Volg Bouwkroniek

Abonneer u Aanmelden

Forfaitaire overeenkomst en meerwerken

Gerelateerde onderwerpen :

,
In de bouwsector worden dikwijls overeenkomsten gesloten tegen forfaitaire prijs. Een heikel punt bij forfaitaire bouwovereenkomsten is de aanrekening van eventuele wijzigingen of meerwerken die door de opdrachtgever worden besteld of die tijdens de uitvoering van de opdracht noodzakelijk blijken. Niet alle forfaitaire overeenkomsten worden evenwel over dezelfde kam geschoren.

Terzake moet een onderscheid gemaakt worden tussen overeenkomsten tegen absoluut en relatief forfait. Een overeenkomst tegen absoluut forfait is de overeenkomst waarbij beide partijen overeengekomen zijn omtrent de uitvoering van een wel omschreven werk voor een vaste som, en de opdrachtgever zich niet het recht heeft voorbehouden om eenzijdig wijzigingen aan de overeenkomst aan te brengen. De overeenkomst kan slechts gewijzigd worden door de gezamenlijke instemming van beide partijen.

Bij een relatief forfait heeft de opdrachtgever zich wel het recht voorbehouden om eenzijdig wijzigingen aan de overeenkomst aan te brengen. Om die reden wordt er dan ook steeds een prijslijst gevoegd aan deze overeenkomst met vermelding van de hoeveelheden en de eenheidsprijzen. Deze lijst dient voor de verrekening van de wijzigingen en meerwerken, die tijdens de uitvoering van opdracht door de opdrachtgever worden bevolen.

Beide overeenkomsten hebben wel gemeen dat de werken worden uitgevoerd tegen een vaste, onveranderlijke som en dat de aannemer verondersteld wordt de uitvoeringsmoeilijkheden alsook de benodigde materialen en hoeveelheden goed te hebben ingeschat. Indien de partijen geen veranderingen aan de overeenkomst aanbrengen, blijft de overeengekomen som van kracht.

Overeenkomsten tegen relatief forfait mogen niet verward worden met overeenkomsten tegen prijslijst. Hier wordt ook een lijst met eenheidsprijzen aan de overeenkomst gevoegd en wordt meestal een totaalprijs vermeld, doch het zijn enkel de eenheidsprijzen die geldig zijn. De vermelde totaalprijs dient enkel om de opdrachtgever een idee te geven van de totale kostprijs, zonder evenwel een vaste prijs te vormen. Bij een (absolute of relatieve) forfaitaire overeenkomst moet dus steeds uitdrukkelijk vermeld worden dat de totaalprijs een forfait vormt. Minstens moet dit blijken uit de documenten, die contractueel bindend zijn tussen de partijen. Men mag niet uit het oog verliezen dat de overeenkomst tegen prijslijst de regel is en het forfait de uitzondering.

Het hof van beroep in Bergen vestigt er de aandacht op dat het niet volstaat dat de opdrachtgever erkent dat er meerwerken werden uitgevoerd.

Absoluut forfait

Bij een absoluut forfait kan artikel 1793 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, dat luidt als volgt: 'Wanneer een architect of een aannemer het oprichten van een gebouw op zich heeft genomen tegen een vaste prijs, volgens een met de eigenaar van de grond vastgelegd en overeengekomen plan, kan hij geen vermeerdering van de prijs vorderen, noch onder voorwendsel van vermeerdering van de arbeidslonen of van de bouwstoffen, noch onder voorwendsel van verandering of vergrotingen die in het plan zijn aangebracht, tenzij voor die veranderingen of vergrotingen schriftelijke toestemming is verleend, en de prijs ervan met de eigenaar is overeengekomen.'

Deze bepaling voert een bijzondere en strenge bewijsregeling in, maar geldt enkel voor sommige aannemingsovereenkomsten tegen absoluut forfait, met name deze waarbij een gebouw wordt opgetrokken volgens een met de opdrachtgever overeengekomen plan.

Het hof van beroep in Bergen vestigt er de aandacht op dat het niet volstaat dat de opdrachtgever erkent dat er meerwerken werden uitgevoerd. Artikel 1793 B.W. vereist ook dat de prijs voor deze meerwerken voorafgaandelijk werd overeengekomen (Bergen, 6 mei 1975, T. Aann., 3/1975, 246).

Het hof van beroep in Gent (7 september 2012, T. Aann., 1/2016, 92) onderscheidt vier voorwaarden voor de toepassing van dit artikel:

1. de bouwheer moet eigenaar zijn van de grond;

2. de aanneming moet het oprichten van een gebouw tot voorwerp hebben;

3. het gebouw moet voor een volstrekt vaste prijs (absoluut forfait) zijn aangenomen;

4. er moet een met de eigenaar vastgelegd en overeengekomen plan zijn van het op te richten gebouw.

Alle overeenkomsten tegen absoluut forfait vallen dus niet onder deze bepaling. Er kunnen overeenkomsten worden gesloten die niet voldoen aan deze voorwaarden en die toch een absoluut forfait uitmaken. Het hof van beroep in Gent oordeelde in bovenvermeld arrest dat artikel 1793 B.W. niet van toepassing is op de bouw van een zwembad. Wijzigingen of meerwerken kunnen in dat geval impliciet bewezen en afgeleid worden uit het feit dat de uitvoering ervan niet betwist wordt. Omgekeerd geldt ook het beginsel van de goede trouw bij de uitvoering van overeenkomsten, zodat de aannemer ' aldus het hof - niet mag weigeren wijzigingen of meerwerken uit te voeren die de prijs niet doen stijgen of het risico niet verzwaren.

De overeenkomst voor de oprichting van een bouwwerk volgens een aangenomen plan, doch die een bepaald budget voorziet 'voorlopig en niet bindend voor de aannemer', is geen aanneming tegen vaste prijs. Artikel 1793 B.W. is niet van toepassing, vermits het een bepaling betreft die afwijkt van het gemeen recht en strikt dient te worden geïnterpreteerd (Kooph. Gent, 3e kamer, 9 april 1991, R.W., 1994-1995, 1232).

De bestelling die rechtstreeks geplaatst wordt bij de onderaannemer door de schijnbaar bevoegde vertegenwoordiger van de opdrachtgever vormt geen meerwerk ten opzichte van de overeenkomst met de hoofdaannemer. Het gaat om twee onderscheiden overeenkomsten. Artikel 1793 Burgerlijk Wetboek is derhalve niet van toepassing op deze bestelling aan de onderaannemer (Hof Amsterdam, 25 oktober 1974, Het Bouwbedrijf, nr. 2, 9 januari 1976).

Andere overeenkomsten

Artikel 1793 Burgerlijk Wetboek, dat een schriftelijk bewijs vereist bij elke vermeerdering of wijziging van de vaste prijs, is niet van toepassing op overeenkomsten tegen een relatief forfait. In dat geval kunnen de meerwerken bewezen worden door elk rechtsmiddel, ook door vermoedens, behoudens andersluidende bepaling in de overeenkomst.

Artikel 1793 B.W. is evenmin van toepassing op overheidsopdrachten, vermits deze in principe steeds tegen een relatief forfait worden gesloten. Toch is het wel zo dat artikel 80 § 1, eerste lid kb van 14 januari 2013 betreffende de algemene uitvoeringsregels voor overheidsopdrachten bepaalt dat elk bevel tot wijziging van de opdracht schriftelijk moet worden gegeven. Er is evenwel in hetzelfde artikel een regeling opgenomen voor mondelinge bestellingen van meerwerken.

Aangezien het bewuste wetsartikel slechts een beperkt toepassingsgebied heeft, is het toegelaten in om het even welke aannemingsovereenkomst artikel 1793 B.W. contractueel van toepassing te maken of ' wat op hetzelfde neerkomt - uitdrukkelijk te voorzien dat meerwerken en wijzigingen slechts worden aanvaard mits een schriftelijk bewijs. Dergelijke bedingen komen regelmatig voor in de bestekken en de aannemer zal daarmee dus rekening moeten houden.

Een andere vraag is in hoeverre de forfaitaire prijs ' naast de zuivere meerwerken, uitgevoerd op vraag of initiatief van één van de partijen ' kan gewijzigd worden wegens meerwerken, die het gevolg zijn van de ontdekking van leemten of vergissingen in de contractuele documenten of ten gevolge van onvoorziene omstandigheden, die tijdens de uitvoering van de opdracht opduiken. Maar dat is voer voor een latere juridische kroniek.

WILLY ABBELOOS

Meer over deze materie lees je in 'Kroniek Overheidsopdrachten' (auteur Willy Abbeloos), een uitgave van Bouwkroniek/EBP, 2014, deel I en II, (295 ', inclusief 6% btw ' exclusief 15 ' verzendkosten) te bestellen via consult@ebp.be.

Meest aanbevolen artikels

Wanneer de hoeveelheden van de samenvattende opmeting niet blijken te kloppen …

Wanneer de hoeveelheden van de samenvattende opmeting niet blijken te kloppen …

In onze kroniek van 22 april 2016 bespraken we het lot van eventuele meerwerken en wijzigingen, waarvan de onmiddellijke uitvoering in de loop van de opdracht noodzakelijk blijkt. We behandelden onder meer de vraag op welke wijze de[…]

09/08/2017 |
Planning nieuwe wet overheidsopdrachten

Planning nieuwe wet overheidsopdrachten

Brussel maakt verwerving eigen woning moeilijker

Brussel maakt verwerving eigen woning moeilijker

Het Vlaamse pop-updecreet is goedgekeurd

Het Vlaamse pop-updecreet is goedgekeurd

Meer artikels