Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Bouwmaterialenhandel moet voluit op de digitaliseringstrein springen

Bouwmaterialenhandel moet voluit op de digitaliseringstrein springen

Fema-bestuurder Marnix Van Hoe (l.) en Fema-voorzitter André De Groote (tweede van l.) hadden Arjen Van Moerzeke (Uni-Mat), Edward Claeys (SDE), Christophe Van der Gucht (Bouwmaterialen Van der Gucht), Arnold Kampstra (Ketenstandaard Bouw en Installatie) en Rien Wabeke (Ketenstandaard – ETIM) uitgenodigd.

De Belgische bouwmaterialensector verhandelt een enorme stroom van fysieke bouwmaterialen, gekoppeld aan een steeds grotere en belangrijkere datastroom. Fema heeft de statutaire opdracht om de verschillende visies in haar belangenorganisatie over een verregaande digitalisering in het kader van EDI (Electronic Data Interchange), BIM-toepassingen, de online verkoop e.d. te stroomlijnen. Ze moet als katalysator optreden in het digitaliseringsproces, een strategische planning uitstippelen en vastleggen welke richting de bouwmaterialensector wil uitgaan. In o.m. Portugal, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland worden overigens soortgelijke projecten opgezet. De juiste keuzes inzake standaardisatie, classificatie, communicatie en datatransmissie kunnen de succesvolle overstap verzekeren naar een gedigitaliseerde bouwmaterialensector. Op 16 januari hield Fema in haar kantoren in Zellik hierover een druk bijgewoonde overlegvergadering.



Tijdens deze kick-off meeting situeerden Fema-voorzitter André De Groote en Fema-bestuurder Marnix Van Hoe de positie van Fema en Feproma in het digitalisatiedebat. In de bouwketting staat de bouwmaterialenhandel op de horizontale as in het midden tussen de klant en de architect/ingenieur en op de verticale as tussen aannemer en fabrikant. Tot de eerder ondernomen Fema-initiatieven inzake digitalisering behoorden FeMaNet in 1997 met een werkgroep voor de ontwikkeling van EDI gebaseerd op EAN-standaarden i.s.m. Icodif (GS1) en de samen met Feproma in 2009 gelanceerde prijslijstenwebsite. In 2016 vond een proefproject GS1 plaats. In januari 2014 voltrokken zich de eerste gesprekken met GS1 en van juli 2014 dateren de bouwdatapool in Nederland als initiatief van, voor en door bedrijven uit de bouwkolom en als samensmelting van het BAB-initiatief van o.a. Bouwend Nederland, de  Hibin Datapool van Koninklijke Hibin en EZ-base, en de gesprekken met Hibin. In januari 2012 was er ook het voorstel van de Baudatenbank, die focust op de bedrijfsprocessen tussen klanten en leveranciers. En in september 2015 waren er EZ-base en DSoft met Ron van den Bosch (DigiBouw - De digitale bouwhandel).

Lessons learned

Vervolgens kwamen enkele ‘lessons learned’ aan bod. Arjen Van Moerzeke (Uni-Mat) belichtte de digitale transformatie en het proefproject GS1. “Twee jaar geleden hebben alle leden in Uni-Mat beslist om te investeren in de digitale transformatie. We worstelen immers nu al met vele ongemakken die veel tijd en energie vragen omdat wij geen digitale bedrijven zijn terwijl onze klanten al wel digitaal ingesteld zijn”, stelt hij.

Van Moerzeke beseft dat de bouwsector trager dan andere sectoren de technologische innovatie heeft omarmd. Een inhaalbeweging dringt zich dan ook op, zeker nu het besef groeit dat een gestroomlijnd digitaal bouwproces kan helpen om projecten tijdig en binnen budget te realiseren. Gelukkig is de sector overtuigd van de noodzaak van een digitale transformatie, die zal gepaard gaan met aanpassingen van structuren en processen.

“Met Uni-Mat hebben we een inventaris opgemaakt van onze huidige processen en van wat moet veranderen. Zo zijn de logistieke processen een puinhoop en gebeuren er te veel fouten doorheen alle processen. Onze bouwhandelaars, leveranciers en producenten zijn ook niet genoeg “datadriven” ingesteld. De informatie is bij alle partijen gefragmenteerd over de departementen. Productinformatie en alles hier rond is onvolledig en verkeerd opgesteld en wordt op verschillende wijzen (zelfs nog in print) aangeleverd. En onze klanten ervaren vele ongemakken en verliezen daardoor veel tijd omdat we onvoldoende digitaal zijn”, weet hij.

Uni-Mat heeft gemerkt dat de doe-het-zelfsector al even de richting van de digitale transformatie is ingeslagen. “Zo hebben we kennis gemaakt met GS1 (Global Standards One) en gemerkt dat al een heleboel van onze leveranciers aangesloten zijn. De bekendste producten van GS1 zijn barcodes voor consumenten en transport­eenheden en gestandaardiseerde elektronische berichten, zowel volgens de EDIFACT-standaard als in XML-formaat. GS1 is ook actief bij de invoering van RFID en het opzetten van databases voor de uitwisseling van productinformatie tussen handelspartners. In België is GS1 bedrijvig in de gezondheidszorg, de foodservice, retail & consumer goods, transport & logistiek en de doe-het-zelfsector, tuin & dier en de mode.

“Door ons aan te sluiten op het GDSN (Global Data Synchronisation Network) ‘Doe-het-zelf, Tuin & Dier’ kregen we een betere kijk op de werking van GS1. Het GDSN is per sector een afgeslankte versie van de Global Product Classification. Deze GPC, in de USA beter bekend als UNSPSC, is een universele set van standaarden en de daaraan gekoppelde attributen (artikelspecificaties) voor bijna alle bereikbare artikelen die wereldwijd geproduceerd worden. GS1 zorgt voor een optimale logistieke werking van het transport en het stock- en magazijnbeheer door het gebruik van het GLN (Global Location Number) en de barcode GTIN (Global Trade Item Number), de vroegere EAN-code. Voor artikelen met bv. een vervaldatum en een productiedatum bestaan specifieke barcodes. Met GS1 EDI kan je computersysteem (commerciële, logistieke of financiële) transactiegegevens met de computersystemen van je handelspartners uitwisselen”, licht Arjen Van Moerzeke toe.

GS1 heeft twee standaardtalen ontwikkeld om berichten uit te wisselen. EANCOM, de oudste standaardtaal, bestaat sinds 1990; deze standaard is wereldwijd in sectoren zoals retail fast moving consumer goods (FMCG) en doe-het-zelf- & tuin heel sterk ingeburgerd, waardoor hij voort ontwikkeld wordt. GS1 XML is een recentere standaardtaal; gezien de betere leesbaarheid ervan wordt deze standaard vooral gepromoot in nieuwe sectoren die met EDI willen starten, zoals de gezondheidssector.

Bij GS1 bestaat ook een EDI-formaat voor heel wat handelsdocumenten. De meest gebruikte zijn het aankooporder (Order), de leverbon (Desadv) en de factuur (Invoice). Het is ook mogelijk om bv. een voorraadrapport (Invrpt) of een betaalbevestiging (Remadv) te sturen.

Van Moerzeke waarschuwt voor het verkeerde gebruik van de GTIN’s door producenten en het feit dat verkeerde en/of onvolledige artikeldata worden gekoppeld aan een bepaald GTIN. “Daarnaast voldoet het GDSN – DHZ niet aan wat de bouwsector nodig heeft, want er worden niet genoeg eigenschappen van een artikel toegekend in het huidige GDSN. De doe-het-zelfsector heeft die ook niet nodig. Deze zouden uitgebreid kunnen worden met bestaande data uit de GPC door het creëren van een extra GDSN Sector in België, “Construction”, wat in sommige landen in de wereld wel van toepassing is. I.s.m. GS1, Fema, enkele handelaars en producenten, SDE en Organi hebben we dan ook geprobeerd om een pilootproject onder het segment ‘GDSN Construction’ te starten. Dit pilootproject staat momenteel on hold; daarom zitten we hier samen”, stelt hij.

Er zijn een heleboel standaardorganisaties en platforms. “We moeten kijken wat op wereldvlak gebeurt, want onze leveranciers en producenten werken niet alleen in de Benelux en we mogen hen niet opzadelen met een extra datastandaard. Er bestaan onnoemelijk veel standaarden met hun specifieke productclassificaties en de daaraan verbonden attributen; het zijn allemaal wielen die niet meer moeten uitgevonden worden, maar ze missen allemaal wel wat spaken. In het afgelopen jaar is iets te hard gelobbyd voor één standaard, waarbij alle andere standaardorganisaties werden afgedaan alsof ze het wiel nog moesten uitvinden. Uni-Mat wil niet op het hoofdkwartier van een standaardorganisatie tijdens een pilootproject de hele boel gaan ondermijnen en daar pleiten voor een andere standaardnorm. We willen wel participeren in een werkgroep die alle aspecten en opties bekijkt om tot een allesomvattend resultaat te komen. Volgens Uni-Mat moet op korte termijn over twee aspecten beslist worden: gaan we “het gisteren”, dat al zeker vijf jaar in orde moest zijn, eerst volledig uitwerken of kijken we rechtstreeks naar de toekomst met BIM? Uni-Mat gelooft net als Adimat in BIM, al wordt dit nog een zware uitdaging”, merkt de spreker op.

Uitdagingen

Zelf werkt hij al een aantal jaren met 3D-modellen en in zijn bijberoep maakt hij hiervan het meest gebruik voor marketingdoeleinden zoals 3D-rendering en 3D-geprinte maquettes. De meeste van zijn klanten leveren niet aan in BIM, maar daar komt stilaan verandering in. BIM vergt wel een compleet andere methode van werken en biedt een aantal uitdagingen: wanneer een eigenaar een BIM opvraagt zonder te weten wat hij of zij vraagt, alleen omdat een technologieleverancier de BIM-voordelen heeft gepromoot; wanneer te weinig BIM is geschreven en het overeengekomen BIM-gebruik van het project niet volledig kan worden voltooid; wanneer teams meer BIM produceren dan de klant/eindgebruiker kan gebruiken (te veel BIM); wanneer projectteams onduidelijk zijn over welke BIM ze moeten modelleren en zo soms elkaars reikwijdte verkeerd modelleren; wanneer een team opzettelijk akkoord gaat met een precieze maar onjuiste BIM-scope, wetend dat ze later orderwijzigingen zullen uitgeven (evil scope-overeenkomsten, de vuile kant van BIM); en wanneer teams slechte kwaliteitsmodellen maken en delen (bv. de architect doet zijn werk goed, maar anderen stoppen er niet genoeg informatie in) die de nabewerking en de kosten zullen verhogen. Daarom wordt al gekeken naar BIM+, BIM waarop een blockchain zit om bepaalde problemen in het BIM-proces te vermijden en vast te leggen.

“Bouwhandelaars moeten weten waaraan ze hun vingers niet mogen verbranden i.v.m. verantwoordelijkheden bij een aanpassing in het BIM. Ze moeten zich houden aan de processen die de architecten hebben voorgeschreven en kunnen bv. geen andere bouwstenen met dezelfde kwaliteiten leveren, want dan moeten alle voorgaande processen herbekeken worden. Ze moeien zich dus best niet al te veel in uitgeschreven processen”, beklemtoont Arjen Van Moerzeke.

Edward Claeys, ceo van service provider SDE uit Lochristi, deelt mee dat zijn kmo en Organi mee met GS1 hun schouders hebben gezet onder de GS1-piloot, maar die staat nu on hold. “Ondertussen wordt gekeken om een proefproject te starten met ETIM. Het belangrijkste is dat de sector in actie geschoten is en dat hierrond stappen gezet worden. SDE en Organi zullen hierin voort hun ondersteuning geven”, deelt hij mee.

De digitale snelweg of EDI vormt vandaag wellicht de belangrijkste uitdaging met een grote impact voor de bouwhandel. Fema is met zijn softwarepartners SDE en Organi overeengekomen om als tussenpersoon met ETIM/GSI op te treden om technische standaarden vast te leggen met het oog op toekomstige digitale ontwikkelingen.

Christophe Van der Gucht, zaakvoerder van Bouwpunt Van der Gucht in Temse, stelt vast dat de markt van de bouwmaterialen verandert. “Charles Darwin stelde: “Niet de sterkste noch de meest intelligente soort overleeft, maar de soort die het meest vatbaar is voor verandering.” En Jack Welch, gewezen ceo van General Electric, opperde: “Verandering biedt kansen.” Ook de bouwsector beleeft een digitale disruptie en we moeten van de verandering een deugd maken om onze positie te versterken. Weldra worden onze kmo’s ook met BIM geconfronteerd. Hierbij is het voortraject cruciaal anders dan in het verleden. Een gebouw wordt vooraf virtueel ingetekend, alles gebeurt veel gedetailleerder (product/technieken/calculatie) en een presale van de verkoop met platforms is mogelijk. Tijdens het bouwproces wordt prefab toegepast waar mogelijk (hoe meer details je vooraf kent, hoe meer prefab mogelijk is) en kan een logistieke optimalisatie doorgevoerd worden naar Just In Time delivery (afroepen via BIM; cfr. de autosector). BIM zal ook een belangrijke impact hebben in het naproces wat doorgedreven nacalculatie, onderhoudscontracten en verantwoordelijkheden en ontmanteling (cradle to cradle) betreft; als je weet welke materialen in een gebouw verwerkt zijn, kan je er immers veel beter C2C op toepassen”, weet hij.

Toegevoegde waarde

De bouwmaterialenhandel komt vooral in beeld op calculatieniveau, maar kan volgens hem vroeger in de cyclus aanwezig zijn. Toegevoegde waarde creëren is trouwens een must om te overleven. “Grote aannemers hebben meestal hun eigen BIM-managers in huis. Ze verwachten van de handel toegang tot een online database met de mogelijkheid om te zoeken op basis van kenmerken en om eventuele alternatieven te bekijken, met een onmiddellijke marktconforme prijsindicatie en een logistieke optimalisatie. Kleine en middelgrote aannemers verwachten van de handel de interpretatie van BIM-tekeningen, voorstellen om BIM-objecten om te zetten naar specifieke artikelen en een uitgewerkt logistiek voorstel en uitvoering in overleg. Zo creëert de handel toegevoegde waarde door een oplossingsgerichte service te bieden en te ontzorgen”, oppert Christophe Van der Gucht.

Om een database te creëren moeten we volgens hem eerst op basis van de juiste classificatie gegevens verzamelen, maar in België heerst een chaos op het vlak van classificatiestandaarden. “Eén standaard, vanuit een logica naar optimalisatie in het bouwproces versus een leverancier-distributielogica, is een must. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden en moeten streven naar een Benelux-oplossing en -standaard in het voordeel van de fabrikanten, aannemers en handelaars die in de ganse regio actief zijn”, beseft hij.

Nederland bevond zich vijf jaar geleden in dezelfde situatie, maar heeft één standaard gekozen op basis van ETIM. Vele Belgische stakeholders zijn ook in Nederland actief en het zou handig zijn als ze bij ons op dezelfde manier zouden tewerk gaan.

“We hebben gekeken naar de installatiesector en zijn op ETIM gestoten. Naast de ETIM-classificatie voor bouwproducten was er de sales-standaard voor communicatie gebaseerd op XML-standaarden. Het S@les in de bouw-project was een samenwerking tussen afnemers, leveranciers en softwarehuizen (service providers). In 2015 is Ketenstandaard Bouw en Installatie ontstaan als fusie van de twee voorlopers”, oppert Rien Wabeke, directeur van Ketenstandaard – ETIM.

Arnold Kampstra, manager Classificatie bij Ketenstandaard Bouw en Installatie en daar verantwoordelijk voor ETIM, licht het ETIM-classificatiemodel met productgroepen, productklassen, synoniemen, kenmerken, waardes en eenheden toe. “Om te voorkomen dat je bij een verkeerde productklasse uitkomt, gaan we daarvoor synoniemen zoeken en we gaan aan productklassen kenmerken toevoegen. Bij het weergeven van de lengte en breedte van een product is de eenheid, bv. cm, belangrijk. We hebben 5.495 productklassen, waarvan 1.350 in de bouw”, vertelt hij.

ETIM is ontwikkeld op basis van technische kenmerken. De ETIM-classificatie kan gebruikt worden door de ganse keten in de bouw-, installatie- en maritieme sector en is standaard in de bouw in o.a. Nederland en de Scandinavische landen. ETIM is ook fabrikantneutraal, waarbij merkspecifieke termen niet worden toegestaan, en is een open en vrij beschikbare classificatie. Het wordt continu in samenspraak (ook met fabrikanten) uitgebreid, aangepast en verbeterd. ETIM is tevens een dynamisch model, dat kan aangepast worden aan de wensen van de toekomst. Vanuit ETIM is er een continuïteit naar BIM. PIM-software (Product Information Management) is beschikbaar waarmee eenvoudig kan geclassificeerd worden conform ETIM.

ETIM International

ETIM International, gevestigd in Brussel, werd in 2008 door zes landen opgericht en telt vandaag 19 deelnemende landen, waaronder ook de USA en Canada en sinds kort eveneens Portugal. Het tracht de krachten te bundelen (één model voor Europa, één interface voor producenten, delen van de kosten) en streeft naar een wrijvingloze uitwisseling van productgegevens tussen de landen en naar samenwerking en afstemming met andere standaarden (bv. eCl@ss).

Ketenstandaard heeft 2.400 deelnemers (onderhoudsbedrijven, aannemers, groothandels, leveranciers, installateurs, woningcorporaties, fabrikanten en vastgoedbeheerders) en tachtig softwarepartners. “Alle deelnemende bedrijven betalen een vrij lage contributie op basis van hun omzet. We zijn met negen mensen”, deelt de directeur van Ketenstandaard – ETIM mee.

“We hebben voor Fema en Feproma een proefproject opgezet om tegen eind dit jaar informatie (data) te kunnen leveren en ontvangen, gestandaardiseerd conform SALES005 en geclassificeerd conform ETIM, waarbij we in zee willen gaan met drie deelnemende groothandelaars en vijf fabrikanten. Het project is onderverdeeld in vier stappen: een voorlichting eind januari, begin februari; een intake- en stappenplan in februari en maart; de voorbereiding van de praktijktest (pilot) voor fabrikanten en voor de groothandel van maart tot september; en de testen van maart tot september (eventueel tot december). Voorwaarden voor succes zijn een draagvlak bij de directie/het management en de werknemers, beschikbare tijd van de medewerkers, de bereidheid tot noodzakelijke investeringen, de betrokkenheid van softwarepartijen, doorzettingsvermogen, planmatig werken en kijken naar de optimalisatie voor leverancier en afnemer samen (synergie)”, poneert hij.

“De speeltijd voor digitalisering bij bedrijven is voorbij. In naam van Fema vraag ik vandaag een engagement van vijf producenten, drie handelaars en aankoopgroeperingen. De startinvestering bedraagt 25.000 €. Fema wil dit proefproject logistiek ondersteunen, vergaderingen beleggen, e.d. De bouwmaterialenhandel mag deze trein niet missen”, benadrukt Marnix Van Hoe.

Vanuit het publiek kwam wel de kritiek dat het vorige project nooit ernstig begeleid is geweest. De beste oplossing is daarom misschien om beide systemen eerst naast elkaar te laten bestaan, zodat een kruisbestuiving kan ontstaan. Ooit, en liefst snel want twee systemen verhogen het kostenplaatje, moet echter gekozen worden voor één systeem. Uiteindelijk besluit Marnix Van Hoe om een verzoeningsvergadering tussen de twee grote stromingen te beleggen en daarover te communiceren.

 

 
 

AANBESTEDINGEN
Alle aanbestedingen

Meest aanbevolen artikels

Cordeel bouwt Ambior-site

Cordeel bouwt Ambior-site

De komende drie tot vijf jaar investeert Soprema in Tongeren 50 tot 60 miljoen € voor de bouw van een duurzame isolatiefabriek en een centraal distributiecentrum voor België. Bouwonderneming Cordeel uit Hoeselt  is intussen volop[…]

Textielmanagement tot in je eigen locker

Textielmanagement tot in je eigen locker

Federale Verzekering breidt diensten uit

Federale Verzekering breidt diensten uit

Nelissen Steenfabrieken schenkt 2.500 € aan ‘Kom op tegen Kanker’

Nelissen Steenfabrieken schenkt 2.500 € aan ‘Kom op tegen Kanker’

Meer artikels