Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Basisregels voor het ontwerpen van isolatiesystemen voor hellende daken

Basisregels voor het ontwerpen van isolatiesystemen voor hellende daken

Waar de isolatie geplaatst wordt in een hellend dak hangt af van de bestemming van de ruimten eronder. Als ze bewoond zullen worden, moet ze aangebracht worden in het dakvlak, anders (bv. opslagruimten) is het meer aangewezen om de zoldervloer te isoleren. Dat beperkt de afmetingen van het beschermde volume (en maakt het gebouw compacter), waardoor het warmteverliesoppervlak verkleint. Of de zolderruimte gebruikt zal worden of niet, de isolatie kan altijd aangebracht worden op, onder of tussen de elementen van het daktimmerwerk of van de zoldervloer (met vloerbalken of volle vloer). Een combinatie van deze drie basisposities is eveneens mogelijk: zo kan de isolatie bijvoorbeeld gelijktijdig tussen en onder de kepers geplaatst worden.

In hoofdstuk 4 van de TV 251 'Thermische isolatie van hellende daken' staan drie tabellen met de U-waarden van de verschillende dakconfiguraties naargelang de plaats van de isolatie. Zo krijgt men snel een indicatie van de dikte van de te plaatsen isolatielaag in functie van het isolatiemateriaal. Deze tabellen zijn dus een handige leidraad voor de keuzes die in de ontwerpfase gemaakt moeten worden. In een latere fase (plaatsen en uitwerken van het epb-rapport) moet de U-waarde natuurlijk exact berekend worden.

Lucht- en dampscherm

De ontwerper moet twee basisregels respecteren om condensatieproblemen in hellende daken te vermijden: een dampopen onderdak steeds combineren met een voldoende performant lucht- en dampscherm en geen luchtspouwen voorzien in de zone tussen het onderdak en het lucht- en dampscherm. Inwendige condensatie valt moeilijk volledig te vermijden, zelfs wanneer er een zeer dampdichte laag aan de binnenzijde van het dak aanwezig is. Een hellend dak kan immers nooit volledig lucht- en dampdicht gemaakt worden, hoe zorgvuldig de uitvoering ook gebeurt.

Het lucht- en dampscherm vermindert het transport van waterdamp uit de binnenlucht doorheen het dakcomplex, een dampdoorlatend onderdak laat meer vocht uit de dakconstructie naar buiten vloeien. Om het risico op inwendige condensatie te beperken, moet het dak zo opgebouwd worden dat de dampdiffusieweerstand van de samenstellende lagen afneemt van binnen naar buiten toe. Het onderdak moet dus meer dampdoorlatend zijn dan het lucht- en dampscherm.

Als vuistregel kan men stellen dat de dampdiffusieweerstand van het lucht- en dampscherm minstens zes keer (idealiter vijftien keer) hoger moet zijn dan die van het onderdak. Men heeft er daarom alle belang bij om een zo dampopen mogelijk onderdak te kiezen, zodat een lucht- en dampscherm met een beperkte dampdiffusieweerstand volstaat. Het gebruik van dampdichte onderdaken (klasse S0) is af te raden. Wanneer er twijfel bestaat over de dampdichtheid van het onderdak moet men veiligheidshalve veronderstellen dat het onderdak tot de meest dampdichte klasse behoort (klasse S0).

Luchtspouw overbodig

De circulatie van buitenlucht tussen de isolatie en het onderdak doet het drukverschil tussen de luchtspouw en de binnenruimten toenemen, waardoor meer binnenlucht door convectie in het dakcomplex kan migreren (vooral als het lucht- en dampscherm onvoldoende luchtdicht is). De ruimte tussen het onderdak en de thermische isolatie verluchten is dus meestal nadelig omdat dit het risico op condensatie aan de binnenzijde van het onderdak vergroot en zo de thermische prestaties van het dak vermindert.

Een spouw tussen onderdak en isolatie is in de meeste gevallen overbodig. Sommigen menen dat deze verluchting toch noodzakelijk is om de condensaten te laten opdrogen die zich aan de binnenzijde van het onderdak kunnen vormen. Men vergeet daarbij echter dat condensatie voornamelijk ontstaat tijdens koude perioden, terwijl de buitenlucht dan bijna volledig met vocht verzadigd is en dus vrijwel niet kan helpen om het condensaat op te drogen.

Onderkoeling kan, afgezien van de aanvoer van vochtige lucht door convectie, ook condensatie doen ontstaan aan de buitenzijde en aan de binnenzijde van de dakbedekking. Condensatie aan de buitenzijde vormt vanzelfsprekend geen probleem. Condensatie aan de binnenzijde daarentegen kan aanleiding geven tot afstromend water op het onderdak of op de isolatie en zodoende de duurzaamheid van het dak aantasten en/of de U-waarde ervan verminderen.

Om de hoeveelheid condensaat door onderkoelingscondensatie te verminderen, is het aan te raden de luchtspouw tussen de dakbedekking en het onderdak niet actief te verluchten (bv. met speciale hulpstukken). Een correct aangebracht onderdak kan er nochtans voor zorgen dat het eventuele condensaat afgevoerd wordt, waardoor er meestal weinig risico's verbonden zijn aan dit type condensatie.

Dampdichte laag

Om condensatie te vermijden moet het lucht- en dampscherm aan de 'warme' zijde van de isolatielaag geplaatst worden, dus aan de binnenzijde van het gebouw. Wanneer men ervoor kiest om aan weerszijden van het lucht- en dampscherm een bijkomende isolatielaag aan te brengen om de thermische isolatie van het dak nog te verhogen, bevindt het lucht- en dampscherm zich niet langer op de rand van het isolatiepakket, maar wordt het langs beide zijden omgeven door isolatiemateriaal. Aan de hand van een hygrothermische studie kan men het risico op condensatie evalueren en kan men de positie van het lucht- en dampscherm gaan bepalen.

In de praktijk kan de volgende eenvoudige vuistregel gehanteerd worden: als het lucht- en dampscherm zich tussen twee isolatielagen bevindt, moet de thermische weerstand van de isolatielaag aan de koude zijde ten minste 1,5 keer hoger zijn dan die van de warme zijde. Met andere woorden, als men aan weerszijden van het lucht- en dampscherm hetzelfde isolatiemateriaal gebruikt of als de isolatiematerialen dezelfde warmtegeleidingscoëfficiënt hebben, mag het lucht- en dampscherm maximaal twee vijfde verwijderd zijn van de 'koude' zijde van het isolatiepakket.

Binnenklimaatklasse IV

In zwembaden (maar ook in zeer vochtige omgevingen zoals bepaalde industriële ruimten, wasserijen, hooggeklimatiseerde gebouwen) kan de dampdruk over langere perioden extreem hoog zijn. Vandaar dat het nodig is om bijzondere aandacht te besteden aan een correcte hygrothermische opbouw van het dakcomplex. De luchtdichtheid en de dampdiffusieweerstand van deze daken moeten dan ook uitzonderlijk hoog zijn om inwendige condensatie te vermijden. In dit soort daken kan dit immers aanleiding geven tot aanzienlijke vochtproblemen (bv. schimmelvorming, van het plafond afdruppelend water ').

Een spouw tussen onderdak en isolatie is in de meeste gevallen overbodig.

Dit prestatieniveau kan uitsluitend bereikt worden door een ononderbroken en voldoende dampdicht lucht- en dampscherm (klasse E3 of E4) aan te brengen op de bovenzijde van een doorlopende stijve ondergrond (bv. opgebouwd uit een plaatmateriaal op basis van hout). Dit principe, dat gelijkaardig is aan het principe van het warme platte dak, wordt beschreven in de TV 215.

Het is uitermate moeilijk om een zeer performant en voldoende dampdicht lucht- en dampscherm te plaatsen aan de binnenzijde van een hellend dak. Bij zwembaden zijn het dakoppervlak en de hoogte van het plafond meestal relatief groot, waardoor de correcte plaatsing van het lucht- en dampscherm, evenals het nazicht en eventuele herstellingen (bv. in geval van pressurisatiemetingen), bemoeilijkt worden. Zelfs een lucht- en dampscherm bovenop het daktimmerwerk volgens het principe van het sarkingdak biedt onvoldoende garanties. Het bevestigen van de tengellatten doorheen de isolatie zal onvermijdelijk een aantal perforaties (hoe klein ook) van het lucht- en dampscherm veroorzaken, wat verhoogde risico's met zich brengt voor gebouwen met een heel vochtig binnenklimaat

Voor gebouwen van binnenklimaatklasse IV is een warm dak met een ononderbroken isolatielaag, een perfect uitgevoerd lucht- en dampscherm (zonder mechanische bevestigingen) en een onderbroken afdichtingsmembraan dus de meest betrouwbare oplossing. Bij een dergelijke opbouw kan het dampscherm op een doorlopende ondergrond gelijmd worden, en de isolatie vervolgens op het dampscherm. Een alternatief zijn zeer dampdichte isolatieplaten, in de praktijk platen uit cellenglas, op voorwaarde dat alle voegen tussen de platen en alle gaten om de schroeven te bevestigen, nadien afgedicht worden met een bitumineuze kit.

Wanneer een hellende dakopbouw verplicht is (bv. stedenbouwkundige vereisten), kan men op het daktimmerwerk een ononderbroken loopvloer voorzien en boven de vochtige ruimte een volledig lucht- en dampdichte laag aanbrengen. Ook kan men een dakbedekking uit pannen of uit leien aanbrengen op een aparte draagstructuur, bestaande uit kepers die bevestigd worden op het onderliggende daktimmerwerk, dwars doorheen het ononderbroken afdichtingsmembraan. Het aantal doorboringen van het membraan moet men dan wel tot een minimum beperken.

Bron: hoofdstuk 4 'Ontwerp van daksystemen' van de Technische Voorlichting nr. 251 'Thermische isolatie van hellende daken'. Deze TV kan tegen de gebruikelijke voorwaarden gedownload worden van www.wtcb.be (doorklikken naar Publicaties en Technische Voorlichtingen). Ze is ook uitgegeven in brochurevorm en te koop bij de dienst Publicaties van het WTCB tegen de geldende tarieven (02 529 81 00 of publ@bbri.be). Er mag alleen verwezen worden naar de Technische Voorlichting zelf.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Antwerpse Boerentoren krijgt herbestemming als culturele topper

Antwerpse Boerentoren krijgt herbestemming als culturele topper

De bank KBC heeft het consortium APB - Libreco - Monument Vandekerckhove - MRT aangesteld voor de integrale sanering, renovatie en herontwikkeling van de KBC-toren in Antwerpen, beter bekend als de Boerentoren. KBC heeft de toren verkocht aan[…]

Vlaanderen pompt volgend jaar 5,5 miljard € in mobiliteit

Vlaanderen pompt volgend jaar 5,5 miljard € in mobiliteit

De Lijn wacht met autonoom vervoer

De Lijn wacht met autonoom vervoer

Nieuw platform maakt drones beschikbaar voor zakelijke toepassingen

Nieuw platform maakt drones beschikbaar voor zakelijke toepassingen