Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Het gebruik van betongranulaten in de verharding

Het gebruik van betongranulaten in een betonverharding is volgens het SB 250 beperkt tot 20% hoogwaardig betongranulaat van de fractie grove granulaten in de onderlaag van een tweelaagse betonverharding en in lineaire elementen. In een eenlaagse uitvoering wordt het momenteel niet toegelaten omwille van de beperkte weerstand tegen polijsting. In industriële buitenverhardingen vindt het betongranulaat wel zijn toepassing zelfs in eenlaagse uitvoeringen omdat de polijsting hier minder een rol speelt omwille van de lagere snelheden en minder sporend verkeer. Het is evident dat het gebruik van betongranulaat en meer algemeen puingranulaat in de onderliggende lagen (funderingen, ') wel toegestaan is in grotere hoeveelheden.

Ook in NBN B15-001 (2012), de Belgische aanvulling op NBN EN 206-1 'Beton- Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit' wordt 20% als maximaal toegestaan vervangingspercentage vermeld, zij het dan wel enkel voor binnentoepassingen (E0 en EI).

Het hoogwaardige betongranulaat onderscheidt zich van het gewone betongranulaat door zijn herkomst en door de extra eisen die gesteld worden betreffende dichtheid, weerstand tegen afslijting en verbrijzeling, hoeveelheid fijn materiaal,' (SB 250; 3-7.1.1.1.B.3.2). De eisen zijn evenwel iets minder streng dan de eisen gesteld aan natuurlijke granulaten voor betonverhardingen.

Laboratoriumonderzoek heeft uitgewezen dat een vervanging van 20 tot 25% van het grove granulaat geen noemenswaardige variatie van de eigenschappen van het beton veroorzaakt. Door de granulaten goed te monitoren en de waterhuishouding van het betonmengsel strikt te controleren, is het evenwel mogelijk ook met hogere vervangingspercentages goed beton te maken - zowel voor toepassingen in wegen of lijnvormige elementen waarbij een slipformpaver wordt gebruikt als voor industriële vloeren en verhardingen, waarbij het beton meestal door verpomping wordt verwerkt en het dus een heel andere consistentie dient te hebben.

Het NIB-project 'Stortklaar beton voor de toekomst' heeft als ambitie verder te gaan dan wat door laboratoriumonderzoek is aangetoond en innovatieve betonsoorten op de bouwwerf toe te passen. Daarom ondersteunt dit project aannemers, betoncentrales, adviesbureaus en opdrachtgevers om dit 'groene' beton toe te passen in de realiteit. Het WTCB, FedBeton, FPRG en NAV zorgen voor een concrete begeleiding van ontwerp tot en met uitvoering en controle. In totaal worden vijfenveertig toepassingen van 'groen' beton, zelfverdichtend beton en vezelversterkt beton opgevolgd om de overgang van laboratoriumonderzoek naar de praktijk te vereenvoudigen (www.betonica.be/stortbeton). Het project wordt gesteund door het Agentschap Ondernemen. Doel is de voordelen en aandachtspunten bij gebruik van deze innovatieve betonsoorten beter in kaart te brengen. Het OCW is bij dit project betrokken voor de toepassing van 'groen' beton als verharding of lijnvormig element in de wegenbouw. Hierbij is naast de verwerkbaarheid en sterkte ook de duurzaamheid belangrijk, alsook de naleving van de toepasselijke eisen van SB 250.

Realisaties

Bij de toepassing in de wegenbouw is vooral de weerstand tegen afschilfering in aanwezigheid van dooizouten een extra aandachtspunt, naast de beheersing van de waterhuishouding, rekening houdend met de verschillende verwerkbaarheden: S1 voor aanleg met glijbekistingsmachine en S4 voor het verpompen van het beton.

De meeste projecten die opgevolgd zijn, hebben een variatie van vervangingspercentage doorgevoerd. Het percentage slaat steeds op de vervanging van het grof granulaat (diameter groter dan 4 mm) in volume. Zowel toepassingen in de wegenbouw als in de industrieverhardingen zijn bestudeerd. Enkel de belangrijkste punten worden hier aangehaald.

Vier realisaties zijn in detail opgevolgd binnen het project, waarbij niet alleen de eigenschappen van het beton met hogere vervangingspercentages gecontroleerd zijn maar ook de eigenschappen van de betongranulaten zelf getest zijn.

Algemeen kan gesteld worden dat de vervanging van natuurlijk grof granulaat door betongranulaat mits een goede controle van de waterhuishouding en het respecteren van de standaardregels, zoals het gebruik van een luchtbelvormer voor toepassingen die in contact komen met dooizouten, geen noemenswaardige aanpassingen vraagt van verwerkingsmethode. Controle heeft aangetoond dat het mogelijk is een duurzaam beton te bekomen. In de meeste gevallen is wel een hoger cementgehalte toegepast om de sterkte en de duurzaamheid te behalen.

Volgende realisaties zijn in het project opgenomen:

Tweesporenpad ter hoogte van de Duinhoekstraat in De Panne-Adinkerke, uitgevoerd door Wegenbouw De Brabandere, gebruik makend van gecertificeerd 'hoogwaardig betongranulaat'. Een betonsamenstelling met 100% vervanging van de grove granulaten (8/20) door hoogwaardig betongranulaat werd gerealiseerd. 400 kg cement/m³ beton en een w/c-factor van maximum 0,45 werden toegepast en een luchtbelvormer werd gebruikt om een minimaal luchtgehalte van 3% te bekomen. De uitvoering is met een slipformpaver gebeurd, zonder noemenswaardig verschil met beton met natuurlijke granulaten.

Een gootband langs een fietpad in Diksmuide, uitgevoerd door Wegenbouw De Brabandere in samenwerking met Aswebo. Naast een fietspad langs de N35-N364 in Diksmuide is 700 m lijnvormig element aangelegd met beton waarin 50% van het grove kalksteenslag vervangen werd door hoogwaardig betongranulaat (8/20). Ook hier is het lineaire element aangelegd met een glijbekistingsmachine.

Een toegangsweg tot een landbouwbedrijf in Oosterzele, uitgevoerd door recycling- en betoncentrale OBBC. Hierbij zijn verschillende betonsoorten geplaatst, namelijk voor omgevingsklassen EE3 (C30/37), EE4 (C35/45) en EE4A (C30/37). Speciale aandacht werd besteed aan het voorsorteren van het betonpuin om betongranulaten van goede kwaliteit te bekomen. Het beton werd gepompt en handmatig verwerkt tussen vaste bekisting en verdicht met trilnaalden. Als oppervlakafwerking werd het beton op verzoek van de klant gevlinderd. Dit vormde een extra uitdaging voor de waterhuishouding, omdat het beton iets meer water diende te bevatten om het vlinderen mogelijk te maken. Een deel werd ook gebezemd uitgevoerd. Enkel in dit laatste deel is een luchtbelvormer aan het beton toegevoegd. Naast 30% vervanging is ook een beton met 100% vervanging van het grof granulaat toegepast.

Een bedrijfsverharding in Neder-Over-Heembeek bij de firma De Meuter Recycling, in samenwerking met De Kempeneer en All Belgian Recycling (ABR) in Grimbergen. Voor de betonsamenstelling werden de voorschriften van SB 250, versie 2.2 gevolgd en is gewerkt met een cementgehalte van 400 kg/m³. Alle vakken werden uitgevoerd met een 'vloeibaar' (verpompt) beton en afgewerkt door verdichting met trilnaalden en afstrijken van het oppervlak. Een aantal vlakken werd ook gevlinderd. Voor de buitentoepassing is gestreefd naar een luchtbelgehalte van 4%.

Als algemeen besluit van de uitgevoerde proeven kan gesteld worden dat het mogelijk is om ook bij hogere vervangpercentages een duurzaam beton te verkrijgen, dat voldoet aan de eisen in het standaardbestek mits een voldoende hoog cementgehalte wordt toegepast en de waterhuishouding nauwlettend in het oog wordt gehouden.

De vervanging van het grof granulaat door lichter betongranulaat in combinatie met een hoger luchtgehalte heeft in sommige gevallen geleid tot een schijnbaar te hoge waterabsorptie. Proeven ter bepaling van de weerstand tegen afschilfering, slab test, hebben echter aangetoond dat een goede weerstand tegen afschilfering in aanwezigheid van dooizouten verkregen wordt, ook bij hogere vervangpercentages. Het gebruik van luchtbelvormer is hierbij cruciaal. Visuele inspectie van het oppervlak van het proefstuk toont aan dat het niet noodzakelijk het betongranulaat is dat aangetast wordt door de dooizouten. Veel hangt af van de kwaliteit van het betongranulaat en van het oorspronkelijke beton.

Algemeen besluit

De realisaties hebben aangetoond dat zelfs bij hogere vervangingspercentages geen uitvoeringsproblemen opgemerkt zijn, mits de waterhuishouding goed gevolgd wordt.

De voorsortering van het betonpuin blijft belangrijk: de herkomst (hogesterktebeton, wegentoepassingen, structurele elementen in gebouwen), de manier van breken (eenmaal of tweemaal), het al dan niet wassen en de wijze van opslaan (overdekt of niet overdekt) zijn allemaal van invloed op de uiteindelijke kwaliteit van het betongranulaat. Beter in de hand houden van deze parameters betekent dan ook een betere homogeniteit van het betongranulaat en bijgevolg een betere controle van het betonmengsel.

De toepassingen die gevolgd werden, tonen aan dat het inderdaad mogelijk is verder te gaan dan 20% vervanging, maar dat goede monitoring en mogelijk een aanpassing van de betonsamenstelling nodig zijn. De resultaten wijzen op een duurzaam beton.

Dit wordt voort onderzocht in een prenormatief onderzoek om de gewijzigde aanbevelingen van de EN 206-normen te evalueren en te komen tot hogere vervangingspercentages. Dit project is een gezamenlijk initiatief van de collectieve centra WTCB, CRIC-OCCN en OCW.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Tips & Tricks

Tips & Tricks

In een deze reeks, exclusief voor Bouwkroniek, geven we praktische en haalbare tips om de slaagkansen van je offertes gevoelig te verhogen.

23/10/2020 |
Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Nieuwe methode om verf te testen

Nieuwe methode om verf te testen