Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Belgische bouwsector moet dringend concurrentievermogen herstellen

Belgische bouwsector moet dringend concurrentievermogen herstellen

De Confederatie Bouw wil dat de regering aandacht heeft voor de tweesprong waarop haar sector zich bevindt. 'Gaan we verder op het pad waarop we ons bevinden en worden onze concurrentiekracht en werkgelegenheid steeds meer aangetast of gaan we samen de strijd aan om de gedetacheerde arbeid opnieuw te vervangen door lokale arbeid'', vraagt gedelegeerd bestuurder Robert de Mûelenaere zich af.

De Belgische bouwsector staat voor twee gigantische uitdagingen. De eerste, de oneerlijke concurrentie van buitenlandse bedrijven op onze markt, is acuut. De tweede, de financiering van bouwprojecten waarvan vandaag reeds de moeilijkheden zichtbaar worden, dreigt op termijn te zullen wegen.

De buitenlandse concurrentie van bedrijven op onze markt vanuit landen met veel lagere sociale lasten legt een enorme druk op onze werkgelegenheid en bedreigt het voortbestaan van duizenden bouwkmo's. Het gevaar is echter nog groter, want de financiering van onze sociale zekerheid en de overheidsfinanciën worden eveneens bedreigd. De sector betreurt jaarlijks zowat 2.000 faillissementen en sinds begin 2012 verdwenen bijna 17.000 jobs in de Belgische bouw. In die periode is het aantal gedetacheerde arbeiders meer dan verdubbeld: naar schatting zijn zowat 30.000 voltijdse equivalenten (vte's) bij ons actief. Als niets wordt gedaan om de effecten van deze oneerlijke concurrentie te bestrijden, verdwijnen volgens de Confederatie Bouw tegen 2019 nog eens 20.000 jobs in de Belgische bouw.

'De financiering van bouwprojecten houdt ook een risico in voor de activiteit en de werkgelegenheid in de bouw en verwante sectoren, maar eveneens voor onze ganse economie door de negatieve effecten van minder overheidsinvesteringen op de competitiviteit en aantrekkelijkheid van ons land. De overheidsinvesteringen in België zijn al meer dan twintig jaar heel laag en behoren tot de laagste van Europa, wat bijna wijst op een jarenlange onderinvestering en een verborgen schuld inhoudt voor onze volgende generaties', alarmeert Robert de Mûelenaere, die vreest voor een domino-effect.

Desondanks ziet hij oplossingen voor beide problemen. De Confederatie Bouw lanceert verschillende denkpistes en heeft concrete voorstellen om de moeilijkheden het hoofd te bieden en weer aan te knopen bij groeiende activiteit en tewerkstelling.

Vooreerst kan de concurrentiekracht hersteld worden door een lastenverlaging. De loonlast is een bepalend element voor de competitiviteit van de bouwsector; loonlasten vertegenwoordigen immers gemiddeld 40 tot 50% van de prijs van bouwwerken. In die context vormen de sociale lasten voor Belgische bedrijven (100% van het uurloon) een onoverkomelijke handicap, waardoor ze onmogelijk kunnen concurreren met buitenlandse bedrijven die op legale wijze actief zijn in ons land met 20 tot 35% lagere kosten. En dan hebben we het nog niet over frauduleuze praktijken zoals sociale dumping, schijnzelfstandigen en valse onderaanneming.

'Omdat we buitenlandse bedrijven niet kunnen verplichten om de sociale lasten van Belgische bedrijven te volgen (Europa staat dit niet toe), kan het probleem van de oneerlijke concurrentie alleen worden opgelost door een vermindering van de loonkosten voor onze eigen bedrijven. Dit is ons enige wapen om te verhinderen dat de bouw een beroep doet op buitenlandse arbeidskrachten om zijn concurrentievermogen te vrijwaren. Die overstap is aan de gang en alleen doortastende maatregelen die dadelijk werken, zullen die kunnen stoppen. Het draait hier niet minder dan om het op termijn vrijwaren van 200.000 banen in loondienst waarvoor de bouw vandaag nog goed is', luidt Robert de Mûelenaere de noodklok.

Volgens de sociale partners in de sector moet de vermindering van de loonkosten voldoende substantieel zijn voor Belgische bouwbedrijven om een hefboomeffect te kunnen genereren, hoewel de Belgische lasten onmogelijk tot het niveau kunnen dalen van landen waar de loonkosten het laagst zijn. Volgens een navraag van de Confederatie Bouw bij haar leden volstaat een vermindering van 6 ' per gepresteerd uur waarschijnlijk om dit hefboomeffect te veroorzaken samen met andere acties die bedrijven moeten ondernemen m.b.t. hun productiviteit, de kwaliteit van hun prestaties, de opleiding van hun werknemers, enz.

"Het is wel één voor twaalf."

De lastenverlaging biedt een antwoord op een zeer specifiek probleem voor de bouwsector, die wordt geconfronteerd met de toepassing van verschillende regels inzake loonkosten op eenzelfde werkplek. Ze moet uiteraard conform het Europese recht zijn.

Doen of niks doen

'De sector wil samen met de regering oplossingen zoeken voor de financiering van een specifieke lastenverlaging in de bouw. Hierbij moeten een aantal financieringsmogelijkheden tegelijk worden bekeken. Zo moet in de eerste plaats gerekend worden op de grote terugverdieneffecten inzake (sociale en fiscale) financiële opbrengsten en uitgespaarde uitgaven voor de staat (werkloosheid) die te maken hebben met de positieve effecten van de lastenverlaging op de werkgelegenheid. Het 'nettobedrag' van de financiering van deze maatregel hangt af van de impact van de maatregelen op de staatskas. Volgens berekeningen van de Confederatie Bouw dreigt in 2019 een verlies van ongeveer 1 miljard ' als geen enkele maatregel wordt genomen en lonkt een winst van bijna 900 miljoen ' als de genomen maatregelen, waaronder een lastenverlaging, volstaan om de gedetacheerde arbeid te vervangen door 'lokale' arbeid; tussen doen en niks doen gaapt dus een kloof van bijna 2 miljard '. Om deze terugverdieneffecten te kunnen maximaliseren, moet nagedacht worden over een mechanisme om ondernemingen die van de loonkostenvermindering genieten een verantwoordelijkheidsgevoel hiervoor te geven. Zo moeten we ons afvragen of we de aanwezigheidsregistratie moeten veralgemenen voor alle bouwwerven. We zouden tevens een sectoraal engagement kunnen aangaan om banen te scheppen en deze inspanning na een aantal jaren evalueren. De sociale partners in de bouw zijn hier immers partners van de overheid, maar het is wel één voor twaalf', oppert de gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

Naast de inspanning van de staat moet de sector volgens hem ook een inspanning leveren om de uitgaven in de bestaanszekerheid in de hand te houden. Daarnaast moet een vast te leggen bedrag onttrokken aan het financiële resultaat van de taxshift die de regering voorbereidt naar deze specifieke lastenverlaging gaan. De bouwsector zal zijn medewerking aan de uitwerking van deze tax shift koppelen aan de doeltreffendheid en de omvang van de verbintenis van de regering om zijn concurrentiepositie te herstellen. Hij is samen met de regering maatregelen aan het uitwerken tegen illegale concurrentie en sociale dumping, waarbij volgende maand zou moeten geland worden.

Er is niet één oplossing.

Ten tweede moet ons land een strategie uitstippelen om de structurele financiering van bouwwerken de volgende twintig jaar te kunnen verzekeren. De krachtlijnen van dit strategische beleid zijn: het peil van de overheidsinvesteringen optrekken ondanks de begrotingsmoeilijkheden; privéfinanciering als alternatief voor of ter aanvulling van overheidsfinanciering stimuleren; alternatieve financiering voor huisvesting uitwerken; en hypothecair krediet beter ondersteunen.

België moet het tijdperk van onderinvesteringen (in vergelijking met het EU-gemiddelde) achter zich laten en meer investeren in bouwprojecten, zoals onze buurlanden waar investeringen door de overheid leiden tot groei en waarde voor de toekomst creëren. We moeten met de goedkeuring van een minimale investeringsnorm van 3% van het bbp per jaar (tegenover 2,2% vandaag) een 'verplichting' voorzien om te investeren in infrastructuurprojecten en projecten van overheidsgebouwen. In dit kader zullen beleidskeuzes moeten worden gemaakt, zoals kiezen voor investeringsuitgaven en minder werkingskosten. Tevens moet men aanvaarden dat een schuld gerechtvaardigd kan zijn als in ruil daarvoor productieve activa worden gecreëerd. Ten slotte zal men zich moeten afvragen of de strenge aan de lidstaten opgelegde begrotingsregels (convergentiecriteria van het Stabiliteits- en groeipact) niet versoepeld moeten worden voor welomschreven soorten investeringen binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden.

Private investeerders waaronder de pensioenfondsen, de verzekeraars en de banken, beschikken over aanzienlijke financiële middelen die ze willen beleggen in goede publieke bouwprojecten. De context is erg veelbelovend, maar het ontbreekt aan vaste politieke bereidheid om deel te nemen aan projecten die volledig of gedeeltelijk door de privésector worden gefinancierd. De overheden moeten op alle niveaus evolueren naar een andere opvatting over het beheren van publieke bouwwerken. Door de privésector een bepaalde verantwoordelijkheid toe te kennen in het beheer van een bouwwerk (en de daarmee verbonden risico's) kan de totale financieringscapaciteit van werkzaamheden aanzienlijk verhoogd worden zonder de overheidsfinanciën rechtstreeks of onrechtstreeks te bezwaren. Daarom moet gesteund worden op de gepaste financieringsinstrumenten en constructies (pps-formules, concessiestelsels die tot op heden weinig werden gebruikt in België, systemen met gebruiksvergoedingen of -heffingen, projectobligaties, volksleningen, derde-investeerders, enz.). Er is immers niet één oplossing. Dat het lukt als de wil aanwezig is, wordt volgens Robert de Mûelenaere bewezen door het Vlaamse programma 'Scholen van Morgen', waarbij in drie jaar 160 scholen in een pps- en dbfm-formule moeten worden gebouwd; in Wallonië plant men de komende jaren vier scholen'

Diverse vormen van alternatieve financiering, vaak weinig bekend bij het publiek, kunnen interessante oplossingen bieden voor de financiering van een woning; denk maar aan de vormen van opsplitsing van het eigendomsrecht (grond en constructie) zoals de erfpacht en het recht van opstal, aan crowdfunding in de vastgoedsector, mechanismen van 'derde-investeerders' of formules om kapitaal op te halen via gespecialiseerde bedrijven om te investeren in specifieke projecten. Het is belangrijk m deze formules bekend te maken bij professionals door passende campagnes en de start van concrete projecten.

De verstrenging van de kredietvoorwaarden door de banken, waarbij een grotere eigen inbreng wordt geëist en de aflossingstermijnen korter zijn, heeft sommige groepen van kredietnemers, vooral jonge gezinnen, kwetsbaarder gemaakt. In sommige gevallen moeten ze zelfs verzaken aan hun vastgoedproject ondanks de lage rentetarieven.

'We moeten voor gezinnen systemen van aanvullende financiering ontwikkelen die de toekenning van een hypothecair krediet bevorderen en ondersteunen. Er bestaan bepaalde formules, zoals de kredietverzekering die toelaat om de waarborg van aflossing van het krediet te verzekeren boven het door de bank toegelaten gedeelte of de renteloze lening (in Frankrijk) die een deel van het kredietbedrag dekt. De gewestelijke overheden hebben een belangrijke rol bij de ontwikkeling en ondersteuning van die formules, naar het voorbeeld van de hulp die ze bieden in het kader van de verzekeringen voor inkomensverlies voor gezinnen die eigenaar willen worden van hun woning', licht Robert de Mûelenaere toe. - JL

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Tips & Tricks

Tips & Tricks

In een deze reeks, exclusief voor Bouwkroniek, geven we praktische en haalbare tips om de slaagkansen van je offertes gevoelig te verhogen.

23/10/2020 |
Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Bouwprofessionals welkom in virtuele stad van de toekomst

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Reconversie vervuilde bedrijfssite Bottelare kan starten

Nieuwe methode om verf te testen

Nieuwe methode om verf te testen