Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Bouwsector groeit, maar vertoont geen echte dynamiek

Bouwsector groeit, maar vertoont geen echte dynamiek

De cijfers van de nationale boekhouding tonen aan dat de bouw in 2014 beter gepresteerd heeft dan de economie in haar geheel, meldt de Confederatie Bouw. De economie groeide volgens de eerste ramingen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) met ongeveer 1%, wat beperkter is dan het cijfer voor de bouw op basis van niet-officiële ramingen. Hoewel de cijfers uit het laatste kwartaal van vorig jaar nog niet beschikbaar zijn per bedrijfssector mogen we uitgaan van een groei in de bouw met gemiddeld pakweg 3% per jaar in de veronderstelling van een stabilisering van diens activiteiten in het vierde kwartaal.

Deze vaststelling wijst evenwel niet op een bijzonder dynamisme van de sector en zelfs niet op een herstel. Uit verschillende indicatoren blijkt immers dat 2014 een moeilijk jaar was voor de bouw.

In de veronderstelling van een stabilisering van de activiteit in het vierde kwartaal blijkt dat de loonarbeid met 2,7% terugliep en dat het stijgende aantal zelfstandigen (+ 1,7%) een krimping van de totale werkgelegenheid (- 1,7%) in 2014 niet kon voorkomen. Ook bij ondernemingen met minder productiecapaciteit zijn de orderboekjes desondanks dunner geworden (in 2013 gemiddeld 5,4 maanden werk, in 2014 slechts 5,3 maanden).

Dit bewijst dat de bouw geen profijt kon puren uit een groeidynamiek in 2014. De bedrijven werden overigens sterker afgeremd door een gebrek aan vraag (22,3%) dan in 2013 (21,6%). Ze waren tevens minder tevreden over de prijsontwikkeling: de kloof tussen aannemers die ongelukkig zijn met het prijspeil en diegenen die de prijzen bevredigend vinden, is verdiept van 15,8% in 2013 naar 16,3% in 2014.

De groei die blijkt uit de cijfers van de nationale boekhouding voor de bouw is duidelijk niet te danken aan conjuncturele factoren, maar wel aan het gunstige weer, vooral in het eerste kwartaal. Als we het jaarlijkse gemiddelde onder de loep nemen, blijkt immers dat slechts 5,3% van de bedrijven werd afgeremd door het slechte weer in 2014 tegenover 17,4% in 2013.

In die context blijkt de groei van de INR-cijfers in grote mate toe te schrijven aan twee elementen: een weereffect dat de productie ten goede is gekomen en een verhoging van de toegevoegde waarde per gewerkt uur.

De btw-statistieken duiden aan dat hoewel de groei in 2014 inderdaad vooral te danken is aan de uitzonderlijk goede weersomstandigheden van het eerste kwartaal deze groei toch ook door de bouw van gebouwen op gang werd gebracht.

De cijfers over de aanbestedingsberichten voor werkzaamheden van burgerlijke bouwkunde vertonen voor het tweede jaar op rij een scherpe daling (- 8%), vooral voor wegenwerken.

Omgekeerd en hoewel de cijfers slechts de eerste negen maanden dekken, blijkt toch al dat 2014 een eerder positieve balans inzake bouwvergunningen zal kunnen voorleggen.

Het vergunde volume aan nieuwe niet-woongebouwen zal in 2014 met 12,5% gestegen zijn als dit in het laatste kwartaal stabiel gebleven is. Het overgrote deel van deze toename is echter te danken aan enkele grote projecten, vooral aan een industriegebouw van ongeveer 2,5 miljoen m³ dat in april in Hasselt werd vergund en dat op zich de helft van deze stijging voor zijn rekening nam. De rest van de stijging is te verklaren door een (gedeeltelijke) heropleving na de even onverklaarbare als plotse daling van bouwvergunningen voor niet-woongebouwen in het tweede semester van 2013.

Het aantal vergunningen voor de bouw van nieuwe woningen zou in 2014 ook groeien tegenover in 2013. Toch is deze evolutie, meer nog dan bij vergunningen voor niet-woongebouwen, het gevolg van een reeks bijzondere situaties die niet wijzen op een trendmatig herstel.

Epb-anticipatie in Vlaanderen

Hoewel in het vierde kwartaal evenveel bouwvergunningen werden verleend als in het derde is het aantal nieuwe woningen vorig jaar ontegensprekelijk het meest toegenomen in Vlaanderen. Deze groei, die uitsluitend toe te schrijven is aan de torenhoge cijfers van de eerste maanden van het jaar, weerspiegelt immers de haast van opdrachtgevers om hun stedenbouwkundig dossier nog in te dienen vóór 31 december 2013 en zo te ontsnappen aan de nieuwe energieprestatie-eisen die op 1 januari 2014 van kracht werden. Deze versnelling begin dat jaar werd trouwens gevolgd door een periode van terugval, wat wijst op een vraaganticipatie.

Op grond van de beschikbare statistieken is het erg moeilijk om het vraagpeil in te schatten na de periode van verstoring die het heeft meegemaakt (anticipatie gevolgd door terugval), vooral omdat de situatie drastisch wijzigde tegenover de toestand in 2013 vóór het begin van deze verstoring. Inmiddels zijn de epb-eisen verstrengd en werd de woonbonus in Vlaanderen verminderd. Beide veranderingen zullen niet onmiddellijk de vraag doen stijgen, behalve wanneer ze kandidaat-bouwers stimuleren om hun bouwproject opnieuw te vervroegen als zij bv. bang zijn voor een nieuwe, aangekondigde aanscherping van de epb-eisen in 2016, 2018, 2020 en 2021. Ook gedaalde tarieven voor hypothecaire leningen zouden kandidaat-bouwers er kunnen toe aanzetten om tot handelen over te gaan. Zo daalde de rente voor een lening met een vaste rentevoet en een looptijd van twintig jaar volgens de Immotheker van meer dan 4% eind 2013 naar minder dan 2,6% begin 2015, wat voor een bouwlening van 140.000 ' een besparing van ' 23.000 oplevert over de looptijd van de lening.

In het Waalse Gewest, waar in tegenstelling tot in Vlaanderen de woonbonus niet werd verminderd, zal deze daling van de rentetarieven, die zich zelfs nog zou kunnen doorzetten gezien het nieuwe muntbeleid van de ECB, misschien toelaten dat de vraag opnieuw aantrekt. Deze gunstige evolutie kan zich uiteraard alleen voordoen voor zover de woonbonus er behouden blijft.

Het aantal in Wallonië vergunde woningen zou in 2014 zeker al gestegen moeten zijn als de cijfers van het laatste kwartaal aansluiten bij die van het derde. Maar het gros van die toename (4,4%) evenwel blijkt te danken aan enkele grote alleenstaande projecten waarvoor de stedenbouwkundige vergunning in het derde kwartaal van 2014 werd verleend, waaronder ongeveer 700 appartementen vergund in augustus en september in de arrondissementen Aarlen, Namen en Nijvel.

Alleenstaande en grote projecten verklaren doorgaans de evolutie van het aantal vergunde woningen in Brussel. Omdat hier geen dergelijke projecten genoteerd werden in de eerste negen maanden van 2014, in tegenstelling tot de ongeveer 800 woningen in 2013, zal het aantal vergunde woningen in Brussel met ongeveer 30% zijn geslonken als de in het vierde kwartaal afgegeven vergunningen hetzelfde peil aanhouden als in het derde kwartaal. Er is echter wel degelijk sprake van een anticiperend effect op bouwaanvragen voor woningen in Brussel dat vergelijkbaar is met wat in Vlaanderen werd waargenomen. Daar de energieprestatie-eisen werden verstrengd voor stedenbouwkundige vergunningsaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2015 zullen opdrachtgevers zich immers zeker gehaast hebben om hun dossiers vóór 31 december 2014 in te dienen, met als gevolg een versnelling van de bouwvergunningen afgeleverd op de overgang tussen 2014 en 2015 gevolgd door een periode van terugval.

Als het aantal bouwvergunningen die in het vierde kwartaal werden afgegeven stabiel is gebleven t.o.v. het vorige kwartaal zal het totale aantal in 2014 vergunde woningen waarschijnlijk met ongeveer 4% gegroeid zijn. Toch blijkt deze ontwikkeling zelfs na twee jaar groei op rij nog niet indicatief voor een onbetwistbaar vraagherstel, want deze groei is in eerste instantie het gevolg van de samenloop van een reeks randverschijnselen.

Appartementen zijn voor het eerst zelfs marktleider in de drie gewesten van het land We moeten hopen dat het erg lage rentepeil voor hypothecaire leningen de vraag in 2015 kan steunen, ook al moet gevreesd worden voor een terugval gelet op de diverse randverschijnselen waarvan hij in 2014 kon profiteren. Tenzij hij uiteraard nog voordeel put uit nieuwe soortgelijke verschijnselen, die bv. te maken hebben met nieuwe aanscherpingen van de energieprestatie-eisen.

Deze verschijnselen werden vooral waargenomen voor bouwvergunningen voor appartementen en zijn dus te danken aan een verschuiving van de vraag van eengezinswoningen naar appartementen. Deze verschuiving is structureel en is al verschillende jaren merkbaar. Appartementen zijn vandaag voor het eerst zelfs marktleider in de drie gewesten van het land.

Deze vaststelling impliceert ook een verandering in de aard van de opdrachtgevers en de inzet van gezinnen zelf voor bouwwerken.

Gezinnen nemen immers minder vaak het initiatief om een appartementsgebouw te bouwen dan om een eengezinswoning neer te zetten. Ongeveer 30% van de appartementen wordt gebouwd op initiatief van gezinnen (31,2% van de in 2013 ingediende bouwaanvragen). Gezinnen nemen nog wel het voortouw bij 70% van de eengezinswoningen (tegenover 80% begin van de jaren 2000). Na de professionalisering van de uitvoerders zien we in de bouwsector dus stilaan ook een professionalisering van de opdrachtgevers.

Meer renovaties

Een derde verandering is dat de markt verschuift van bouwen op leegstaande gronden naar vernieuwbouw die overeenstemt met een ultieme vorm van renovatie, die bovendien kan profiteren van een verlaagd btw-tarief (6%, zoals bij renovatie) in 32 steden. In 2013 werd 27% van de nieuwe woningen gebouwd in het kader van vernieuwbouw, tegenover slechts 16% begin de jaren 2000.

Een kwart van deze woningen wordt gebouwd in steden die in aanmerking komen voor de verlaagde btw en 30% daarvan werd in 2013 opgetrokken door particulieren die in dat geval effectief van dit btw-tarief kunnen genieten (de opdrachtgever moet een particulier zijn die de woning blijft bewonen na de vernieuwbouw). In totaal hebben particulieren ongeveer duizend woningen opgetrokken in één van de steden waar een btw-tarief van 6% geldt bij vernieuwbouw. "Nieuwbouwwoningen tegen verlaagd btw-tarief" winnen dus terrein, want in 2000 werden amper 350 woningen tegen deze voorwaarden gebouwd.

Te oordelen naar de evolutie van de omzet die tegen 6% gefactureerd wordt door projectontwikkelaars, die steeg van 2,5% in 2008 naar 6,7% in 2013, is vernieuwbouw niet de enige activiteit die groeit; ook het aantal grondige renovaties stijgt. In feite wint alle renovatie veld en marktaandelen.

Uit de conjunctuurenquêtes van de Nationale Bank komt naar voor dat het renovatieaandeel in het totaal van de bouwactiviteiten groeide tot begin de jaren 2000, toen de bouw van nieuwe woningen is gestegen van 40.000 naar 60.000 stuks in enkele jaren, en dat de renovatie opnieuw groeide sinds het begin van de crisis in 2008 en dat het vandaag het peil van 2003 overstijgt. Tussen 2013 en eind 2014 is het renovatieaandeel dan ook jaarlijks gemiddeld gestegen van 43,6 naar 44,3% van de omzet.

We kunnen verwachten dat in 2015 nog veel zal worden gerenoveerd, o.m. omdat is aangekondigd dat vanaf 1 januari 2016 het btw-tarief zal stijgen bij renovatie van woningen tussen vijf en tien jaar oud. Eigenaars van deze woningen die hierin op min of meer korte termijn werkzaamheden willen uitvoeren, zullen zich ongetwijfeld haasten om deze nog in 2015 uit te voeren. Zo zou, rekening gehouden met de structurele dynamiek van deze markt die o.a. te maken heeft met de toename van het bestand en met het verstrengen van de kwaliteitsnormen en gelet op de groeivooruitzichten van de algemene economie, de woningrenovatie in 2014 met ongeveer 3,4% toenemen.

De algemene economische vooruitzichten laten nog toe uit te gaan van een groei met ongeveer 1% voor de niet-woningbouw, terwijl zij samen met die m.b.t. de overheidsinvesteringen ertoe leiden uit te gaan van een nieuwe terugval (- 4,3%) voor de burgerlijke bouwkunde. Voor al deze segmenten zet de informatie gepubliceerd sinds het opstellen van de jongste "bouwvooruitzichten" er immers niet toe aan om de prognoses te herzien.

De zaken ogen anders voor nieuwbouwwoningen, aangezien het aantal in 2014 vergunde woningen heel waarschijnlijk vrij sterk de vroegere ramingen zal hebben overschreden. Het valt dan ook te hopen dat dit segment de terugval voorkomt en zelfs wat groeit. In totaal blijven de verwachte vooruitzichten voor de bouw in 2015 echter zwak met een groei van ongeveer 0,7%.

De bouw is dus sterker gegroeid dan het gemiddelde van de economie in haar geheel in 2014, maar meer vanwege gunstige weersomstandigheden dan vanwege een echte groei- of hersteldynamiek, die overigens in grote mate achterwege bleef. Het aantal bouwvergunningen voor woningbouw of voor niet-woongebouwen blijkt in 2014 te stijgen, maar ook zonder herstelindicaties te geven. Hoewel beide ontwikkelingen een gunstige invloed uitoefenen op de activiteit in 2015 zou die laatste a priori niet met meer dan 1% groeien, o.m. vanwege een verwachte nieuwe terugval in de activiteiten van burgerlijke bouwkunde. Behalve conjuncturele overwegingen evolueert de woningbouw in historisch perspectief naar meer appartementen en meer renovaties, inclusief in hun extreme vorm: vernieuwbouw.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

Bouwteam Nautilus wint competitie voor casino Middelkerke

  De gemeente Middelkerke gunde op 9 september het ontwerp en de bouw van het nieuwe casinogebouw aan Bouwteam Nautilus. Samen met de heraanleg van het Epernayplein worden de kosten van de bouw van het casinoproject begroot op 41 miljoen[…]

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Eerste kandidaten Belgian Construction Awards zijn ingeschreven

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Huurland breidt vloot uit met 2 Mini Screeners

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen

Vlaamse professoren willen gewestplan afschaffen