Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Een hellend dak thermisch isoleren aan de binnenzijde

Een hellend dak thermisch isoleren aan de binnenzijde

Een hellend dak kan thermisch geïsoleerd worden aan de binnenzijde of aan de bovenzijde, en er bestaan ook gecombineerde technieken. Dit artikel beschrijft hoe een thermische isolatie aan de binnenzijde van het dak uitgevoerd moet worden.

In gordingen- of sporenspantendaken wordt de isolatie gewoonlijk bevestigd tussen de kepers of de spantbenen. De beschikbare ruimte moet dan wel voldoende groot zijn om de isolatie in de gewenste dikte te kunnen aanbrengen. Bij een gordingendak is dat gewoonlijk het geval. Bij een daktimmerwerk met (sporen)spanten kan men met enkel isolatie tussen de spanten (kepers of op hun kant geplaatste planken) meestal wel beantwoorden aan de minimale (wettelijke) vereisten. Indien men een betere thermische isolatie beoogt, kan het nodig zijn een bijkomende isolatielaag aan te brengen, bv. onder of boven het daktimmerwerk. Als alternatief voor dikke isolatiepakketten kan men houten '-liggers gebruiken in combinatie met ingeblazen isolatie.

Het is aan te raden om de isolatie tot tegen het onderdak aan te brengen zodat er een rechtstreeks contact tussen beide elementen is zonder een al te grote druk op het onderdak uit te oefenen, vooral als het gaat om soepele onderdakfolies. Een luchtspouw tussen de isolatie en het onderdak is enkel gerechtvaardigd in een aantal specifieke situaties (bv. bij het na-isoleren van een bestaand onderdak). Tussen de elementen van het daktimmerwerk gebruikt men meestal soepele isolatiematerialen (platen, dekens of ingeblazen isolatie) omdat daarmee gemakkelijker een naadloze aansluiting te realiseren is.

Halfstijve platen

Halfstijve platen bestaan gewoonlijk uit minerale wol of houtwol en zijn bruikbaar voor alle soorten structuren aangezien ze een isolatie op maat mogelijk maken. Ze moeten goed aaneensluitend geplaatst worden en 10 tot 20 mm breder zijn dan de te isoleren ruimte. Door de vervormbaarheid van deze materialen kan de isolatie tussen de kepers of de spantbenen samengedrukt worden, wat de aansluitingen tussen de isolatieplaten en de houten elementen goed afdicht. De dikte van de halfstijve platen schommelt meestal tussen 60 en 200 mm of zelfs nog meer. Sommige producten hebben een bijzondere (driehoekige) vorm, waardoor de te plaatsen breedte gemakkelijk aangepast kan worden. De isolatie moet steeds op maat gesneden worden en op een zorgvuldige manier aangebracht worden.

Flensdekens

Flensdekens bestaan uit minerale wol die voorzien is van een bekleding (metaal- of kunststoffolie) waarvan de randen uitgerust zijn met flenzen. Ze moeten 10 tot 20 mm breder zijn dan de afstand tussen de kepers en even dik als de diepte van de beschikbare ruimte tussen de elementen van het daktimmerwerk (meestal dezelfde hoogte als de kepers of de spantbenen). Het is aangewezen om de ruimte tussen het onderdak en het lucht- en dampscherm volledig op te vullen met isolatie, dus geen luchtspouw tussen de isolatie en het onderdak. Flensdekens kunnen enkel aangebracht worden in daken met een eenvoudige vorm, met een beperkt aantal doorbrekingen en met een regelmatige afstand tussen de kepers of spantbenen die overeenkomt met de verkrijgbare standaardmaten (meestal 350 ' 450 ' 600 mm). Vermits deze situatie slechts zelden in de praktijk voorkomt, zijn de mogelijkheden om flensdekens aan te brengen volgens de regels van de kunst relatief beperkt.

De dekens moeten opgespannen zijn en aaneensluitend geplaatst worden. Ze moeten vastgeniet worden op de binnenzijde van de draagstructuur van het dak, waarbij de flenzen elkaar moeten overlappen. Deze overlappingen moeten nadien lucht- en dampdicht afgewerkt worden met kleefband. De aansluitingen met de gordingen, de verticale wanden, ' moeten eveneens hermetisch uitgevoerd worden. Indien de continuïteit van de luchtdichtheid niet gegarandeerd kan worden, moet een afzonderlijk lucht- en dampscherm geplaatst worden.

Ingeblazen isolatie

Isolatiematerialen zoals cellulose (vooral op basis van papier of uit houtvezels) en minerale wol (op basis van glasvezels) kunnen in de vorm van vlokken (pneumatisch) ingeblazen worden in de holle ruimten tussen het onderdak en het lucht- en dampscherm. Zo ontstaat een goed aaneensluitende isolatielaag, zelfs in de moeilijk bereikbare zones. Men kan deze techniek enkel toepassen als het onderdak voldoende stevig en winddicht is en geschikt voor deze toepassing (zie documentatie van de fabrikant).

Bij ingeblazen isolatie bestaat het onderdak meestal uit platen. Wanneer het onderdak gecombineerd wordt met een membraan, moet het membraan voorzien zijn van een wapening en voldoende opgespannen worden bij de bevestiging. Het lucht- en dampscherm wordt meestal ondersteund door geschaafde houten latten met een maximale tussenafstand van 500 mm as op as. De doorsnede van de latten moet minimaal 50 bij 20 mm bedragen.

Omdat materialen van organische oorsprong zoals cellulose gevoeliger zijn voor vocht (de cellulose kan verzakken door infiltraties en de duurzaamheid kan na verloop van tijd aangetast worden), is het bij dit soort isolatie essentieel dat de isolatie niet bevochtigd kan worden. Een variante op deze plaatsingswijze is het spuiten van polyurethaan tegen de binnenzijde van het onderdak. Aangezien men voor deze techniek een voldoende stevige ondergrond nodig heeft, moet het onderdak opgebouwd zijn uit een stijf materiaal (folies komen hier dus niet voor in aanmerking).

Stijve isolatieplaten

Men kan ook opteren voor luchtdichte stijve isolatieplaten (eps, xps, pur, pir, cg) die tussen de kepers en de spantbenen geplaatst worden. Op deze manier kan men aan de binnenzijde een vrije ruimte overhouden om de leidingen in weg te werken. Met het oog op de continuïteit van de isolatielaag moeten alle voegen tussen de isolatieplaten en de elementen van het daktimmerwerk afgedicht worden met een elastisch blijvend pur-schuim of een vergelijkbaar product. Sommige materialen zijn in beperkte mate samendrukbaar, waardoor ze goed aansluiten tegen de elementen van het daktimmerwerk, op voorwaarde dat die voldoende vlak zijn. Indien dat niet het geval is (bv. bij een renovatie) moeten de voegen afgedicht worden.

Bijkomende isolatie

Het plaatsen van isolatie onder het daktimmerwerk impliceert dat er een relatief grote luchtspouw ontstaat tussen de isolatie en het onderdak, wat af te raden is. Het vergroot het risico op condensatie (ten gevolge van convectie) als de luchtdichtheid niet zorgvuldig uitgevoerd wordt en/of als de mogelijkheid bestaat dat er buitenlucht of lucht uit de spouwen doordringt tot in het dakcomplex. Men kan zich bovendien afvragen of het niet interessant kan zijn deze ruimte systematisch op te vullen met isolatiemateriaal om de globale thermische weerstand van het dak te verhogen.

Isoleren onder de kepers is dus in vele gevallen niet de meest optimale oplossing, zeker wanneer men hoge isolatiewaarden nastreeft, aangezien er dan relatief veel bruikbare ruimte onder het dak opgeofferd moet worden. Het grootste voordeel is de gemakkelijke uitvoering en het feit dat men op een eenvoudige manier een ononderbroken isolatielaag kan realiseren. Wanneer de isolatie echter onderbroken wordt door wanden of door elementen van het daktimmerwerk (bv. een trekker of hanenbalk), zijn de aansluitingen moeilijker uitvoerbaar.

Als de ruimte tussen de kepers of spantbenen onvoldoende hoog is om de isolatie in de gewenste dikte aan te brengen, is het aangewezen om een tweede isolatielaag aan te brengen, rechtstreeks tegen de eerste isolatielaag zonder er een spouw tussen te laten. Deze oplossing is relatief goedkoop omdat de isolatie aan de binnenzijde aangebracht kan worden. Ze kan echter niet toegepast worden als de bestaande binnenafwerking behouden moet worden (bv. omdat de ruimten onder het dak bewoond worden of omdat het interieur een bepaalde cultuurhistorische waarde heeft). Het nadeel van deze techniek is dat de ruimte onder het dak verkleind wordt.

Wanneer stijve isolatieplaten gebruikt worden, kunnen die eventueel dienst doen als lucht- en dampscherm (de voegen tussen de platen onderling en tussen de platen en de aangrenzende muren moeten afgekleefd worden). Indien het lucht- en dampscherm uit een membraan bestaat, is het aan te raden een regelwerk aan te brengen op de onderzijde van het membraan. De ruimte tussen de latten kan op deze manier fungeren als leidingspouw.

Bron: hoofdstuk 5 'Uitvoering van dakisolatiesystemen' van de Technische Voorlichting nr. 251 'Thermische isolatie van hellende daken'. Deze TV kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). Ze is ook uitgegeven in brochurevorm en te bestellen bij de dienst Publicaties van het WTCB (02 529 81 00, fax 02 529 81 10 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Nelissen Steenfabrieken viert 100ste verjaardag

Nelissen Steenfabrieken viert 100ste verjaardag

Nelissen Steenfabrieken uit Lanaken viert dit jaar zijn 100ste verjaardag. Het bedrijf ruilt het traditionele feestgedruis echter in voor een grootschalige solidariteitsactie. Het team van Nelissen doorkruist de komende weken het hele land onder[…]

SPIE Belgium wint award voor jongerenintegratie

SPIE Belgium wint award voor jongerenintegratie

Architecturale dialoog tussen industrieel verleden en toekomst

Architecturale dialoog tussen industrieel verleden en toekomst

BMP overhandigt memorandum aan minister Matthias Diependaele

BMP overhandigt memorandum aan minister Matthias Diependaele