Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Duitsland behoeft extra woningen, Italië mag inzetten op renovatie

Gerelateerde onderwerpen :

Duitsland behoeft extra woningen, Italië mag inzetten op renovatie

“Geen enkele andere belangrijke industrie stabiliseert de binnenlandse economie zozeer als de bouw- en huisvestingsector”, beseft Michael Hölker.

58ste Ufemat-congres in Berlijn

Duitsland kent een woningnood in stedelijke agglomeraties, terwijl in Italië 8 miljoen gebouwen gerenoveerd moeten worden. De vochtwerende producten en systemen en akoestische en thermische isolatie van het Spaanse Danosa en de gebruiksklare muurmodules van het Oekraïense Royal House kunnen alvast enkele bouwoplossingen bieden. Dat bleek tijdens het jongste Ufemat-congres in Berlijn.

Duitsland kent een woningnood in stedelijke agglomeraties, terwijl in Italië 8 miljoen gebouwen gerenoveerd moeten worden. De vochtwerende producten en systemen en akoestische en thermische isolatie van het Spaanse Danosa en de gebruiksklare muurmodules van het Oekraïense Royal House kunnen alvast enkele bouwoplossingen bieden. Dat bleek tijdens het jongste Ufemat-congres in Berlijn.

Het ‘Bundesverband Deutscher Baustoff-Fachhandel’ (BDB) slaagde erin om het onderwerp van betaalbare woningen, kostenposten in de woningbouw en de sociale woningbouw met de ‘Verbändebündnis Wohnungsbau’ (verenigingen van huisvestingsfederaties) op een succesvolle manier naar voor te brengen. Dit verbond van verenigingen biedt in Duitsland het platform voor discussies met en vragen aan de politieke wereld en vormt de beroepsvertegenwoordiging van de belangen van de handel bij hun contacten met politici, betoogde Michael Hölker, handelshoofd van de BDB sinds oktober 2008. Tijdens zijn presentatie bekeek hij hoe de handel de focus van de politiek kan veranderen op basis van studies.

“De BDB telt 900 leden in 2.150 filialen, 43.000 werknemers en 4.000 stagiairs, en boekt een verkoopcijfer van 15 miljard € (3 miljard € bij particuliere klanten (ook Baumarkt) en 12 miljard € bij commerciële klanten). Ze is de stem van de bouwmaterialenprofessionals en de grootste handelsassociatie in de ‘Bundesverband Grosshandel, Aussenhandel, Dienstleistungen’ (BGA) en verenigt vele merken. Studiethema’s zijn de woningbouw en investeringen in infrastructuur. Het economische belang van de bouwnijverheid is erg groot in Duitsland: in 2012 bedroegen de uitgaven van de Duitse regering 311,6 miljard €, die van de markt van nieuwe auto’s 82,6 miljard € en die van het bouwvolume 309,4 miljard €. De omzet van de bouwsector vertegenwoordigde in 2014 328 miljard € en die van de auto-industrie (inclusief export) 368 miljard €. Geen enkele andere belangrijke industrie stabiliseert de binnenlandse economie zozeer als de bouw- en huisvestingsector”, wist Michael Hölker.

In 2014 was de woningbouw met 183 miljard € de sterkste bouwtak (56%). In 2010 was de activiteit in deze sector evenwel nooit lager sinds 1950. “We hebben nood aan actie-impulsen voor de woningbouw. De actie ‘Impulse für den Wohnungsbau’, gecoördineerd door Dr. Ronald Rast, werd gestart in 2004 en verenigt meer dan dertig verenigingen. Intussen werd reeds een ‘position paper’ voor energieterugwinning opgesteld. Andere acties zijn een deelname aan twee studies, de bewaking van normalisatie-activiteiten en maatregelen voor sociale huisvesting”, verklaarde het handelshoofd van de BDB.

Het lobbythema van de BDB is ‘Waarom een woonbeleid?’ of ‘Hoe onderzoeken uitvoeren met ministeries?’ “De actie ’Impulse für den Wohnungsbau’ tracht te lobbyen om de woningbouw te positioneren als een beslissend actieterrein voor de bouwsector. Er is vraag naar betaalbare bouwprojecten, naar een stop van de voorschriften en naar de promotie van nieuwbouw, energetische modernisering en leeftijdsgebonden bouw”, vertelde Michael Hölker.

Hij coördineert de ‘Verbändebündnis Wohnungsbau’, die bestaat uit zeven verenigingen (sinds 2008 BDB, BFW en DGfM; sedert 2009 DMB, IG BAU en ZDB; en sinds 2013 GdW), die een kostgedreven studie maakte (“met de beste respons ooit”), introduceerde de studie in de commissie Kostenreductie, boekte uitstekende resultaten en leverde inhoud, … Studies in het kader van de campagne ‘Impulse’ en de ‘Verbändebündnis Wohnungsbau’ leidden tot een bijna-verdubbeling van de fondsen van DGfM en BDB door andere verenigingen. Van 2009 tot 2016 vond jaarlijks een ‘Fachforum Wohnungsbau’ plaats in Berlijn; alle studies kunnen gedownload worden van de BDB-homepage.

“De toolboxstudie voor huisvesting voor de ‘Mitglied des Deutschen Bundestages’ (MdB, lid van de ‘Bundestag’) werkt als maat voor het verkiezingsprogramma. Als je een bouwbeleid wil, moet je aandacht schenken aan deze instrumenten. Ze besteedt aandacht aan bouwen in de regio’s (in grootstedelijke gebieden, op het platteland), de prijs van de bouw (sociale huisvesting, betaalbaar bouwen en wonen, en luxe-accommodatie), speciale bouwgebieden volgens demografische gegevens (leeftijdsgebonden bouw, bouw voor studenten, huisvesting van vluchtelingen), …”, signaleerde het handelshoofd van de BDB.

Fachforum Wohnungsbau

“We trachten de verschillende partijen ‘checking stones’ aan te reiken met het oog op de verkiezingen voor de Bundes-tag in 2017. Dr. Hendricks is in 2017 een ‘keynote speaker’ en we hebben ook een uitnodiging gestuurd naar de Kanselarij voor Dr. Merkel. De datum is al vastgelegd op 22 juni 2017 in Berlijn. We beschikken over onderzoeken van de ‘Bundesarchitektenkammer’ (Federale Architectenkamer), de ‘Deutscher Holzwirtschaftsrat’ (Duitse Raad van de Houtindustrie) en het ‘Hauptverband der Deutschen Bauindustrie’ (Federatie van de Duitse Bouwnijverheid). Als instrumenten voor meer woningbouw planden we tijdens het jongste ‘Fachforum Wohnungsbau’ op 9 juni 2016 een ‘Wohnungsbau-Tag’ met een parlementair ontbijt van een uur over ‘woningbouw’ op het dak van het parlement (met 33 leden van de Bondsdag). We verwelkomden 235 deelnemers van de federale staat, de Länder en de gemeenten. Ook verschillende vertegenwoordigers van de regering waren aanwezig: de federale minister van Leefmilieu, Natuurbehoud, Bouwen en Nucleaire Veiligheid  Barbara Hendricks, de stafchef van bondskanselier Angela Merkel Peter Altmaier, de Beierse minister van Binnenlandse Zaken Joachim Herrmann en staatssecretaris voor Bouwen, Wonen, Stadsontwikkeling en Verkeer in Nordrhein-Westfalen Michael von der Mühlen. Deze achtste Wohnungsbau-Tag kreeg zowel online als in de gedrukte media een enorme weerklank”, signaleerde Michael Hölker trots.

In 2009 startte Pestel I over woonkwaliteit, met als titel ‘Wohnungsmangel in Deutschland? Regionalisierter Wohnungsbedarf bis zum Jahr 2025’ (‘Woningnood in Duitsland? Regionale woonbehoeften tot 2025’). De woonbehoeften in Duitsland zijn groter dan 200.000 woningen en de vraag omvat 400.000 wooneenheden per jaar. De behandelde items zijn: geregionaliseerde gedifferentieerde behoeften in Duitsland; de invoering van kwalitatieve huisvesting als een dimensie bovenop de kwantitatieve huisvestingsbehoeften; en criteria van regionalisering (leeftijd, isolatiestandaard en burgerschap). Duitsland moet constant bebouwd worden omdat de banen, de eisen en de samenstelling van de bevolking veranderen. Er is geen uniform woningbouwbeleid en alleen meer seniorenwoningen zijn overal nodig omdat de vereisten overal verschillend zijn. Een zuiver  kwantitatieve analyse van bevolkingsmodellen leidt niet tot correcte behoeften.

Pestel II, gestart in 2009, richtte zich o.m. op meer seniorenwoningen. Pestel III, getiteld ‘sozialpolitische Auswirkungen eines zu geringen Wohnungsbaus in Deutschland’ (‘Socio-politieke effecten van te weinig woningen in Duitsland’), evalueert wat het kost wanneer er vanaf 2025 niet genoeg wooneenheden geschikt zijn voor senioren. Het tracht demografische wijzigingen aan te tonen, de gevolgen voor het maatschappelijk welzijn vanaf 2020 te schetsen en de lasten van ouderen aan te geven aan de hand van de lopende kosten voor huisvesting. Het aantal mensen die behoefte hebben aan zorg en het aantal patiënten met dementie neemt toe. Er is behoefte aan wonen voor senioren. De analyse bepaalt hoeveel senioren per jaar nodig zijn tot 2025. Ze toont de toestand en leidt hieruit de regionale behoeften af in absolute cijfers en per duizend woningen. Het resultaat is 100.000 extra woningen per jaar tot 2025. Tegen 2050 zullen er 22,2 miljoen mensen ouder zijn dan 65 jaar en 9,1 miljoen ouder dan 80.

“Duitsland veroudert, maar niemand maakt zich hierover zorgen. 100.000 ouderen meer in homes kosten de staat nochtans elk jaar 1,8 miljard € meer aan de sociale zekerheid. Van 2010 tot 2030 zullen we minstens 400.000 mensen meer onderdak moeten verlenen in homes. Je ziet dit fenomeen overigens overal in Duitsland. Het bevorderen van leeftijdsaangepaste bouwprojecten vandaag bespaart ons morgen kosten”, benadrukte het handelshoofd van de BDB.

In 2010 werden projecties van de kwantitatieve vraag gemaakt. De eerste prognose, ‘Wohnungsmangel in Deutschland. Auswirkungen und Ansätze zur Überwindung’ (‘Woningnood in Duitsland. Impact en benaderingen om die te overwinnen’) geheten, tracht een voorzichtigere analyse van de  woonbehoeften te maken en het kwantitatieve Pestel I-deel te bevestigen. Ze focust op geregionaliseerde woonbehoeften, volgt de leefruimte en evalueert de belangstelling van institutionele beleggers voor vastgoedinvesteringen en het belang van het bezit van een eigen woning voor particuliere bouwers. Het migratiesaldo nam af tot 2008, maar stijgt duidelijk sinds 2010. De term “migratiesaldo”, één van de maatstaven van de demografie, heeft betrekking op het verschil tussen de instroom en de uitstroom gedurende een vaste periode in een bepaald gebied. "De IST, Pestel en het ‘Bundesinstitut für Bau-, Stadt- und Raumforschung‘ (BBSR) onderzochten de ontwikkeling van het migratiesaldo, maar de BBSR loopt altijd achterop op de werkelijkheid“, legde Michael Hölker uit.

Kleine woningbouw

In 2011 verscheen Arge Kiels beschrijving van de moderniseringsmarkt, met als titel ’Wohnungsbau in Deutschland 2011 - Modernisierung oder Bestandsersatz‘ (’Woningbouw in Duitsland 2011 - modernisering of vervanging’). Ze bekijkt de energetische toestand van de zogenaamde “kleine woningbouw” en geeft de energieverbruikswaarden weer en niet de behoeften. Deze beschrijving bevat een voorstelling van de kleine woningbouw, een aanduiding van de energieverbruikswaarden en een kostenvergelijking tussen modernisering en vervanging, en ze vraagt zich af hoe het potentieel van particuliere gebruikers kan worden aangeboord.

“Het potentieel ligt in de moderniseringsmarkt voor energie en voor leeftijdsaangepast wonen en niet in de energietoevoer, maar het energieverbruik geeft een indicatie van de afschrijvingen. Efficiëntie is niet noodzakelijk een goede term; je moet zoeken naar de 20/80-relaties en kijken naar de motieven van de investeerders. De vervanging van de voorraad is soms een haalbaarder alternatief dan een volledige modernisering”, verzekerde Michael Hölker.

In 2013 werd aandacht geschonken aan de regionale context en de samenwerking tussen het nationale niveau, de Länder en de plaatselijke overheden. De federale regering, de Länder en de gemeenten zijn verantwoordelijk voor woningbouw. Er is een nieuwe woningnood in stedelijke agglomeraties. De federale fondsen voor sociale huisvesting worden op geen efficiënte manier gebruikt, maar worden ook aangewend voor begrotingsconsolidatie.

In 2014 werd Arge Kiels geoptimaliseerde woningbouw uitgebracht. Die introduceerde een typehuis om de kosteneffecten voor te stellen, merkte op dat uitbreidingswerken van kortere duur en vooral technisch flexibele transacties aan waarde hebben gewonnen t.o.v. de ruwbouw en maakte een zeer goede voorstelling van de relaties voor bijzondere maatregelen. In 2015 concentreerden Arge Kiel en Halstenberg zich op ‘Kostentreiber für den Wohnungsbau’ (‘Cost drivers in de woningbouw), die tussen 2000 en 2014 met 36% stegen.

“Bouwen vereist vandaag vele geschoolde technici en ingenieurs. We moeten energienormen respecteren en extra kosten maken, maar we kunnen verwarmingskosten uitsparen. In 2000 vertegenwoordigde de ruwbouw 53,7% van de bouwkosten en uitbreidingswerken 46,3%, in 2014 vertegenwoordigden ze respectievelijk 45,9% en 54,1%. De studie ‘Kostentreiber für den Wohnungsbau’ toont aan dat de kwaliteitsgecorrigeerde kostenraming van het ministerie van Bouw geen afspiegeling is van de “echte” stijging van de kosten: kwaliteitsgarantie betekent dat de kwaliteit van een venster uit 2000 wordt vergeleken met de kosten van datzelfde technische venster in 2014 zonder te vragen of dit venster met zijn technische waarden nog steeds kan gebruikt worden in 2014 en welke extra investeringen in 2014 nodig zijn door nieuwe regelgeving (bv. warmtepompen, zonnewarmte, warmtewisselaars, …). De studie bepaalt dus haar eigen kostenaanpak voor een typehuis. Voor dit doel worden 6.000 woningen gebouwd met een geregistreerd energieverbruik uit 2000 vergeleken met 11.000 wooneenheden gebouwd met opgenomen energieverbruikswaarden vanaf 2014. De gebouwen betreffen niet de luxewoningbouw. Ze bevinden zich in heel Duitsland en de databank, uniek in dit land, werd samengesteld door het ‘Landesinstitut Arge’ voor eigentijds bouwen in S-H. Daarnaast werden de resultaten van een enquête bij 377 woningbouwverenigingen in heel Duitsland opgenomen in het onderzoek van de gemeentelijke cost drivers”, duidde het handelshoofd van de BDB aan.

Terwijl de algemene levenskost sinds 2000 met 25% is gestegen, zijn de bouwkosten met 40% toegenomen; niet omwille van materiaal- of  verwerkingskosten, maar door eisen van de overheid en hogere belastingen. De regels zijn zo ingewikkeld en van zo’n korte duur geworden en hebben zozeer hun eigen dynamiek ontwikkeld dat bijna niemand het systeem kan doorzien. DIN past Eurocodes toe die zelfs niet gedefinieerd zijn. Bouwbedrijven weten niet wat ze moeten berekenen en beleggers/bouwers weten niet conform het burgerlijk recht is. Een verordening is nauwelijks van kracht of de volgende wordt al gepland zonder dat de effectiviteit van de vorige verordening is beoordeeld. En efficiëntie is een goed concept op zich geworden zonder dat hoeft gevraagd te worden welke inspanning moet worden gedaan met het oog op minimale besparingen.

Stedelijke stromen

Michael Hölker sprak ook over nieuwe initiatieven in burgerlijke bouwkunde, zoals de ‘Studie Urbane Sturzfluten’ (‘Studie Stedelijke Stromen’) gepresenteerd door de ‘Initiative Verantwortung Wasser und Umwelt’ (‘Initiatief Verantwoordelijkheid Water en Milieu’). “Ze lobbyen voor de positionering van de burgerlijke bouwkunde als een belangrijk actieterrein voor de bouwsector. Ze vragen een toename van de overheidsinvesteringen (i.p.v. 3,5 miljard € is 7 miljard € nodig), een meetsysteem voor neerslagperiodes en een volledige inspectie van de kanaalnetwerken in Duitsland zoals gespecificeerd in de Europese Kaderrichtlijn Water. Verdere marketing vond plaats op 24 juni en 5 juli 2016. Hiermee is woningbouw terug in de krantenkoppen, tekorten worden gedetecteerd en de 518 miljoen € voor sociale huisvesting wordt verlengd tot en met 2019. In 2016 wordt zowat 500 miljoen € en in 2017 alweer 500 miljoen € toegevoegd; het totaalbedrag is 1,5 miljard € per jaar voor sociale huisvesting. Er is ook de opname van sociale huisvesting in Hessen, RhP, …, een discussie over de stijging van de afschrijvingen, de herinvoering van middelen voor leeftijdsaangepast bouwen en de controle van de EnEv (‘Energie-einsparverordnung’; ‘Energiebesparingsverordening’) 2009”, besloot Michael Hölker.

Sercomated

De bijdrage van Heimo Scheuch, ceo van Wienerberger AG, over ‘Bouwen in een digitale wereld’ bespraken we reeds in Bouwkroniek nr. 40 van 7 oktober 2016 (blz. 30-31). Luca Berardo, ceo van Casaoikos S.p.A. sinds 2012 en voorzitter van het dienstencentrum voor bouwdistributiebedrijven Sercomated sedert 2013, presenteerde een nieuwe weg voor de Italiaanse markt. “Casaoikos is een zeventig jaar oude Italiaanse groep met diverse toonzalen in Italië, Frankrijk en Zwitserland. Het is een multisectorale groep, die zich zowel toelegt op betonnen buizen als op interieurontwerp, en met verschillende merken: Casaoikos, Casaoikos/Frankrijk, Berardo Ceramiche, Marino Ceramiche, TMC, Atrium en Casatredi. Sercomated is een dertig jaar oud bedrijf van de Italiaanse federatie van bouwmaterialen dat het culturele niveau van de Italiaanse markt en de Italiaanse ondernemingen tracht te verbeteren door te kiezen voor de beste leveranciers en waarbij de beste kleinhandelaars samenwerken om de markt te veranderen en het culturele niveau te verhogen. Sercomated is bekend van het belangrijkste jaarlijkse congres voor de bouwmaterialenmarkt in Italië, diverse boeken en artikels over de markt en innovatie en een focusgroep en een marktanalyse voor de voorlancering van producten”, lichtte hij toe.

Luca Berardo merkte een daling in de binnenlandse markt (nieuwe gebouwen) met 30% tussen 2008 en 2016 en met 50% in de binnenlandse markt (huisverkoop) tussen 2006 en 2014. “De Italiaanse markt is veranderd en zal nooit terugkeren naar de toestand voordien. De consument is ook veranderd: in het uiterst competitieve landschap van vandaag beschikt hij over een veelheid aan opties om toegang te krijgen tot informatie. De huidige bouwmarkt lijkt op een ongedifferentieerde koopwarenbusiness. We moeten dus hard vechten om te overleven en in vele gevallen is dit gevecht geconcentreerd op de prijs. Dat betekent kleine marges en dus moeten we zo efficiënt mogelijk werken. In de bouwmaterialensector worden mensen vaak geobsedeerd door hun concurrent op de markt en verliezen ze gemakkelijk het zicht op wat er echt toe doet. Het resultaat is dat ze de consumenten vergeten. De Italiaanse markt lijkt vandaag een pessimistische sector die naar een donkere toekomst kijkt zonder een idee te hebben wat hij hieraan kan doen”, betreurde hij.

De Italiaanse renovatiemarkt groeit jaarlijks met 2%, weet Luca Berardo.

Een nieuwe en ongelooflijke miljardenmarkt aan euro’s wint echter terrein: de renovatie. De Italiaanse renovatiemarkt groeit jaarlijks met 2%. 8 miljoen gebouwen moeten gerenoveerd worden en er is een grote kans op fiscale voordelen als je je huis herstelt.

400 hoeken

“Wikihome (“Progettiamo la ristrutturazione”; “We ontwerpen de herstructurering”) is een netwerk van 400 hoeken in bouwmaterialenzaken waar een architect, een systemische architect genoemd, rechtstreeks met de klant kan onderhandelen over zijn woningrenovatieproject. De ingrediënten zijn een klantvriendelijke, ruim denkende en goed gevulde bouwmaterialenhandel die een brede waaier van producten tot tegels en badkamermeubels bevat, een architect met menselijke vaardigheden (opgeleid door het wikihome-leerteam) evenals de wikihome marketing, trainingslessen en in-store communicatie. Je ontmoet de architect in één van de wikihome-hoeken en start met het project en het financiële plan (hoeveel kost het en hoe kan ik betalen: met een mix van aandelen en geleend kapitaal of met het totale eigen vermogen?). Je kiest de materialen en de meubelen (als je ze nodig hebt en als de toonzaal ook een afdeling huismeubilair heeft). Je stelt het tijdschema op (wanneer je start en stopt) en je kan beginnen”, meldde Luca Berardo.

Volgens hem is uitkijken naar achtereenvolgens een architect, een aannemer, de producten en (misschien) een bank een ongelooflijke tijdverspilling. Een doeltreffender alternatief is wikihome omdat je alleen één coördinator en één plaats voor alles (project, product en geld) nodig hebt en je tijd en geld kan uitsparen.

“Wikihome heeft concurrenten, maar zij hebben geen toonzalen en winkels van bouwmaterialen, geen lijst met vertrouwde aannemers (de beste klanten van de wikihome-winkels) en geen trainingsprogramma om een systemische architect te worden. Wikihomes partners zijn Sercomated voor leveranciers en kleinhandelaars en Harley & Dikkinson voor het financiële aspect”, voegde Luca Berardo er nog aan toe.

Geïntegreerde oplossingen voor duurzaam bouwen

Op het eind van het ochtendprogramma kwamen nog enkele bedrijven aan bod. Zo nam Danosa, reeds gevestigd in zeventig landen, als eerste Spaanse materialenfabrikant deel aan het jaarlijkse Ufemat-congres. In Berlijn betuigde deze specialist in geïntegreerde oplossingen voor duurzaam bouwen zijn steun en inzet voor de Europese professionele distributie-industrie.

Deze Spaanse onderneming, opgericht in 1964, biedt uitgebreide oplossingen voor duurzaam bouwen en heeft de bewoonbaarheid verbeterd in meer dan zeventig landen inclusief Frankrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Marokko, Mexico, Colombia en India. Danosa wordt beschouwd als een pionier op de Spaanse markt en is de vijfde grootste in Europa dankzij de creatie en commercialisering van vochtwerende producten en systemen, akoestische en thermische isolatie in openbare gebouwen en constructies en zijn uitgebreide klantenbestand. Vandaag genereert het bedrijf zowat de helft van zijn omzet overzee. Het noteerde een omzet van 80 miljoen € in 2015, 4% meer dan het jaar voordien.

“Danosa heeft zich toegelegd op de belangrijkste trends in thermisch en akoestisch comfort, nieuwe bouwtechnieken en energiebesparende methodes; deze trends zijn niet alleen een kwestie van esthetiek, maar ook van ethische bouw. Door zo’n grote belangstelling te tonen voor ethische bouw heeft Ufemat een actieve rol opgenomen in het Europese parlement inzake wetgeving om de energie-efficiëntie te verbeteren”, luidde het.

Hierdoor heeft Danosa zich gepositioneerd naast de professionele distributiesector op een moment dat het wordt geconfronteerd met de grootste uitdaging sinds de economische crisis: de overstap naar het digitale tijdperk en een omni-channel aanpak aangepast aan cliënten met een toenemende zelfstandigheid en beslissingsbevoegdheid.

In 2015 werd het ganse commerciële netwerk van de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde bedrijven Cefil UK en Nord Bitumi UK opgenomen in Danosa omdat die zijn positie in de waterdichtingsmaterialenmarkt in het Verenigd Koninkrijk wilde versterken. Datzelfde jaar verwierf Danosa ook de Portugese vennootschap Quimidois, een specialist in vloeibare waterdichtingsproducten. Hierdoor is Danosa vandaag de vijfde grootste producent van bouwsystemen in Europa.

Volgens Danosa-directeur Manuel del Rio bewijst het Ufemat-congres dat “Danosa een levendige belangstelling betoont voor professionele distributie en de integratie en vereniging van iedereen in de bouw op een moment dat de industrie evolueert naar een efficiënter en milieuvriendelijker model dat gebruik maakt van nieuwe technologieën”.

Britse tradities in kwaliteit en stijl

Alexey Belokon, commercieel directeur van LLC ‘Royal House’ in Oekraïne, presenteerde diens kant-en-klare muurmodules. “De ‘Royal House’-bedrijvengroep bouwt sinds 2004 kwalitatieve en comfortabele woningen en industriële installaties. Als full service-bedrijf fabriceert het muurmodules en bouwt het hoogwaardige en snel opgetrokken appartementsgebouwen tot 25 verdiepingen. Het heeft zijn eigen gepatenteerde productie, een moderne multifunctionele fabriek met een productiecapaciteit van 140.000 m² aan woningen per jaar, en bezit zijn eigen logistieke basis en bouwmachines. Zijn eigen productieapparaat biedt de mogelijkheid om alle belangrijke productieprocessen uit te voeren onder het toezicht van hoogopgeleide specialisten, om strikt technologische vereisten te volgen gedurende het ganse productieproces en om tijd en verbruiksmiddelen te sparen”, beklemtoonde hij.

De muurmodules zijn gemaakt van gecertificeerde en milieuvriendelijke materialen. De modulestructuur maakt het gebouw energie-efficiënt. De afgewerkte wandmodules bezitten een gepatenteerde technologie die het mogelijk maakt om de bouw van gebouwen en de bouwkosten en daarmee ook de kosten van de afgewerkte behuizing met 25 tot 35% in te krimpen.

De gepatenteerde fabricagetechnologie van wandmodules bestaat uit een draagpaneel in gewapend beton van 160 mm dik en 7,7 x 3,12 m groot, een polystyreen isolatiesysteem met een minimale dikte van 160 mm, een geveldecoratiesysteem afgewerkt met bouwkundige en structurele elementen aan de rand van de ramen en keramische wandtegels evenals een kit van bovenkroonlijsten en kolommen voor verticale en horizontale verbindingen tussen de panelen.

Alexey Belokon somde de voordelen op van muurmodules in de woning- en industriebouw. Vooreerst is de bouwkost bij het gebruik van deze technologie van geassembleerde muurmodules 25 tot 35% goedkoper dan de cast-in-place betonskelettechnologie. Daarnaast maakt een eenheidstechnologie van geïndustrialiseerde constructie het mogelijk om de bouwtijd drie tot vijf keer te verminderen (een negen verdiepingen tellend gebouw met 150 appartementen wordt in één kalendermaand op de fundering gebouwd). En ten derde verlengt het aanbrengen van metaalschuim op de gevel aanzienlijk de levensduur van de gebouwen in vergelijking met gewone buitendecoratie.

Een extra set van decoratieve elementen met reservereparatiekit en een tabel van het montageproces worden bijgevoegd. Een ander voordeel is de minieme mankracht. Ongeacht het seizoen wordt de montage van gebouwen 24 uur op 24, zeven dagen op zeven en 365 dagen per jaar uitgevoerd (alle “natte” bouwprocessen worden overgebracht naar de fabriek). En last but not least zijn er ook de kwaliteitscontrole van de producten (alle productieprocessen worden uitgevoerd in de fabriek, waardoor de hoge kwaliteit van het eindproduct wordt gegarandeerd), de energie-efficiëntie en de ecologische eigenschappen van de producten en de premium uitstraling (exclusieve verharding van de gevel met klassieke Europese architectonische stijlelementen).

“The Royal House fabriceert als full service-bedrijf kant-en-klare muurmodules en bouwt snel hoogwaardige appartementsgebouwen tot 25 verdiepingen”, deelt Alexey Belokon mee.
 

In 2014 introduceerde the ‘Royal House’ een kwaliteitsbeheersysteem voor het ontwerp, de productie en de verkoop van voorgemonteerde wandmodules, gewapend beton en polystyreenproducten en raamsystemen, en het bedrijf kreeg het internationale certificaat van overeenstemming met de ISO 9001-norm.

Alleen gecertificeerde en milieuvriendelijke materialen worden gebruikt bij de productie van de muurmodules: Dyckerhoff AGE cement (Duitsland), Samir Baige klinkergeveltegels (Duitsland/Polen), Quick Mix buitenstopverf (Duitsland), polystyreen door TM ‘Royal House’, steenslag van de Korsun-Shevchenkivske Deposit en energievriendelijke vensters in metaal en plastic door TM Rehau Euro-Design 70 (Duitsland/Polen).

Alexey Belokon toonde wooncomplexen van Royal House in de Oekraïense hoofdstad Kiev en legde het samenwerkingsbusinessmodel uit. “We leveren energiezuinige buiten- en binnenmuurmodules en bieden volledige buitenmuurmodules met decoratieve elementen aan, verzorgen de logistiek (levering van klare modules op de plaats van installatie), realiseren de belangrijkste installatie van de muurmodules en voeren het architecturale project uit volgens de locatie en je individuele wensen”, vertelde hij.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Gents Vastgoedevent wordt Real.Gent

Gents Vastgoedevent wordt Real.Gent

Real.Gent is de nieuwe naam voor het Vastgoedevent. Voor de dertiende editie werd in Gent opnieuw een nieuwe locatie gevonden: het ICC.  Real.Gent is het vastgoedplatform bij uitstek voor de stad Gent en de provincie Oost-Vlaanderen. Het[…]

15/11/2019 | MobiliteitProjecten
Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Meer artikels