Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Hoe luchtdicht is een gebouw'

Hoe luchtdicht is een gebouw'

In tegenstelling tot de thermische isolatie kan de luchtdichtheid van een gebouw niet berekend worden van bij het ontwerp. Ze kan wel makkelijk bepaald worden met een pressurisatieproef, ook infiltrometrische proef genoemd. Daarbij wordt het gebouw achtereenvolgens in overdruk en in onderdruk geplaatst ten opzichte van de buitenomgeving met een in een externe opening (bv. een deur of venster) aangebrachte ventilator.

Naargelang het doel moet men specifieke voorschriften toepassen, bijvoorbeeld met betrekking tot het ogenblik van de meting, de voorbereiding van het gebouw of de uitdrukking van de resultaten.

Om gebruikt te kunnen worden in het kader van de epb-regelgeving moet de pressurisatieproef voldoen aan verschillende voorschriften. Zo moet de opmeter de belangrijkste referentiedocumenten (norm NBN EN 13829, bijkomende specificaties en STS-P 71-3) grondig kennen. Bovendien zijn er een aantal bijkomende specificaties van kracht voor de persoon die verantwoordelijk is voor het berekenen van het E-peil (Ew-peil in het Waalse Gewest), vermits hij de meetresultaten correct moet invoeren in de epb-software.

De regels die deze 'officiële' meting omkaderen, bevatten een aantal verduidelijkingen over de omvang van de meetzone en het moment waarop de meting uitgevoerd moet worden. Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen de openingen in de gebouwschil die afgesloten moeten worden (bv. buitendeuren en -vensters), die men moet afplakken (bv. de openingen van een mechanisch-ventilatiesysteem) en die niet afgedicht mogen worden (bv. vaste roosters voor de toevoer van de verbrandingslucht). Ook werden er een aantal voorschriften geformuleerd inzake de plaatsing van de pressurisatiedeur en de behandeling van de verwarmings- en ventilatiesystemen. De meting moet zowel in overdruk als in onderdruk uitgevoerd worden om het gemiddelde lekdebiet bij een drukverschil van 50 Pa (V50) te kunnen bepalen.

Een oriënterende meting in de loop van de werken kan een eerste indicatie geven van de luchtdichtheid van het gebouw vóór de officiële meting. Ze is ten stelligste aanbevolen indien het gebouw aan strenge prestatie-eisen moet voldoen en een ideale gelegenheid om eventuele lekken op te sporen en af te dichten. Ze wordt bij voorkeur uitgevoerd op een moment dat de luchtschermen (bijvoorbeeld in lichte wanden) nog toegankelijk zijn.

Er zijn verschillende ventilatoren om pressurisatieproeven uit te voeren op de markt. Het meest gebruikte toestel is de ventilatordeur. Daarnaast bestaan er toestellen om de kleinere debieten in zeer luchtdichte eengezinswoningen te meten. Wanneer het door één enkele ventilator geleverde debiet of drukniveau ontoereikend is, kan men verschillende in parallel werkende ventilatoren installeren. In zeer grote gebouwen kunnen dat 15 of meer in parallel werkende computergestuurde ventilatoren zijn. Er bestaat ook specifieke apparatuur voor grote gebouwen, met name ventilatoren die op een aanhangwagen gemonteerd zijn en waarmee het mogelijk is zeer grote debieten te bereiken. Het is aan de opmeter om de apparatuur te kiezen in functie van de grootte van het gebouw en het nagestreefde luchtdichtheidsniveau.

Opsporen van luchtlekken

Het uitvoeren van een pressurisatieproef kan gecombineerd worden met het opsporen van de luchtlekken. Wanneer er een onderdruk heerst in het gebouw kan er immers buitenlucht binnendringen via alle openingen in de gebouwschil. Deze infiltraties kunnen onder meer opgespoord worden met rookstaafjes die de luchtstromingen zichtbaar maken, of met een luchtsnelheidssonde (bv. anemometer met een warme draad). Voor een correcte lekdetectie moet men toegang hebben tot de verschillende delen van de gebouwschil. In bepaalde gebouwen met een grote plafondhoogte (bv. atria, bedrijfshallen) kan het noodzakelijk zijn om hijstoestellen in te zetten.

Het opsporen van de luchtlekken kan om verschillende redenen gebeuren:

controleren van de uitgevoerde werken;

verbeteren van de luchtdichtheid van de gebouwschil;

verbeteren van een bouwproduct of een bouwdetail;

sensibiliseren van de betrokken aannemers.

Tijdens de normale gebruiksomstandigheden van het gebouw ' d.w.z. wanneer er geen onderdruk heerst ' is het niet gemakkelijk om luchtlekken op te sporen omdat de infiltratiedebieten uiterst zwak kunnen zijn. De wind kan helpen bij het detecteren van lekken waarbij er lucht van buiten naar binnen gestuwd wordt. Zones waarbij de lucht via de gebouwschil naar buiten ontsnapt, zijn daarentegen moeilijker op te sporen. Opdat de lekdetectie doeltreffend zou zijn, moet het gebouw dus continu in onderdruk verkeren.

Rookstaafjes

Het gebruik van rookstaafjes is een zeer vaak gebruikt lekdetectiemiddel tijdens het uitvoeren van een pressurisatieproef. Rookstaafjes met klein vermogen worden doorgaans gebruikt wanneer de meting uitgevoerd wordt in gebouwen die in onderdruk verkeren.

Hierbij wordt er rook geproduceerd in de nabijheid van verdachte zones en wordt de aanwezigheid van lekken aangetoond doordat er luchtstromingen of luchtverplaatsingen optreden.

Rookstaafjes met gemiddeld vermogen worden veelal gebruikt wanneer de meting uitgevoerd wordt aan de buitenkant van gebouwen in onderdruk. Dit betekent dat enkel de zones die van buitenaf toegankelijk zijn, onderzocht kunnen worden. In dat geval wordt er rook geproduceerd in de nabijheid van verdachte zones en wordt de aanwezigheid van lekken aangetoond doordat er rook naar de binnenkant van het gebouw infiltreert.

Rookstaafjes met groot vermogen worden in de regel gebruikt wanneer de meting uitgevoerd wordt in gebouwen die in overdruk verkeren. In dat geval wordt het volledige gebouw (of de onderzochte zone) berookt. De rook die ontsnapt laat toe om de lekken te detecteren aan de buitenkant. Dit hulpmiddel laat evenwel geen precieze detectie toe en wordt in de praktijk slechts zelden toegepast.

Infraroodthermografie

Infraroodthermografie kan de temperatuurverdeling over het oppervlak van de gebouwschil weergeven. Bij deze techniek wordt gebruikgemaakt van een infrarooddetectiesysteem (infraroodcamera) dat een beeld genereert waarop de zichtbare stralingstemperatuur van de meetzone voorgesteld is (thermogram).

Wanneer een toereikend temperatuurverschil (minstens 10° C) tussen de buiten- en de binnenomgeving bestaat, zal het in onderdruk plaatsen van het gebouw aanleiding geven tot luchtinfiltraties die een plaatselijke temperatuurschommeling van het binnenoppervlak van de gebouwschil kunnen veroorzaken. De thermografie kan zodoende gebruikt worden om de door de buitenlucht afgekoelde oppervlakken aan te tonen.

Deze methode biedt het voordeel dat men er snel grote oppervlakken mee kan visualiseren, voor zover ze niet aan het zicht onttrokken zijn door andere bouw­elementen of objecten (bv. gordijnen, meubels, rekken). De aanwezige luchtlekken kunnen op de infraroodbeelden duidelijk herkend worden als typische 'gevlamde' profielen.

Voor de interpretatie van dergelijke thermogrammen is een grondige ervaring vereist om het onderscheid te kunnen maken tussen een luchtlek en een gebrekkige isolatie. Hoewel deze techniek zeer nuttig is voor het opsporen van bepaalde luchtlekken, levert ze geen enkele informatie over de omvang ervan op.

Ultrasone lekdetectoren

Deze toestellen wekken ultrasone golven op in het gebouw en moeten niet specifiek toegepast worden tijdens een pressurisatieproef. Hierbij wordt de aanwezigheid van gebreken in de gebouwschil aangetoond aan de hand van de intensiteitspieken van buitenaf. De zender is omkeerbaar en kan ook aangebracht worden aan de buitenkant (bijvoorbeeld op een venstertablet) wanneer het te testen element zich op een bepaalde hoogte bevindt. Er bestaan eveneens zendtoestellen met een toereikende golfproductie voor gebruik in grotere gebouwen.

Door de complexiteit van bepaalde lekken (diepe scheuren, grote lengtes, poreuze materialen met goede geluidsisolerende eigenschappen) kunnen deze ultrasonen echter grondig gedempt worden, wat de lekdetectie sterk kan bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken.

Bron: hoofdstuk 7 'Beoordeling van de luchtdichtheidsprestaties van een gebouw' van TV nr. 255 'Luchtdichtheid van gebouwen.' Deze Technische Voorlichting kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). De papieren versie is tegen de geldende tarieven te koop bij de dienst Publicaties (02 529 81 00, fax 02 529 81 10 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Verlof ... in onze eigen hof

Verlof ... in onze eigen hof

Tijd om uit te rusten! Niks moet, niksen mag! Wij nemen een korte pauze van 19/07 t.e.m. 08/08! Op 09/08 zijn we er weer! Blijf gezond, hou het veilig en vooral: geniet ervan! Team Bouwkroniek  

'Virtual reality zal het meeste impact hebben op de bouwsector'

'Virtual reality zal het meeste impact hebben op de bouwsector'

Half augustus begint aanleg rotonde Tongersesteenweg in Lanaken

Half augustus begint aanleg rotonde Tongersesteenweg in Lanaken

Dendermonde wil toekomst vestinggordel veiligstellen

Dendermonde wil toekomst vestinggordel veiligstellen