Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Bouwsector moet sterk inzetten op innovatie en vierde industriële revolutie

Gerelateerde onderwerpen :

Bouwsector moet sterk inzetten op innovatie en vierde industriële revolutie

De bouwsector mag terecht fier zijn op het vakmanschap en de professionele kennis van zijn beroepen, maar moet tegelijk de blik intensief op de toekomst richten en voluit inzetten op de vierde industriële revolutie en innovatie. Zo luidt de slotconclusie van het recente BouwForum, dat onder de noemer 'Oog voor talentvol vakmanschap' op donderdag 25 februari in Auditorium 2000 op de Brusselse Heizel focuste op de beroepen (zie ook Bouwkroniek van 4 maart 2016 blz. 13-14).

'Onze aannemers maken zich ernstige zorgen over hun beroep en de sector, want ze staan in de frontlinie van de strijd tegen oneerlijke concurrentie. Ze hebben vaak de indruk dat hun beroep niet meer voldoende naar waarde wordt geschat. Daarom willen ze uitroepen hoe fier ze zijn op wat ze doen en hoe ze een essentieel onderdeel zijn van onze welvaart. De bouw is een grote sector van vaak kleine en middelgrote bedrijven. We willen een bouwvriendelijke economie, maar daarvoor zal meer moeten veranderen; eerst en vooral meer respect voor onze ambachtelijke beroepen in het algemeen en voor de beroepen van de bouwkunst in het bijzonder. We moeten eerst en vooral werken aan het imago van onze bouwberoepen, die vaak nog steeds onbekend terrein zijn voor vele jongeren. Bovendien zijn onze bouwberoepen de jongste jaren enorm geëvolueerd, waardoor een mismatch is ontstaan tussen de perceptie van deze beroepen en hun realiteit. Dat verklaart waarschijnlijk waarom er zoveel geschoolde arbeidskrachten te kort zijn in de bouwsector. Vandaag beseffen we dat de sleutel tot succes ligt bij een snelle inschakeling van jongeren op onze arbeidsmarkt. Hierbij is voor onze bedrijven en scholen nog veel werk aan de winkel, waarbij we de mosterd zeker niet in het buitenland moeten gaan halen', oppert Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

Dit BouwForum wil volgens Colette Golinvaux, voorzitter van de Confederatie Bouw, de passie en de fierheid uitstralen van iedereen die (vaak in teamverband) werkt in de bouw. 'We bouwen de dromen van anderen en zaaien de kiemen uit van onze kennis. Onze bouwberoepen evolueren elke dag, waarbij onze aannemers onafgebroken geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen en zich met veel vindingrijkheid aanpassen om hun toekomst te verzekeren. In theorie zou onze toekomst veelbelovend moeten ogen door de nood aan huisvesting en transportmiddelen, de behoeften in de burgerlijke bouwkunde en het gebrek aan crèches, scholen, ziekenhuizen, ' Onze toekomst is echter ook afhankelijk van het herstel van overheidsinvesteringen, die al veel te lang veel te laag zijn in ons land. Onze sector zal ook alleen maar slagen als dringend gezonde en eerlijke concurrentieregels worden opgelegd voor wie op dezelfde markt werkt. Zonder deze regels zal een gans segment van onze economie en onze samenleving ineenstorten. Dit is ook een noodzakelijke voorwaarde om onze jongeren warm te maken voor onze sector, om samen met de onderwijswereld te werken aan de aanpassing van de opleiding aan onze behoeften en om het ondernemerschap aan te wakkeren', oppert ze.

Uit getuigenissen van o.m. Henri Vanderlinden, Peter Deroo, Jean-Marie Tong en Marc Peeters bleek de grote waarde van de bouw voor de buitenwereld en voor diegenen die in de sector actief zijn, met rake uitspraken als 'We laten sporen achter', 'Klantvriendelijkheid is belangrijk; de klant is je beste ambassadeur', 'Onze mensen zijn trots op wat ze doen' en 'Een vak, dat is je leven'.

Tijdens het daaropvolgende panelgesprek stelt Olivier Van Raemdonck vast dat het bouwberoep versplintert. 'Onze collega's spitsen zich toe op één segment, bv. houten ramen. We zullen altijd blijven schaven, zagen en boren, maar machines kunnen het precisiewerk wel sneller doen uitvoeren', weet hij. Anthony Cognaux wijst op de introductie van composietmaterialen, machines die o.a. de capaciteit helpen verhogen en het werken in 3D. Frank Deryck nam pas een tiental jaar geleden zijn glaswerkbedrijf over. 'Ik kom uit de automotive-sector, die bekend is voor zijn hoogwaardige planningsystemen die ik ook in de bouw heb willen doorduwen. We hebben mensen nodig die zeer detaillistisch zijn, maar ook zware inspanningen aankunnen', stelt hij. Alle gesprekspartners, onder wie ook nog Jean-François Crohin, beschouwen het als een grote uitdaging om alle mogelijke it-systemen in te passen in het bouwproces.

De mens centraal

Anne-Françoise Cannella, directrice van het Centre des métiers du patrimoine 'La Paix-Dieu' (instituut van het Waalse patrimonium), werkt al tien jaar dagelijks met vakmensen in de bouw. 'De sector moet dringend het menselijke aspect opnieuw centraal stellen. Het bouwberoep wordt bepaald door een speciale relatie tussen de mens, het gereedschap en het materiaal dat hij door zijn daden verandert. De traditionele beroepen worden vaak in verband gebracht met een aangename periode waarin men nog de tijd nam om te leven en anders dacht over werken. Hierbij huldigde men waarden zoals de zin om inspanningen te leveren, passie en uitmuntendheid, maar ook solidariteit tussen vakmensen. Traditionele bouwkennis vormt een onvermoed rijk cultuurpatrimonium, dat vandaag echter bedreigd wordt. In Azië daarentegen beschermt men vaak meer de bezitters van kennis dan de gebouwen. In diezelfde geest van erkenning en waardering van lokale kennis wordt vandaag een Construction Quality Patrimoine-label per beroep gecreëerd, dat moet helpen in de strijd tegen de deloyale concurrentie', poneert ze.

Het restauratieberoep is volgens haar een vervolmaking geënt op een initiële opleiding. Deze technische competentie moet echter gepaard gaan met een groot aanpassingsvermogen en de bereidheid om in te grijpen met respect voor de geschiedenis van het monument en de ambachtslieden van weleer.

'Sinds meer dan 15 jaar vormen het behoud en de kennisoverdracht van het architectuurpatrimonium de belangrijkste opdrachten van ons centrum op de site van de oude abdij van Paix-Dieu in Amay. Onze opleiders zorgen ervoor dat oude kennis wordt doorgegeven aan de volgende generaties. We bundelen onze kennis en energie met die van de sector en andere spelers om lange vervolmakingsopleidingen voor metselaars, timmerlui en dakdekkers evenals beheerders van erfgoedsites aan te bieden', licht Anne-Françoise Cannella toe.

Ze verdedigt het idee dat traditionele beroepen en nieuwe technologieën twee aanvullende benaderingen vormen bij de restauratie van bouwerfgoed. 'Elke vernieuwing ontstaat uit de traditie, maar waakzaamheid is geboden: de toenemende mechanisatie van bouwplaatsen en de normalisatie van technieken kunnen leiden tot een verarming van de taken, een versnippering van kennis, een onderverdeling van het werk in vakjes en zelfs een sterkere scheiding tussen handenarbeid en intellectueel werk. Deze situaties zijn moeilijk verenigbaar met de noodzakelijke polyvalentie van restauratiespecialisten', beseft ze.

Erfgoedberoepen hebben volgens haar ook economische waarde, want de restauratie van oude gebouwen zorgt voor jobs met een hoge toegevoegde waarde. Gespecialiseerde technieken vormen een verleidelijke etalage voor ondernemingen en helpen het imago van bouwberoepen (vooral bij jongeren) verbeteren.

'De restauratienoden van beschermde gebouwen in Wallonië lopen op tot 450 miljoen '. Bovenop dit beschermde en gesubsidieerde patrimonium telt ons land nog tienduizenden oude gebouwen die moeten gerestaureerd of gerenoveerd worden. Een restauratieproject vergt 70% aan arbeidskosten en slechts 30% aan materialen, waardoor deze sector voor de hoogste directe en indirecte tewerkstelling zorgt', deelt de directrice van het Centre des métiers du patrimoine 'La Paix-Dieu' mee.

Tot slot vertolkt de belangstelling voor traditionele beroepen volgens haar ook de behoefte aan een terugkeer naar fundamentele waarden in een bedreigde samenleving met een gebrek aan referentiepunten. Erfgoedberoepen weerspiegelen de culturele identiteit van onze samenleving.

De bouwsector denkt in elk geval na over de toekomst, zoals ook bleek uit getuigenissen van Vera Desauw ('Bouwpartners zullen meer met elkaar moeten afspreken') en Bas van de Kreeke ('We proberen meer te prefabriceren en op de bouwplaats te monteren, al gebeurt dit nog steeds door vakmensen').

Innovatie

WTCB-voorzitter Ir. Johan Willemen overloopt de belangrijkste technologische vernieuwingen waarmee de bouwsector in de toekomst te maken krijgt en waarop bouwbedrijven zich moeten voorbereiden. 'In de bouw is altijd al vernieuwing en innovatie aanwezig geweest, al zijn deze innovaties niet altijd onmiddellijk voor iedereen zichtbaar. De meeste innovaties, zoals het gebruik van nieuwe metselmortels, zelfverdichtend beton en nieuwe verven, de prefabricage van elementen, het gebruik van superisolerende ramen en deuren en het plaatsen van performante dakbedekkingen, hebben een grote invloed op onze bouwberoepen, maar zitten finaal verborgen in de structuren van het gebouw en zijn daarom niet altijd zichtbaar voor de gebruiker. Dergelijke trends in materiaalontwikkeling, waaraan het WTCB meewerkt, zullen zeker aanhouden; maar nog belangrijker voor onze bouwbedrijven dan vroeger worden straks wellicht de razendsnelle technologisch gedreven ontwikkelingen, die een grote impact hebben op het bouwproces en de productiviteit', verwacht hij.

Alles lijkt volgens hem de jongste jaren in een stroomversnelling te geraken, alles gaat steeds sneller en van onze bedrijven wordt een steeds hogere productiviteit verwacht. Robots die jobs inpikken, jonge bedrijfjes die concerns onderuithalen, technologie die aan de haal gaat met de mensheid, ...: deze thema's waren in januari ook aan de orde op het 46ste World Economic Forum in het Zwitserse Davos. De focus lag er dit jaar op de vierde industriële revolutie, de digitale revolutie.

'De eerste industriële revolutie gebruikte waterenergie en stoom om de productie te mechaniseren, de tweede elektrische energie om massaproductie mogelijk te maken en de derde elektronica en informatietechnologie om de productie te automatiseren. De vierde industriële revolutie, 'Industrie 4.0', wordt gekenmerkt door een fusie van technologieën: kunstmatige intelligentie, robotica, the internet of things, autonome en niet-bemande voertuigen, 3D-printing, biotechnologie, enz. De grenzen vervagen dus tussen de fysieke, digitale en biologische technologieën. Ook de bouw wordt straks geconfronteerd met deze vierde industriële (digitale) revolutie, die ons persoonlijke leven al flink is binnengedrongen; denk maar aan onze digitale acties zoals bankverrichtingen, reizen plannen, de krant lezen, '', weet de WTCB-voorzitter.

Hij verwacht de komende vijf jaar de doorbraak van een aantal technologieën die de vierde industriële revolutie voor de bouw zullen vormen: the internet of things, BIM (Building Information Modeling) en industrialisatie en robotica.

'Vooreerst is er the internet of things. Het streven naar energiezuinigheid en energie-efficiëntie heeft de jongste tien jaar de agenda van vele bouwbedrijven bepaald en het ziet ernaar uit dat dit ook de komende tien jaar en zelfs langer het geval zal zijn. De focus verschuift wel van nieuwbouw naar renovatie van het bestaande patrimonium. Optimaal energiebeheer in een gebouw zal vereisen dat verschillende toestellen (condensatieketel, warmtepomp, ventilatiesysteem, zonneboiler) goed op elkaar afgestemd zijn en informatie kunnen uitwisselen. De verschillende technische installaties in een gebouw zullen dus voortdurend met elkaar communiceren. Door allerlei gegevens zoals weersvoorspellingen en kennis over het bewonersgedrag te gebruiken, zullen de toestellen hun instellingen continu bijsturen en aanpassen. We verwachten een integratie van alle technische installaties in een gebouw met draadloze communicatiesystemen, domotica en veiligheidssystemen. Dit zal nog veel verdere specialisatie vereisen bij vele bouwberoepen', meent Johan Willemen.

Een tweede verwachte doorbraak in de bouw is volgens hem de toepassing van Building Information Modeling en Building Information Management. Het gebruik van een 3D-tekening met daaraan gekoppelde databanken die de eigenschappen van de diverse elementen in het gebouw bevatten, laat toe om op een eenduidige en efficiënte manier informatie uit te wisselen met alle partijen, het bouwproces continu te overzien en specifieke problemen te analyseren.

'Building Information Models laten bv. toe om mogelijke fouten in het concept nog vóór het bouwen op te sporen en aanpassingen door te voeren. Zo kunnen faalkosten, geschat op 10%, in belangrijke mate gereduceerd worden. Deze aanpak biedt niet alleen mogelijkheden in de ontwerp- en bouwfase, maar ook daarna bij de exploitatie en het onderhoud van bouwwerken. Iedereen, van algemene aannemers tot afwerkings- en onderhoudsbedrijven, is straks betrokken partij. Het gebruik van ict-systemen voor de opvolging zal in de toekomst van cruciaal belang zijn, ook voor kmo's', beseft de WTCB-voorzitter.

Metselrobots

Tot slot vermeldt hij de industrialisatie en robotica. De ontwikkeling van BIM zal de aannemer meer inzicht bieden in de voordelen die hij uit de industrialisatie van zijn bouwproces kan halen en/of de mogelijkheden om robots in te zetten. In de toekomst zal het verpompen van beton en het gebruik van gps-gestuurde kranen, bulldozers en graafmachines nog gangbaarder worden dan vandaag. Het gebruik van metselrobots op bouwplaatsen, het 3D-printen van beton en het inzetten van drones voor de inspectie van gebouwen en uitgevoerde werkzaamheden zal ook een grote impact hebben op onze bouwberoepen en nieuwe specialisaties doen ontstaan.

'Het WTCB kan onze bedrijven en vooral kleine ondernemingen helpen om zich aan te passen aan de numerieke en digitale revolutie in en de robotisering van de bouwsector. Het steunt Belgische aannemers al meer dan vijftig jaar om hun competitiviteit te verhogen competitiviteit en door onderzoeksresultaten ter beschikking te stellen. Het onderzoek legt zich in eerste instantie toe op het oplossen van problemen in de dagelijkse praktijk op de bouwplaats. Het WTCB zoekt antwoorden voor maatschappelijke uitdagingen en onderzoekt de inzetbaarheid van nieuwe technologische innovaties. Het moet visionair zijn, maar tegelijk met beide voeten op de grond blijven. Onderzoek mag echter niet in de schuif blijven liggen; informatieverspreiding, opleiding en advies zijn een must voor de toepassing van de onderzoeksresultaten', meent Johan Willemen.

We moeten volgens hem beseffen dat de bouw vrij complex is omdat verschillende actoren zoals ontwerpers, studiebureaus en aannemers betrokken zijn bij eenzelfde project dat 'in situ' gerealiseerd moet worden. Hierbij ontstaan vaak problemen inzake toleranties en de afstemming tussen alle actoren op een bouwplaats. Dit kan aanleiding geven tot klantontevredenheid en faalkosten voor bouwondernemingen. Innovatie is dus nodig om aanzienlijke productiviteitsverbeteringen te veroorzaken, nieuwe behoeften en markten te creëren, een betere kwaliteit te leveren tegen aanvaardbare prijzen en uiteindelijk vooral klanttevredenheid te genereren. Zonder markt en klanten is elke potentiële innovatie immers dood.

'De bouw moet niet alleen een voorloper zijn bij de toepassing van nieuwigheden, maar ook onmiddellijk aan de gevolgen op lange termijn denken; een gebouw of infrastructuur heeft nu eenmaal een langere levensduur dan een smartphone. Betrouwbaarheid en een breed gedragen consensus zijn dus belangrijke eisen bij het toepassen van innovaties in onze sector. Het WTCB moet zijn leden informeren over evoluties en goeie praktijken die met vertrouwen toegepast kunnen worden', merkt de WTCB-voorzitter op.

De bouw moet niet alleen een voorloper zijn bij de toepassing van nieuwigheden, maar ook onmiddellijk aan de gevolgen op lange termijn denken.

De bouw staat aan de poort van een nieuw 3D-tijdperk waarbij de huidige informaticasystemen het mogelijk maken om een bouwwerk vanaf ontwerp tot voltooiing en onderhoud te vatten in een BIM (Building Information Model). Hierdoor kan het eerst virtueel opgetrokken worden vóór het echt gebouwd wordt. Dit moet leiden tot minder faalkosten voor ontwerpers en aannemers en tot een grotere tevredenheid bij bouwheren. De toepassing hiervan vergt evenwel veel afstemming en overleg om tot goeie afspraken te komen evenals veel opleiding voor nieuwe specialisten.

'Deze digitale revolutie belangt zowel de grootste als de kleinste onderneming en zowel algemene aannemers als onderaannemers aan. We zijn allemaal moderne ambachtslieden, van wie het werk bijdraagt aan de kwaliteit van ieders leefomgeving. Elke bijdrage kadert echter vaak in een zeer gefragmenteerd, globaal proces. Goed en efficiënt communiceren vormt dus de kern van het concurrentievermogen van onze sector. Hierbij wordt het belang van het digitale duidelijk. De nieuwe technologieën die samen de vierde revolutie vormen, zijn vandaag immers uitstekend aangepast aan onze noden, vooral de technologieën die te maken hebben met onze communicatiewijze. We moeten ze echter op een slimme, gecoördineerde manier integreren. Bovendien moeten we al hun ontwikkelings- en innovatiemogelijkheden benutten om ons concurrentievermogen te vergroten. Ons collectief onderzoekscentrum kan ons hierin bijstaan', meldt Johan Willemen.

Onderzoek, informatieverspreiding, opleiding en advies moeten elkaar volgens hem hierbij goed aanvullen. 'Vanuit het WTCB waken de Technische Comités hierover. Gezien het toekomstige belang van BIM en informatie- en communicatietechnieken heb ik op het Vast Comité van het WTCB op 19 oktober 2015 voorgesteld om een nieuw Technisch Comité op te richten: 'BIM en ICT' (Building Information Model en Information & Communication Technologies). Dit voorstel werd inmiddels goedgekeurd en het comité, waarin aannemers de leiding zullen hebben, gaat binnenkort van start. Ook een aantal studies en onderzoeksprojecten over o.a. BIM staan al op de agenda. Het WTCB zal dan ook op zeer korte termijn de sector en kmo's in het bijzonder bijstaan bij de vierde industriële, digitale revolutie', stelt Johan Willemen in het vooruitzicht.

Stapje versnellen

'We evolueren inderdaad naar het BIM en het 3D modelleren van projecten, waarbij we aan die 3D-modellen data gaan hangen. We zullen wel een stapje sneller moeten gaan; onze buurlanden en andere sectoren staan immers al verder met BIM. Dankzij BIM, een geïntegreerd model, beginnen we in elk geval steeds sneller samen te werken aan een project; het stimuleert dus zelfs de samenwerking', beseft Wim Straetmans. 'BIM is belangrijk in de bouw, maar het is allemaal niet zo eenvoudig. Onze grote uitdaging is de productiviteit verhogen. De bouw is echter een homogene sector waarin iedereen een andere taal spreekt. Daarom moeten onze it-tools steeds performanter worden', pikt Udo Linden hierop in.

'Mensen zullen niet verdwijnen, maar projectleiders zullen wel meer managers worden. We moeten hoe dan ook dringend af van ons oubollig imago, waarbij vaak nog twee generaties in één bedrijf actief zijn. We zullen zeer snel het nieuwe werken moeten introduceren in onze sector en extralegale voordelen toekennen op basis van leeftijd en levenswijze. Flexibel omgaan met onze medewerkers is de toekomst', oppert Nathalie Verheyden. 'Wij trachten in ons bedrijf interactieve opleidingen te organiseren en die samen te stellen met de betrokkenen zelf. Onze mensen kijken ook uit naar die opleidingen, die bv. net vóór de bouwvakantie kunnen ingepland worden. Ze kosten wel iets, maar je krijgt er ook veel van terug', vult Mieke Frijters aan.

Projectleiders zullen meer managers worden.

In haar slotwoord stelt Colette Golinvaux dat dit BouwForum de toekomstdroom heeft vertolkt van een sterke, solidaire en creatieve bouwsector. 'Deze prachtige mozaïek van beroepen, talenten en vakkennis biedt het echte beeld van de bouw, dat helaas nog al te vaak te weinig bekend is bij het publiek en dat wij willen laten ontdekken door zoveel mogelijk mensen, vooral jongeren. Even opmerkelijk is de complementariteit van bouwberoepen en -partijen. 'De droom van anderen bouwen', is alleen mogelijk dankzij deze complementariteit. Al onze beroepen dragen bij tot deze complementariteit', stelt ze.

Mens en techniek zijn volgens haar eveneens complementair in de bouw. De mens bekleedt een centrale plaats en we moeten ervoor zorgen dat dat in de toekomst ook zo blijft door aandacht te blijven schenken aan vorming en vervolmaking en aan het doorgeven van kennis aan de volgende generaties. Innovatie en nieuwe technologieën worden steeds belangrijker in de bouwsector en dat is goed, want technologie staat ten dienste van projecten en helpt ons om samen met het WTCB en het OCW beter te beantwoorden aan de uitdagingen van morgen. Het 'Construction Quality'-label en het nieuwe platform 'BuildyourHome' kunnen intussen de kwaliteit van onze bouwondernemingen in de verf zetten.

'In de verlenging van ons BouwForum van vorig jaar, gewijd aan de investeringen in de bouw, starten we bovendien een grote campagne voor het herstel van openbare investeringen in de bouw. Met de slogan 'Een toekomst beloof je niet, die bouw je', zeggen wij onze overheden dat het meer dan tijd is om het investeringspeil in België op te trekken. In de strijd tegen de sociale dumping en de detachering is de Confederatie Bouw actief op twee fronten: tegen de fraude gelinkt aan detachering van arbeiders en tegen legale deloyale concurrentie. In het eerste geval werken we intensief aan de uitvoering van het actieplan van juli 2015 ten gevolge van de rondetafel tegen sociale dumping in de bouw, in het tweede is er geen alternatief voor een lastenverlaging. De overheid ontving officieel ons verzoek met de steun van alle sociale partners in de sector om de loonkosten van onze bedrijven te verlagen met 6 ' per uur, waarop echt snel mogelijk moet worden ingegaan', beklemtoont ze.

Minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo's Willy Borsus erkent dat de bouwsector bijzonder wordt getroffen door de internationale sociale fraude. 'België wordt geconfronteerd met het hoogste percentage gedetacheerde werknemers: 3,6% van de beroepsbevolking tegenover een EU-gemiddelde van 0,7%. De bouw is de tweede grootste werkgever van ons land: in 2014 waren er 97.500 bouwondernemingen en vorig jaar telden we 27.000 werkgevers en 202.000 werknemers. Dit komt overeen met 5,7% van het bbp of meer dan 20 miljard '. De globale tax shift, die op volle kracht moet komen in het tweede semester van dit jaar, wil onze economie en onze activiteit stimuleren. De bouw heeft in drie jaar bijna 20.000 jobs verloren, terwijl de omzet van de bouwactiviteit toenam. We moeten dan ook het negatieve mechanisme van de sociale dumping doorbreken. Sterke maatregelen zijn bijgevolg noodzakelijk om de bouw, een belangrijke concurrentie- en maatschappelijke pijler, te steunen', beseft ook hij.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Wienerberger wint eerste Ufemat-prijs voor duurzame verpakking

Ufemat, de Europese vereniging van nationale federaties van bouwmaterialenhandelaars en producenten, reikte zopas zijn eerste Packaging Award uit. Winnaar werd een innovatieve circulaire krimphoes, ontwikkeld door een multidisciplinair[…]

25/10/2019 | MobiliteitTransport
Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Kwaliteitslabel voor rookgasafvoerkanalen

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Loïc De Roo en Marion Goeteyn winnen studieprijs van de BBG

Luikse universiteitsstudenten winnen infobeton Student Contest op Concrete Day

Luikse universiteitsstudenten winnen infobeton Student Contest op Concrete Day

Meer artikels