Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Ingrijpende gevelwerken voor oud Instituut Civiele Bouwkunde Luik

Ingrijpende gevelwerken voor oud Instituut Civiele Bouwkunde Luik

Instituut Civiele Bouwkunde Luik.

© SIQUET Arnaud

De Universiteit van Luik verliet in 2006 het Instituut voor Civiele Bouwkunde omdat haar activiteiten werden overgebracht naar de site van Sart Tilman. Het instituut werd daarna door het SPI (Economisch ontwikkelingsagentschap voor de provincie Luik) overgenomen om er een businesspark te creëren. Deze ideaal gesitueerde site aan de oevers van de Maas, gunstig gelegen nabij de E25 autosnelweg en op slechts enkele minuten van het spoorwegstation Guillemins, is vandaag opgenomen in een ambitieus herwaarderingsproject.

De site van Val Benoît dankt zijn naam aan een cisterciënzerabdij uit de dertiende eeuw. Tijdens de Luikse revolutie in 1796 werd de abdij van Val Benoît een eerste keer gedeeltelijk vernield. In 1924 kocht de Universiteit van Luik 7,5 ha grond op de plaats waar ooit de abdij stond. De universiteit wilde op deze site technische faculteiten bouwen, bestemd voor haar campus Toegepaste Wetenschappen. De werken begonnen in 1930 en reeds in 1937 opende koning Leopold III enkele faculteiten. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog werd ook de Mechanische Faculteit geopend, waarmee het complex volledig in gebruik werd genomen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het complex gebombardeerd en pas in 1947 waren de herstellingswerken afgerond. In de jaren ’50 van vorige eeuw leek het erop dat de nieuw opgerichte gebouwen niet lang zouden bestaan. De universiteit besloot om al haar activiteiten en faculteiten samen te brengen in Sart Tilman, een nieuwe campus ten oosten van Seraing. Een tiental jaren later verhuisden een aantal activiteiten al naar de nieuwe locatie. Het zou echter nog bijna 40 jaar duren vooraleer de campus volledig verlaten werd. In 2005 verhuisden de laatste professoren en studenten naar Sart Tilman. Het complex leek rijp voor de sloop, maar de stad Luik kocht het geleidelijk op.

“We willen hier een echt stukje stad creëren, waar plaats zal zijn voor kantoren, groen, cultuur en woongelegenheden. Deze site aan de stadspoorten van Luik, bezit buitengewone architecturale en stedenbouwkundige kwaliteiten. Het Instituut voor Civiele Bouwkunde dat in de pioniersjaren van de vroegere campus werd gebouwd, is het werk van architect Joseph Moutschen. Het gebouw is niet beschermd, maar wel opgenomen in de inventaris van het Waalse erfgoed, omdat het een prachtig voorbeeld is van de modernistische architectuur uit de dertiger jaren van vorige eeuw, waartoe ook de voornaamste andere gebouwen van de site behoren”, verklaart projectleider Fabienne Hennequin, ingenieur-stedenbouwkundig architect bij het SPI.

Grote ruimtes

Het gebouw werd opgetrokken volgens het zogenaamde ‘kolommen/balken’-draagprincipe en is voorzien van gigantische gevels van het ‘vliesgevel’-type. De open structuur in gewapend beton en de vliesgevels in staal en glas hebben de herwaardering van het gebouw vergemakkelijkt. “Na het afbreken van de binnenmuren hielden we heel grote ruimtes over zonder beperkingen en met zeeën van natuurlijke lichtinval,” legt Fabienne Hennequin uit.

“Dit paste perfect bij de nieuwe bestemming die we aan het gebouw wilden geven: open ruimtes die bedrijven zelf konden inrichten volgens hun specifieke behoeften. Gewoonlijk kopen we gronden die we eerst uitrusten met allerlei voorzieningen en ze vervolgens in percelen verdelen voor bedrijven. Hier creëren we nu onze eerste verticale economische activiteitenzone, waar de percelen zich niet naast, maar bovenop elkaar bevinden. Deze nieuwe aanpak biedt heel wat voordelen: we gebruiken onze financiële middelen om ons erfgoed te renoveren, maar offeren op deze manier ook minder landbouwgronden op voor de aanleg van industriezones”, zegt Hennequin.

Omdat het streefdoel een zeer lage energierenovatie was, vormde de isolatie van het gebouw één van de hoofduitdagingen van deze herwaardering. Het erfgoedkundige belang van de gevel liet inderdaad niet toe om aan de buitenkant op de gemetste muren in te grijpen en de stalen vliesgevels met enkele beglazing waren geplaatst tussen de kolommen in gewapend beton die allemaal koudebruggen vormden. Daarom stelden de architecten twee verschillende ingrepen voor: de ondoorzichtige wanden werden aan de binnenkant geïsoleerd en de nieuwe glasgevels werden aan de buitenkant geplaatst om zo de volledige structuur in gewapend beton in het verwarmde volume op te nemen.

Glasgevels

Voor het oplossen van de bouwknopen tussen deze verschoven glasgevels en de binnenisolatie van de muren was een stevige dosis technische creativiteit nodig en dit werd uitgebreid bestudeerd in samenwerking met het bureau Matriciel van de Universiteit van Louvain-la-Neuve. Het verplaatsen van de gevels naar de buitenzijde bood een dubbel voordeel: de ingreep werkte tal van koudebruggen aan de kolommen en de vloerplaten weg en er werd extra technische ruimte vrijgemaakt. Daarin konden, volledig onzichtbaar, zonneblinden en de isolatie van de sandwichpanelen aan de binnenkant geïntegreerd worden.

Om het ritme en de modulering van de gevels te behouden werd de belijning van de oude kolommen gesuggereerd dankzij de plaatsing van U-vormige verticale elementen in witgelakte aluminiumplaten. “We wilden een hoogwaardige renovatie realiseren. Daarom hebben we de bouwwerf in afzonderlijke loten gegund met een coördinatieopdracht voor de algemene onderneming. Dankzij deze manier van werken hielden we een controlerecht op de voornaamste loten in plaats van dat ons onbekende producten en aannemers zouden worden opgedrongen. Gelet op het belang van de glasgevels in dit project, was het een absolute must dat we hoogwaardige systemen zouden kiezen en dat we konden samenwerken met bedrijven die een goede reputatie hebben”, preciseert Fabienne Hennequin.

Uiteindelijk nam een tijdelijke vereniging van drie Belgische fabrikanten van aluminium schrijnwerk de realisatie van de nieuwe glasgevels op basis van Schüco-systemen op zich. “Op het eerste gezicht zien de gevels er allemaal identiek uit, maar daarvoor moesten wel heel wat details in verband met de bestaande structuur worden bestudeerd en met precisie worden uitgevoerd. Dankzij de medewerking van de firma Schüco aan het concept van het project en de inzet van de fabrikanten voor de uitvoering zijn we erin geslaagd een kwalitatief zeer hoog resultaat te bereiken en daar zijn we heel blij mee,” benadrukt architect Bernard Deffet.

Raamsysteem

De raam- en vliesgevelsystemen moesten met een minimale esthetische gelijkenis in de plaats komen van de oude stalen ramen, maar konden tevens een hogere isolatiegraad bieden dankzij de mogelijkheid om drievoudige beglazing te monteren. De in het metselwerk geïnstalleerde ramen werden gemaakt met het Schüco AWS 75 WF.SI-raamsysteem dat een smalle aanzichtbreedte en een standaard aansluiting biedt op vliesgevels die zijn uitgevoerd in profielen met een breedte van 50 mm. De ramen werden standaard, achter de slag geplaatst.

De grote vliesgevels eisten een meer doorgedreven concept. De profielkeuze viel op het Schüco FW 50+ S (S voor Steel)-systeem dat een buitenaanzichtbreedte van 50 mm biedt en een T-vormig versmald binnendraagprofiel heeft dat doet denken aan de oude stalen profielen. Terwijl in de vliesgevels opendraaiende elementen nodig waren, werd gekozen voor het Schüco AWS 75 BS.SI-raamsysteem met verdekte vleugels. Dit biedt het voordeel dat de impact van de opendraaiende delen wordt geminimaliseerd en dat het hoofdpatroon van de gevels dus beter wordt gerespecteerd.

Om de vliesgevels buiten de betonstructuur te kunnen verplaatsen, maakten de fabrikanten gebruik van indrukwekkende roestvrijstalen dragers. Die werden bevestigd aan de kolommen en de balken in gewapend beton en aan de interne draagstructuur van de vliesgevels. Het gewicht van de drievoudige beglazingen moest volledig worden afgeleid naar de bestaande structuur, zonder daarbij nieuwe koudebruggen te creëren. Voor de ‘vierkante’ buitengevels van het gebouw heeft de architect een grijsgroene kleur gekozen die vrij goed zou moeten overeenstemmen met de originele kleur van de stalen profielen.

Zonwering

“We konden geen voorbeeldstaal van het originele raamwerk vinden, daarom hebben we ons gebaseerd op teksten uit die tijd om een tint te definiëren die de oorspronkelijke geest van het gebouw respecteert,” legt Bernard Deffet uit. Aan de kant van het binnenplein domineert de witte kleur, zowel voor de gevels met beglazing als voor de nieuwe wanden die gemetseld zijn aan de verbindingen van de oude auditoria met de traphal.

Omdat het Instituut voor Civiele Bouwkunde grote glasgevels heeft die naar de vier windstreken gericht zijn, vormde de potentiële oververhitting van de werkruimtes met zuidelijk of westelijk georiënteerde gevels een behoorlijke uitdaging. Voor de Waalse Commission Royale des Monuments, Sites et Fouilles, die in de conceptfase van het project werd geraadpleegd, moest dit probleem worden opgelost zonder te raken aan het esthetische aspect van de gevels. Daarom gaven de architecten de voorkeur aan het Schüco CTB-zonweringsysteem met aluminium lamellen.

“Deze lamellen in geanodiseerd aluminium hebben een buitengewone windstabiliteit en bieden een doeltreffende bescherming tegen fel zonlicht terwijl ze toch natuurlijk daglicht doorlaten. De lamellen rollen op in kasten die verborgen zitten achter de ondoorzichtige sandwichglaspanelen. Om dit te kunnen doen, moesten we de gezeefdrukte sandwichglaspanelen enkele centimeters naar buiten verplaatsen. Een automatisch klimaatdetectiesysteem bestuurt de lamellen die ook uitgerust zijn met een elektrische bediening die elke gebruiker de mogelijkheid biedt om de werking af te stemmen volgens de eigen behoeften”,  besluit Bernard Deffet. Ingrijpende gevelwerken voor oud Instituut Civiele Bouwkunde Luik

De Universiteit van Luik verliet in 2006 het Instituut voor Civiele Bouwkunde omdat haar activiteiten werden overgebracht naar de site van Sart Tilman. Het instituut werd daarna door het SPI (Economisch ontwikkelingsagentschap voor de provincie Luik) overgenomen om er een businesspark te creëren. Deze ideaal gesitueerde site aan de oevers van de Maas, gunstig gelegen nabij de E25 autosnelweg en op slechts enkele minuten van het spoorwegstation Guillemins, is vandaag opgenomen in een ambitieus herwaarderingsproject.

De site van Val Benoît dankt zijn naam aan een cisterciënzerabdij uit de dertiende eeuw. Tijdens de Luikse revolutie in 1796 werd de abdij van Val Benoît een eerste keer gedeeltelijk vernield. In 1924 kocht de Universiteit van Luik 7,5 ha grond op de plaats waar ooit de abdij stond. De universiteit wilde op deze site technische faculteiten bouwen, bestemd voor haar campus Toegepaste Wetenschappen. De werken begonnen in 1930 en reeds in 1937 opende koning Leopold III enkele faculteiten. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog werd ook de Mechanische Faculteit geopend, waarmee het complex volledig in gebruik werd genomen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het complex gebombardeerd en pas in 1947 waren de herstellingswerken afgerond. In de jaren ’50 van vorige eeuw leek het erop dat de nieuw opgerichte gebouwen niet lang zouden bestaan. De universiteit besloot om al haar activiteiten en faculteiten samen te brengen in Sart Tilman, een nieuwe campus ten oosten van Seraing. Een tiental jaren later verhuisden een aantal activiteiten al naar de nieuwe locatie. Het zou echter nog bijna 40 jaar duren vooraleer de campus volledig verlaten werd. In 2005 verhuisden de laatste professoren en studenten naar Sart Tilman. Het complex leek rijp voor de sloop, maar de stad Luik kocht het geleidelijk op.

“We willen hier een echt stukje stad creëren, waar plaats zal zijn voor kantoren, groen, cultuur en woongelegenheden. Deze site aan de stadspoorten van Luik, bezit buitengewone architecturale en stedenbouwkundige kwaliteiten. Het Instituut voor Civiele Bouwkunde dat in de pioniersjaren van de vroegere campus werd gebouwd, is het werk van architect Joseph Moutschen. Het gebouw is niet beschermd, maar wel opgenomen in de inventaris van het Waalse erfgoed, omdat het een prachtig voorbeeld is van de modernistische architectuur uit de dertiger jaren van vorige eeuw, waartoe ook de voornaamste andere gebouwen van de site behoren”, verklaart projectleider Fabienne Hennequin, ingenieur-stedenbouwkundig architect bij het SPI.

Grote ruimtes

Het gebouw werd opgetrokken volgens het zogenaamde ‘kolommen/balken’-draagprincipe en is voorzien van gigantische gevels van het ‘vliesgevel’-type. De open structuur in gewapend beton en de vliesgevels in staal en glas hebben de herwaardering van het gebouw vergemakkelijkt. “Na het afbreken van de binnenmuren hielden we heel grote ruimtes over zonder beperkingen en met zeeën van natuurlijke lichtinval,” legt Fabienne Hennequin uit.

“Dit paste perfect bij de nieuwe bestemming die we aan het gebouw wilden geven: open ruimtes die bedrijven zelf konden inrichten volgens hun specifieke behoeften. Gewoonlijk kopen we gronden die we eerst uitrusten met allerlei voorzieningen en ze vervolgens in percelen verdelen voor bedrijven. Hier creëren we nu onze eerste verticale economische activiteitenzone, waar de percelen zich niet naast, maar bovenop elkaar bevinden. Deze nieuwe aanpak biedt heel wat voordelen: we gebruiken onze financiële middelen om ons erfgoed te renoveren, maar offeren op deze manier ook minder landbouwgronden op voor de aanleg van industriezones”, zegt Hennequin.

Omdat het streefdoel een zeer lage energierenovatie was, vormde de isolatie van het gebouw één van de hoofduitdagingen van deze herwaardering. Het erfgoedkundige belang van de gevel liet inderdaad niet toe om aan de buitenkant op de gemetste muren in te grijpen en de stalen vliesgevels met enkele beglazing waren geplaatst tussen de kolommen in gewapend beton die allemaal koudebruggen vormden. Daarom stelden de architecten twee verschillende ingrepen voor: de ondoorzichtige wanden werden aan de binnenkant geïsoleerd en de nieuwe glasgevels werden aan de buitenkant geplaatst om zo de volledige structuur in gewapend beton in het verwarmde volume op te nemen.

Glasgevels

Voor het oplossen van de bouwknopen tussen deze verschoven glasgevels en de binnenisolatie van de muren was een stevige dosis technische creativiteit nodig en dit werd uitgebreid bestudeerd in samenwerking met het bureau Matriciel van de Universiteit van Louvain-la-Neuve. Het verplaatsen van de gevels naar de buitenzijde bood een dubbel voordeel: de ingreep werkte tal van koudebruggen aan de kolommen en de vloerplaten weg en er werd extra technische ruimte vrijgemaakt. Daarin konden, volledig onzichtbaar, zonneblinden en de isolatie van de sandwichpanelen aan de binnenkant geïntegreerd worden.

Om het ritme en de modulering van de gevels te behouden werd de belijning van de oude kolommen gesuggereerd dankzij de plaatsing van U-vormige verticale elementen in witgelakte aluminiumplaten. “We wilden een hoogwaardige renovatie realiseren. Daarom hebben we de bouwwerf in afzonderlijke loten gegund met een coördinatieopdracht voor de algemene onderneming. Dankzij deze manier van werken hielden we een controlerecht op de voornaamste loten in plaats van dat ons onbekende producten en aannemers zouden worden opgedrongen. Gelet op het belang van de glasgevels in dit project, was het een absolute must dat we hoogwaardige systemen zouden kiezen en dat we konden samenwerken met bedrijven die een goede reputatie hebben”, preciseert Fabienne Hennequin.

Uiteindelijk nam een tijdelijke vereniging van drie Belgische fabrikanten van aluminium schrijnwerk de realisatie van de nieuwe glasgevels op basis van Schüco-systemen op zich. “Op het eerste gezicht zien de gevels er allemaal identiek uit, maar daarvoor moesten wel heel wat details in verband met de bestaande structuur worden bestudeerd en met precisie worden uitgevoerd. Dankzij de medewerking van de firma Schüco aan het concept van het project en de inzet van de fabrikanten voor de uitvoering zijn we erin geslaagd een kwalitatief zeer hoog resultaat te bereiken en daar zijn we heel blij mee,” benadrukt architect Bernard Deffet.

Raamsysteem

De raam- en vliesgevelsystemen moesten met een minimale esthetische gelijkenis in de plaats komen van de oude stalen ramen, maar konden tevens een hogere isolatiegraad bieden dankzij de mogelijkheid om drievoudige beglazing te monteren. De in het metselwerk geïnstalleerde ramen werden gemaakt met het Schüco AWS 75 WF.SI-raamsysteem dat een smalle aanzichtbreedte en een standaard aansluiting biedt op vliesgevels die zijn uitgevoerd in profielen met een breedte van 50 mm. De ramen werden standaard, achter de slag geplaatst.

De grote vliesgevels eisten een meer doorgedreven concept. De profielkeuze viel op het Schüco FW 50+ S (S voor Steel)-systeem dat een buitenaanzichtbreedte van 50 mm biedt en een T-vormig versmald binnendraagprofiel heeft dat doet denken aan de oude stalen profielen. Terwijl in de vliesgevels opendraaiende elementen nodig waren, werd gekozen voor het Schüco AWS 75 BS.SI-raamsysteem met verdekte vleugels. Dit biedt het voordeel dat de impact van de opendraaiende delen wordt geminimaliseerd en dat het hoofdpatroon van de gevels dus beter wordt gerespecteerd.

Om de vliesgevels buiten de betonstructuur te kunnen verplaatsen, maakten de fabrikanten gebruik van indrukwekkende roestvrijstalen dragers. Die werden bevestigd aan de kolommen en de balken in gewapend beton en aan de interne draagstructuur van de vliesgevels. Het gewicht van de drievoudige beglazingen moest volledig worden afgeleid naar de bestaande structuur, zonder daarbij nieuwe koudebruggen te creëren. Voor de ‘vierkante’ buitengevels van het gebouw heeft de architect een grijsgroene kleur gekozen die vrij goed zou moeten overeenstemmen met de originele kleur van de stalen profielen.

Zonwering

“We konden geen voorbeeldstaal van het originele raamwerk vinden, daarom hebben we ons gebaseerd op teksten uit die tijd om een tint te definiëren die de oorspronkelijke geest van het gebouw respecteert,” legt Bernard Deffet uit. Aan de kant van het binnenplein domineert de witte kleur, zowel voor de gevels met beglazing als voor de nieuwe wanden die gemetseld zijn aan de verbindingen van de oude auditoria met de traphal.

Omdat het Instituut voor Civiele Bouwkunde grote glasgevels heeft die naar de vier windstreken gericht zijn, vormde de potentiële oververhitting van de werkruimtes met zuidelijk of westelijk georiënteerde gevels een behoorlijke uitdaging. Voor de Waalse Commission Royale des Monuments, Sites et Fouilles, die in de conceptfase van het project werd geraadpleegd, moest dit probleem worden opgelost zonder te raken aan het esthetische aspect van de gevels. Daarom gaven de architecten de voorkeur aan het Schüco CTB-zonweringsysteem met aluminium lamellen.

“Deze lamellen in geanodiseerd aluminium hebben een buitengewone windstabiliteit en bieden een doeltreffende bescherming tegen fel zonlicht terwijl ze toch natuurlijk daglicht doorlaten. De lamellen rollen op in kasten die verborgen zitten achter de ondoorzichtige sandwichglaspanelen. Om dit te kunnen doen, moesten we de gezeefdrukte sandwichglaspanelen enkele centimeters naar buiten verplaatsen. Een automatisch klimaatdetectiesysteem bestuurt de lamellen die ook uitgerust zijn met een elektrische bediening die elke gebruiker de mogelijkheid biedt om de werking af te stemmen volgens de eigen behoeften”,  besluit Bernard Deffet.

 

Projectfiche

  • Project : Instituut voor Civiele Bouwkunde - Val Benoît, Luik
  • Opdrachtgever: SPI.
  • Architect: tv Baumans-Deffet - Alain Dirix – Lemaire Architectes Association.
  • Aannemer: tv Gaspard, Groven+, Vorsselmans en Groven+Portal.

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Icopal en Monier zijn voortaan BMI Belgium

Icopal en Monier zijn voortaan BMI Belgium

BMI Belgium is een samensmelting van Icopal, Monier en Aerodek. Dankzij deze fusie zijn nu alle oplossingen voor platte en hellende daken, daksysteemcomponenten en waterdichte afdichtingen onder één en hetzelfde dak in het[…]

Van Hulle Bouwservice pakt uit met een nieuwe toonzaal

Van Hulle Bouwservice pakt uit met een nieuwe toonzaal

Drive-in bioscoop bij ATF wegenbouw

Drive-in bioscoop bij ATF wegenbouw

'Toekomst van baksteen ligt in circulariteit'

'Toekomst van baksteen ligt in circulariteit'

Meer artikels