Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Fema informeert over Vlaamse subsidiemaatregelen en GDPR

Gerelateerde onderwerpen :

, ,
Fema informeert over Vlaamse subsidiemaatregelen en GDPR

“Eén op de vier vrachtwagens op onze autostrades rijdt voor de bouwsector”, wist Marnix Van Hoe.

De subsidiemaatregelen voor verkeersveilige vrachtwagens en de General Data Protection Regulation (GDPR) vormden de leerrijke gespreksonderwerpen tijdens de wintervergadering van Fema. Deze bijeenkomst vond plaats op donderdag 7 december bij DAF Trucks in Westerlo, dat sinds begin dit jaar als partner van Fema fungeert.

 “Eén op de vier vrachtwagens op onze autostrades rijdt voor de bouwsector en op een gemiddelde bouwplaats (een particuliere woning) vinden tachtig bewegingen van één vrachtwagen plaats”, meldde Fema-bestuurder Marnix Van Hoe.

De auto- en vrachtautofabrikant DAF, de afkorting van Van Doorne's Aanhangwagenfabriek nv die later overging in Van Doorne's Automobielfabriek nv, werd in 1932 opgericht door Hub van Doorne in Eindhoven nadat de gebroeders Hub en Wim van Doorne vanaf 1928 een kleine mechanische werkplaats hadden uitgebaat. In 1996 nam Paccar, wereldwijd in de markt met ook Kenworth en Peterbilt, de aandelen van DAF over en werd DAF “a Paccar company”.

“Paccar heeft voor DAF gekozen als mondiale speler behalve voor de USA en Canada. Paccar bekleedde in 2016 voor de productie van trucks van 16 ton en meer GVW (Gross Vehicle Weight; het maximum bruto voertuiggewicht, gelijk aan de som van de massa van het lege voertuig en het maximum toegestane laadvermogen) de zesde plaats na Daimler, Volvo, FAW, Volkswagen en Dongfeng met zowat 140.000 trucks op een totale productie van 1,8 miljoen stuks. In Europa had het in dit segment vorig jaar reeds een aandeel van 15,5%, terwijl het in Australië met pakweg 23% marktleider is en in de USA en Canada een marktaandeel van ongeveer 28% scoort”, deelde Luc Serrien, marketing manager van DAF Belux, mee.

“In Westerlo zijn 2.600 werknemers actief. Daarmee behoren we tot de topvijftig van de grootste werkgevers in België”, stipte Luc Serrien aan.

In Europa draaien drie productiefaciliteiten: in Eindhoven, Westerlo en Leyland. In Leyland, waar momenteel de lichte serie wordt gemaakt en 18 CF’s/XF’s plus 48 LF’s per dag worden geproduceerd, werken 900 mensen op een oppervlakte van 93.000 m². In Westerlo, waar dagelijks een 200-tal assensets en zowat 220 cabines worden gefabriceerd die naar Eindhoven vertrekken, zijn 2.600 werknemers actief op 84.000 m²; daarmee behoort Paccar tot de topvijftig van de grootste werkgevers in België. Op de 950.000 m² grote vestiging in Eindhoven ten slotte, waar de productie van de CF’s en XF’s plaatsvindt, zijn 5.800 medewerkers aan de slag.

Op 13 november opende de vestiging in Westerlo in aanwezigheid van vicepremier Kris Peeters en voorzitter van de raad van bestuur van Paccar Mark Pigott een nieuwe cabinelakstraat, die de dertig jaar oude lakstraat vervangt. Deze 144 m lange, 85 m brede en 26 m hoge lakstraat was reeds eind 2008 gepland, net vóór het uitbreken van de financiële crisis, maar uiteindelijk zijn de werkzaamheden twee jaar geleden gestart. Door deze investering van 100 miljoen € kon de productiecapaciteit met 50% worden opgetrokken tot 300 cabines. De cabines worden geassembleerd en getransporteerd naar de hoofdfabriek in Eindhoven, waarbij volgens een Build To Order (BTO)-principe wordt gewerkt.

In 2016 werden 45.968 CF’s/XF’s en 10.526 LF’s geproduceerd. Het marktaandeel in de EU van trucks vanaf 16 ton GVW steeg van iets minder dan 10% in 2000 naar 15,5% in 2016 en het is de bedoeling om door te groeien naar een marktaandeel van 20%. “We hebben wel een dip gekend door niet tijdig over te schakelen naar de Euro 6. In Westerlo bestaat de productie vijftig jaar: ze is in 1966 gestart met een cabine en jaren later werd daar de productie van assen aan toegevoegd. De huidige truckmarkt in de Belux vertegenwoordigt zowat duizend 6- tot 15,9-tonners (het lichte segment) en 10.000 plus 16-tonners (de zware markt), waardoor we ongeveer op het niveau van 2008 komen. In dit zware segment ligt de markt 2% hoger dan in oktober vorig jaar. Voor de bouw zien we een enorme stijging (20% in België)  door de aantrekkende markt en de vervangingsmarkt (door het verschil in taksen op de Euro 3 tegenover op de Euro 6)”, wist Luc Serrien.

Het dealernetwerk omvat 1.095 locaties in Europa. In België zijn 26 dealer- en servicepunten operationeel met onafhankelijke dealerships over 18 salespunten. Het bedrijf presenteert een volledig aanbod van geïntegreerde diensten: het DAF Dealer Network, de DAF International Truck Service (24/24, in tien talen), de DAF Driver Academy, Paccar Financial, DAF Connect (het nieuwe fleetsysteem), DAF MultiSupport, First Choice Used Trucks, DAF Body Builder Information, Paccar Parts en Paccar Parts Fleet Services.

International Truck of the Year

“Het brandstofgebruik wordt gedreven door de Euronormen en de CO2-uitstoot.  De nieuwe CF en XF bieden tal van klantvoordelen: een 7% lager brandstofverbruik, een nieuwe aandrijflijn, 100 kg extra laadvermogen, een maximale werktijd met verlengde service-intervallen tot 200.000 km en 3% lagere contracttarieven met R&M, en een buiten- en binnenstyling. Op de internationale beurs Solutrans in Lyon werd de nieuwe CF/XF-truckreeks verkozen tot International Truck of the Year voor 2018. Ze realiseert de grootste brandstofbesparing ooit en de chauffeur kan zich laten assisteren door Predictive Cruise Control. Dit najaar hebben we voor de bouw de nieuwe LF en meerassen toegevoegd aan het CF/XF-programma geïntroduceerd op Matexpo”, vertelde Luc Serrien.

Na deze uitleg werden de bezoekers uitgenodigd om plaats te nemen in een treintje voor een uitgebreide en aanschouwelijke rondrit door de fabriek. Vervolgens overliep Martijn de Haas, District Parts Manager België/Luxemburg bij Paccar Parts, de Vlaamse subsidiemaatregelen voor verkeersveilige vrachtwagens. De wetgeving hiertoe werd in oktober goedgekeurd en sinds 17 november is de portaalsite voor de aanvraag van subsidies beschikbaar.

“Volgende doelgroepen hebben recht op subsidies: bedrijven met hun maatschappelijke zetel in Vlaanderen; voertuigen bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de weg van goederen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt die ingeschreven zijn in België (die voorzien zijn van een On Board Unit (OBU) en die tol moeten afdragen als ze op de autosnelweg rijden); en ondernemingen die geen administratieve overheid met een dominerende invloed in de onderneming hebben. Er is een vermoeden van een dominerende invloed als 50% of meer van het kapitaal of de stemrechten van deze onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks in handen zijn van een administratieve overheid. Zo komt IOK, gespecialiseerd in afvalverwerking, niet in aanmerking voor de subsidieregeling”, legde Martijn de Haas uit.

Aan deze subsidie zijn ook een aantal algemene voorwaarden verbonden: ze is beperkt tot maximum 100.000 € per bedrijf en maximum 3.000 € per vrachtwagen, tot 80% van de investering wordt gesubsidieerd, er is één dossier per chassisnummer en het voertuig moet minimum drie jaar ingeschreven blijven, de regeling geldt voor nieuwe en bestaande voertuigen en voor eigen of geleasede trucks, de tussenkomst kan via een online platform worden aangevraagd, de subsidie wordt toegekend op alle investeringen bovenop wettelijke verplichtingen en op veiligheids- en chauffeurscomfortverhogende of brandstofverlagende accessoires en opties, en ze wordt uitgekeerd op onderdelen, maar niet op de montage.

Per voertuig kan dus voor een bedrag van 3.750 € een subsidieaanvraag ingediend worden (3.000 € is 80% van 3.750 €). 1.000 € is het minimumbedrag dat per voertuig kan aangevraagd worden. De subsidie geldt voor voertuigen met Belgische kentekenplaten en de eigenaar van een OBU, maar niet de leasemaatschappij die een voertuig least aan een bedrijf heeft het recht om een subsidie aan te vragen. Deze steunmaatregel heeft bovendien betrekking op trekkende eenheden en niet op getrokken materiaal zoals opleggers of trailers.

Martijn de Haas overliep tevens wat allemaal wordt ondersteund: Intelligence Speed Assistance, Cruise Control, Lane Change Assistance, Lane Keeping Assistance, Adaptive Front Lightning Systems, een alcoholslot, systemen die het ecologisch uitrollen van het voertuig ondersteunen, Night Vision, een head-up display, navigatiesystemen voor vrachtwagens, systemen voor de ondersteuning van elektrische vrachtbrieven, systemen die de toepassing van zelfrijdende vrachtwagens en platooning toelaten, een automatische versnellingsbak, rijassistentie- en rijstijlanalysesystemen, een retarder, een intarder, aslastmeters, camerasystemen voor achterwaarts rijden en parkeren, frontcamera’s, dodehoekcamera’s, blind-spot sensor systems, Tyre Pressure Monitoring Systems, Automatic Tyre Inflation Systems, GSM-blockers, roof safety airbags, extra koplampen voor achterwaarts parkeren, ground operation voor tank- en silowagens, aerodynamische maatregelen ter vermindering van de luchtweerstand en airconditioningsystemen (staand of plafondmodel).

“De Vlaamse subsidie is beperkt tot maximum 100.000 € per bedrijf en maximum 3.000 € per vrachtwagen”, signaleerde Martijn de Haas.

“Interessante Vlaamse subsidiemaatregelen zijn er voor een camerasysteem, dakairco, een DAB-navigatiesysteem met audio en een bandenspanningscontrolesysteem waarbij op een display wordt getoond wanneer één van de banden druk verliest. Je vindt het stappenplan voor de aanvraagprocedure van subsidies op www.vlaio.be/ecologisch-en-veilig-transport. Het digitale aanvraagportaal heet https://ecologisch-en-veilig-transport.vlaanderen.be. Alles is ook terug te vinden op www.daf.be”, deelde de District Parts Manager België/Luxemburg bij Paccar Parts mee.

EVRM

Prof. dr. Ingrid De Poorter (UGent en De Groote – De Man advocaten; DGDM) zoomde in op de General Data Protection Regulation (GDPR). “Het betreft een wetgeving van 200 bladzijden. De wetgeving over de bescherming van persoonsgegevens is één van de basisrechten in de Europese Unie en is vermeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In 1995 kwam de Data Protection Directive 95/46/EU uit, een EU-richtlijn die alle lidstaten hebben omgezet in (diverse en gefragmenteerde) nationale privacywetgeving die al door iedereen moest worden nageleefd. In Nederland bv., dat veel privacygevoeliger is dan ons land, gebeurde dat echter veel strikter dan in België en is er ook een veel actievere Privacycommissie. Bovendien pasten vele ondernemingen deze wetgeving niet toe, vandaar de “sense of urgency”. De nieuwe wetgeving verschilt eigenlijk niet sterk van die van 1995, maar ze is aangepast aan de nieuwe technologieën (toen was internet nog niet alomtegenwoordig) en de veranderde maatschappij”, schetste ze de bestaansgrond.

“Nederland is veel privacygevoeliger dan ons land”, wist prof. dr. Ingrid De Poorter.
 

Google en Facebook hebben hierover heel sterk gelobbyd, want voor hen zijn data essentieel. Op 4 mei 2016 werd de verordening 2016/679 gepubliceerd in het Europese Publicatieblad. Er is een overgangsperiode van twee jaar voorzien, waardoor de nieuwe wetgeving op 25 mei 2018 van kracht wordt.

“De General Data Protection Regulation 2016/679 wil het huidige wettelijke kader harmoniseren en is onmiddellijk toepasbaar. Bovendien heeft ze een consequent effect: ze verhoogt de rechtszekerheid, verlicht de administratieve lasten en de opvolgingskosten voor organisaties en vergroot het vertrouwen van de consument. Deze verordening werkt direct en zorgt voor hetzelfde level playing field in alle landen. Op basis van het feit dat mensen meer vertrouwen zouden hebben in EU-aanbieders dan in anderen zou ze 1,3 miljard € kunnen opleveren”, wist prof. dr. De Poorter.

Ondernemingen moeten die wetgeving naleven als ze ‘personal data’ (persoonlijke data) op (al dan niet deels) geautomatiseerde wijze gaan verwerken en handmatig verwerken indien deze persoonlijke data deel uitmaken van een archiefsysteem of bedoeld zijn om deel uit te maken van een archiefsysteem (materieel doel). Persoonlijke data zijn inlichtingen m.b.t. een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (het ‘data subject’): een voornaam en familienaam, een adres, een schoenmaat en alle andere data waarmee je een persoon kan identificeren (als je in Poelkapelle woont en schoenmaat 53 hebt, zijn dit ’personal data’). Een verwerking is elke handeling of geheel van handelingen die wordt of worden uitgevoerd op (verzamelingen van) persoonlijke gegevens. Al dan niet speciale categorieën van data zijn “gevoelige” gegevens (ras, geloofsovertuiging, …; in principe mag je die niet verwerken, tenzij je strikt de regels volgt), pseudonimisering (nieuw) en anonimisering (buiten bereik). Data die je als puzzelstukjes van elkaar loskoppelt en niet meer aan mekaar linkt, kan je doorgeven. Geanonimiseerde data zijn geen persoonlijke data meer, gepseudonimiseerde data wel. Enkel de HR-afdeling mag toegang krijgen tot de data van die bepaalde werknemer. Je kan gegevens op basis van pseudonimisering wel doorgeven aan andere afdelingen.

Daarnaast is er een territoriaal doel. Een belangrijke verandering van de GDPR is de extraterritoriale toepasbaarheid ongeacht de locatie van het bedrijf en geldend voor alle bedrijven die de persoonlijke data van ‘data subjects’ in de EU en de Europese Economische Ruimte (EER) verwerken. Deze regelgeving geldt voor alle EU-ondernemingen en niet-Europese ondernemingen die hun goederen of diensten aanbieden aan EU-staatsburgers of die hun gedrag gaan monitoren. “Paper based information is geen verwerking van persoonlijke data. Als je echter in een Excel-lijstje bijhoudt waar je moet zoeken, ben je wel aan het verwerken”, verduidelijkte Ingrid De Poorter.

Controllers en processors

De GDPR-regels moeten gevolgd worden door controleurs (controllers) en verwerkers (processors) gevestigd in de EU/EER, door controleurs en processors niet gevestigd in de EU/EER wanneer ze goederen of diensten aanbieden aan data subjects in de EU/EER of wanneer ze hun gedrag bewaken en door niet-EU/EER-controleurs gevestigd op een plaats waar de EU/EER-wetgeving van toepassing is krachtens het internationale publiekrecht.

Belangrijke principes zijn de legitimiteit (instemming, op basis van een contract, wettelijke verplichting (om data door te geven aan het sociaal secretariaat heb je geen toestemming van je werknemers nodig; die behoef je wel als je foto’s van je werknemers op je website plaatst of foto’s van een personeelsfeest op het intranet zet, al kan je dat in je arbeidsreglement zetten), een vitaal belang (bij een ongeval geeft de politie de identiteit van het slachtoffer door aan het ziekenhuis om zijn leven te redden), het openbare belang van de uitoefening van openbaar gezag (bv. douanecontroles) en het rechtmatige belang van de controleur: je kan data gebruiken voor je onderneming als dat daarvoor belangrijk is zonder de rechten van de onderneming te schenden) en instemming (toestemming uit vrije wil of expliciete toestemming (voor gevoelige data), specifiek en ondubbelzinnig, geïnformeerd, actief en met het recht om zich terug te trekken of bezwaar aan te tekenen). “Inzake die instemming is niet zo veel veranderd; die moest je vroeger al geven. Ze moet wel zeer duidelijk, specifiek en geformuleerd in helder taalgebruik. Je moet ook actief de toestemming vragen van het individu in kwestie”, verduidelijkte Ingrid De Poorter.

Andere principes zijn databeperking en dataminimalisatie (verzamelde gegevens voor één doel mogen niet gebruikt worden voor een nieuw, onverenigbaar doel; ze moeten adequaat en relevant zijn en beperkt tot wat noodzakelijk is voor de gestelde doelen; de GDPR biedt een striktere verplichting) en bewaartermijnen van gegevens (data hebben een houdbaarheidsdatum en mogen niet langer bewaard worden dan noodzakelijk voor de gestelde doelen; de GDPR introduceert twee nieuwe factoren: een langere bewaartermijn is mogelijk voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden; en er is ook een kortere bewaartermijn mogelijk met “het recht om vergeten te worden”). “Je mag data alleen verwerken voor het doel waarvoor je ze gekregen hebt; zo mag je een cv niet doorgeven om publiciteit naar te laten doorsturen. Voor boekhouders moet je tien jaar voorzien. In tegenstelling tot in Nederland is voor de meeste zaken bij ons niet strikt bepaald hoe lang je bepaalde data mag bijhouden. Dan moeten we kijken hoelang het nuttig is dat we ze bijhouden. Zo is een cv na een bepaalde termijn niet meer nuttig en moet hij in principe verwijderd worden”, lichtte de spreekster toe.

Volgens haar moeten we voortaan privacy in- en uitademen. Belangrijke principes in dat verband zijn ‘Privacy by design and by default’ (ontwerp gegevensbescherming bij de ontwikkeling van bedrijfsprocessen en nieuwe systemen; privacy-instellingen staan standaard op een hoog niveau), ‘Privacy impact assessments’ (verplichting tot pia bij een risicovolle of grootschalige verwerking van persoonsgegevens; als je met een nieuw project begint, moet je een risicoanalyse uitvoeren) en een dataregister waarin je opneemt over welke data je beschikt, hoe je die verwerkt en welke veiligheidsmaatregelen je toepast (bijhouden van verwerkingsactiviteiten). “It-technisch is het niet mogelijk dat je alle data deelt met alle werknemers. Je moet met toegangsrechten werken. Moet iedereen alle informatie in de cloud zien? Dit gaat ook over het veilig opslaan van gegevens; heb je genoeg firewalls?”, lichtte de professor toe.

Data subject

Elk individu heeft zijn rechten en dat gaat heel breed. De rechten van een ‘data subject’ zijn het recht op basisinformatie waarover het bedrijf beschikt, het recht op toegang tot informatie, het recht op rectificatie (verbetering en rechtzetting), het recht om vergeten te worden (cfr de zaak waarbij een Spanjaard een bankkrediet geweigerd zag op basis van een artikel over hem 15 jaar voordien op Google, invloed op sociale netwerken), het recht op gegevensoverdracht en het recht om bezwaar te maken tegen profilering.

De datacontroleur (Data Controller) beheert de data. De dataverwerker (Data Processor) is een bedrijf dat of een persoon die als officieel aangeduide entiteit de data op jouw verzoek gaat verwerken. De Data Protection Officer (DPO) bepaalt in bepaalde omstandigheden de verwerking door een overheidsinstantie, voert een grootschalige systematische monitoring uit en verwerkt grote hoeveelheden gevoelige persoonlijke data. Deze DPO kan iemand van je firma zijn die over veel kennis in deze materie beschikt.

“De handhaving gebeurt door de toezichthoudende autoriteit, die over een onderzoeks- en een correctiemacht beschikt. De afdwingbaarheid gaat verhogen omdat er een EU-toezichthouder komt die targets oplegt voor alle toezichthouders over de sectoren heen. Er kunnen heel hoge boetes worden opgelegd tot 4% van de wereldwijde jaaromzet of 20.000.000 €, evenals schadevergoedingen voor individuele personen. Wie hier niet op inzet, riskeert bovendien reputatieschade en minder business. “Begin er daarom op tijd aan; als je van goeie wil bent en kan aantonen dat je een actieplan hebt en daarmee bezig bent, is men mild. De Privacycommissie wil een aantal voorbeeldverhalen naar voor duwen, o.a. inzake het niet respecteren van data”, meldde Ingrid De Poorter.

Ze stelde een stappenplan voor met ‘awareness’ of bewustwording (je moet weten waarover het gaat), een definiëring van het proces dat moet worden beoordeeld (kijk eerst welk het meest kritische proces is vanuit je persoonlijke datacontext en ga dan die dataflow uitwerken), een Gap-analyse (it en juridisch) die de verschillen tussen de identiteit en het imago van een organisatie in kaart brengt (dichtfietsen hoe die dataflow verloopt), ‘remediation’ of herstel i.s.m. de it-afdeling, training en workshops voor het personeel en ‘Repeat/Breathe privacy’ (herhaal en cultiveer privacy bij elk project) als stappen. Eens je in die rotatie zit, loopt alles echter als vanzelf.

“We hebben er met een GDPR-toolkit voor gezorgd dat je het eerste deel van het traject zelf kunt doen. Op basis van het invullen van een online vragenlijst gericht op de situatie van de Fema-leden krijg je een overzicht van wat je moet doen om je onderneming GDPR-compliant te maken. Voor de vragenlijst en het rapport met actiepunten en to do’s dat daaruit voortkomt vragen we 750 € exclusief btw. 100% GDPR-compliant zijn bestaat echter niet. Proportionaliteit is een belangrijke factor”, besloot prof. dr. De Poorter.

“Eigenlijk liggen de kaarten nu duidelijk: met de Vlaamse subsidiemaatregelen kan je de GDPR-begeleiding betalen”, grapte Marnix Van Hoe.

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Gents Vastgoedevent wordt Real.Gent

Gents Vastgoedevent wordt Real.Gent

Real.Gent is de nieuwe naam voor het Vastgoedevent. Voor de dertiende editie werd in Gent opnieuw een nieuwe locatie gevonden: het ICC.  Real.Gent is het vastgoedplatform bij uitstek voor de stad Gent en de provincie Oost-Vlaanderen. Het[…]

15/11/2019 | MobiliteitProjecten
Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Meer artikels