Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

Aandacht voor hout op Expo Milaan

Aandacht voor hout op Expo Milaan

In Milaan is eind vorige week de 34ste universele wereldtentoonstelling begonnen. Tot 31 oktober worden 20 tot 25 miljoen bezoekers verwacht op de expo die werd uitgebouwd op het grondgebied van de gemeenten Rho en Pero ten noordwesten van Milaan. Er nemen 148 landen aan deel evenals een aantal internationale organisaties. Tijdens de tentoonstellingsperiode worden meer dan 2.000 evenementen georganiseerd. Architecten uit de hele wereld ontwierpen unieke paviljoenen die de identiteit van hun land weerspiegelen. Opvallend is dat veel landen bij de bouw van hun paviljoen kozen voor het gebruik van hout. Ook het Belgische paviljoen is gerealiseerd met duurzaam hout.

Het thema van Expo 2015 is 'Voedsel voor de planeet, energie voor het leven' en omvat technologie, innovatie, cultuur, tradities en creativiteit. Zoals op iedere wereldtentoonstelling proberen de deelnemende landen het beste van zichzelf voor te stellen in een speciaal ontworpen paviljoen. In het Belgische paviljoen zijn de komende zes maanden tweehonderd bedrijven aanwezig. Dat is een derde meer dan bij de vorige wereldtentoonstelling in Shanghai en een record. Een bewijs dat wereldexpo's de jongste jaren niet enkel draaien om publiciteit, maar steeds vaker worden gebruikt als b2b-evenement en als toegangspoort tot de handelsmarkt van het gastland, in dit geval Italië, en bij uitbreiding de wereldmarkt. Voor innovatieve bedrijven is het een unieke kans om aan de rest van de wereld te laten zien wat ze kunnen.

Het Belgische paviljoen is ontworpen door architectenbureau Patrick Genard & Asociados, in samenwerking met architect Marc Belderbos en het bouwteam Besix-Vanhout. Cenergie stond in voor de technieken. Het complex omvat drie centrale ruimtes die samen een oppervlakte van 2.717 m² hebben. De buitenruimte was oorspronkelijk niet voorzien, maar kon worden ingenomen nadat het voorziene buurland Oekraïne afhaakte van deelname aan de expo. De bouw van het Belgische paviljoen kostte ruim 8 miljoen '. Het totale budget voor het Belgische paviljoen bedraagt iets meer dan 13 miljoen ', waarvan 2,1 miljoen ' Vlaams geld. Een deel van dat bedrag komt uit de winst die het Belgische paviljoen maakte op de wereldtentoonstelling in Shanghai.

Duurzaam hout

Het exterieur van de Belgische tentoonstellingsruimte is opgebouwd uit een lange rij van houten dakvormige elementen en een glazen paviljoen. Het grote glazen bolvormige dak doet denken aan de grote serres van Laken, terwijl de houten elementen een ode zijn aan de traditionele boerderijstructuur die overal in België terug te vinden is. Het paviljoen is grotendeels autonoom inzake energie; er wordt een minimum aan afval en vervuild water geproduceerd.

De materialen voor de bouw van het paviljoen werden met zorg gekozen. Er werd slechts weinig beton gebruikt. Er is uitsluitend gewerkt met natuurlijke producten, waaronder veel duurzaam hout en eenvoudig te recycleren, isolerende en gemakkelijk af te breken modules zodat de voetafdruk op de tentoonstelling zo klein mogelijk blijft. Het gebruik van hout en glas van hoge kwaliteit (o.m. voor de geodetische koepel) illustreert de Belgische kennis.

Ook de technologie die in het paviljoen wordt toegepast, heeft als eerste doel de impact van het gebouw op het milieu te minimaliseren. De Vlaamse aanwezigheid zit ook in de architectuur, de bouwmaterialen, de designmeubelen en de planten. Dat is ook zo voor producten die niet altijd meteen als dusdanig te identificeren zijn. Zo werd gebruik gemaakt van de Liquisol vloeibare zonwering van I.R.S.-Btech uit Deinze.

Het paviljoen werd geconstrueerd als een energetisch economisch gebouw. Het compacte en goed georiënteerde gebouw heeft een beperkte verhouding oppervlakte/volume waardoor de energievraag verminderd wordt. Het paviljoen onderscheidt zich bovendien door een interessante verdeling van de open en gesloten ruimtes, de doorlating van het daglicht, een goede isolatie en een strategisch aangepaste ventilatie.

Cenergie bekommerde zich om de energiezuinigheid en de duurzaamheid. Het paviljoen wordt gekoeld en verwarmd met een warmtepomp gevoed door kanaalwater. Het gebruik van het water van het kanaal, ter beschikking gesteld door de organisatoren van de expo, zorgt voor een energiebesparing met ongeveer 80%. Door het opnieuw gebruiken van het afvalwater in de douches en de toiletten van het paviljoen wordt de waterconsumptie beperkt. Er is ook een natuurlijke lagune voorzien, die het afvalwater van het paviljoen verwerkt.

Bovendien worden andere bronnen van duurzame en hernieuwbare energie toegepast, zoals zonne-energie opgewekt door de zonnepanelen op de glazen panelen van het dak en elektrische energie die afkomstig is van de windmolen aan het gebouw. Deze groene energie wordt o.m. gebruikt voor de klimatisatie. De ventilatie gebeurt deels natuurlijk en deels via een luchtgroep met warmterecuperatie. Om het koel- en verwarmingsvermogen zoveel mogelijk te beperken, wordt de verse lucht aangezogen door een grondbuis.

De zogenaamde hoeve, eigenlijk een tunnel die toegang geeft tot de centrale koepel, vormt de toegangspoort tot het paviljoen en de ruimte waarin bezoekers kennismaken met het federale België, de regio's, de gewesten en hun eigenheden. Het decor brengt streekproducten onder de aandacht, waaronder Belgische bieren d.m.v. een gestileerde en uitverlichte muur van enorme flessen waarop portretten worden geprojecteerd van bekende Belgen van Italiaanse origine. Dit kleurrijke geheel filtert het daglicht zoals bij de glas-in-loodramen in een kathedraal.

Na de tentoonstelling in de tunnel kunnen de bezoekers een verdieping lager de kelderruimte betreden. Hier is een 'food lab' ingericht met een eigen sfeer en aandacht voor de uitdagingen van de toekomst. Hier wordt de meest opmerkelijke technologische vooruitgang van ons land voorgesteld. Een didactische zone informeert de bezoekers over nieuwe technologieën inzake voedselproductie, aquacultuur en entomofagie (de consumptie van insecten).

De tuin van het paviljoen vormt een extra attractie, met fotovoltaïsche bomen, een waterpartij, een insectenhotel en smurfen-figuurtjes tussen allerlei Belgische planten en bloemen. Je maakt een wandeling langs typische Belgische landschappen op kleine schaal. Andere blikvangers zijn een heus amfitheater met reuzegroot videoscherm. Op de tweede verdieping in het paviljoen is een afzonderlijke zone voorzien voor b2b-activiteiten, met 50 zitplaatsen en 120 staanplaatsen, met toegang tot het dakterras. - EC

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Aertssen Group wil funderingsbedrijf Van Rooy overnemen

Aertssen Group wil funderingsbedrijf Van Rooy overnemen

De Aertssen Group uit Stabroek heeft de intentie om de bedrijvengroep Van Rooy uit Beerse over te nemen. De overname past in de groeistrategie van de business unit Aertssen Infra die erop gericht is om klanten een geïntegreerd[…]

Europese deal Fit for 55 mag nog strenger voor verwarmingssector

Europese deal Fit for 55 mag nog strenger voor verwarmingssector

Valens bouwt voor UZ Saint-Luc en Valisana in Brussel

Valens bouwt voor UZ Saint-Luc en Valisana in Brussel

Bedrijfswagens blijven aantrekkelijk voor personeel

Bedrijfswagens blijven aantrekkelijk voor personeel