Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Leefstraten: de experimentele fase voorbij'

Leefstraten: de experimentele fase voorbij'

Door de toenemende grondschaarste en onder impuls van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) staat het tuinwijkmodel reeds geruime tijd onder druk. 'Experimenteren met wooncultuur is van alle tijden, denk bv. aan de woonerven in de jaren '80 van vorige eeuw. Nu vinden experimenten met leefstraten een goede voedingsbodem in o.m. Gent, Leuven en Antwerpen. Het parkeerprobleem vraagt evenwel structurele oplossingen, en dus een mindswitch', aldus architect Koen Stuyven van Vectris, het Leuvense studie- en adviesbureau voor stedenbouw en mobiliteit.

Vectris is de doorgroei van het stedenbouwkundige luik van het vroegere studie- en actiecomité 'Langzaam Verkeer', en telt als coöperatieve vennootschap een tiental medewerkers. De meesten onder hen beheersen verschillende disciplines: zo zijn er de gecombineerde profielen ingenieur-architect-verkeerskundige-ruimtelijk planner, landschapsarchitect-ruimtelijk planner, enz. Het Leuvense studie- en adviesbureau specialiseert zich in het werkgebied waar mobiliteit en ruimtelijke planning elkaar kruisen. Denk o.m. aan het concept van de leefstraten waarmee momenteel geëxperimenteerd wordt.

Architect Koen Stuyven van Vectris schetst de kleine geschiedenis van de woonstraat: 'Woonstraten zijn zo oud als de straat. Oorspronkelijk was het voornaamste bouwtechnische element het afvoeren van het hemelwater. Reeds in de middeleeuwen gebruikte men dwarsprofielen die het regenwater van de gevels moesten weghouden. Dit resulteerde in een soort gootjes die zich op 50 of 80 cm van de gevels situeerden. Zo ontstonden er geleidingen in de langsrichting voor de toenmalige 'verkeersbewegingen' (bv. paard en kar). In Nederland was er de 'Hollandse stoep': de overgangszone tussen goot en gevel die ook een oplossing bood voor verticale circulaties, hetzij naar bel-etagewoningen, hetzij naar kelderverdiepingen. Zo ontstond geleidelijk een overgangszone tussen het publieke deel en het verblijfsgebied van de woonstraat.'

Tuinwijkmodel

Aan het einde van de 19de eeuw ontstond het tuinwijkmodel waarbij woningen in een parkachtige sfeer werden ingeplant, met voortuinstroken die opnieuw een overgang tussen de private en de publieke sfeer creëerden. Vanuit een burgerlijk ideaal, dat men ook in sociale woonwijken wou toepassen, moest dit vooral 'netjes' blijven - met overal dezelfde hagen. Dit concept van 'woningen met een voortuin' werd ook in private verkavelingen toegepast, zij het met minder regelgeving. Het werd een zone waarin eenieder zijn stijl en identiteit kon tot uiting brengen. In het interbellum overheerste de modernistische gedachte, waarbij men meer collectieve huisvesting voorzag en er hoger gebouwd werd dankzij betonconstructies. Het hoogbouwconcept werd op vele plaatsen toegepast. Geslaagde voorbeelden zijn o.m. de wijk Sint-Maartensdal in Leuven en de wijk het Kiel in Antwerpen, twee kwaliteitsvolle hoogbouwwijken die onlangs ook gerenoveerd werden. Toen reeds was het autovrije karakter van een woonomgeving kenmerkend.

Ecologische toets

Met de babyboomgeneratie won de tuinwijkgedachte verder veld en werd een alleenstaande woning op een eigen groen perceel - met de auto op de oprit - het nieuwe ideaal. Door de toenemende grondschaarste en onder impuls van het RSV kwam dit model onder druk te staan. In de jaren '80 van vorige eeuw maakte het concept van de woonerven - vooral in Nederland - opgang. Hiermee wou men meer groen in de stad en langzamer autoverkeer combineren. Ook in Italië en Spanje waren er experimenten inzake stadsvernieuwing met autovrije pleinen en straten. De recente tendensen inzake wooncultuur hechten ook belang aan het ecologische aspect: denk aan het afkoelende effect van groen in verstedelijkte gebieden. Meteen ook de voedingsbodem voor het concept van leefstraten.

Gent experimenteert

Twee jaar geleden werden in Gent enkele leefstraten gestart. Bij dit concept wordt gedurende een periode van twee maanden een bepaalde straat (of deel ervan) afgesloten voor alle autoverkeer. Typerend is dat kinderen vrijwel onmiddellijk het volledige straatoppervlak inpalmen. In 2013 werd gestart met twee experimenten, inmiddels zijn er een vijftiental. Dat het concept goed gedijt in Gent heeft o.m. te maken met het feit dat het een middelgrote stad is, met een jonge bevolking, een universiteit, enz. Inmiddels zijn er niet enkel leefstraten in de binnenstad, maar ook in delen van bepaalde verkavelingen. Wellicht kan, door de economische crisis, ook de gedachte van een deeleconomie een rol spelen en is dit een maatschappelijke onderstroom in wording. Ook al zijn er tegengestelde bewegingen op het vlak van wooncultuur, zoals bv. cocooning.

Straat 'aankleden' met stuk tapijt

'Leefstraten zijn een geavanceerde vorm van woonstraten. Vaak betreft het initiatieven van bewoners die zelf ideeën in verband met de inrichting van de publieke ruimte lanceren: tafels ineenknutselen, de straat 'aankleden' met een stuk tapijt, straatmeubilair dat verhuist van de achtertuin naar de voortuin, barbecues organiseren, '', aldus Stuyven.

'Met initiatieven zoals 'Kom op voor je wijk' en 'De Toekomststraat' spelen Leuven en Antwerpen hierop in. Het feit dat mensen een herkenbare ruimte delen, versterkt het 'wij'-gevoel. Voor dergelijke initiatieven zijn halfopen en rijbebouwing de beste voedingsbodem. Meestal zijn jonge gezinnen met kinderen de katalysator, maar vaak zijn de leefstraten zelf een mix van (jonge) gezinnen, senioren en studenten. In Vlaanderen betreft het vooralsnog kleinschalige initiatieven, het project 'Oude Dokken' in Gent is de uitzondering op de regel.'

De experimenten met leefstraten in Gent werden ondersteund en begeleid door het Lab van Troje, een organisatie die advies geeft over alle facetten van leefstraten: contacten leggen met buren, sociale voorbereiding, politiereglementering in verband met het veilig afsluiten van de straat' Momenteel ligt de mogelijkheid ter studie om een '1 loket'-benadering (één ambtenaar/ombudsman voor politie, hulpdiensten, afvalophaling') in te voeren.

Samenwoningsconcepten

'Vectris is betrokken bij enkele stadsontwikkelingsprojecten waarbij ook de projectontwikkelaars zelf pleiten voor autovrije omgevingen. Door kwaliteitsvolle openbare ruimte aan te bieden wil men vermijden dat jonge gezinnen met kinderen de stad verlaten en in de groene rand gaan wonen. Met leefstraten kunnen kinderen ook in de stad 'vrije uitloop' hebben. Een aantal projectontwikkelaars speelt reeds duidelijk in op het buurtgevoel, bv. via een formule van samenwoningsconcepten. Hierbij verwerven bewoners, via een soort erfpachtovereenkomsten, woonrechten - die onderling uitwisselbaar zijn - in een bepaald project', aldus Stuyven.

Een aantal projectontwikkelaars speelt reeds duidelijk in op het buurtgevoel

De parkeerangel

'Momenteel zitten leefstraten nog in de experimentele fase van tijdelijke inrichting. Maar om een en ander te bestendigen is het vooral belangrijk dat de betrokken gemeentebesturen uitkijken naar structurele oplossingen voor het buurtparkeren. Idealiter via gebundelde buurtparkings die aansluiten op wegen die sowieso veel autoverkeer met zich brengen. Het pijnpunt blijft het bekostigen van deze buurtparkings. Nu kan er op het openbaar domein (bijna) gratis geparkeerd worden. In de leefstraatfilosofie zal op termijn sowieso een hogere kost voor het bewonersparkeren moeten worden aangerekend. Projectontwikkelaars investeren enkel in buurtparkings als daar voldoende interesse voor is. Een mentaliteitswijziging dringt zich op. Via hun structuurplannen kunnen steden en gemeenten al een eerste aanzet geven. In bepaalde ruimtelijke uitvoeringsplannen van de stad Lier konden we de aanbeveling meegeven om de parkeernorm te verhogen, om zo een structurele reserve aan parkeerplaatsen voor de buurt aan te leggen. Het al dan niet welslagen van leefstraten is rechtstreeks gelinkt aan het duurder worden van het bewonersparkeren. Gestapelde parkeervormen, met een creatieve groene toets, kunnen een structurele oplossing bieden', aldus Stuyven.

Gevarieerder en kleurrijker groen

Leefstraten impliceren dat straatoppervlakken niet meer zo nodig moeten verhard worden en een groener karakter krijgen. Er wordt vooral gebruik gemaakt van hout en van gerecycleerde kunststoffen - die water- en verouderingsbestendig zijn. De herinrichting van een woonstraat tot een leefstraat impliceert andere materiaalkeuzes. Het feit dat de bewoners zelf instaan voor het onderhoud van de groenvoorziening, impliceert dat er ook andere groenkeuzes worden gemaakt, bv. tijdelijke bloembakken, meer eenjarige planten, gevarieerder en kleurrijker groen...

Ook waterinfiltratie is een belangrijk facet. Op een recente studiedag over leefstraten kwam het aspect waterbuffering aan bod. Bij het leefstraatconcept wordt niet langer voor de bol- of dakvorm gekozen, wel voor de gootvorm. Hierdoor wordt er op de straat zelf waterbuffercapaciteit gecreëerd (regenwater wordt dus niet in de voortuinen opgevangen). De gootvorm kan overvloedige regenval (gedurende een bepaalde periode) opvangen, om het water vervolgens af te voeren, hetzij via ondergrondse infiltratiebekkens, hetzij via wadi's in de groenzones stroomafwaarts. Ook systemen met halfverharde, waterdoorlatende straatoppervlakken en wafelstructuren, waar gras doorheen groeit, kunnen een geschikte oplossing bieden.

Op naar klimaatneutraal

In steeds meer steden en gemeenten komt het leefstraatconcept op de politieke agenda in het kader van de doelstelling 'Klimaatneutraal tegen 2030'. 'Vaak worden door de lokale overheid impulsen gegeven, waarbij men op een belonende - in plaats van een betuttelende - manier tewerk gaat. Het kan best dat we het wonen in een leefstraat anno 2030 als volledig normaal zullen beschouwen, onder meer ook ingegeven door nieuwe technologische impulsen, zoals bv. de zelfrijdende wagen. De auto moet dan niet meer per se 'voor de deur' staan, maar wel 'op afroep' beschikbaar zijn', zegt Stuyven.

Netwerk van leefstraten

In hoeverre kan een leefstraat de aanzet zijn tot het ontstaan van een netwerk aan leefstraten in een bepaald stadsdeel' Vooral het reeds vermelde Lab van Troje wil naburige straten aanzetten tot experimenteren. In de praktijk blijkt ook dat vooral kinderen uit naburige straten graag in de leefstaat komen spelen. Zo kunnen ze een belangrijke interactie in de wijk zelf doen ontstaan, en de onderlinge buurtcontacten bevorderen. In de Scandinavische landen - met Denemarken en hoofdstad Kopenhagen op kop - werden, reeds decennia terug, dergelijke 'autoluwe wijken' of 'netwerken van leefstraten' in het stadsweefsel geïntegreerd.

Centrale Werkplaatsen

Het concept van de leefstraten blijkt niet enkel goed te gedijen in het Gentse. Het project 'Centrale Werkplaatsen' in Kessel-Lo - een voormalige site/werkplaats van de NMBS - groeide uit een stedenbouwkundig plan dat prof. Marcel Smets reeds een tiental jaar geleden uitvoerde. In dit concept werden drie autovrije straatjes geprojecteerd.

Vaak zijn het de kinderen die de eerste contacten leggen met nieuwe buren. Kinderen zijn de straat in kwestie de 'Kindstraat' gaan noemen. In het project in Kessel-Lo is er een ruim park, waarin beperkte hoogbouw gecombineerd werd met een woonpark en urban villa's. Voor de waterhuishouding werd gekozen voor een combinatie van centrale goten (Acodrain) en betonelementen om een optimale waterdichting naar de ondergrondse parking te bekomen.

Sociaal wonen in ­Landen

In opdracht van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) ontwikkelde Vectris een stedenbouwkundig concept voor een nieuwe woonwijk in Landen. Op een sterk hellende site van 3 ha komt een centraal park met hoogbouw zodat de latere bewoners zowel zicht hebben op de stadskern als op de 'landelijke' plateaus. In dit concept - een combinatie van kleinere rij(huur)woningen in de doorsnede, en grotere koopwoningen op de randen - zijn autovrije leefstraten voorzien. De buitenaanleg van dit project wordt gesubsidieerd door de afdeling Projectrealisatie van de VMSW. Ook de Clementwijk in Sint-Niklaas werd volgens dezelfde principes ontworpen.

Voor het grootschalige reconversieproject 'Oude Dokken' in Gent maakte Vectris mee deel uit van het multidisciplinaire team dat het stedenbouwkundige concept voor deze inmiddels gesaneerde brownfieldsite uitwerkte. ' PDC

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Verlof ... in onze eigen hof

Verlof ... in onze eigen hof

Tijd om uit te rusten! Niks moet, niksen mag! Wij nemen een korte pauze van 19/07 t.e.m. 08/08! Op 09/08 zijn we er weer! Blijf gezond, hou het veilig en vooral: geniet ervan! Team Bouwkroniek  

'Virtual reality zal het meeste impact hebben op de bouwsector'

'Virtual reality zal het meeste impact hebben op de bouwsector'

Half augustus begint aanleg rotonde Tongersesteenweg in Lanaken

Half augustus begint aanleg rotonde Tongersesteenweg in Lanaken

Dendermonde wil toekomst vestinggordel veiligstellen

Dendermonde wil toekomst vestinggordel veiligstellen