Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

UPDATE

Bouwsector schept weer werkgelegenheid

Bouwsector schept weer werkgelegenheid

De Belgische bouwbarometer staat op zonnig weer, maar ziet voor 2019 wel enkele wolkjes aan de lucht, weten voorzitter Paul Depreter (l.) en gedelegeerd bestuurder Robert de Mûelenaere (r.) van de Confederatie Bouw.

De bouwsector verkeert opnieuw in een blakende economische gezondheid, gesteund door sterke troeven: het beschikbare inkomen van de gezinnen, de werkloosheidsgraad en overheidsinvesteringen. Dit jaar verwacht de Confederatie Bouw zelfs een groei die met ongeveer 3,7% heel wat hoger reikt dan de verwachte groei van de ganse Belgische economie (1,6%).

In 2018 zal de bouw worden gestimuleerd door een versnelling van het aantal bouwvergunningen met het oog op de verstrenging van de Vlaamse energie-efficiëntievereisten, door een budgettaire inspanning voor de renovatie van openbare gebouwen en door een duidelijke intensivering van de investeringen door lokale overheden. In 2019 verwacht de Confederatie Bouw daarentegen een groeivertraging in de bouw, die niet meer dan 1% mag bedragen. De bouw van nieuwe woningen zal vermoedelijk dalen na de sterke stijging in 2018, maar deze inkrimping wordt gecompenseerd door een herstel van de nieuwe niet-woningbouw en door de burgerlijke bouwkunde.

Deze gunstige resultaten hebben de bouwsector in staat gesteld om zijn rol als banenschepper in 2016 te herwinnen en in 2017 te consolideren. Uit de statistieken van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) blijkt dat het aantal werknemers in de bouw met zowat 2.000 is gestegen van 201.000 in het eerste kwartaal van 2017 naar 203.000 in het eerste kwartaal van 2018, ondanks de (weliswaar dalende) komst van gedetacheerde Europese arbeidskrachten naar onze bouwwerven en de aanwervingsmoeilijkheden. Deze mooie cijfers wijzen op het hoge activiteitsniveau en het effect van de anticipatie van bedrijven op de beloofde vermindering van de loonkosten. Als de bouw zijn rol als banenschepper wil blijven spelen, moeten de regering en de sociale partners net zoals voor de ganse economie hun inspanningen voortzetten om vraag en aanbod op de Belgische arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen.

“Sinds enkele jaren steunt de bouw de economische groei, maar tot nu toe heeft hij niet echt kunnen bijdragen aan het scheppen van banen. In dit opzicht is de situatie echter aan het verbeteren met een toename van de werkgelegenheid in de bouwsector, ook al voldoen de resultaten nog niet aan de verwachtingen op dit gebied”, signaleert Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

De jongste vooruitzichten van het Federaal Planbureau, zelfs licht neerwaarts herzien, bevestigen dat de voor 2018-‘19 verwachte algemene groei stabiel zal zijn en banen en investeringen zal genereren: het bbp zal met 1,6% per jaar toenemen, de investeringen zullen met 3,2% per jaar stijgen en de tewerkstelling zal over de hele periode met meer dan 100.000 banen groeien. Het beschikbare inkomen van de gezinnen zou in de hele periode met 3,8% stijgen en de werkloosheidsgraad zou dalen tot 6,3% in 2019 (tegenover 7,1% in 2017). Dit perspectief van de algemene economische context is dus gunstig voor de ontwikkeling van de bouwactiviteit.

De conjunctuurbeoordelingen van bouwbedrijven tonen ook een klimaat van vertrouwen in de toekomst. Er zijn ongeveer evenveel optimisten als pessimisten, een gunstigere situatie dan één of twee jaar geleden, ook al was de bouw al aan het stijgen ondanks pessimistischere economische inschattingen.

Een analyse van de determinanten van het werkvolume bevestigt dat aannemers reden hebben om enigszins optimistisch te zijn over de economische situatie in de bouw in het algemeen en in de subsectoren.

Het geplande aantal te bouwen woningen is in 2018 hoger dan in 2017. Het aantal in 2017 vergunde woningen nam toe, zowel in Wallonië (+ 6%) als in Brussel (+ 61% door het effect van enkele grote gebouwen in een beperkte markt). In Vlaanderen daalde het aantal vergunde woningen daarentegen in 2017 met 6%. Deze situatie is te wijten aan de impact van het zogenaamde ‘epb-effect’ op de cijfers van 2016. Die werden in feite “opgeblazen” door de cijfers voor bouwvergunningen die begin 2016 werden afgeleverd voor aanvragen die eind 2015 werden ingediend door vele opdrachtgevers die zo probeerden te voorkomen dat de epb-normen die begin 2016 van kracht zouden worden voor hun bouwproject zouden gelden.

“In elk geval zal het aantal te bouwen wooneenheden naar verwachting ook hoger liggen in Vlaanderen in 2018 dan in 2017. Verwacht wordt immers dat het aantal woningen waarvoor in de eerste maanden van 2018 een vergunning werd verleend (zoals in 2016) opnieuw zal worden opgedreven door een nieuw ‘epb-effect’, ditmaal i.v.m. de aanscherping van de epb-vereisten begin 2018, waarvan de eerste tekenen overigens al eind 2017 in de statistieken te zien zijn. Het resultaat is een jojo-effect. Ter info: de cijfers voor de eerste maanden van 2018 worden pas eind juni bekendgemaakt”, deelt Robert de Mûelenaere mee.

In die omstandigheden mag volgens hem voor nieuwbouwwoningen in 2018 een sterke groei met zowat 7% worden verwacht. Omgekeerd dreigt een daling in 2019, aangezien dit segment dan de naweeën zal voelen van het ‘epb-effect 2018’, tenzij de vraag groter blijkt dan verwacht (zoals overigens het geval was in 2017).

Verwacht wordt echter dat het renovatietempo veel trager zal groeien (met ongeveer 1% in 2018). De renovatie zal lijden onder de schrapping in het Vlaamse Gewest van het belastingvoordeel verbonden aan de isolatie van daken, een voordeel dat nog steeds werd verkregen voor werkzaamheden die in 2016 werden besteld en in 2017 uitgevoerd. In 2019 zou de woningrenovatie opnieuw een trendmatige groei van 2 tot 3% per jaar moeten vertonen, wat wordt ondersteund door de constante toename van het woningbestand en door de verhoging van de kwaliteitsnormen, o.m. m.b.t. energieprestaties.

Grote renovaties van niet-woongebouwen

De vooruitzichten voor de niet-woningbouw tonen in zekere zin het omgekeerde beeld van die voor de woningbouw. De renovatie zou immers in 2018 ruimschoots ondersteund moeten worden door het besluit van de federale regering in de zomer van 2017 om een extra budget van 400 miljoen € toe te kennen voor de “renovatie van justitiegebouwen”. Dit bedrijfssegment kan hopen op een gevoelige stijging met ongeveer 7%, maar zou in 2019 een daling moeten verwachten als de inspanningen in 2018 voor de renovatie en beveiliging van openbare gebouwen zich beperken tot de geplande one-shotoperatie.

De cijfers voor nieuwbouw daarentegen ogen niet onverwacht negatief voor 2018, ook al blijkt uit het volume van de in 2017 vergunde niet-residentiële gebouwen (een stijging met ongeveer 20 %) dat in 2018 meer moet worden gebouwd dan in 2017. Deze stijging werd immers geïnitieerd door gebouwen van het type “industriehallen” (+ 45%) die relatief weinig werk per eenheid volume genereren en ging gepaard met een aanzienlijke daling voor gebouwen die het meeste werk per eenheid volume genereren, zoals kantoren (- 43%). Bovendien hebben dergelijke variaties de vraag aanzienlijk verwijderd van wat als een “evenwichtsniveau” kan worden beschouwd. Het valt dan ook te verwachten dat de vraag naar bedrijfsgebouwen sterk zal afnemen en de vraag naar kantoren en andere gebouwen die meer activiteit genereren per eenheid volume zal toenemen, waarbij deze stijging evenwel naar verwachting trager zal zijn dan de daling. In die omstandigheden zal de nieuwe niet-woningbouw in 2018 naar verwachting globaal dalen (met ongeveer 1 tot 2 %) om zich in 2019 te herstellen, wat ook ondersteund zal worden door het op volle kruissnelheid komen van het project ‘Scholen voor morgen bis’.

De burgerlijke bouwkunde is grotendeels afhankelijk van overheidsinvesteringen en die worden sterk beïnvloed door de investeringscyclus van lokale overheden. Traditioneel kennen gemeentelijke investeringen immers een cyclische evolutie met een uitgesproken opwaartse fase in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en een eveneens uitgesproken daling erna.

“In zijn jongste economische begroting ziet het Federaal Planbureau de overheidsinvesteringen in dit gemeenteraadsverkiezingsjaar met 10% toenemen. In deze omstandigheden en rekening houdend met een stabilisering van de investeringen in de spoorwegen zou de burgerlijke bouwkunde met ongeveer 8% moeten stijgen. In 2019 zou hij echter lijden onder de daling van de gemeentelijke investeringen. De verwachte afname van dit type werkzaamheden zou echter grotendeels gecompenseerd moeten worden door het op volle kracht komen van de Oosterweelgerelateerde werkzaamheden; de burgerlijke bouwkunde zou in dit kader (weliswaar schuchter) kunnen blijven groeien”, oppert de gedelegeerde bestuurder van de Confederatie Bouw.

Globaal bekeken en na de reeds sterke vooruitgang in de afgelopen jaren zou het volume van de bouwwerkzaamheden dit jaar met nog eens ongeveer 3,7% moeten toenemen. Dit volume zou immers moeten worden ondersteund door het ‘epb 2018-effect’ verwacht bij nieuwbouwwoningen, door een inspanning om overheidsgebouwen te renoveren en door een aanzienlijke intensivering van de investeringen door de lokale besturen. Deze drie steunmaatregelen zijn echter slechts tijdelijk en het verdwijnen ervan zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor het werkvolume voor 2019. Toch wordt volgend jaar een verdere groei (+ 1%) verwacht dankzij het herstel van de niet-woningbouw op dat tijdstip (met o.m. de intensivering van de werkzaamheden in het kader van het project ‘Scholen voor morgen bis’) en het op volle kracht komen van de projecten ‘Oosterweel’ en ‘Sluis van Terneuzen’, die samen meer dan 10 miljard € zullen kosten.

Groeiende werkgelegenheid

De loontrekkende werkgelegenheid in de bouw is na jaren van daling in 2016 weer gegroeid, d.w.z. vanaf het moment dat het werkvolume een groeitempo van meer dan 2,5% per jaar bereikte. Met een verwachte toename van het werkvolume met zowat 3,7% in 2018 zou de bezoldigde tewerkstelling in de bouw dit jaar dus nog moeten toenemen.

“In de bouw worden vandaag bijzonder veel banen aangeboden, volgens de fod Economie circa 11.500 in het eerste kwartaal van dit jaar. De werknemers die bouwbedrijven zochten, zijn m.a.w. goed voor bijna 6% van hun personeelsbezetting, twee keer meer dan in 2013-‘14 en dan de werkaanbiedingen in de industrie vandaag”, duidt Robert de Mûelenaere.

De verhoging van de activiteitsduur verzekerd door het orderboekje van bouwbedrijven wijst erop dat de personeelsbezetting in de sector onvoldoende toeneemt om aan de toegenomen vraag te voldoen, zonder termijnverlenging (ook al blijft het verlengen van de gemiddelde termijnen beperkt).

Deze bevinding is geenszins een teken van een gebrek aan vertrouwen bij aannemers die zouden aarzelen om personeel in dienst te nemen. Ze geven integendeel blijk van enig vertrouwen in de toekomst en willen volgens de vacaturestatistieken steeds meer personeel in dienst nemen. Aannemers vinden eigenlijk moeilijk het gekwalificeerde personeel dat ze nodig hebben. Deze bijna algemene aanwervingsmoeilijkheden sparen de bouw niet, die vandaag meer rekruteert dan het economische gemiddelde (de groei van het werkvolume ligt hoger dan die van het bbp).

“De moeilijkheid om personeel aan te werven om aan de kwalificatiebehoeften van bedrijven te voldoen is een algemene structurele factor die zowel voor de economie in haar geheel als voor de bouw geldt, met als extra bijzonderheid dat afgestudeerden met een bouwdiploma nooit talrijk genoeg zijn om de natuurlijke uitstroom in bouwbedrijven te vervangen. Deze problemen stellen zich nog acuter wanneer de sector zoals vandaag zijn personeelsbestand wil uitbreiden. Zij hebben echter nooit verhinderd dat de werkgelegenheid in de sector toenam, met als belangrijkste gevolg dat de aanpassing van de arbeidskrachten aan de behoeften werd vertraagd. De vorige opwaartse aanpassing van de personeelssterkte als gevolg van een lange en aanzienlijke stijging van de vraag (in de jaren 2000) had trouwens vertraging opgelopen en was voortgezet, ook al was de activiteit niet meer toegenomen”, signaleert de gedelegeerde bestuurder van de Confederatie Bouw.

In deze omstandigheden tonen het toenemende aantal vacatures en de huidige aanwervingsmoeilijkheden dan ook aan dat het in 2016 ingezette herstel van de bezoldigde werkgelegenheid zich zal doorzetten. Dit herstel zou zelfs tot 2019 moeten duren, ook al zal het werkvolume dan waarschijnlijk niet meer zo snel toenemen. Bedrijven zullen dan hun personeelsbestand blijven aanpassen aan hun behoeften, o.m. dankzij de intensivering van de verschillende opleidingsprogramma’s, ook in de bedrijven zelf.

De verbetering van de werkgelegenheid is niet alleen het resultaat van vacatures voor de 5.000 tot 6.000 werknemers die bedrijven momenteel proberen te vinden om hun personeelsbestand uit te breiden als gevolg van het toegenomen werkvolume. Ze is ook het gevolg van de maatregelen waartoe de regering heeft besloten (en waarvan sommige nog moeten worden uitgevoerd) om de concurrentieverstoringen te beperken tussen ondernemingen met personeel dat onder de Belgische sociale zekerheid valt en ondernemingen met personeel dat in België actief is in het kader van het detacheringsstelsel.

De in de zomer van 2017 genomen maatregelen ter vermindering van de loonkosten, die tegen 2020 volledig maar geleidelijk ten goede zullen komen aan bouwbedrijven, zullen een dubbel effect op de werkgelegenheid hebben: enerzijds zullen ze de werkgelegenheid in de bouw opnieuw in evenwicht brengen ten voordele van aanwervingen die onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid; anderzijds kunnen ze bijdragen tot een stijgende activiteit. Rekening houdend met de verwachte stijging en met de effecten van de maatregelen tot vermindering van de loonkosten verwacht het Federaal Planbureau immers dat de sector tegen 2023 24.000 banen zal creëren.

Intussen lijken Belgische ondernemingen, gerustgesteld door deze maatregelen, al lokale arbeidskrachten te hebben aangeworven om het gestegen werkvolume op te vangen i.p.v. steeds meer een beroep te doen op buitenlandse onderaannemers.

In een volgende bijdrage belichten we nog de inspanningen van de Confederatie Bouw om het aantal arbeidsongevallen in de bouw te halveren en de voorstelling van haar jaarverslag met gastspreker Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank, op vrijdag 22 juni in de Brusselse Concert Noble.

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

RVA deze week op pad in de bouw

RVA deze week op pad in de bouw

Inspecteurs van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening  (RVA) houden vanaf vandaag maandag een flashactie in de bouwsector om na te gaan of bouwbedrijven de regels met betrekking tot tijdelijke werkloosheid respecteren. De actie duurt nog[…]

24/09/2018 | Socio-Economie
Heteluchtpistolen met langere levensduur en betere ergonomie

Heteluchtpistolen met langere levensduur en betere ergonomie

Nieuwe incubator in Technologiehuis Mol

Nieuwe incubator in Technologiehuis Mol

Copro reikt eerste koudasfalt-certificaat uit

Copro reikt eerste koudasfalt-certificaat uit

Meer artikels