Volg Bouwkroniek

Abonneer u
Aanmelden

Volg Bouwkroniek Bouwkroniek

65% van de schrijnwerkers ondervinden druk van goedkopere buitenlanders

Gerelateerde onderwerpen :

65% van de schrijnwerkers ondervinden druk van goedkopere buitenlanders

65% van de schijnwerkers en interieurbouwers beschouwen de toenemende concurrentie van buitenlandse schrijnwerkbedrijven en Belgische bedrijven met buitenlandse werkkrachten als een groot probleem. Ze kunnen immers niet concurreren tegen hun goedkopere prijzen zodat ze steeds meer moeten inzetten op kwaliteit, vakmanschap en extra service aan de klant om het verschil te maken. Dat blijkt uit de jaarlijkse sectorstudie door Marketing Development voor Bouwunie in september en oktober bij een representatief staal van 242 schrijnwerkers en interieurbouwers, van wie 71% werkgevers.

'Vlaanderen telde volgens Graydon Belgium nv in 2014 10.241 actieve schrijnwerkbedrijven, waarvan 5.085 vennootschappen en 5.156 eenmanszaken, met 13.772 werknemers en in 2015 10.159 schrijnwerkbedrijven, waarvan 4.974 vennootschappen en 5.185 eenmanszaken, met 13.246 werknemers. In gans België waren in 2014 15.004 schrijnwerkbedrijven actief, waarvan 7.227 vennootschappen en 7.777 eenmanszaken, met 20.222 werknemers en in 2015 15.002 schrijnwerkbedrijven, waarvan 7.165 vennootschappen en 7.837 eenmanszaken, met 19.125 werknemers. Zowel het aantal bedrijven als het aantal werknemers lag dus dit jaar overal wat lager door de conjunctuur en de buitenlandse concurrentie, wat overeenkomt met de evolutie in de ganse bouwsector. 67,25% van de schrijnwerkers zijn zelfstandigen zonder personeel; 24,91% werkt met één tot vier werknemers. 0,18% heeft meer dan vijftig en 0,03% meer dan honderd werknemers', verklaart Anja Larik, economisch adviseur van Bouwunie.

De meeste schrijnwerkers en interieurbouwers combineren vandaag verschillende activiteiten. 64% van de bevraagden leggen zich toe op binnenschrijnwerk en binnenafwerking zoals het maken van maatkasten en binnendeuren. 54% doet buitenschrijnwerk zoals het fabriceren en/of plaatsen van ramen, deuren en poorten. 48% maakt keukens en/of meubels. Na deze drie sinds jaren meest beoefende marktsegementen volgen dakisolatie (32%), daktimmerwerk (27%), trappen (25%), kantoor- en winkelinrichting (23%), hout(skelet)bouw (15%) en andere isolatiewerken aan bv. de buitengevel (10%). Als hoofdactiviteit staat buitenschrijnwerk met 27% bovenaan vóór meubels en keukens (26%) en binnenschrijnwerk en -afwerking (24%).

'Schrijnwerkers zijn vooral actief in de woningbouw, meer bepaald in de particuliere renovatiemarkt (94%) en de particuliere nieuwbouwmarkt (64%). 31% is bedrijvig op de projectmarkt en 8% (in onderaanneming) op de overheidsmarkt. 74% heeft de particuliere renovatiemarkt als hoofdmarkt, 15% de projectmarkt, 9% de particuliere nieuwbouwmarkt en 2% de overheidsmarkt. 93% krijgt zijn opdrachten rechtstreeks van de bouwheer, 47% via een architect, 20% via een binnenhuisarchitect (meestal voor binnenhuisafwerking) en 33% via een hoofdaannemer; 7% doet mee aan overheidsopdrachten. 74% noemt de opdrachten die rechtstreeks van de bouwheer komen het belangrijkst', signaleert Anja Larik.

'37% van de ondervraagde schrijnwerkers heeft een aangroeiend orderboekje, beduidend meer dan vorig jaar. Bij 40% is het orderboekje gelijk gebleven en bij 23% is het geslonken. Vorig jaar zei nog 33% dat het aantal opdrachten afgenomen was', duidt de economische adviseur van Bouwunie het werkvolume in de sector.

Steeds minder schrijnwerkers hebben te weinig werk, maar hun orderboekje is wel minder lang gevuld. 64% van de bevraagden hebben voldoende werk, tegenover 59% vorig jaar; 19% heeft er zelfs te veel voor zijn organisatiestructuur en personeelsbezetting (20% in 2014). 17% kreunt onder te weinig werk, tegenover 21% vorig jaar. Bij 37% is het aantal orders toegenomen, maar het gemiddelde orderboekje reikt minder ver: slechts 9% heeft een orderboekje van langer dan een half jaar tegenover 14% vorig jaar. 2% heeft een orderboekje van meer dan negen maanden (3% vorig jaar), 7% van zes tot negen maanden (11% in 2014), 39% van drie tot zes maanden (31% verleden jaar), 43% van één tot drie maanden (48% in 2014) en 9% van maximum één maand (7% vorig jaar). De binnengehaalde opdrachten zijn dus kleiner of vergen een kortere uitvoeringstijd.

65% heeft last van de erg scherpe buitenlandse concurrentie, waarvan 20% in grote mate. 24% moet opboksen tegen buitenlandse bedrijven, 62% tegen Belgische bedrijven met buitenlandse onderaannemers en 40% tegen Belgische bedrijven met buitenlandse werknemers of zelfstandige vennoten. Daarnaast worden hier ook steeds meer buitenlandse materialen uit vooral Oost-Europa ingevoerd en gebruikt. 'De import van aluminium, pvc en hout is al tien jaar bezig, maar nu worden ook meubels ingevoerd. Zo worden mede door de gulle EU-subsidies tot 30 en 40% Polen en Roemenië geduchte concurrenten in de zorgsector, voor bv. kasten', klinkt het.

'Sommige leveranciers brengen materialen mee vanuit Oost-Europa. Als bv. gipskartonplaten hierbij geen etikettering of stempels dragen, zou toch moeten geverifieerd worden of één en ander wel conform is en erop worden toegezien dat alle normen gerespecteerd worden', oppert Jos Heylen, voorzitter van Bouwunie Schrijnwerkers & Interieurbouwers.

Anders dreigt immers het gevaar dat niet aan bepaalde kwaliteitseisen wordt voldaan. Vooral de verwerking van materialen levert echter een concurrentienadeel op voor Vlaamse bedrijven, waar de uurlonen minstens 6 ' per uur duurder zijn dan die van Oost-Europese werknemers en dat barema varieert nog van land tot land. Daarom vraagt Bouwunie een lastenverlaging van 6 '. Het probleem is het meest nijpend op de particuliere markt, waar sommigen werken met afgewerkte producten uit het buitenland die niet conform de Belgische markt zijn.

Bijscholingen, praktijkgerichte opleidingen en infosessies zijn voor zeven op de tien bevraagden belangrijk.

De buitenlandse concurrentie is in enkele jaren dan ook uitgegroeid tot een groot en voor één op vijf bevraagden zelfs erg groot probleem. 24% ondervindt naar eigen zeggen ook rechtstreeks concurrentie van buitenlandse schrijnwerkbedrijven. Het meebrengen of importeren van buitenlandse materialen speelt eveneens een rol in deze concurrentiestrijd.

Extra service voor de klant kan het verschil maken, beseffen de bevraagde bedrijven. Enkel wie daarenboven de nadruk legt op kwaliteit en vakmanschap kan nog op tegen de goedkoopste prijs.

23% heeft meer werknemers dan vorig jaar, 18% minder. 12% werkt met meer onderaannemers. Bijscholingen, praktijkgerichte opleidingen en infosessies zijn voor zeven op de tien bevraagden belangrijk; ze laten hun werknemers dan ook regelmatig opleidingen volgen. De resterende drie op tien vindt vorming eveneens belangrijk, maar beweert hiervoor geen tijd te hebben.

Het atelier is heel belangrijk voor het binnenschrijnwerk en automatisering en een modern machinepark worden steeds belangrijker om efficiënter te werken. De meeste machines hebben een (computergestuurde) cnc-sturing. 32% van de bevraagden doen hiervoor expliciet aan optimalisatie van de productie van schrijnwerkelementen, al dan niet via specifieke softwaretoepassingen en met speciale softwareprogramma's. 18% heeft er concrete plannen voor in de nabije toekomst. 20% stuurt zijn machines rechtstreeks vanuit de productievoorbereiding en 8% wil dat binnenkort ook doen.

Deze sectorstudie maakt tevens duidelijk dat steeds minder bedrijven (68%) nog zelf instaan voor de productie en de assemblage van buitenschrijnwerk zoals ramen; vroeger deed bijna iedereen dit. 62% van diegenen die houten buitenschrijnwerk aanbieden, maakt dit nog zelf; Voor pvc is dat 26%, voor aluminium 38%. Vorig jaar bedroegen deze aandelen nog 71%, 29% en 41%. Een goede luchtdichte plaatsing van het buitenschrijnwerk is erg belangrijk om een woning of gebouw energie-efficiënter te maken. 88% van de bevraagde bedrijfsleiders besteden hieraan naar eigen zeggen extra aandacht: 28% doet dit steeds standaard, 60% op vraag van de klant. 80% gebruikt luchtdichtingsproducten (90% isolerend schuim, 67% tapes of folies en 27% een multiplex kader).

'46% van de respondenten die buitenschrijnwerk aanbieden, hebben een eigen toonzaal waarbij 90% van hen ook aandacht besteedt aan glas. 42% gebruikt de toonzaal van de profielleverancier', geeft Anja Larik nog mee.

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Alle overheidsopdrachten

Meest aanbevolen artikels

Elektrosector vraagt ook hinderpremie

Elektrosector vraagt ook hinderpremie

Nelectra, de federatie voor de elektrosector heeft Vlaams minister van Economie, Hilde Crevits gevraagd om de hinderpremie uit te breiden zodat ook elektro-installateurs er gebruik van kunnen maken. Ondernemers die actief zijn in de[…]

Geen zomerbouwstop aan de kust?

Geen zomerbouwstop aan de kust?

Bouwshops willen hinderpremie

Bouwshops willen hinderpremie

Vlaamse hinderpremie ook nodig voor de bouw

Vlaamse hinderpremie ook nodig voor de bouw

Meer artikels