Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Hoe moet je een hellend dak isoleren aan de bovenzijde'

Hoe moet je een hellend dak isoleren aan de bovenzijde'

Een hellend dak kan thermisch geïsoleerd worden aan de binnenzijde of aan de bovenzijde, en er bestaan ook gecombineerde technieken. Dit artikel beschrijft hoe een thermische isolatie aan de bovenzijde van het dak uitgevoerd moet worden.

Het sarkingdak is een techniek voor de thermische isolatie van hellende daken waarbij stijve isolatieplaten bovenop het daktimmerwerk (kepers of spantbenen) geplaatst worden, waarop men nadien de dakbedekking (pannen of leien) kan aanbrengen. Het gamma van geschikte isolatieplaten is heel uitgebreid: polyurethaan of polyisocyanuraat (pir/pur), geëxpandeerd polystyreen (eps), geëxtrudeerd polystyreen (xps), cellenglas (cg), minerale wol (mw) of resolschuim (rf). Een sarkingdak is opgebouwd uit een dakvloer (eventueel), een luchtscherm, een thermische isolatielaag, een onderdak, tengellatten en bevestigingsmiddelen, de binnenafwerking en de dakbedekking.

Isoleren volgens het principe van een sarkingdak biedt een aantal voordelen. Bij renovatiewerken kan men via deze techniek het dak isoleren zonder dat de binnenafwerking veranderd moet worden. Het aantal koudebruggen wordt eveneens beperkt en het daktimmerwerk is beter beschermd tegen grote temperatuurschommelingen (dag/nacht, winter/zomer). De mechanische weerstand (zijnde de stijfheid en de samendrukbaarheid) is een belangrijk keuzecriterium. De aannemer moet steeds isolatieplaten gebruiken waarvan de fabrikant de gebruiksgeschiktheid in sarkingdaken garandeert.

Opbouw

Het aanbrengen van een dakvloer is een betrouwbare en eenvoudige oplossing voor het realiseren van een duurzaam en ononderbroken lucht- en dampscherm onder de isolatieplaten. Deze dakvloer bestaat uit een beplanking (bebording) of beplating, meestal op basis van hout (bv. spaanplaten, osb '). Zonder lucht- en dampscherm moet de dakvloer zelf lucht- en dampdicht gemaakt worden. De luchtdichtheid van het isolatiemateriaal op zich is ontoereikend, zelfs indien men platen met tand- en groefverbindingen gebruikt of als de voegen afgedicht worden.

Wanneer het luchtscherm bovenop de kepers geplaatst wordt zonder een loopvloer, is het aan te raden om de banen verticaal aan te brengen zodat men de voegen luchtdicht kan maken met een kleefverbinding die aangedrukt moet worden ter hoogte van de kepers. De positie van de onderliggende kepers of spantbenen moet met merktekens aangeduid worden op de banen of op de platen. Ook bij sarkingdaken is een zorgvuldige afwerking van de randaansluitingen van cruciaal belang. Dat is niet altijd evident, vooral bij de na-isolatie van een bestaand dak, en het vereist een grondige detaillering voor de aanvang van de werken.

Het lucht- en dampscherm wordt bij voorkeur aan de dakranden aangesloten op het luchtscherm van de aangrenzende bouw­elementen (bv. de pleisterlaag aan de binnenzijde van de muren in de ruimte onder het dak). Als men cellenglas gebruikt, moet men een bijkomend dampscherm voorzien ongeacht de binnenklimaatklasse, omwille van de speciale bevestigingswijze van dit isolatiemateriaal op de dakvloer. Als dakoversteken moet men hulpkepers gebruiken die bevestigd worden op twee horizontale kepers.

De isolatieplaten worden horizontaal op het daktimmerwerk geplaatst. De platen grenzend aan de gootlijn worden doorgaans ondersteund door een op de kepers bevestigde houten voetbalk. De verticale voegen van de isolatieplaten moeten zich steeds in de ruimte tussen twee kepers of twee gordingen bevinden. De isolatie kan winddicht gemaakt worden door de voegen tussen de platen af te dichten met een soepel kunststofschuim, een kleefband of een compatibele elastische kit.

Het onderdak moet op de isolatieplaten aangebracht worden. Het zorgt ervoor dat het aflopende water onder de dakbedekking naar de dakgoot afgevoerd wordt. Bij sarkingdaken kiest men meestal voor membranen omdat die gemakkelijker aan te brengen zijn op de isolatieplaten. De langs- en dwarsnaden moeten elkaar steeds overlappen. Er bestaan ook membranen met een geïntegreerde kleefstrook aan de overlapping. Tijdens deze uitvoeringsfase moet de positie van de kepers of de spantbenen gemarkeerd worden op het onderdak. De tengellatten worden op het daktimmerwerk bevestigd dwars door het onderdak, de isolatie, het lucht- en dampscherm en de dakvloer. Ze bevestigen de isolatie op de drager en maken het mogelijk de panlatten of latten te plaatsen. Een dakvloer bestaande uit een houten bebording of beplating kan tevens dienst doen als binnenafwerking.

Zelfdragende dakpanelen

Het onderdak, de kepers, de isolatie en de tengellatten worden door een industrieel fabricageprocedé gecombineerd tot één geheel. Kepers zijn niet noodzakelijk omdat de dakpanelen bevestigd worden op de gordingen. Dankzij de snelle montage levert dit besparingen op, zowel op werkuren als op materiaal (spantbenen). Dakpanelen kunnen opgebouwd zijn uit polyurethaan (pur), minerale wol (mw), houtvezel (wf) of polystyreen (eps, xps).

De onderzijde kan tevens fungeren als binnenafwerking en is beschikbaar in verschillende uitvoeringen: vezelplaten, multiplexplaten, gipsplaten, vezelplaten met witte deklaag, osb-platen, schroten ' Een bijkomende afwerkingslaag is vaak overbodig. Voor zeer complexe dakconstructies zijn zelfdragende dakpanelen echter minder geschikt. Er bestaan twee soorten zelfdragende dakpanelen: openschalige of gecompartimenteerde dakpanelen en sandwichpanelen.

Openschalige zelfdragende dakpanelen worden onderverdeeld in compartimenten door op hun kant geplaatste planken uit naaldhout (met een breedte van ongeveer 25 mm) te lijmen of op een drager te nagelen. De compartimenten moet men opvullen met isolatiemateriaal (meestal gespoten pur). De bovenzijde van de houten kepers moet minstens 15 mm boven de isolatie uitsteken, zodat die kunnen fungeren als tengellatten. Het is aan te raden om bovenop de openschalige dakpanelen een bijkomende soepele onderdakfolie aan te brengen. Zelfdragende dakpanelen met openschalige compartimenten zijn meestal 80 tot 122 cm breed, 10 tot 30 cm dik en maximaal 800 cm lang. Hun gewicht varieert van 12 tot meer dan 40 kg/m². Naargelang hun samenstelling zijn er relatief grote overspanningen mogelijk (van 2,4 m tot 5,5 m in één overspanning tot ongeveer 6,5 m met twee steunpunten).

Sandwichpanelen bestaan uit een decoratieve onderzijde en een afwerkingslaag aan de bovenzijde, waartussen de isolatie ingesloten wordt. De afwerkingslaag aan de bovenzijde fungeert als onderdak, terwijl de onderzijde dienst doet als binnenafwerking en/of lucht- en dampscherm. De voegen moeten steeds volledig afgedicht worden (onderdak: water- en winddicht; lucht- en dampscherm: luchtdicht).

Sandwichpanelen kunnen opgebouwd zijn op twee manieren: een onderzijde en een afwerkingslaag op een kern van polystyreen of polyurethaan (hardschuimisolatie), met of zonder langskepers; of een onderzijde en een afwerkingslaag op een kern van minerale wol of houtwol en met 3, 4 of 5 houten verstijvers. Ze zijn doorgaans 60 tot 122 cm breed, 10 tot 30 cm dik (grotere dikten op aanvraag) en maximum 800 cm lang. Hun gewicht varieert tussen 7 en 30 kg/m².

Opslag en plaatsing

De dakpanelen moeten beschermd worden tegen de weersomstandigheden en steeds horizontaal bewaard worden. Tussen de panelen en de grond moet ruimte gelaten worden voor luchtcirculatie. De verpakking mag pas op het ogenblik van de plaatsing verwijderd worden. De dakpanelen worden doorgaans in de langsrichting (van nok tot goot) geplaatst en vastgezet aan ieder snijpunt tussen een keper en een gording, ofwel met geringde nagels of haaknagels, ofwel met houtschroeven.

Voor een houten daktimmerwerk gebruikt men ofwel L-haken die aangebracht worden op de zijkant van de kepers, ofwel lange schroeven die in de kepers geboord worden (voorgeboorde gaten). Bij een metalen kapconstructie gebeurt de bevestiging met zelftappende schroeven (voorgeboorde gaten in de stalen balken). De langsnaden moeten afgedicht worden met een elastisch blijvend pur-schuim om de luchtdichtheid op lange termijn te garanderen.

De ruimte tussen de dakpanelen en de nok, de hoekkepers, de kilgoten, de uitsnijdingen, de randplanken en de muuraansluitingen moet eveneens met dit schuim opgevuld worden. Sandwichpanelen kunnen in principe ook horizontaal op de kepers aangebracht worden, maar dan kan een bijkomende onderdakfolie nodig zijn.

Bij het plaatsen van de zelfdragende dakpanelen moet men steeds voldoende zorg besteden aan de luchtdichte afwerking, zowel van de langs- en dwarsnaden als van de aansluiting op de muurplaat, de nokgording en de topgevel. Traditioneel worden de voegen tussen de elementen afgedicht met een pur-pistoolschuim, maar dat kan ook met een compressieband of een rubberen profiel met een open kern. Bij openschalige dakpanelen moet het pistoolschuim tussen de laterale kepers aangebracht worden. Sandwichpanelen moeten voorzien zijn van een speciale kelkgroef die achteraf met schuim opgevuld wordt.

De voegen tussen panelen met een onderzijde van gipskarton moeten afgedicht worden met een voegband. Als de onderzijde uit gipsvezel bestaat, moeten de dakpanelen verlijmd worden en de voegen nadien opgevuld met pleister.

De voegen van de onderzijden die niet zichtbaar blijven (bv. osb- of spaanplaten) moeten afgedicht worden met een duurzame flexibele kleefband met een goede hechting. Gewone pvc-naadprofielen volstaan nooit om een toereikende luchtdichtheid te garanderen. Vanwege de oneffenheden in de ondergrond van de muurplaat wordt vaak aangeraden om ook de voeg onder de muurplaat op te schuimen met een elastisch blijvend pur-pistoolschuim of om een compressieband aan te brengen.

Bron: paragraaf 5.5.3 van hoofdstuk 5 'Uitvoering van dakisolatiesystemen' van de Technische Voorlichting nr. 251 'Thermische isolatie van hellende daken'. Deze TV kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). Ze is ook uitgegeven in brochurevorm, te koop bij de dienst Publicaties van het WTCB tegen de geldende tarieven (02 529 81 00 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Roeselare plant heraanleg Diksmuidsesteenweg

Roeselare plant heraanleg Diksmuidsesteenweg

Het bestuur van Roeselare wil de stad beter beschermen tegen overstromingen en daarom is buffering van het hemelwater belangrijk. Daar waar de Klauwaertsbeek in de omgeving van de Diksmuidsesteenweg stroomt, zullen verschillende werken worden[…]

Cebeko verhuist naar nieuwbouw

Cebeko verhuist naar nieuwbouw

Vergunning voor bouw drie windmolens

Vergunning voor bouw drie windmolens

Stadsvernieuwingsproject op vroegere Remco-site in Gent

Stadsvernieuwingsproject op vroegere Remco-site in Gent