Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Confederatie Bouw wil aantal arbeidsongevallen halveren

Confederatie Bouw wil aantal arbeidsongevallen halveren

© Halfpoint - stock.adobe.com

De Confederatie Bouw betreurt ten zeerste dat het aantal arbeidsongevallen in de bouw ondanks een geleidelijke daling sinds jaren nog steeds te hoog is en heeft hiervan een belangrijk thema van haar huidige jaarverslag gemaakt. De Belgische bouw behoort inzake veiligheid immers slechts tot het Europese gemiddelde en zelfs iets lager. Ons land loopt bovendien ver achterop tegenover de best presterende landen Zweden, Nederland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, waar ondanks eenzelfde levensstandaard de minste arbeidsongevallen in de bouw gebeuren.

Deze ‘model’landen tonen aan dat het noodlot niet mag ingeroepen worden om arbeidsongevallen goed te praten en dat alle bouwbedrijven een echt veiligheidsbeleid moeten ontwikkelen dat geïntegreerd is in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Een aantal bouwbedrijven maakten hier trouwens al werk van.

In 2017 vielen nog 15 dodelijke ongevallen te betreuren in ons land. De Confederatie Bouw heeft dan ook van een grotere veiligheid op de bouwplaatsen tot 2020 één van de hoofdprioriteiten van haar actieprogramma gemaakt. Ze streeft ernaar het aantal arbeidsongevallen te halveren en de Belgische bouwsector op het niveau van de beste Europese staten inzake preventie te hijsen.

Van veiligheid een echte bedrijfscultuur maken is in eerste instantie de verantwoordelijkheid en vergt een onafgebroken toewijding van de leidinggevenden en het management van bedrijven. Ook een grotere betrokkenheid van de andere spelers in de bouw is vereist, meer bepaald van de opdrachtgevers die met bestekken en hun toezicht op de werkzaamheden bouwplaatsen veiliger kunnen maken.

Politici van hun kant moeten gealarmeerd worden door de zwakke resultaten van ons land inzake risicobeheer, die overigens niet alleen gelden voor de bouw maar voor alle bedrijfssectoren. Overheden moeten ook investeren in een preventiecultuur door in te grijpen waar ze kunnen, o.m. in hun eigen bestekken, in het onderwijs en in opleiding.

Arbeidsveiligheid is een beleidsprioriteit

“Het voorkomen van risico’s op het werk is een belangrijk aandachtspunt voor ondernemingen, hun leidinggevenden en al degenen die op één of andere manier betrokken zijn bij de organisatie van de veiligheid en de bescherming van werknemers tijdens de uitvoering van hun werk. In de bouw blijft risicopreventie op bouwplaatsen in vele gevallen een reële uitdaging die de mobilisatie van de hele sector rond dit thema rechtvaardigt. Jammer genoeg blijft het aantal arbeidsongevallen in de sector vandaag hoog ondanks de al jaren dalende frequentiegraad van arbeidsongevallen in de bouw”, meldt Paul Depreter, voorzitter van de Confederatie Bouw.

Daarom besloot de Confederatie Bouw op zijn initiatief om van arbeidsveiligheid en een nieuwe preventiecultuur één van de topprioriteiten te maken voor haar beroepsactieprogramma in de periode 2017-2020. Veiligheid op het werk gaat echter verder dan alleen de beroepsactie. De Confederatie Bouw doet ook een beroep op de politieke wereld om van dit thema één van de acties te maken die in toekomstige federale en gewestelijke regeringsprogramma’s worden opgenomen.

België bevindt zich immers op het vlak van arbeidsveiligheid in de bouw en in alle sectoren samen aan de onderkant van de Europese middengroep, ver achter de landen die een erg doeltreffend preventiebeleid voeren. Onze regeringen mogen niet blind blijven voor deze situatie en moeten de sectoren helpen om de arbeidsongevallen in ons land drastisch terug te dringen.

Hoewel de risicograad in acht jaar tijd met ongeveer 35% daalde, blijft hij hoog in de bouw. Uit statistische gegevens over arbeidsongevallen blijkt dat de situatie in de sector onrustwekkend blijft, evenals (zij het in iets mindere mate) de algemene situatie in alle sectoren samen.

Het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s (Fedris) registreerde in 2016 142.000 arbeidsongevallen in de Belgische privésector (3,3 miljoen werknemers). Iets meer dan 40% van deze arbeidsongevallen leidde niet tot arbeidsongeschiktheid. Ongeveer 50% leidde tot een arbeidsongeschiktheid van kortere of langere duur en 10% tot een blijvende invaliditeit van het slachtoffer. In 0,1% van de gevallen, meer bepaald bij 108 werknemers, veroorzaakte een ongeval de dood van het slachtoffer.

In 2016 vonden 15.000 arbeidsongevallen of 11 % van de 142.000 ongevallen in België plaats in de bouw. Dit aantal omvat ook de ongevallen van en naar het werk (875). Deze toestand geldt voor werknemers in de sector (arbeiders en bedienden) met uitzondering van uitzendkrachten (Fedris vermeldt voor 2016 826 arbeidsongevallen bij uitzendkrachten tewerkgesteld in bouwbedrijven), zelfstandigen en gedetacheerde buitenlandse arbeiders.

De bouw heeft de achtste hoogste risicograad in een lijst van iets meer dan tachtig Belgische economische sectoren. Volgens Fedris gebeurden er in 2016 in totaal 55 bouwongevallen per miljoen gepresteerde uren, tegenover minder dan 35 in alle andere grote economische sectoren, ook in de nijverheid in haar geheel. Iets meer dan een derde van de bouwongevallen leidt tot geen arbeidsongeschiktheid. De helft van de ongevallen leidt wel tot arbeidsongeschiktheid van kortere of langere duur en de overige 15% leiden tot blijvende invaliditeit of zelfs in 0,2% van de gevallen tot het overlijden van het slachtoffer. De 55 ongevallen per miljoen gepresteerde uren in de bouw kunnen worden onderverdeeld in 17 ongevallen zonder gevolg, een tiental ongevallen met een arbeidsongeschiktheid van maximum drie dagen en 27 ongevallen die leiden tot een ongeschiktheid van minstens vier dagen, blijvende invaliditeit of het overlijden van het slachtoffer.

Europese vergelijking

De analyse van Europese statistische gegevens (Eurostat) voor het Europa van de 15 (min Griekenland) laat toe om de situatie in België en in het bijzonder in de Belgische bouwsector inzake arbeidsongevallen te vergelijken met die van de andere landen. Hieruit blijkt dat de Belgische bouwsector inzake veiligheid aan de onderkant van het Europese gemiddelde zwalpt en een driemaal hoger ongevalrisico torst dan de vier Europese landen die het best scoren op het vlak van veiligheid (Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden).

Voor alle activiteitssectoren samen (de globale economie) staat België ook op een gemiddeld peil op Europees niveau, met een ongevallenrisico dat 2,2 keer hoger ligt dan in de groep van de vier best presterende landen op het vlak van veiligheid. De Belgische score bevindt zich in de buurt van Oostenrijk, Denemarken en Finland. Boven deze middengroep staat de groep van vier landen waar de veiligheid op het werk het hoogst is (Ierland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk). Aan de staart van het peloton bengelen Duitsland, Spanje, Frankrijk, Luxemburg en Portugal.

“De risicograad daalt niet alleen in de Belgische bouw, maar ook in de andere Europese landen. Bij een ongewijzigd beleid zal onze bouwsector zijn achterstand dan ook niet snel kunnen inhalen. Als de trends zich voortzetten in het tempo van de voorbije jaren kan België hopen om het Europese gemiddelde tegen 2020 in te halen en op zijn vroegst aan het eind van het volgende decennium het niveau van de vier best presterende landen bereiken”, signaleert Paul Depreter.

Oorzaken

Een heleboel factoren en redenen dragen bij tot een arbeidsongeval en een grote diversiteit aan omstandigheden verklaart of verduidelijkt de context waarin ongevallen plaatsvinden. Het jaarverslag 2017-‘18 van de Confederatie Bouw analyseert in dit verband de verschillende kenmerken van de arbeidsongevallen in de sector en trekt daaruit vele nuttige lessen, o.m. voor de verbetering van de preventie. Het verslag bevat ook een groot aantal getuigenissen van actoren op het terrein (aannemers, preventieadviseurs, veiligheidscoördinatoren, architecten, vakbondsvertegenwoordigers en deskundigen) waarin de belangrijkste veiligheidstekortkomingen op het terrein worden belicht.

Uit de statistieken blijkt dat bijna de helft van de arbeidsongevallen in de bouw (met uitzondering van “kleine” ongevallen met een arbeidsongeschiktheid van minder dan vier dagen) wordt veroorzaakt door een val van het slachtoffer of door een verlies van controle (over een machine, gereedschap, voertuig of toestel). Ongeveer 15% van de bouwongevallen doen zich voor ten gevolge van een beweging met belasting. Hetzelfde geldt voor een beweging zonder belasting en voor een vallend voorwerp. Slechts vijf grote categorieën (op de ongeveer vijftig bepaald door Fedris) zijn dus nodig om de oorzaak te beschrijven van 95% van de ongevallen in de bouw. “Ik ben overigens nog nooit een arbeidsongeval tegengekomen dat niet kon vermeden worden”, stelt de voorzitter van de Confederatie Bouw.

De analyse van de oorzaken van ongevallen is gebaseerd op getuigenissen, verslagen en diverse beoordelingen. Hierbij wordt o.m. vastgesteld dat de veiligheidsvoorschriften niet worden nageleefd, met name diegene die betrekking hebben op de persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen, dat bouwwerven slecht georganiseerd zijn (inzake orde, netheid, verlichting, organisatie van het verkeer van personen en voorwerpen, enz.), dat de coördinatie van de activiteiten van de verschillende aannemers op de bouwplaats mank loopt, dat een beroep doen op onderaanneming soms tot ongevallen leidt, dat de voorafgaande screening van de risico’s zwak is, dat werknemers niet over voldoende kennis en vaardigheden beschikken (uitvoeringstechnieken en veiligheid), dat leiderschap ontbreekt, enz.

Het jaarverslag van de Confederatie Bouw vermeldt o.m. twee prioritaire structurele maatregelen en aandachtspunten die moeten worden genomen om de veiligheid op bouwplaatsen radicaal te verbeteren, met als eerste een veiligheidsbewustzijn en -cultuur op bouwplaatsen ontwikkelen.

“Het concept van een ‘veiligheidscultuur’ wordt nog onvoldoende toegepast in de sector. Er loopt een “breuklijn” tussen bedrijven die aan een preventiecultuur werken en bedrijven die veiligheid niet of onvoldoende hebben geïntegreerd in hun dagelijkse bedrijfsvoering. In het algemeen is de betrokkenheid van Belgische bouwbedrijven bij veiligheid, gemeten aan de hand van het al dan niet toepassen van een aantal “goede praktijken”, ontoereikend om het risico op ongevallen te beperken tot een niveau vergelijkbaar met het risico in de bouwsector van de vier best presterende Europese landen op het gebied van veiligheid. De bedrijfsleider en het management hebben een essentiële rol bij het integreren van veiligheid in de bedrijfscultuur. Zij moeten die integratie tot stand brengen en zich er echt en voortdurend voor inzetten, met bovendien een zichtbaar effect voor werknemers op bouwplaatsen”, klinkt het.

De gehanteerde methodes zijn hierbij onbelangrijk vermits iedere onderneming de voor haar geschikte procedures en technieken moet kiezen afhankelijk van haar omvang en de aard van haar activiteiten. Essentiële elementen zoals communicatiemethodes, opleidingsprogramma’s inclusief permanente opleiding, discussieforums, rapporten en analyses van incidenten zijn onmisbare voorwaarden voor de integratie van veiligheid, ongeacht de gekozen methode. Hetzelfde geldt voor het verantwoord omgaan met onderaanneming, vandaag nog steeds een zeer zwakke schakel in de veiligheid op de bouwplaats. Een echte bedrijfscultuur vergt ook een doeltreffende controle van de veiligheid bij de onderaannemers.

Daarnaast moet met het oog op de veiligheid een (h)echt partnership worden opgebouwd. De samenwerking tussen de verschillende spelers in de bouw creëert op dit vlak een echte meerwaarde. De partners van de aannemer, in het bijzonder de architecten en opdrachtgevers, hebben een rol bij de verbetering van de veiligheid op de bouwplaats. Vooral de opdrachtgevers beschikken door de bestekken en de controle op de werkzaamheden over belangrijke troeven om doeltreffend op te treden op het gebied van risicopreventie. Ze kunnen specifieke preventieve maatregelen opleggen, criteria vaststellen voor de selectie van ondernemingen inclusief onderaannemers op basis van veiligheidsprestaties, gedetailleerde kostenposten voor de organisatie van de veiligheid eisen en zelfs zo ver gaan dat veiligheidskosten worden uitgesloten van de algemene vergelijking van de prijsaanbiedingen van de inschrijvers.

Onderzoek van de Confederatie Bouw bij buitenlandse en Belgische bouwbedrijven toont aan dat de betrokkenheid van opdrachtgevers bij veiligheid sterker is in landen waar de risicopreventie beter is.

Uit een ander specifiek onderzoek onder Belgische aanbestedende diensten (met een dertigtal respondenten) bleek dat de opdrachtgevers zich voldoende bewust zijn van hun rol op het gebied van preventie en dat meer dan de helft van hen beseft dat hun betrokkenheid ontoereikend is. De meesten van hen zijn van plan om in de toekomst een grotere betrokkenheid aan de dag te leggen.

Grootschalige bewustmakingscampagne

De Confederatie Bouw wil bij de start van het nieuwe werkjaar in september een grootschalige actie opzetten om het aantal arbeidsongevallen in de bouw tegen 2020 te halveren en zo zeer snel bij de vier Europese landen met de hoogste veiligheidsprestaties aan te sluiten. Ze heeft hiertoe een actieprogramma voor de lange termijn goedgekeurd, met inbegrip van een communicatiecampagne gericht op de ontwikkeling van het veiligheidsbewustzijn en de integratie van preventie in het dagelijkse bestuur van ondernemingen. In dit communicatiebeleid wil ze de klemtoon op een preventiecultuur leggen.

Aan de ondernemingen zal gevraagd worden om een charter te ondertekenen om blijk te geven van hun engagement voor de integratie van veiligheid in hun cultuur en om zich concreet aan te sluiten bij de gemeenschappelijke doelstelling om de veiligheid in de sector te verbeteren. De campagne zal gepaard gaan met tal van evenementen zoals een roadshow, een nationale veiligheidsdag, thematische informatiedagen op lokaal niveau en reflectieworkshops met de partners in het bouwproces of met de veiligheidscoördinatoren over systeemverbeteringen.

De Confederatie Bouw heeft ook een duidelijke boodschap voor de politiek. De bevoegde federale en gewestelijke overheden zijn de jongste jaren samen met haar partnerships aangegaan om sociale dumping en oneerlijke concurrentie te bestrijden. Die hebben o.m. geleid tot wetswijzigingen, standaardclausules in bestekken en gidsen voor goede praktijken. Ze mogen dan ook niet aarzelen om structureel samen te werken met het bedrijfsleven rond een levensbelangrijk thema als de veiligheid op de bouwplaats.

De Confederatie Bouw vraagt de politieke partijen om te werken aan twee acties die een beslissende impact kunnen hebben op de veiligheid op het werk: enerzijds de veralgemening van de betrokkenheid van publieke opdrachtgevers bij de veiligheid op de bouwplaats door het systematische gebruik van hun eigen instrumenten op het gebied van selectie, ondersteuning en controle van bedrijven; en anderzijds de invoering of intensivering van een echt veiligheidsopleidingsprogramma voor alle jongeren in het secundair, hoger en universitair onderwijs, in het bijzonder in de bouwafdelingen.

 

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

20 miljoen € voor schoolomgevingen

20 miljoen € voor schoolomgevingen

Bij de start van het nieuwe schooljaar kondigde Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) aan dat hij 20 miljoen € extra voorziet voor veilige schoolomgevingen. Vlaams volksvertegenwoordiger Marino Keulen (Open Vld)[…]

Aantal bedrijfs­ongevallen in de bouw moeten halveren

Aantal bedrijfs­ongevallen in de bouw moeten halveren

Gevleugelde zebrapaden moeten dodehoekongevallen vermijden

Gevleugelde zebrapaden moeten dodehoekongevallen vermijden

“Duidelijke afspraken in Charter Werftransport bieden meerwaarde”

“Duidelijke afspraken in Charter Werftransport bieden meerwaarde”

Meer artikels