Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Publireportage

De certificatie van verhuurbedrijven is een feit

Gerelateerde onderwerpen :

, ,
De certificatie van verhuurbedrijven is een feit

Op 1 oktober 2017 werd het reglement voor de certificatie van verhuurbedrijven, het TRA 550/L (delen PL en EL), gepubliceerd door Be-Cert.

Onder het goedkeurende oog van het Bestuurscomité voor de certificatie van Beton. Met mondjesmaat werden vanaf januari 2018 de eerste aanvragen ontvangen, met een ware explosie tegen de einddatum van 31 maart 2018. Een aanvraag indienen na deze datum was nog steeds mogelijk, maar niet meer met de garantie dat het dossier tijdig behandeld kon worden vóór 1 oktober 2018, de datum waarop Benor-beton enkel nog onder certificatie vervoerd kon worden.

Voor wie en waarvoor is de certificatie bedoeld?

In de eerste plaats zijn in de scope van de certificatie op dit ogenblik enkel de verhuurbedrijven van betonmixerchauffeurs en de mixerkuipen opgenomen. Uitbreiding naar verhuur van kipwagens, betonpompen en betonpompbedienaars volgt later.
Een gecertificeerd verhuurbedrijf neemt in zijn dossier een aantal chauffeurs en een aantal mixerkuipen op. Deze personen en dit materieel kunnen aan gecertificeerde betoncentrales verhuurd worden voor het vervoeren en leveren van beton onder het Benor-merk in onderaanneming, onder de verantwoordelijkheid van de betoncentrale. Indien Benor-beton vervoerd en/of geleverd wordt door firma’s extern aan de betoncentrale die niet beschikken over het Benor certificaat zal het Benor-merk niet op de leveringsbon mogen aangebracht worden.
Voor elk gecertificeerd verhuurbedrijf wordt precies bijgehouden welke chauffeurs en welke mixerkuipen in het Benor-dossier zijn opgenomen.

Wat houdt de certificatie in?

De kern van de certificatie is de garantie van goed opgeleid personeel, met voldoende kennis van betonsamenstellingen om de impact van hun handelen op de kwaliteit van het geleverde beton correct te kunnen inschatten. We denken daarbij aan de toevoeging van hulpstoffen, de impact van temperatuur, van mengtijd, …

Om hieraan te voldoen moet het verhuurbedrijf een goed competentiebeheer aantonen:

  • alle chauffeurs in het dossier moeten de interne en externe opleiding hebben gevolgd en geslaagd zijn voor de examens;
  • het verhuurbedrijf moet beschikken over een opleidingsplan en de opleiding van (nieuwe) werknemers registreren;
  • voor elke chauffeur moet iedere opdracht bij een Benor-betoncentrale traceerbaar zijn, zodat eventuele klachten of tekortkomingen kunnen opgevolgd en bijgestuurd worden.

Daarnaast is er de garantie van het gebruik van geschikt materieel, zowel voor het vervoeren en mengen van het beton in de mixerkuip als voor de correcte dosering van hulpstoffen op de bouwwerf. Ook hiervoor heeft het verhuurbedrijf een aantal verplichtingen:

  • de mixerkuipen moeten in goede staat zijn, geschikt voor het vervoer van beton;
  • het hulpstofvat moet voorzien zijn van een maataanduiding voor de dosering met een nauwkeurigheid die overeenstemt met de te doseren hoeveelheden (bv. 1 liter);
  • de hulpstofdoseerinstallatie moet gekalibreerd worden, zodat voldoende zekerheid bestaat dat de afgelezen hoeveelheid overeenstemt met de werkelijk gedoseerde hoeveelheid.

Hoe wordt dit gecontroleerd?

Initieel, vooraleer het certificaat toe te kennen, wordt nagekeken of het verhuurbedrijf voldoet aan alle eisen. Deze beoordeling gebeurt tijdens een audit. Voor kleine bedrijven wordt enkel een beoordeling van de documenten uitgevoerd, een deskaudit. Voor grotere bedrijven komt de auditeur ter plaatse voor de beoordeling van alle procedures en de correcte toepassing ervan.
Na bekomen van het certificaat volgt de toezichtsperiode. De controle bestaat dan uit een periodieke audit, aangevuld met een aantal steekproefgewijze controles van de chauffeurs en de mixerkuipen in de gecertificeerde betoncentrales zelf, tijdens het uitvoeren van opdrachten in onderaanneming van deze betoncentrales. Op deze wijze kunnen zowel het verhuurbedrijf als de chauffeurs beoordeeld worden.

En wat als er wijzigingen zijn in personeel/materieel?

Uiteraard zullen er heel wat wijzigingen optreden in de dossiers van de verhuurbedrijven. Chauffeurs komen en gaan, opleidingen worden afgerond, materieel wordt vervangen, …
In eerste instantie worden deze wijzigingen doorgegeven aan Be-Cert. Op zeer korte termijn wordt er een extranet ter beschikking gesteld van de gecertificeerde verhuurbedrijven, waarop ze deze wijzigingen zelf via een beveiligde toegang kunnen ingeven. Ook de keuringsinstelling heeft toegang tot deze gegevens, zodat de controles steeds kunnen gebeuren op basis van de actuele informatie. Het verhuurbedrijf heeft dit dus volledig zelf in de hand.

Transparantie voor de gebruiker

Via de leveringsbon kan de gebruiker op eenvoudige wijze nagaan door wie het Benor-beton werd geleverd en vervoerd.
Op de Benor-leveringsbon zullen immers drie Benor-nummers vermeld worden:

  • Het nummer van de producerende centrale; deze draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het geleverde beton.
  • Het nummer van het (verhuur)bedrijf dat de mixerchauffeur aanlevert (dit kan ook het nummer van de producerende centrale zijn, indien deze met eigen chauffeurs werkt).
  • Het nummer van het (verhuur)bedrijf dat de mixerkuip aanlevert (dit kan ook het nummer van de producerende centrale zijn, indien deze met eigen mixerkuipen werkt).

Vanaf 1 oktober 2018 mag er enkel nog Benor-beton vervoerd worden door eigen werknemers/materieel van de betoncentrale of door gecertificeerde verhuurbedrijven. Op 25 september 2018 werden een flink aantal certificaten uitgereikt en de komende weken zullen er nog heel wat volgen. De volledige actuele lijst van gecertificeerde verhuurbedrijven evenals het reglement TRA 550, delen PL en EL zijn vrij te consulteren en te downloaden op www.be-cert.be. Raadpleeg ook de FAQ voor veel gestelde vragen.

De nieuwe norm NBN B 15-001 en de overeenkomstige nieuwe versie van TRA 550 4.0 zijn een feit

Er is de jongste maanden al heel wat gezegd en geschreven over de nieuwe nationale aanvulling bij NBN B 15-001 op de Europese norm NBN EN 206, in de volksmond beter bekend als ‘de betonnormen’.
Het Benor-merk voor stortklaar beton is volledig gebaseerd op deze betonnormen. Vandaar de noodzaak om bij de publicatie van NBN B 15-001 ook een herziening van het Benor-reglement voor stortklaar beton TRA 550 door te voeren, zodat de producenten van bij de publicatie van de norm NBN B 15-001 hun producten kunnen afstemmen op de nieuwe elementen in de normalisatie.
Be-Cert kan zich beroepen op een stevige verankering in de normalisatie-activiteiten en speelt een zeer actieve rol in de ontwikkeling en herziening van deze normen. De ervaring en kennis vanuit de praktijk van de certificatie vormen daarbij een unieke invalshoek, die helpt om de Belgische aanvulling vorm te geven in overeenstemming met de specifieke Belgische bouwpraktijk.
In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen in de normen NBN EN 206 en NBN B 15-001 weergegeven, waarbij wordt toegelicht op welke wijze TRA 550 4.0 hieraan aangepast werd.

Ruimer gebruik van gerecycleerd granulaat toegelaten

Terwijl de vorige versie van NBN B 15-001 het gebruik van gerecycleerde granulaten beperkte tot een vervangingspercentage van 20%, enkel voor gebruik in droge omstandigheden, worden zowel het maximale vervangingspercentage als de toepassingsmogelijkheden fors uitgebreid in de nieuwe versie van de betonnorm.
Ook in TRA 550 4.0 zijn deze uitbreidingen integraal opgenomen. Wel zijn een aantal aanpassingen aangebracht aan het reglement, die toelaten om ook met gerecycleerde granulaten hetzelfde niveau van kwaliteit te garanderen aan de eindgebruiker.
In de eerste plaats wordt in de betonnorm het gebruik opgelegd van hoogwaardig gerecycleerd betongranulaat type A+ of gerecycleerd menggranulaat type B+. Voor gebruik in Benor-beton wordt daaraan toegevoegd dat deze granulaten over een kwaliteitsmerk voor gebruik in beton volgens deze normen moeten beschikken.

Voor het maximale vervangingspercentage en de mogelijke omgevings- of milieuklassen wordt in TRA 550 4.0 integraal verwezen naar de norm NBN B 15-001. Voor gewapend beton zijn vervangingen tot 30% en gebruik in de klassen tot en met EE3 mogelijk, voor ongewapend beton kan het vervangingspercentage zelfs tot 50% opgetrokken worden en is het gebruik ook beperkt tot en met omgevingsklasse EE3.

Bijkomende bepalingen in het TRA 550 4.0 ten opzichte van de eisen van de norm zijn vooral te vinden in de beheersing van het productieproces en de transparantie ten aanzien van de eindgebruiker.

Een betoncentrale die Benor-beton wenst te leveren met gerecycleerde granulaten zal hiervoor het certificaat voor afzonderlijke categorieën van beton, de categorie ‘RS’ (recyclage standaard) en/of ‘RD’ (recyclage duurzaam), moeten verwerven.
Voor het bekomen van deze categorie(ën) dient de betonproducent een duidelijke procedure te hebben voor het beheer van de gerecycleerde granulaten, waarbij de beheersing van de productieparameters en het vochtgehalte van deze granulaten een belangrijk aspect vormen. Daarnaast beschikt hij over een actuele massabalans van de gerecycleerde granulaten teneinde een volledige controleerbaarheid van de kwaliteit en de volumes toe te laten. Bijkomende bepalingen betreffende ITT-proeven, zelfcontrole en de statistische beoordeling van de druksterkteresultaten garanderen de conformiteit van het geproduceerde beton.

De levering van Benor-beton met gerecycleerde granulaten gebeurt uitsluitend onder de categorie ‘RS’ of ‘RD’, waardoor het voor de klant zeer makkelijk verifieerbaar is of het beton al dan niet met gerecycleerde granulaten geproduceerd werd.

Speciale betonsoorten

De nieuwe betonnormen voorzien specifieke bepalingen voor speciale betonsoorten, meer bepaald het zelfverdichtend beton en het beton met (staal)vezels.

Voor zelfverdichtend beton werden de bepalingen van de norm NBN EN 206-9 opgenomen in de nieuwe versie van NBN EN 206. In TRA 550 4.0 wordt vastgelegd dat in geval van zelfverdichtend beton minstens de vloeimaat, een schijnbare viscositeitsklasse én een blokkeringsmaatklasse dienen vastgelegd en vermeld te worden, uiteraard ondersteund door de nodige ITT-proeven. Tot op heden kon zelfverdichtend beton reeds onder het Benor-merk worden geleverd, namelijk onder de consistentieklasse S5. Nieuw is dat in het TRA 550 4.0 ook de zelfverdichtende eigenschappen van de verse betonspecie in het Benor-merk opgenomen worden. Daarbij wordt het gebruik van de consistentieklasse S5 afgeraden wegens het grote risico op segregatie.

Ook voor vezelbeton voorziet de nieuwe norm NBN EN 206 specifieke bepalingen, zoals een controle op het gehalte en de homogene verdeling van vezels. Omdat deze eisen een hoge frequentie voorzien van proeven met een belangrijke werklast is in de norm NBN B 15-001 de mogelijkheid gecreëerd om zich te baseren op een technische goedkeuring (ATG) voor het aantonen van de gebruiksgeschiktheid en homogene verdeling van de vezels.
In de praktijk betekent dit, zoals opgenomen in TRA 550 4.0, dat de producent zich kan beroepen op de proeven die uitgevoerd werden in het kader van de ATG, voor zover hij de randvoorwaarden daarvan respecteert (vezeltype, maximum vezelgehalte, Dmax). Wenst hij daarnaast dat de homogene verdeling specifiek is gegarandeerd onder het Benor-merk, dan dient hij ook homogeniteitsproeven uit te voeren in zijn zelfcontrole. Tot op heden blijft de buigtaaiheid buiten de scope van het Benor-merk.

Maatregelen ter preventie van de alkali-silica-reactie

Een belangrijke aanvulling in de nieuwe versie van de norm NBN B 15-001 is de beschrijving van de te nemen maatregelen ter preventie van de alkali-silica-reactie, opgenomen in de bijlage I. Het spreekt voor zich dat voor de productie van Benor-beton deze preventiemaatregelen een verplichtend karakter hebben.

In TRA 550 4.0 wordt verwezen naar de bijlage I van de betonnorm en wordt bijkomend vastgelegd welke rekenwaarden voor het alkali-gehalte moeten of mogen toegepast worden. Hierbij wordt maximaal gebruik gemaakt van gecertificeerde waarden of gegarandeerde maxima, zodat voldoende garantie gegeven wordt dat deze waarden niet overschreden worden.

Declaratie van de karakteristieke druksterkte op een andere ouderdom dan 28 dagen

In principe wordt als referentie-ouderdom voor de druksterkte van beton een ouderdom van 28 dagen aangehouden. Dit is ook zo vervat in de specificatie door middel van de C-klasse, bv. C25/30. Het specificeren op een afwijkende ouderdom kan echter zeer nuttig zijn, bijvoorbeeld wanneer de gewenste sterkte in de bouwfase en in de gebruiksfase niet dezelfde is, of ingeval van massabeton, waar de trage sterkte-ontwikkeling inherent is aan het beperken van de hydratatiewarmte. De betonnorm voorzag eerder reeds de mogelijkheid tot specificeren op een andere ouderdom, hoewel er niet werd opgegeven hoe dit dan praktisch moest ingevuld worden.
In de nieuwe versie van NBN B 15-001 is dit nu expliciet voorzien. In de specificatie kan het worden opgenomen als bv. C25/30 (56d).

Deze mogelijkheid werd eveneens opgenomen in TRA 550 4.0. Er zijn specifieke bepalingen voor het uitvoeren van ITT en voor de productie- en de conformiteitscontrole voor deze afwijkende ouderdom. Er is ook bepaald dat de betreffende recepten in afzonderlijke families moeten ondergebracht worden. De statistische beoordeling op de afwijkende ouderdom is daarmee equivalent aan deze uitgevoerd op 28 dagen.

Andere aanpassingen aan NBN EN 206 en NBN B 15-001

Naast bovenstaande grote aanpassingen zijn er nog tal van kleine bijwerkingen aan de normen, die in principe ook allemaal van toepassing zijn voor Benor-beton. Zo vernoemen we de verplichting om het water van de hulpstoftoevoeging integraal in het watergehalte in te rekenen, maar kleine correcties op de bouwwerf buiten deze berekening toe te laten voor zover deze de 3 liter per kubieke meter betonspecie niet overschrijden.
Ook is er niet langer een beoordeling door attributen van de consistentie; deze wordt nog enkel op individuele wijze beoordeeld.

Het nieuwe reglement TRA 550 4.0, delen C, P en E kan vrij geconsulteerd en gedownload worden op www.be-cert.be/documenten. De toepassing ervan is verplicht vanaf 1 september 2019. Tot deze datum kan elke producent kiezen of hij (volledig) volgens de oude of de nieuwe normen en reglementering werkt.

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

3D-betonprinter maakt brug

3D-betonprinter maakt brug

Workshops, demonstraties en andere activiteiten kleurden de vakbeurs ‘Digital Construction’, die de Confederatie Bouw en het WTCB op 24 en 25 oktober in het Brusselse Tour & Taxis organiseerden om de bouwsector vertrouwd te maken[…]

07/11/2018 | Bouwen3D-printing
BENOR-merk voor straat- en tuinmeubilair

Publireportage

BENOR-merk voor straat- en tuinmeubilair

Veiligheid en infrastructuur druk besproken op Concrete Day

Veiligheid en infrastructuur druk besproken op Concrete Day

Nieuwe speler op markt prefab beton zet in op flexibiliteit en kwaliteit

Publireportage

Nieuwe speler op markt prefab beton zet in op flexibiliteit en kwaliteit

Meer artikels