Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Honderdjarige Confederatie Bouw Limburg blikt vooruit naar een innovatieve toekomst

Honderdjarige Confederatie Bouw Limburg blikt vooruit naar een innovatieve toekomst

Rik Mondelaers beleefde zijn carrière bij de Confederatie Bouw Limburg grotendeels in de Kunstlaan en leidde op het einde ervan de bouw van de Bouwcampus in Diepenbeek in goede banen.

De Confederatie Bouw Limburg viert op vrijdagavond 24 mei in hotel Martin’s Rentmeesterij in Bilzen haar honderdste verjaardag tijdens een extra feestelijke Amuse-Bouw vol fun en glamour in de luxe en weelde van de roaring twenties. Al haar activiteiten (dienstverlening, belangenbehartiging, opleidingen, events, netwerking) staan dit jaar trouwens in het teken van deze heuglijke verjaardag, waarvoor zelfs een afzonderlijk logo werd ontwikkeld.  Huidig voorzitter Erik Keijers en gedelegeerd bestuurder - directeur Chris Slaets overlopen de voorbije eeuw, maar blikken met minstens evenveel verwachting vooruit naar de innovatiezwangere toekomst.

“Op 1 juni 1919 werd de ‘Syndicale Kamer der Aannemers en Leveranciers der Provincie Limburg’ opgericht, met de Syndicale Kamer van Luik als patroonheilige en peter, en die stichting was gekoppeld aan de industrialisering en de steenkoolindustrie. De insteek hierbij was dat deze organisatie een efficiënte ontmoetingsplaats moest zijn voor aannemers, waarbij het vooral de bedoeling was om elkaars arbeiders niet af te snoepen. Met de thema’s van toen, zoals de arbeidsmarkt en goed gekwalificeerde arbeidskrachten, zijn we trouwens vandaag nog altijd vaak bezig. De problemen van indertijd zijn wel deels opgelost, maar ze zijn samen met de oplossingen mee geëvolueerd”, weet Chris Slaets.

Na de Eerste Wereldoorlog moest de aannemerij zich bezighouden met de wederopbouw van onze “verwoeste gewesten” - er moesten dus mensen aan het roer komen om fors te bouwen - en op sociaal vlak met de inkorting van de arbeidsduur. Heel wat ondernemers waren immers begaan met het sociale luik van hun ondernemingen, waarbij ook hun mensen het goed moesten hebben. Bij de oprichting van de beroepsvereniging van de Limburgse bouwpatroons luidde het dan ook dat “we meer moeten samenwerken”.

Vlaams minister van Economie, Buitenlandse Handel en Huisvesting Jaak Gabriëls overhandigde op 11 mei 2001 een ISO-certificaat voor de opleidingen aan voorzitter Jean Biesmans, directeur Rik Mondelaers en adjunct-directeur Brigitte Byvoet van de Confederatie Bouw Limburg.

In 1922 werd de Landsbond, waartoe ook de Syndikale Kamer van Hasselt behoorde, een vereniging zonder winstbejag met nieuwe statuten en met acht doelstellingen: “voortdurende betrekkingen onderhouden tussen de verschillende beroepsgroeperingen der bouwbedrijven en openbare werken; in het land de oprichting van verenigingen of syndikaten van werkgevers bevorderen; al de inlichtingen verzamelen op handels-, nijverheids- en maatschappelijk gebied betreffende de bouwbedrijven en openbare werken en daardoor haar leden inlichten; bij de openbare besturen de belangen van haar leden verdedigen; de betrekkingen tussen werkgevers en werknemers bestuderen; een officieel blad steunen of uitgeven; op alle gebied de door haar vertegenwoordigende nijverheden dienstig zijn; en desgevallend toelagen of steun verlenen aan de maatschappelijke beroepsinrichtingen waarvan het doel is bij te dragen tot de bloei van de bouwbedrijven en openbare werken, door de toenadering te bevorderen tussen werkgevers en hun bedienden en werklieden.”

“Daar is de basis gevormd van onze organisatie en de fundamenten waren goed. Op dat huis zijn we nog altijd aan het voortbouwen. Eertijds was onze organisatie een ontmoetingsplaats; vandaag proberen we hiervan een thuis voor de bouwsector te maken”, weet de directeur van de Confederatie Bouw Limburg.

 

De Confederatie Bouw ontwikkelde voor deze heuglijke verjaardag zelfs een speciaal gelegenheidslogo.

Zijn organisatie is doorheen de tijd viermaal van locatie verhuisd. “Onze vereniging is opgericht in hotel De Drie Pistolen op de Grote Markt in Hasselt, dat Vandebos Bouwonderneming uit Alken momenteel verbouwt. Met onze tweede locatie, het nieuw gebouwde Aannemershuis op de De Schiervellaan 11 aan de kleine ring in Hasselt, kregen we in 1956 ons eigen huis in eigendom en toen ontstond ook o.m. de eerste sociale samenwerking met de voorloper van Groep S. We wilden immers een aantal verwante instellingen groeperen”, meldt de gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw Limburg.

In 1959 vierde de Syndikale Kamer haar veertigste verjaardag. In die tijd telde ze meer dan 820 leden en ruim 140 sympathiserende leden. “In 1968 besloot de raad van beheer tot de oprichting van een nieuwe en aangepaste maatschappelijke zetel. Onder het motto ‘The building must go on’ zijn we naar de Kunstlaan verhuisd, waar de nieuwe zetel met landschapskantoren in 1974 werd ingehuldigd”, signaleert Chris Slaets.

Acht acties

De Syndikale Kamer wilde tevens een toonaangevende rol spelen in de algemene aannemersbelangen voor het ganse land. Hierbij stonden acht belangrijke acties voorop: de voorbereidende studie over de wet op het sluikwerk, de kaderwet op de toegang tot het beroep en de 15 gereglementeerde beroepen, de strijd om meer betrokkenheid van de Limburgse aannemers bij de nieuwe industriële vestiging in Limburg, diverse moties tegen de wet op o.m. de kredieten en het btw-voorschot, de tegenhouding van het miljardproject van minister Postwick, de studie over de kwaal van de koppelbazen, de studie over de buitenlandse concurrentie en de strijd tegen de oprichting van een gemengd bouwbedrijf (Pieters - De Gelder) door de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij in Limburg.

“Onze baseline is ‘Kennis. Innovatie. Toekomst’. Hierbij beseffen we de nood aan een sterke beroepsorganisatie”, melden directeur Chris Slaets (r.) en voorzitter Erik Keijers (l.) .

In de jaren ’60 van vorige eeuw was de bouw nog ‘booming business’. In de jaren ’80 van de voorbije eeuw beleefde hij echter een terugval (setbacks), waarbij hij in crisis verkeerde en kampte met een immens banenverlies. Tijdens dat decennium sloten de zeven Limburgse steenkoolmijnen, met de sluiting van de mijn van Zolder in de herfst van 1992 als laatste. Eind 2014 sloot Ford Genk. Hiermee was deze provincie haar grote opdrachtgevers kwijt.

“Door de sluiting van de Kempense Steenkoolmijnen (KS) wilde men één groot bouwbedrijf maken om de conversie te maken naar de bouw. Onze organisatie is trouwens ook deels vernieuwd door de sluiting van de steenkoolmijnen en SALK (Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat). Die gebeurtenissen zijn triggers gebleken”, weten Erik Keijers en Chris Slaets.

In 2006 verhuisde de organisatie naar haar vierde locatie op de Prins Bisschopssingel, waardoor het dus in de loop der tijden van het centrum over de kleine ring naar de grote ring was verkast, en in 2018 maakte ze de overstap naar haar huidige locatie op de Bouwcampus in het Wetenschapspark in Diepenbeek, een project van de vorige directeur Rik Mondelaers. “We moesten het bestuur verjongen en inzetten op de toekomst door de bouw te transformeren. Rik Mondelaers had contacten om hier op provinciale grond met aannemers en onderwijsinstellingen samen te werken en met hun leden mee te werken aan de transformatie van de bouw. We hebben een voortrekkersrol gespeeld op dit gebied. De mensen worden hier graag opgeleid”, glunderen de voorzitter en de directeur van de Confederatie Bouw Limburg.

Hun confederatie was in de Prins Bisschopssingel te klein behuisd voor de uitdagingen van de sector om bedrijven op adequate en professionele wijze bij te staan. “Als we verder in de toekomst keken dan vijf of tien jaar beseften dat we onze ondernemingen pijn zouden doen als we in dezelfde context bleven. Met dit gebouw kunnen we daarentegen flexibiliteit inbouwen. We wilden een triple helix realiseren door de samenwerking met de overheid, de kenniscentra en de aannemers. Gedeputeerde Erik Gerits formuleerde het als volgt: “We hebben met de realisatie van dit gebouw de bouw een smoel gegeven”, citeert Chris Slaets.

Hij beschouwt de nieuwe thuisbasis voor de bouwsector in Limburg, “de Bouwcampus, waar de bouw thuis is”, als zijn grootste realisatie. Deze Bouwcampus verzekert volgens hem de verankering van innovatie in de dagelijkse werking van de Confederatie Bouw Limburg en stimuleert een duurzame aanpak.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

“De Bouwcampus en de nieuwe omgeving passen uitstekend bij ons nieuwe DNA. Nieuwigheden op het vlak van energie, technologie, bouwprocessen en bouwmethodes zitten vervat in dit gebouw, evenals het streven naar een intensere samenwerking tussen verschillende bouwactoren. Niet voor niets staat de Bouwcampus ondertussen bekend als de thuisbasis van de Limburgse bouwsector, zowel voor aannemers in alle segmenten van de bouw als voor architecten, studiebureaus, kennisinstellingen, bouwheren, studenten, …. We hebben een landmark gemaakt voor alle stakeholders in de Limburgse  bouw, een open huis waar iedereen welkom is en waar men elkaar graag ontmoet. Daarbij focussen we op samenwerking. Het advies ‘kom uit je kot’ is vandaag meer dan ooit goud waard in de bouw”, glundert de directeur van de Confederatie Bouw Limburg.

Chris Slaets is intussen nog maar de vierde directeur. Hij volgde Rik Mondelaers op, die 28 jaar aan het stuur stond van deze organisatie die werd gesticht door Frans Meulemans. Antoon Ramaekers was de eerste voorzitter, Georges Corthouts de eerste bestuurlijk secretaris en Slaets’ voorganger. In 1932 werd tweemaal een loonsvermindering op de lonen voor arbeiders toegepast door de algemene crisis en de concurrentie met streken met lagere lonen. In 1936 is G. Champagne secretaris geworden. De bestuurlijke secretaris Georges Corthouts heeft in 1946 zijn functie voltijds uitgevoerd. Hij is in 1950 vervangen door administrateur directeur Eduard Coninx, de voorganger van Rik Mondelaers. Deze laatste is in 1986 directeur en gedelegeerd bestuurder geworden. Chris Slaets is hem begin september 2014 opgevolgd als directeur en gedelegeerd bestuurder. Erik Keijers is voorzitter sinds 2010. Zijn voorgangers waren Pierre Driesen, Jean Biesmans, Guy Hermans en Leon Vaessen.

Motor van economische ontwikkeling

De bouw staat volgens Chris Slaets en Erik Keijers centraal in de samenleving en is de motor en het instrument bij uitstek voor talrijke beleidsmaatregelen die de economische ontwikkeling van het land en het welzijn van de gemeenschap dienen op het gebied van o.m. huisvesting, mobiliteit, onderwijs, cultuur en energie. Op die manier draagt de sector bij tot een sterk sociaal beleid, door huisvesting en toegang voor gezinnen tot onroerend goed, tot de algemene economische groei en het bbp van het land, tot milieuoplossingen, vooral bij de bestrijding van de klimaatverandering, en tot de intermodale mobiliteit van de toekomst.

Alle deskundigen zijn het erover eens dat een einde moet worden gemaakt aan de structurele zwakte van onze overheidsinvesteringen en dat opnieuw moet worden geïnvesteerd in projecten die economische groei creëren. De bouw speelt in alle beleidsdomeinen een belangrijke rol, van huisvesting en mobiliteit over cultuur en onderwijs tot energie. Ook economisch is de toegevoegde waarde van de sector zeer belangrijk. Daarnaast genereert de bouw vele indirecte activiteiten zoals de productie van en handel in bouwmaterialen, waardoor het multiplicatoreffect van zijn impact zelfs 2,5 bedraagt.

De toegevoegde waarde van de bouwsector in enge zin, die goed is voor bijna 21 miljard € (5,6 miljard in Limburg), vertegenwoordigt 5,2% van het bbp en de jaarlijkse omzet bedraagt ongeveer 68 miljard €. In België biedt de bouw rechtstreeks werk aan bijna 280.000 mensen, in Limburg aan 24.000 arbeidskrachten of 6,5% van alle werkende Limburgers. Kleine en middelgrote ondernemingen en microbedrijven vormen het economische weefsel van de Limburgse bouwsector, nog markanter zelfs dan in andere sectoren van de algemene economie. Deze bedrijven beschikken evenwel over zeer weinig middelen, meer bepaald inzake aantal personeelsleden, om in een steeds complexere economische, juridische, sociale en technische omgeving te opereren. De Confederatie Bouw moet als dienstenorganisatie hier in de toekomst nog meer op inspelen.

“De bouw bekleedt in deze provincie de derde plaats na de maak- en de zorgindustrie en in aantal werkgevers. Limburg, na Vlaams- en Waals-Brabant de kleinste provincie in oppervlakte en aantal inwoners, staat bekend als bouwprovincie omdat onze bouwbedrijven sinds mensenheugenis ook ver buiten de provinciegrenzen tot voorbij Brussel en Antwerpen werkten en zich op dit vlak flexibel opstelden. Deze provincie blonk uit in de enorme mobiliteit van haar werknemers; onze mensen vind je overal in heel België”, stipt Erik Keijers aan.

De Confederatie Bouw Limburg wapent intussen haar leden voor de toekomst en in hun digitaliseringsproces via netwerksessies, infosessies, workshops, opleidingen over verschillende thema’s met elk een eigen focus en hands-on begeleiding. Daarnaast wil ze samenwerkingsverbanden met andere actoren blijven zoeken. Ook uitwisselings- en tewerkstellingsprojecten e.d. zullen in belang toenemen om een antwoord te bieden aan de heersende krapte op de arbeidsmarkt. Ten slotte beseft ze dat de werkorganisatie in bedrijven zich moet kunnen aanpassen aan nieuwe parameters zoals mobiliteitsproblemen en alternatieven moet kunnen vinden in een flexibeler kader.

“De noodzaak aan een beroepsorganisatie is nog prangender dan vroeger. In tegenstelling tot misschien verwacht maakt de groep van ko’s (kleine ondernemingen) tot micro-ondernemingen 90% van ons ledenbestand uit. Onze bedrijven beschikken over heel weinig middelen, inzake personeelsleden. 1.700 bedrijven stellen één tot vier medewerkers tewerk en van de 2.500 ondernemingen zijn er 2.050 met minder dan tien werknemers. Je moet dus een beroep kunnen doen op expertise. Daar zijn we als Confederatie Bouw ook meer naar aan het evolueren. Vroeger verrichtten we veel administratief werk en vandaag verstrekken we kennis en informatie aan onze bedrijven. Dat is een meerwaarde”, benadrukt Chris Slaets.

Machines en technologie

Digitalisering biedt heel wat kansen voor de bouw, al staat deze sector volgens de Europese Commissie nog het minst ver in de digitale revolutie. In dit opzicht is het belangrijk om alle bouwbedrijven mee te krijgen. Bovendien gaan de ontwikkelingen snel; denk maar aan BIM, Virtual Reality en Augmented Reality (VR/AR), de robotisering, exoskeletons, drones, sensoren en the Internet of Things (IoT). Elke technologie verdient haar focus. Ook met de snelheid waarmee bouwbedrijven hun implementatiestappen zetten moet de Confederatie Bouw Limburg rekening houden.

“Onze organisatie moet de evolutie van de sector mee volgen en hierin zelfs als voortrekker fungeren. Als de mensen zeggen dat de wereld 180 graden op zijn kop staat, adviseert de Confederatie Bouw Limburg: “Als je mee kantelt, zie je meer.” Sectoren springen soms, en vandaag is het de beurt aan de bouwsector. We trachten hierop in te spelen door in Limburg bv. een pool van BIM’mers te creëren voor kleinere bouwbedrijven. We denken ook na hoe we bouwbedrijven diensten kunnen aanbieden waarvoor ze geen mensen kunnen aanwerven. Zo hebben we een werknemerspool georganiseerd. We trachten ook voor young potentials in onze ondernemingen een groeitraject uit te bouwen en starten hiertoe in het najaar een vernieuwende opleiding. We moeten immers efficiënter, sneller, accurater en goedkoper kunnen werken met nieuwe diensten Niemand betaalt voor het verleden, alleen voor de toekomst”, weet de directeur van de Confederatie Bouw Limburg.

Hij stipt aan dat de faalkosten in de bouw worden onderschat op 8 tot 10%. “BIM’men zou dat euvel deels moeten vermijden. Daarnaast moet je investeren in o&o omdat je klant dat ook wil. Zo zijn we er onterecht van overtuigd dat kinderen allemaal de schuifaf willen gebruiken terwijl ze vooral de tussenliggende ruimte willen benutten. Waarom plaatsen we die dan vermits de ruimte errond volstaat? We moeten onze bedrijven dan ook een spiegel voorhouden en ons afvragen of het dit wel is wat onze klant wil. We moeten hem centraal stellen en zijn duiding laten geven. De bouwheer moet kunnen meewerken en meedenken. AR en VR zijn hierbij handige tools, want daarmee maak je iets begrijpelijker voor de klant, in 3D geprint en visueel weergegeven”, poneren Erik Keijers en Chris Slaets.

Na een eerdere golf van faillissementen van vooral zelfstandigen en kleinere bouwbedrijven doet de bouw het vandaag weer beter in Limburg. De sector is een middel voor technologische integratie: hij biedt belangrijke afzetmogelijkheden voor nieuwe producten, materialen en apparatuur in de industrie, waarvan de toepassing met haar feedback op haar beurt de innovatie in de sector en bij leveranciers stimuleert. Innovatie steunt de groei, helpt bedrijven in hun strijd tegen buitenlandse concurrentie en biedt de mogelijkheid om kwalitatievere eindproducten aan te bieden aan de klanten. Aangezien technologische ontwikkelingen echter van toepassing zijn op investeringen op zeer lange termijn moeten ze zorgvuldig worden afgewogen en moet via collectieve en normatieve werkzaamheden een draagvlak gecreëerd worden.

“Het bouwproces is de afgelopen jaren wel sterk veranderd. Het wiel wordt niet langer voor elk bouwproject opnieuw uitgevonden. Steeds meer aanbieders werken in meer of mindere mate op basis van een conceptuele aanpak, die projectoverstijgend wordt toegepast. In aantallen ging het aanvankelijk nog om een kleine bouwstroom, maar sinds de crisis in de bouw worden steeds meer projecten conceptueel gebouwd. Duurzaamheidseisen, maar ook de politieke aandacht voor de versterking van de positie van de bouwconsument hebben ertoe geleid dat er meer aandacht is voor de prestaties van de bouw”, merkt Chris Slaets.

De productie verplaatst zich van de bouwplaats naar het atelier. Robotisering en digitalisering doen hun intrede. In plaats van zelf aan te besteden beginnen de eerste professionele opdrachtgevers woningen af te nemen als product met specificaties en prestaties.

Maatwerk

Aanbieders zijn vaker bereid om prestaties te garanderen. Klanten kunnen steeds vaker en makkelijker kiezen uit het aanbod dat het best bij hen past. De bouw speelt hier met industrieel maatwerk op in.

De bouw lijkt zich vandaag definitief te ontwikkelen tot een moderne, innovatieve bouwindustrie die de klant betaalbare variatie van hoge kwaliteit biedt. Nu de vraag aantrekt en er minder bouwvakkers zijn, kunnen deze innovatie en industrialisering snel geadopteerd worden, waarbij beide hand in hand gaan.

“De bouw wordt vandaag geconfronteerd met een steeds veranderende arbeidsmarkt, zowel op het gebied van technologische innovaties en uitvoeringsmethodieken als inzake het omgaan met mensen. Nieuwe technologieën zullen enkel aanslaan als we er ook het talent en de processen voor hebben. Daarenboven zien we een verschuiving van rollen in het bouwproces. De Confederatie Bouw Limburg kan deze aspecten bundelen in het aanbod van diensten in haar organisatie. Hierbij spelen we heel kort op de bal. In de eerste plaats willen wij de cruciale rol van de bouw als technologie-integrator voort promoten en de Confederatie Bouw Limburg hierin een vooruitstrevende rol doen blijven spelen. Daarom hechten wij veel belang aan het vertrouwen van onze bedrijven en het klankbord dat we hier vinden. De vertaalslag van de ondernemerswensen naar onze dienstverlening is doorslaggevend”, benadrukken Erik Keijers en Chris Slaets.

Ze hebben de sector en de organisatie onmiskenbaar zien evolueren. “Bouwen is duur en complex geworden. Bouwbedrijven komen steeds meer onder druk bij de uitvoering van hun projecten: de uitvoeringstermijnen worden korter en de kwaliteit moet steeds beter, maar de budgetten zijn vaak beperkt.  Door te werken met bouwteams, via lean bouwen en met BIM en een alsmaar doorgedreven prefabricatie proberen bouwprofessionals de faalkosten te verminderen en de bouwkosten te verlagen. Tegelijk merken we een verschuiving van het puur bouwen naar het aanbieden van diensten”, stelt de directeur van de Confederatie Bouw Limburg vast.

Hij kijkt vol vertrouwen naar de toekomst voor de sector en de Confederatie Bouw Limburg. “De veranderende wetgevingen en ook de technologische, soms disruptieve trendbreuken in de bouw verplichten onze beroepsorganisatie tot een continue opbouw en updating van onze kennis om onze leden beter te kunnen adviseren i.s.m. alle stakeholders van de bouw in Limburg. Met opleidingen en (ook juridisch) advies steunen we onze bedrijven bij hun dagelijkse activiteiten. Maar ondernemen in de bouw gaat ook om strategie en visie.  Met Transformatie Bouw Limburg steunt de Confederatie Bouw Limburg bouwbedrijven om flexibel en efficiënt in te spelen op de uitdagingen en kansen waarmee de sector geconfronteerd wordt, zowel op technologisch vlak als inzake duurzaam ondernemerschap. In deze veranderende tijden wordt ook de bouwsector complexer en onvoorspelbaarder dan ooit; het is dus van moeten. Bedrijven kunnen deze groeiende onzekerheden alleen overleven als ze in hoge mate flexibel en wendbaar blijven. Het is knap hoe heel wat bouwbedrijven de handen uit de mouwen hebben gestoken en aan de slag zijn gegaan met innovaties en nieuwe technologieën, ook al was dit helemaal niet vanzelfsprekend. Veranderen vergt immers moed”, looft hij.

Met o.a. BIM, lean en drones zijn niet alleen de voorlopers aan de slag gegaan, maar volgen intussen ook andere bedrijven. De kansen zijn enorm en de toepassingen worden steeds talrijker. Steeds meer bedrijven zijn bewust bezig met hun toekomst en Erik Keijers en Chris Slaets zijn fier dat Limburgse ondernemingen op dit vlak koplopers vormen in Vlaanderen.

Ondernemersplatform Limburg

“We moeten allemaal dezelfde taal spreken. Vroeger waren we zuivere opvoeders, vandaag willen we mee aan de basis van de uitvoering van een project staan vanaf de uittekening ervan tot het onderhoud en de financiering. Na de sluiting van Ford Genk is onder impuls van Urbain Vandeurzen het Ondernemersplatform Limburg, een afzonderlijke vzw in het SALK met zes werkgeversorganisaties (Voka - KvK Limburg, VKW Limburg, Unizo Limburg, Agoria, de Boerenbond en de Confederatie Bouw Limburg) opgericht die eind dit jaar gaat uitdoven. We konden steun krijgen, maar moesten hiertoe een innovatief traject volgen. Dat is de trigger geweest voor de Confederatie Bouw en voor heel de sector die voor Limburg uiteindelijk meer werkgelegenheid heeft gecreëerd dan verloren is gegaan. Rik Mondelaers en Erik Keijers hebben nagedacht hoe we efficiënter met een grotere waarde kunnen werken zodat bouwbedrijven performanter in de markt staan”, stelt Chris Slaets.

De rode draad voor zijn organisatie honderd jaar terug en nu is: hoe kunnen we haar future proof houden? “We moeten mee evolueren en voorlopen naar een moderne en innovatieve bouwindustrie, waarbij we ook uit tegenslagen kunnen leren. We hebben die innovatie en transformatie mee ingebed in onze dagelijkse werking, willen samen naar een eindpunt gaan en huldigen de slogan “De toekomst in Limburg, die beloof je niet; die bouw je samen”. Bouwen aan Limburg doen we immers met alle actoren. Hierbij vergelijken we ons vandaag met de turritopsis nutricula, een kwalletje dat aan celvernieuwing doet in tijden van crisis. Hij kan zijn cellen terugbrengen tot hun oorspronkelijke vorm (ook wel poliepfase genoemd), waarna zijn groeiproces herbegint. Hierdoor kan dit kwalletje mogelijk oneindig lang leven”, lichten Erik Keijers en Chris Slaets toe.

De Confederatie Bouw Limburg telt vandaag meer dan duizend aangesloten bedrijven en oefent vier grote activiteiten uit: haar core business is dienstverlening (“De aannemer vraagt, wij draaien”) naast kennisverspreiding, vorming en opleiding en het tweeluik netwerking (bedrijven in contact brengen met elkaar en opdrachtgevers) en belangenbehartiging (ervoor zorgen dat mensen de bouw een warm hart toedragen en hiervoor een draagvlak creëren). Last but not least lopen informatie en transformatie onafgebroken door deze vier activiteiten.

“De baseline van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB)  is “Bouw, Energie & Milieu’, maar dit eerste woord staat al in het logo. We hebben onze eigen baseline gekozen: ‘Kennis. Innovatie. Toekomst’. We gaan ook samenwerken met het nieuwe Applicatiecentrum Beton en Bouw (ACB²) in het Wetenschapspark van Diepenbeek en werken al heel nauw samen met de UHasselt, de Hogeschool PXL en secundaire scholen met bouwopleidingen. Iedereen is hier welkom en komt hier ook graag”, straalt Chris Slaets.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Projectontwikkelaars vragen meer rechtszekerheid

Projectontwikkelaars vragen meer rechtszekerheid

Real.Gent, de nieuwe vlag voor het Gentse Vastgoedevent, legt een aantal pijnpunten bloot. Misschien wel het meest prangende is dat projectontwikkelaars uit Gent, en waarschijnlijk ook tot ver daarbuiten, schreeuwen om meer rechtszekerheid voor[…]

05/12/2019 | MobiliteitProjecten
InterSolution toont veelbelovende toekomst van solarmarkt

InterSolution toont veelbelovende toekomst van solarmarkt

Innovatie en nieuwe systemen staan centraal op Polyclose

Innovatie en nieuwe systemen staan centraal op Polyclose

Nieuwe vereniging voor jonge vastgoedprofessionals

Nieuwe vereniging voor jonge vastgoedprofessionals

Meer artikels