale regering uit de doeken gedaan. Heel binnenkort worden op zijn initiatief rondetafels georganiseerd waarbij werkgevers en vakbonden samen denken hoe de sociale dumping kan worden aangepakt. Dataming en datamatching ziet hij als een belangrijk wapen in deze strijd. Via overleg met de 'uitzendende' landen hoopt hij ze ervan te overtuigen om maatregelen te nemen. Positief alvast is dat hij op basis van de gegevens uit dataming belooft om bonafide ondernemingen te ontzien. Een permanente oplossing zal echter sowieso vanuit Europa moeten komen', beseft Verkest.

Het vrije verkeer van goederen en diensten in Europa blijft een nobel doel dat de Bouwunie-voorzitter niet in vraag stelt. Hij wil vooral een sterke en eerlijke interne markt waar iedereen tegen gelijkwaardige arbeids- en loonvoorwaarden kan werken. Beide moeten in de economische unie die Europa is gelijkgeschakeld worden, zodat die ook een sociale unie wordt. Op termijn moeten de sociale zekerheidsstelsels in alle EU-lidstaten geharmoniseerd worden, zodat iedereen er op gelijke voet behandeld wordt en dezelfde sociale bescherming geniet.

Opdrachtgever

'Dat vergt tijd. In afwachting van een definitieve regeling pleit Bouwunie ervoor om de sociale zekerheidsbijdragen te innen en te betalen in het land van tewerkstelling. De beschuldigde bedragen kunnen dan worden verrekend en doorgestort naar het land van herkomst. Los hiervan lijkt het ons ook nuttig om in het kader van de bestrijding van oneerlijke concurrentie ook de opdrachtgever mee verantwoordelijk te stellen. Op het einde van de rekening haalt die partij immers het grootste financiële voordeel uit eventuele misbruiken. Hiervoor moeten federale, regionale en zelfs lokale overheden bijzonder attent zijn. Ze hebben ook hun verantwoordelijkheden en een voorbeeldfunctie. Het is erg aanlokkelijk, zeker in tijden van budgettaire krapte en besparingen, om een project toe te wijzen aan een aanbieder wiens offerte zwaar onder de raming duikt. Men kan echter niet, goed wetende dat zich onfrisse praktijken op de bouwplaats afspelen, doelbewust de andere kant opkijken en doen alsof zijn neus bloedt. Als blijkt dat alle grote en mooie overheidsprojecten uitgevoerd worden in dubieuze omstandigheden, hoe kan de overheid dan geloofwaardig optreden tegen sociale fraude en deloyale concurrentie'' vraagt Filip Verkest zich af.

Tax shift

De hervorming van de woonbonus, de schrapping van subsidies en fiscale aftrekken, de dreiging van een verhoogd btw-percentage en het terugbrengen van het verlaagde btw-tarief van 6% voor woningen ouder dan vijf jaar naar tien jaar waardoor reguliere werkzaamheden weer in het zwarte circuit dreigen te belanden, maken het de bouwsector niet gemakkelijker. Misschien kan een tax shift met een verlaging van de loonlasten volgens de Bouwunie-voorzitter een positief effect hebben, zeker in het licht van de deloyale concurrentie en als dit de prijskloof verkleint tussen werk uitgevoerd door eigen werknemers en door buitenlandse arbeidskrachten. Hij pleit hier voor grondig en 'out of the box'-denken.

Verkest waarschuwt wel als de tax shift ook een vermogens- of een vermogenswinstbelasting zou inhouden. 'Laat ons vooral voorzichtig zijn wanneer ook onroerend goed in deze context wordt geviseerd. Dat is doorheen de jaren een belegging met een interessante return gebleken. Enerzijds zorgt dit voor heel wat werkgelegenheid en inkomen en anderzijds wordt vastgoed o.a. via de btw al erg zwaar belast. We moeten er dus over waken dat investeren in gebouwen niet afgestraft wordt, zodat de bouwsector niet wordt lamgelegd', bezweert hij.

De Bouwunie-voorzitter beklemtoont tevens dat bouwkmo's zich de komende jaren zullen moeten aanpassen aan de evolutie in hun sector en nieuwe wegen zullen moeten bewandelen. 'Iedereen kan zich hierover informeren tijdens het Bouwunie-toekomstcongres op 21 maart. Misschien wordt 2015 wel het keerpunt waarop de bouwsector al even zit te wachten', besluit hij.

Marianne Thyssen, Europees commissaris voor Werk, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit, belichtte als gastspreekster het beleid van de Europese Commissie en ging in op arbeidsmobiliteit en de daarmee gepaard gaande misbruiken. Vooreerst schetste ze de prioriteiten van de nieuwe Europese Commissie Juncker.

'Onze topprioriteit is groei en jobs, want dat is de eerste bekommernis van de mensen in alle EU-lidstaten. Ook al is de acute fase van de crisis voorbij, we zijn er nog lang niet. De 28 EU-lidstaten kennen weliswaar opnieuw groei (1,7%, tegenover 1,3% voor de eurozone), maar die is nog veel te zwak. De werkloosheid daalt licht, maar blijft veel te hoog. Bovendien zijn er structurele uitdagingen die dateren van vóór de crisis: de vergrijzing, de globalisering, een snel veranderende wereld, '', signaleert ze.

"Er is veel geld beschikbaar, maar het slaapt en we willen het wakker schudden." We moeten dus ingrijpen om onze welvaart veilig te stellen. Europa zet voluit in op een combinatie van drie assen: budgettaire geloofwaardigheid, structurele hervormingen en een ambitieus investeringsplan. De budgettaire inspanning volhouden, is noodzakelijk om de kost van de crisis weg te werken, de fouten uit het verleden niet te herhalen en de rekening niet door te schuiven naar de volgende generaties. Deze budgettaire geloofwaardigheid moet verzoenbaar zijn met de andere doelstellingen: structurele hervormingen en investeringen. Daarom verduidelijkte de Europese Commissie twee weken geleden haar lezing van de flexibiliteitsclausules in het Stabiliteits- en Groeipact.

315 miljard '

'Structurele hervormingen zijn nodig om onze verzwakte economie sterker en weerbaarder te maken en aangepast aan deze tijden van snelle verandering, vergrijzing en globalisering. We willen werk opnieuw aantrekkelijker maken in twee betekenissen: ondernemers aanmoedigen om meer jobs te creëren, o.m. door de lasten op arbeid te verlagen, en potentiële werknemers aanmoedigen om met de best mogelijke opleiding en vaardigheden sterk te staan op de arbeidsmarkt. En ten derde willen we met het Europese investeringsplan minstens 315 miljard ' activeren om groei en jobs te creëren. We doen dat niet door massaal overheidsgeld uit te geven, want we willen geen buitensporige extra schulden maken. We gebruiken wel Europees geld als een soort garantie om het vertrouwen aan te moedigen en privé-investeerders over de brug te helpen om volop in toekomstgerichte en maatschappelijk nuttige projecten te investeren. Er is immers veel geld beschikbaar, maar het slaapt en we willen het wakker schudden. Zo zetten we drie sterke pijlers onder een versterkt sociaal welvaartsmodel: gezonde overheidsbudgetten, mensen en bedrijven die zich aanpassen aan de noden van de tijd en een economie die een nieuwe boost krijgt. De combinatie van deze drie pijlers moet het verschil maken, want er bestaat geen wondermiddel voor groei', beseft Marianne Thyssen.

Op haar voorstel heeft de Europese Commissie in haar werkprogramma voor dit jaar arbeidsmobiliteit als een prioritair thema opgenomen. 'Tegen eind dit jaar wil ik hierover met een pakket naar buiten komen. Mijn doelstelling is tweedelig: enerzijds wil ik de arbeidsmobiliteit in de EU voort faciliteren, maar anderzijds moeten we er ook voor zorgen dat deze mobiliteit eerlijk gebeurt (fairness)', verklaart de EU-commissaris.

Ze benadrukt dat deze Commissie er uitdrukkelijk voor kiest om arbeidsmobiliteit voort te faciliteren. Ze blijft het principe van het vrije verkeer in de Europese Unie hoog in haar vaandel dragen en zal zich verzetten tegen diegenen die het willen inperken. Een protectionistische reflex met een terugkeer naar een Europa met gesloten grenzen zal ons enkel schaden. Dat geldt zeker voor ons land met zijn exportgerichte economie.

'Talrijke economische studies wijzen erop dat Europa niet minder, maar meer mobiele werknemers nodig heeft. Arbeidsmobiliteit in de EU helpt economische shocks in bepaalde regio's absorberen. Ze geeft werknemers toegang tot meer jobs en werkgevers toegang tot meer arbeidskrachten. Opvallend genoeg geraken ondanks de huidige hoge werkloosheidsgraad in de EU (met 24 miljoen mensen zonder job) in sommige sectoren jobs moeilijk ingevuld (permanent 2 miljoen vacatures). Arbeidsmobiliteit over de grenzen kan een deel van de oplossing zijn. Als ze gepaard gaat met een goede integratie kan ze bijdragen tot meer cohesie in Europa', licht de EU-commissaris toe.

Ze beseft dat het debat over arbeidsmigratie in alle EU-lidstaten gepaard gaat met veel emotie. Daarom vindt ze het zo belangrijk dat men zich baseert op concrete data en cijfers om het debat te voeren en het beleidswerk te onderbouwen.

'Vandaag werken en wonen slechts 8,1 miljoen EU-burgers in een ander EU-land op een bevolking van meer dan een half miljard Europeanen. Dit is amper 3,3% van de totale beroepsbevolking in de EU, meer dan de helft minder dan in de USA. Die groep mobiele werknemers is niet homogeen: 41% heeft een zogenaamd tertiair opleidingsniveau (hogeschool- of universitair diploma) en dit percentage groeit. Ook de mobiliteitspatronen wijzigen: in een eerste fase na de uitbreiding van de EU in 2004 ging het vooral om een Oost-Westbeweging, sinds de crisis is de Noord-Zuidmobiliteit toegenomen. Arbeidsmobiliteit reageert dus op economische omstandigheden, ook al spelen ook andere factoren (taal, familiebanden, culturele barrières, ') een rol. Arbeidsmobiliteit is dus een complex en (meer dan vroeger) divers gegeven. Daarom wil ik eerst de feiten en de cijfers gedetailleerd in kaart brengen. Globale Europese cijfers weerspiegelen immers niet altijd goed de lokale realiteit in een land of regio. Van de andere kant vragen lokale of specifieke problemen in sommige sectoren niet steeds dat het hele beleid omgegooid wordt. De Commissie verdiept momenteel de feitelijke analyse. Een rationele analyse, gebaseerd op feiten en cijfers, moet ons toelaten mythes ontkrachten en scherp te stellen welke problemen zich voordoen', weet Marianne Thyssen.

De bevolking van Letland en Litouwen is in tien jaar met 13% gedaald. Haar tweede doelstelling is ervoor zorgen dat misbruiken en fraude worden aangepakt. 'Ik ben uw bondgenoot in uw strijd tegen de oneerlijke concurrentie, misbruiken en fraude. 'In de EU is geen plaats voor sociale dumping', verkondigde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker bij zijn aantreden. Voor de creatie van groei en jobs wil deze Commissie een goed werkende en eerlijke interne markt creëren. De strijd tegen oneerlijke praktijken op de werkvloer is dus een prioriteit. Ik weet welke schade oneerlijke praktijken zoals postbusbedrijven in het kader van detachering, schijnzelfstandigheid en zwartwerk toebrengen aan bedrijven en vooral kmo's. Bedrijven die het werk van hun werknemers niet aangeven, creëren oneerlijke concurrentie tussen hen en bedrijven die de regels wel in acht nemen. Dit brengt vooral kmo's schade toe. In de bouwsector zien we vele zelfstandige ondernemers uit andere landen, waarachter we een deel schijnzelfstandigheid kunnen vermoeden. In sommige landen vertegenwoordigen buitenlandse werkkrachten 80% van de daar geregistreerde zelfstandigen. Onderaanneming is eigen aan de sector en heeft haar belang, maar verhoogt ook de risico's op misbruiken', meldt de EU-commissaris.

Niet alleen vanuit economisch maar ook vanuit sociaal oogpunt moet volgens haar de strijd aangebonden worden met fraude en misbruiken, die leiden tot slechtere arbeidsomstandigheden en werknemers het loon of de sociale bescherming ontnemen waarop ze recht hebben. Ze brengen de financiële houdbaarheid van onze sociale zekerheidssystemen in gevaar. Dit is trouwens niet alleen een probleem in de gastlanden, maar zeker ook in de landen van oorsprong. Letland, Litouwen en Bulgarije kampen met een sterk krimpende beroepsbevolking en een vergrijzende samenleving. De bevolking van de Baltische staten Letland en Litouwen is in tien jaar met 13% gedaald, vooral met jonge en goed opgeleide mensen. Dit heeft een enorme impact op de economische vooruitzichten van deze landen en op de financiering van hun sociale zekerheid.

Europees platform tegen zwartwerk

'Het eerste initiatief is de oprichting van een Europees platform tegen zwartwerk. Via dit platform zullen de verschillende nationale handhavingsinstanties zoals arbeidsinspecties en sociale zekerheids- en belastingdiensten hun krachten kunnen bundelen om i.s.m. de sociale partners zwartwerk te bestrijden. Het platform zal lidstaten concreet helpen om zwartwerk effectiever en efficiënter aan te pakken door gegevens en expertise te delen. Deze gecoördineerde aanpak is de enige manier waarop we het grensoverschrijdende fenomeen van zwartwerk kunnen aanpakken. Ik hoop hierover nog vóór de zomer een akkoord te bereiken tussen het Europese parlement en de Raad van Ministers', meldt Thyssen.

Samenwerking op het terrein tussen de diensten van de lidstaten is erg belangrijk. Vervolgens heeft Europa met de vorig jaar goedgekeurde handhavingsrichtlijn voor de detachering van werknemers een belangrijk instrument in handen. Deze handhavingsrichtlijn bevat een lijst van kwalitatieve criteria die zowel het tijdelijke karakter van detachering vastleggen als het bestaan van een werkelijke band tussen de werkgever en de lidstaat van herkomst. Deze bepalingen reiken de lidstaten instrumenten aan om ontduiking of misbruik door postbusbedrijven aan te pakken. Bovendien legt de handhavingsrichtlijn een lijst van nationale controlemaatregelen vast die lidstaten kunnen toepassen om de naleving van de detacheringsrichtlijnen af te dwingen. De handhavingsrichtlijn maakt mogelijk dat detacherende bedrijven een eenvoudige voorafgaande verklaring bij de autoriteiten afleggen (in België via het Limosa-systeem), basisdocumenten zoals arbeidscontracten, loonstroken en gewerkte uren van gedetacheerde werknemers beschikbaar houden op de werkplek, en een contactpersoon t.a.v. de handhavingsautoriteiten aanduiden.

'In dat opzicht verwelkom ik het recente arrest-De Clercq, waarin het Europese Hof van Justitie oordeelt dat de verplichting die België oplegt aan afnemers van diensten gerechtvaardigd is, met name dat zij verifiëren dat alle gedetacheerde werknemers geregistreerd zijn in het Limosa-systeem en als dit niet het geval is dit melden bij de Belgische diensten. In tegenstelling tot wat sommige critici beweren, maakt dit arrest duidelijk dat het Europese Hof de lidstaten niet berooft van hun controlemaatregelen als deze gerechtvaardigd en evenredig zijn. Ten slotte voert de handhavingsrichtlijn de directe aansprakelijkheid in voor onderaanneming in de bouwsector. Een hoofdaannemer kan niet langer de andere kant opkijken wanneer de onderaannemer onredelijk lage tarieven aanbiedt door een loopje te nemen met de werknemersrechten', poneert Marianne Thyssen.

Haar eerste prioriteit inzake sociale fraudebestrijding is het waarborgen van een tijdige en kwalitatieve omzetting van de handhavingsrichtlijn. Deze richtlijn reikt de lidstaten een aantal nieuwe en verbeterde instrumenten aan om de arbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde werknemers beter te controleren en te handhaven. De federale regering engageert zich om deze richtlijn zo snel mogelijk om te zetten in nationale wetgeving. Haar diensten willen de lidstaten actief steunen in dit proces.

'We gaan evenwel nog een stap verder. Bij de start van deze Commissie heeft voorzitter Juncker een doorlichting aangekondigd van de Detacheringsrichtlijn van 1996 zelf. Deze doorlichting zal ons toelaten om gericht na te gaan of er aanpassingen nodig zijn aan de Detacheringsrichtlijn zelf. Als er ondanks deze richtlijn te veel ruimte overblijft voor fraude en misbruiken moeten we bekijken of we deze mazen kunnen dichten. Als de detacheringsrichtlijn niet meer aangepast is aan de huidige economische en sociale realiteit moeten we ze moderniseren', verkondigt de Europese Commissaris.

Ze zal niet licht beslissen om de Detacheringsrichtlijn open te breken. Uit haar tijd als Europees parlementslid herinnert ze zich immers goed hoeveel zweet en tranen het kostte om de Handhavingsrichtlijn aan te nemen, en dan was dit voor vele lidstaten slechts enkel aanvaardbaar omdat niet aan de Detacheringsrichtlijn zelf geraakt werd. Maar ze wil niets op voorhand uitsluiten en eerst aandachtig luisteren en grondig de feiten bekijken.

'Ik wil ook de verordening moderniseren die de sociale zekerheidssystemen van de lidstaten coördineert. Onduidelijkheid en administratieve rompslomp blijven een te grote barrière, bv. ook voor grensarbeiders die in één lidstaat wonen en over de grens werken', stelt ze in het vooruitzicht.

Ze beschouwt samenwerking op het terrein tussen de diensten van de lidstaten als erg belangrijk om vrij verkeer te vergemakkelijken en misbruiken te voorkomen en te bestrijden. De Europese Commissie zet hierop volop in met o.m. de oprichting van een Europees platform voor de bestrijding van zwartwerk en de digitalisering van gegevensuitwisseling.

Intussen mogen lidstaten niet unilateriaal actie ondernemen, want die zijn contraproductief en ondermijnen op langere termijn de samenwerking tussen lidstaten. Zo kunnen de Belgische autoriteiten A1-certificaten die door andere lidstaten zijn afgeleverd niet eenzijdig nietig verklaren; daarvoor bestaan geëigende procedures. Als die procedures verbeterd kunnen worden, wil Marianne Thyssen dit zeker onderzoeken. Ze beschouwt het terugwinnen van het vertrouwen van de mensen als één van de belangrijkste opdrachten voor zichzelf en voor de ganse commissie Juncker. ' JL

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Transport- en logistieke sector ziet omzet fors dalen

Transport- en logistieke sector ziet omzet fors dalen

De actuele viruscrisis slaat economisch en financieel diepe wonden, al verschillen de gevolgen per sector. De Federatie van Belgische Transporteurs (Febetra) maakt een stand van zaken op voor de transport- en logistieke sector. Daarvoor gebeurde[…]

Nieuwe voorzitter Confederatie Bouw Limburg

Nieuwe voorzitter Confederatie Bouw Limburg

Neem deel aan de webinar “Innovatieve producten en technieken voor een duurzaam betonherstel”

Neem deel aan de webinar “Innovatieve producten en technieken voor een duurzaam betonherstel”

Fema: 'bouwhandel mag toonzalen en shops openen'

Fema: 'bouwhandel mag toonzalen en shops openen'

Meer artikels