Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Lastenverlaging bouw biedt ook kansen voor de bouwhandelaar

Gerelateerde onderwerpen :

, ,
Lastenverlaging bouw biedt ook kansen voor de bouwhandelaar

© ©GerMann - stock.adobe.com

 “De lastenverlaging in de bouwsector voor werk in onroerende staat en in ploegen geldt voor ploegenarbeid op de bouwwerf, maar ook de bouwhandelaar kan hier profijt uit halen; door de evoluerende functie van de bouwhandelaar is deze regeling immers van toepassing op een significant deel van de arbeiders werkzaam in de bouwhandel. Voor de bouwmaterialenhandel komt hiervoor in aanmerking de levering mét plaatsing van een “roerend goed dat door die plaatsing onroerend uit zijn aard wordt”, bv. het leveren en plaatsen van welfsels, putten (septische putten, regenputten, …), wanden (Gyproc), stortklaar beton, geprefabriceerde wandelementen (bv. Wienerberger, Ploegsteert), …  Het loont dus de moeite om na te gaan of 33% van bepaalde tussenkomsten deze “werken in onroerende staat” betreffen”, meldt Fema-bestuurder Marnix Van Hoe, verwijzend naar puntje 7. hieronder.



De lastenverlaging is noodzakelijk om de keiharde concurrentie met buitenlandse bedrijven aan te kunnen. Op kruissnelheid in 2020 maakt ze een Belgische arbeider tot 5.000 € per jaar goedkoper, zodat de kloof met reguliere goedkopere buitenlandse arbeiders verkleint.

1. Werk in onroerende staat

De vrijstelling kan uitsluitend genoten worden voor werknemers die werkzaamheden uitvoeren zoals omschreven in artikel 20, § 2, van het KB nr. 1 van 29 december 1992 m.b.t. de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde (zie hierboven wat de bouwhandelaar betreft).


2. Principe

De lastenverlaging voor de uitvoering van werkzaamheden in onroerende staat zal niet worden toegekend in de vorm van een vermindering van de socialezekerheidsbijdragen, maar wel in de vorm van een gedeeltelijke niet-doorstorting van ingehouden bedrijfsvoorheffing. De werkgever zal de bedrijfsvoorheffing inhouden op het loon van de werknemers volgens de normale barema’s, maar zal een deel van deze ingehouden voorheffing niet moeten doorstorten aan de overheid.


Het betreft een uitbreiding van de bestaande gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen waar arbeid in opeenvolgende ploegen of volcontinue arbeid wordt verricht. De “klassieke” definitie van ploegenarbeid had immers tot gevolg dat de bouwsector bijna nooit kon genieten van de gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing. Het voordeel komt enkel ten goede aan de werkgever en heeft dus geen enkele invloed op het nettoloon van de werknemer.


De lastenverlaging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018.



3. Toepassingsvoorwaarden

Om de vrijstelling te kunnen toepassen moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan worden:
a) Het moet gaan om werknemers die op locatie worden tewerkgesteld (op een bouwwerf dus en niet bv. in het atelier of het magazijn van de onderneming);
b) Ze moeten daar werkzaamheden in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in de regelgeving betreffende de btw (art. 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 - zie puntje 5);
c) Ze moeten in ploegverband werken;
d) Hun bruto uurloon moet minstens 13,75 € voor 2018 en 13,99 € voor 2019 bedragen (wat het geval is voor de arbeiders van het PC 124 vermits het minimumloon voor categorie I boven dit drempelbedrag ligt). In vergelijking met de regeling voor opeenvolgende ploegen is voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist dat een ploegenpremie (toeslag boven het normale loon) betaald of toegekend wordt. Door de opname van een foutief indexeringsmechanisme voor dit bedrag in de wetgeving moest een wijziging aangebracht worden. Daarenboven moeten de voorwaarden a), b) en c) in de betrokken maand vervuld zijn ten belope van minstens 1/3 van de arbeidsregeling van de betrokken werknemer.


4. Percentage van de vrijstelling

De vrijstelling is gelijk aan een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van alle betrokken werknemers samen: 3% in 2018, 6% in 2019 en 18% vanaf 2020.

Voor 2019 zal de lastenverlaging zo 6% bedragen en vanaf 2020 18%. Voor 2018 was het effect nog beperkt. Bij een normale tewerkstelling gaat het over ongeveer 700 € per arbeider per jaar. Dit voordeel verdubbelt in 2019 en kan oplopen tot meer dan 5.000 € per arbeider per jaar vanaf 2020. De bedragen zijn afhankelijk van het bruto uurloon en van het aantal werkdagen dat de arbeider in ploegverband werkt. Om de lastenverlaging voor 2018 en de eerste maanden van 2019 te verkrijgen doen bedrijven best een beroep op hun sociaal secretariaat.


5. Werk in onroerende staat

De vrijstelling kan uitsluitend genoten worden voor werknemers die werkzaamheden uitvoeren zoals omschreven in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 m.b.t. de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Voor aannemers wordt onder ‘werkzaamheden in onroerende staat’ initieel verstaan het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken van een onroerend goed of een deel ervan (bv. werkzaamheden uitgevoerd door grondwerkers, metselaars, stukadoors, dakwerkers, schrijnwerkers,…)

Voor de bouwmaterialenhandel betreft het de levering mét plaatsing van een “roerend goed dat door die plaatsing onroerend uit zijn aard wordt”, bv. het leveren en plaatsen van welfsels, putten (septische putten, regenputten, …), wanden (Gyproc), stortklaar beton, geprefabriceerde wandelementen (bv. Wienerberger, Ploegsteert), …


6. Ploegenarbeid

De definitie van het begrip “ploegenarbeid” voor ondernemingen waarvan werknemers werkzaamheden in onroerende staat verrichten verschilt van de definitie die aan het begrip “ploegen” wordt gegeven in de reeds bestaande reglementeringen voor andere activiteiten. Zo is de voorwaarde dat de ploegen elkaar niet mogen overlappen niet van toepassing.

Wat werkzaamheden in onroerende staat betreft, zijn “ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht” ondernemingen waar:
• het werk wordt verricht in één of meer ploegen;
• de ploegen minstens twee personen omvatten;
• de ploegen hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
• de ploegen het werk verrichten op locatie, d.w.z. op de bouwwerf;


• de ploegen werk in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in puntje 4.

Een ploeg moet bestaan uit minstens twee personen, maar niet noodzakelijk uit twee werknemers. Ze kan ook gevormd worden door bv. een zelfstandige bedrijfsleider en zijn werknemer. De bedrijfsleider komt in aanmerking bij de beoordeling of het om ploegenarbeid gaat, maar de bedrijfsleidersbezoldigingen komen niet in aanmerking voor de vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Alleen voor de werknemer kan de maatregel toegepast worden.

7. De 1/3-norm

Werknemers die 1/3 van de maand werk in onroerende staat verrichten op een bouwwerf komen in aanmerking voor de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de volledige maand. De werkgever mag kiezen of hij de 1/3-norm berekent op uurbasis of op dagbasis, op voorwaarde dat hij de 1/3-norm op coherente wijze toepast. Dit houdt in dat deze norm niet in de ene maand kan berekend worden op dagbasis en de andere maand op uurbasis, vanuit het oogpunt van optimalisatie van de vrijstellingsmaatregel.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Minder bouwvergunningen in eerste kwartaal 2019

Minder bouwvergunningen in eerste kwartaal 2019

Het Belgische statistiekbureau publiceerde zopas de recentste cijfers over bouwvergunningen tot april 2019. Het aantal vergunde nieuwe residentiële gebouwen is in de eerste vier maanden van dit jaar met 19,8% afgenomen tot 9.059 gebouwen,[…]

03/08/2019 |
Ongelijke verloning mannen en vrouwen

Ongelijke verloning mannen en vrouwen

Studie naar alternatieve verloning

Studie naar alternatieve verloning

Onduidelijkheid over regering remt economie af

Onduidelijkheid over regering remt economie af

Meer artikels