Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Buitenvloeren op tegeldragers leveren weinig schadegevallen op

Buitenvloeren op tegeldragers leveren weinig schadegevallen op

Buitenvloeren kunnen op tegeldragers worden gelegd. De voegen tussen de vloerelementen worden dan open gelaten voor de afvoer van het hemelwater. Het is één van de plaatsingstechnieken die een werkgroep van de Technische Comités 'Steen en Marmer' en 'Harde Muur- en Vloerbekledingen' van het WTCB onder de loep neemt bij de voorbereiding van een Technische Voorlichting over buitenterrassen op volle grond.

De tegeldragers bestaan doorgaans uit kunststof en hebben een vaste of regelbare hoogte. Tegeldragers met een regelbare hoogte laten toe om de helling van of de vlakheidsgebreken in de draagvloer eenvoudig te compenseren. Bij bepaalde tegeldragers is het mogelijk de hoogte achteraf bij te stellen zonder de betegeling te demonteren. Er zijn ook tegeldragers met een verstelbare kop of voet, waardoor de hoogte van de tegels die ze ondersteunen, afzonderlijk geregeld kan worden. Uit economische overwegingen worden soms tegeldragers uit mortel gebruikt. Die worden doorgaans op hun plaats gehouden door stijve stapelbare kunststofelementen die dienst doen als verloren bekisting. Met deze tegeldragers kan de hoogte later echter niet meer bijgesteld worden.

De nominale breedte van de voegen is gewoonlijk om en bij 5 mm, maar kan kleiner of groter zijn naargelang van de dimensionale toleranties op de geplaatste tegels en de wensen van de opdrachtgever. Bij natuursteentegels wordt de dikte meestal berekend met de formule uit de norm NBN EN 1341. Die vereenvoudigde benadering laat toe om de dikte van vierkante of rechthoekige natuursteentegels te bepalen en geldt voor tegels met maximale afmetingen van 900 bij 900 mm.

Bijgaande tabel geeft de aanbevolen minimale diktes van een aantal natuursteentypes voor tegels met een courant formaat en bestemd voor belasting door voetgangers en fietsers. In de praktijk wordt doorgaans uitgegaan van een minimale dikte van 4 cm voor kalksteen en van 3 cm voor graniet. Bij tegels uit beton of keramisch materiaal is het aan de fabrikant om de dikte van de tegels te bepalen afhankelijk van hun afmetingen. Voor tegels uit beton ligt de dikte in de regel tussen 30 en 60 mm, terwijl keramische tegels meestal een dikte van om en bij 20 mm hebben.

Voor- en nadelen

Plaatsing op tegeldragers biedt volgende voordelen:

door de open voegen is er geen risico op scheurvorming;

doordat er geen contact is met een legmortel worden kalkuitbloeiingen of kalkafzettingen vermeden;

doordat de tegels gedemonteerd kunnen worden zonder ze te vernietigen, kunnen ze hergebruikt worden en heeft men op balkons en dakterrassen makkelijk toegang tot het dichtingsmembraan en de tapbuizen (onderhoud, opsporen van lekken ...);

het hoogteverschil tussen de tegelvloer en de dorpel van de deuren en vensterdeuren kan beperkt worden.

De eerder schaarse schadegevallen hebben betrekking op het bewegen van bepaalde tegels ten opzichte van hun dragers, het gedrag in de tijd van bepaalde tegelvloeren uit natuursteen, een zekere vlekvorming en het optreden van waterophopingen aan de hoeken. Bij een beperkt aantal dakterrassen op of in de buurt van een hoog gebouw werd melding gemaakt van opwelving en verplaatsing van de tegels op tegeldragers. Dit duidt erop dat het in dergelijke gevallen noodzakelijk is de windstabiliteit te controleren.

Beweging

De vlakheidstoleranties voor tegels uit natuursteen, keramisch materiaal en beton zijn respectievelijk opgenomen in de normen NBN EN 1341, NBN EN 14411 en NBN B 21-211. Naargelang het type en de afmetingen van de tegels wordt doorgaans een vlakheidsafwijking van 2 tot 3 mm toegelaten.

Bij verlijmde plaatsing of plaatsing in een mortelbed komen vlakheidsafwijkingen gewoonlijk tot uiting door kleine hoogteverschillen tussen de tegels (zie TV 213 en TV 237). Bij plaatsing op tegeldragers kunnen de vlakheidsafwijkingen zich manifesteren in de vorm van kromtrekking (vervorming door torsie), die ertoe leidt dat de tegels niet langer correct opgelegd zijn aan hun vier hoeken. Hierdoor kunnen de tegels beginnen te bewegen ten opzichte van de tegeldragers. In dat geval moet men de hoeken van de tegels vastzetten met een hulpstuk uit kunststof of tegeldragers gebruiken waarvan de hoogte voor elke hoek afzonderlijk verstelbaar is.

Kleurverschillen

Bij bepaalde kalksteen- of graniettegels die opgelegd worden op tegeldragers uit mortel, stelt men soms een verdonkering aan de hoeken vast. Dit fenomeen treedt vooral op bij tegels met een lichte kleur.

Door het gelokaliseerde contact met de mortel aan de tegeldragers blijven de tegels vochtiger aan hun hoeken, met alle kleurverschillen van dien. Bij vlekgevoelige steensoorten die rechtstreeks in contact komen met de mortel kan dit (zelfs gedeeltelijke) contact de oorzaak zijn van een bruinachtige verkleuring die geconcentreerd is aan de hoeken van de tegels. Bij tegels die bekend staan voor hun vlekgevoeligheid moet men er dus voor zorgen dat er geen rechtstreeks contact met de tegeldragers uit mortel kan ontstaan.

Breuk

Alle natuursteentypes kunnen structurele verzwakkingen vertonen die te wijten zijn aan hun geologische formatie. Bij bepaalde tegels kunnen deze verzwakkingen bij blootstelling aan buigkrachten dermate veralgemeend en omvangrijk worden dat het gebruik ervan op tegeldragers uitgesloten is, zelfs voor binnentoepassingen.

Dit geldt met name voor breccies, zoals Crema Marfil, Marron Emperador, en voor bepaalde rode, roze of grijze 'marmers'. Voor deze steensoorten doet men er zelfs bij een traditionele plaatsing goed aan om een verstevigingsnet op de achterzijde te verkleven.

Andere niet-vorstbestendige steensoorten kunnen gebreken vertonen, zoals microscheurtjes te wijten aan de afkoeling van vulkanische gesteenten (bv. G684-Twilligh, zie TV 228), de aanwezigheid van diaklazen (d.i. zeer fijne, slecht gelaste breuken die moeilijk zichtbaar zijn met het blote oog), bepaalde slecht gevulde aders in sedimentaire gesteenten (bv. steen van Vinalmont, zie TV 163 ' bijlage 2) of fijne zwarte aders (bv. Doornikse steen, zie TV 163 ' bijlage 1).

Door deze gebreken kunnen deze steensoorten plaatselijk zeer bros worden en bezwijken bij blootstelling aan een te grote buigkracht. Ze mogen dus niet op tegeldragers geplaatst worden, tenzij er in de steengroeve een grondige selectie doorgevoerd wordt (wat normaal gesproken het geval is in steengroeven die over een ATG beschikken).

De aanwezigheid van aders in de meeste kalksteensoorten (Belgische blauwe hardsteen, steen van Longpré ...) levert gewoonlijk geen noemenswaardige problemen op. Ze zijn in de regel perfect gelast en vormen bijgevolg geen verzwakking in het materiaal.

Splijting

Schisttegels of tegels met een uitgesproken schistvorming (fylliet, kleisteen, schalie ...) vertonen vaak een splijting in de dikte aan een hoofdsplijtvlak (dat zich gewoonlijk tussen 15 en 18 mm bevindt). Er bestaat dus een inadequatie tussen de maximaal toelaatbare dikte voor dit materiaaltype en de dikte die berekend werd volgens de rekenregels uit de norm NBN EN 1341. Het gebruik van dergelijke tegels wordt dan ook afgeraden voor plaatsing op tegeldragers, omdat ze een veel grotere dikte vereisen.

Vorstschade

Soms stelt men bij dikke, op tegeldragers geplaatste kalksteentegels een oppervlakkige afschilfering vast die symptomatisch is voor vorstschade. Nochtans zou deze plaatsingswijze de tegels moeten beschermen tegen de aanwezigheid van vocht en zodoende ook tegen blootstelling aan vorst.

Dit fenomeen kan verklaard worden door het optreden van spanningen die resulteren uit een temperatuurverschil tussen het buitenvlak en de kern van de tegels (en die aanleiding kunnen geven tot schuifspanningen in de tegels) of door de aanwezigheid van restvocht bij licht concave tegels of tegels met een ontoereikende helling.

Dit schadebeeld lijkt vooral voor te komen bij kalksteen, waarvan de geologische formatie vaker tot heterogeniteit in de steen leidt. Ze kunnen tot uiting komen in de vorm van een gewijzigde porositeit of poriëngrootte, waardoor de steen ' zelfs bij geringe blootstelling ' vorstgevoeliger kan worden. Er is op dit ogenblik een onderzoek aan de gang om de factoren te identificeren die deze schade veroorzaken.

Bron: het artikel 'Plaatsing van buitenvloeren op tegeldragers: voor- en nadelen' van arch. Luc Firket, adjunct-afdelingshoofd Technisch Advies, en dr. wet. Dominique Nicaise, laboratoriumhoofd Mineralogie en Microstructuur van het WTCB, in WTCB-Contact 2014/3. Er mag alleen verwezen worden naar dit artikel, dat te vinden is op www.wtcb.be, doorklikken op WTCB-Contact onderaan rechts op de homepage.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Metamorfose voor Brugs Minnewaterpark

Metamorfose voor Brugs Minnewaterpark

Het Brugse Minnewaterpark vormt voor heel wat bezoekers de toegangspoort tot de stad. “Het park is er om te genieten:  het hele jaar door en in het bijzonder tijdens de twee festivals waar de Bruggeling elk jaar naar uitkijkt. Een[…]

KV Kortrijk kan voetbalstadion bouwen aan Evolis

KV Kortrijk kan voetbalstadion bouwen aan Evolis

Gent: make-over voor Citadelpark en compacter ICC

Gent: make-over voor Citadelpark en compacter ICC

EStor-Lux bouwt lithiumionbatterijpark in Bastenaken

EStor-Lux bouwt lithiumionbatterijpark in Bastenaken