Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Bekkens gaan voor 'goede ecologische toestand' van ons oppervlaktewater

Bekkens gaan voor 'goede ecologische toestand' van ons oppervlaktewater

Water wordt een steeds belangrijkere factor bij het gebruik en de inrichting van openbare ruimte. Beken en rivieren stromen dwars door administratieve grenzen. De vele functies en aspecten van water overschrijden de bevoegdheden van verschillende overheden en administraties. In het kader van het Integraal Waterbeleid werken de bekkenstructuren aan het door Europa vooropgestelde streefdoel: een 'goede ecologische toestand' van ons oppervlaktewater.

De waterlopen in Vlaanderen zijn ingedeeld in bevaarbare waterlopen, onbevaarbare waterlopen en niet-geklasseerde waterlopen of grachten. Wie de waterloop beheert, hangt af van de categorie van de waterloop. Anno 2015 kan een onbevaarbare waterloop vanaf de bron, waar ze als dusdanig niet tot een categorie behoort, eerst een stuk gemeentelijk (cat. 3), daarna een stuk provinciaal (cat. 2), en nog verder door het Vlaams Gewest (cat. 1), met name door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), beheerd worden.

Recent werden heel wat categorie 3-waterlopen door de gemeenten overgedragen aan de respectievelijke provincies. Hierdoor zijn deze in principe waterlopen van categorie 2 geworden. De bevaarbare waterlopen worden beheerd door nv De Scheepvaart en Waterwegen en Zeekanaal nv. Polders en wateringen zijn openbare besturen voor het waterbeheer in duidelijk omschreven gebieden waar het beheer een bijzondere zorg vereist, bijvoorbeeld in gebieden die lager dan de zeespiegel liggen.

Integraal waterbeleid

Het watersysteem stopt niet aan administratieve of bestuurlijke grenzen en vervult vele functies. Begin de jaren '90 van vorige eeuw werd duidelijk dat er nood was aan een integrale aanpak van het waterbeleid en -beheer in Vlaanderen. Zo ontstond het idee van de bekkenwerking. De eerste bekkenoverlegstructuren - waarin de VMM voortrekker was - dateren uit die tijd.

Deze bekkenwerking kreeg een juridische basis in het Vlaamse decreet Integraal Waterbeleid van 2003. Dit stelde de elf bekkens officieel in werking: het IJzerbekken, het bekken van de Brugse Polders, het bekken van de Gentse Kanalen, het Beneden-Scheldebekken, het Leiebekken, het Boven-Scheldebekken, het Denderbekken, het Dijle- en Zennebekken, het Demerbekken, het Netebekken en het Maasbekken.

Elk bekken heeft zijn eigen bekkenstructuur: een bekkenbestuur, een bekkenraad en een bekkensecretariaat. Alle instanties en sectoren die bij het waterbeleid betrokken zijn, nemen deel aan het overleg. De bekkensecretariaten zijn de drijvende kracht achter de bekkenwerking. De coördinatoren van de elf bekkens bereiden samen met hun secretariaat van twee tot drie medewerkers zowel de ambtelijke (lees: voorbereidende), de maatschappelijke (lees: adviserende), als de bestuurlijke (lees: besluitvormende) werking van het bekken in kwestie, voor.

Daarnaast is er op het Vlaamse niveau de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), waarvan de VMM instaat voor het voorzitterschap, en het secretariaat waarneemt. Als overkoepelend orgaan werkt de CIW o.m. de stroomgebiedsbeheerplannen uit waarbij ze zoveel mogelijk afstemming tussen de verschillende Vlaamse bekkens nastreeft. Om het Integraal Waterbeleid in de praktijk te brengen, ontwikkelde de CIW een aantal beleidsinstrumenten. De watertoets en de informatieplicht voor vastgoed in overstromingsgevoelig gebied zijn de bekendste.

11 bekkens, 2 stroomgebieden

In 2013 werd het decreet Integraal Waterbeleid grondig gewijzigd, waardoor het planningsproces en de overlegstructuren van het integraal waterbeleid vereenvoudigd zijn. De bekken- en deelbekkenbeheerplannen werden geïntegreerd in de stroomgebiedsbeheerplannen. De eerste generatie van deze (deel)bekkenbeheerplannen liepen over de jaren 2008 tot en met 2013. Deze periode werd verlengd tot eind 2015, om zo te kunnen aansluiten bij de nieuwe planperiode voor de stroomgebiedsbeheerplannen, die zal lopen vanaf 2016.

Concreet zullen twee stroomgebiedsbeheerplannen - geënt op de Schelde en de Maas, de twee grote rivieren in ons land die afstromen naar de Noordzee - worden ingesteld voor Vlaanderen. Onder het stroomgebiedsbeheerplan 'Schelde', ressorteren tien van de elf bekkens, onder dat van de Maas ressorteert enkel het Maasbekken. Het openbaar onderzoek hieromtrent werd recent afgesloten, eind dit jaar worden de plannen vastgesteld door de Vlaamse regering. Daarnaast wordt ook werk gemaakt van plannen voor internationale stroomgebiedsdistricten van de Schelde en de Maas.

Het ene bekken is het andere niet

Tom Gabriëls van de VMM, coördinator van het Netebekken, schetst enkele verschillen tussen de Vlaamse bekkens: 'West-Vlaanderen bv. kent overwegend poldergebieden. Deze zijn in het oosten van Vlaanderen slechts kleinschalig aanwezig. Anderzijds hebben de zuidelijk gelegen bekkens, zoals bv. het Dijle- en Zennebekken, meer te kampen hebben met erosie dan de noordelijke bekkens. Ook de bodemgesteldheid kan sterk verschillen. Zo heeft het Netebekken een zeer zandige bodem, terwijl grote delen van het Denderbekken en het Dijle- en Zennebekken een lemige bodem hebben. Hoogteligging en reliëf zijn eveneens voorname parameters. Zo kenmerkt het Netebekken zich door zijn brede, ondiep ingesneden valleien, terwijl in de West-Vlaamse bekkens het water op vele plaatsen via pompgemalen en andere kunstmatige constructies, afgevoerd wordt. Het Pajottenland in het Dijle-en Zennebekken en het Denderbekken kenmerkt zich door zijn heuvelachtig karakter en zijn dieper ingesneden waterlopen.'

Netebekken: relatief goede waterkwaliteit

Onder de Vlaamse bekkens is het Demerbekken inzake oppervlakte het grootste, het Boven-Scheldebekken en het Denderbekken zijn de kleinste. Het Netebekken telt ongeveer 1.980 km (diverse soorten) waterlopen voor een grondgebied van 1.676 km². Het Netebekken bestaat in grote lijnen uit twee takken - de Grote Nete en de Kleine Nete. Beiden lopen van Oost naar West, de eerste in min of meer stijgende lijn, de tweede in een eerder dalende lijn, en ontspringen aan of net over de grens met de provincie Limburg, met name in Hechtel-Eksel en in Mol. In Lier stromen ze samen, vanaf waar ze samen de Beneden-Nete vormen, en verder stroomafwaarts in de Rupel stromen.

'Het Netebekken beschikt over een relatief goede waterkwaliteit. Dit is enerzijds te danken aan het feit dat er vrij vroeg waterzuiveringsstations werden gebouwd. Anderzijds zijn er een relatief beperkt aantal industriële lozingen en bezinkt vermoedelijk een groot deel van de resterende huishoudelijke lozingen in grachten, waardoor deze niet tot in de waterlopen geraken. Dit wil echter niet zeggen dat we in het Netebekken de doelstellingen halen. Ook hier blijft de waterkwaliteit onvoldoende. De parameter fosfor lijkt een steeds groter probleem te worden, wellicht omdat de bodem inmiddels verzadigd is en er bijgevolg fosfor 'uitspoelt', aldus Tom Gabriëls.

Speerpuntgebieden

Voor alle Vlaamse bekkens geldt dat tegen uiterlijk 2027 een 'goede ecologische toestand' moet worden bereikt. Europa legt hieromtrent normen op, waarin een aantal biologische parameters vervat zijn die verband houden met het in voldoende mate aanwezig zijn van waterplanten, algen, vissen'.

Van de meer dan 100 Vlaamse waterlichamen is er, volgens deze Europese standaard, momenteel nog geen enkel waterlichaam in een 'goede ecologische toestand'. Via het instellen van speerpuntgebieden wil men voor welbepaalde waterlopen dit streefdoel zo snel mogelijk bereiken. Momenteel zijn er in gans Vlaanderen een zevental speerpuntgebieden gedefinieerd: vijf in het Netebekken en twee in het Maasbekken.

Bedoeling is om dit aantal, vanaf volgende planperiode (2016-2021), op te trekken tot 15 tot 20-tal Vlaamse waterlichamen. Ultieme deadline voor Europa is 2027. Voor een goed begrip: als we het hebben over Vlaamse waterlichamen, waarover aan Europa moet worden gerapporteerd, gaat het om de grotere waterlopen. Wat min of meer overeenkomt met de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen van eerste categorie.

Watervervuiling

De oorsprong van de watervervuiling in onze waterlopen kan grosso modo tot drie 'sectoren' worden teruggebracht: huishoudens, landbouw en industrie. Elk bekken kampt in min of meerdere mate met specifieke watervervuilingsproblemen. Watervervuiling door landbouwactiviteiten is een vrij diffuse verontreiniging die nog in een zekere mate kan teruggedrongen worden. De Zenne bijvoorbeeld, die het Brusselse Gewest doorkruist, stelt vooral problemen op het vlak van huishoudelijk afvalwater. Tot voor een tiental jaar werd dit afvalwater nog rechtstreeks in de Zenne geloosd.

'Voor het Netebekken is het bv. zo dat 15% van de huishoudens nog ongezuiverd afvalwater loost. Doordat we in het Netebekken op een aantal plaatsen dus een relatief goede waterkwaliteit hebben, is de impact van overstorten iets waar we in het Netebekken extra over waken. De industriële activiteit is hier eerder beperkt en vrij geconcentreerd, hoewel we wel een specifiek aantal knelpunten hebben. In de Kleine Nete kan de waterkwaliteit als redelijk goed worden omschreven, in de Grote Nete is dat nog niet het geval', aldus Tom Gabriëls.

In the field

De bekkenwerking heeft vooral tot taak het overleg tussen de waterbeheerders te faciliteren en als katalysator op te treden. Naar de buitenwereld kan de werking van de bekkens eerder als louter administratief-juridisch overkomen.

'Wat niet belet dat ons werk over concrete dossiers gaat. Ik denk bijvoorbeeld aan het adviseren van technische plannen van Aquafin of calamiteiten die zich kunnen voordoen. Dit kan gaan van een mestlozing door een landbouwbedrijf in een van onze waterlopen, tot een overstroming, veroorzaakt door een rioleringsprobleem. Daarnaast organiseren we ook steeds meer concreet gebiedsgericht overleg via onze integrale projecten', aldus Tom Gabriëls. ' PDC

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Metamorfose voor Brugs Minnewaterpark

Metamorfose voor Brugs Minnewaterpark

Het Brugse Minnewaterpark vormt voor heel wat bezoekers de toegangspoort tot de stad. “Het park is er om te genieten:  het hele jaar door en in het bijzonder tijdens de twee festivals waar de Bruggeling elk jaar naar uitkijkt. Een[…]

KV Kortrijk kan voetbalstadion bouwen aan Evolis

KV Kortrijk kan voetbalstadion bouwen aan Evolis

Gent: make-over voor Citadelpark en compacter ICC

Gent: make-over voor Citadelpark en compacter ICC

EStor-Lux bouwt lithiumionbatterijpark in Bastenaken

EStor-Lux bouwt lithiumionbatterijpark in Bastenaken